Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:12739

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18-10-2017
Datum publicatie
07-11-2017
Zaaknummer
C-09-539707-KG ZA 17-1249
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding. Bezwaren na verstrijken Alcateltermijn. Artikel 4.15 lid 1 Aanbestedingswet. Geen wezenlijke wijziging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Aanbesteding 2018/806
JAAN 2017/263
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/539707 / KG ZA 17/1249

Vonnis in kort geding van 18 oktober 2017

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 1] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 2] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[C] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats 3] ,

eiseressen,

advocaat mr. Th. Dankert te Leeuwarden,

tegen:

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon

de Staat der Nederlanden (het ministerie van Infrastructuur en Milieu, Rijkswaterstaat),

zetelend te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. D. Wolters Rückert te Den Haag,

2. de vennootschap onder firma

[de VOF] ,

gevestigd te [vestigingsplaats 4] ,

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de Combinatie’ (eiseressen gezamenlijk in enkelvoud), ‘de Staat’ en ‘ [de VOF] ’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de door de Staat overgelegde productie;

- de bij de mondelinge behandeling door de Combinatie en de Staat overgelegde pleitnotities.

1.2.

De mondeling behandeling heeft plaatsgevonden op 4 oktober 2017. [de VOF] is behoorlijk opgeroepen tegen die terechtzitting, maar zij is daar niet verschenen. Tegen [de VOF] zal dan ook verstek worden verleend. Op 18 oktober 2017 is door middel van een verkort vonnis uitspraak gedaan. Het onderstaande vormt daarvan de uitwerking.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

Rijkswaterstaat heeft in de eerste helft van 2017 een aanbesteding gehouden voor ‘het coördineren en het uitvoeren van gladheidsbestrijding in Friesland (Joure, Harlingen en Drachten)’ (hierna: de opdracht). De opdracht omvat preventieve strooiacties, gericht op het voorkomen van gladheid, die binnen twee uur moeten zijn uitgevoerd, en curatieve strooiacties, gericht op het bestrijden van gladheid. De te sluiten overeenkomst heeft een initiële looptijd van twee strooiseizoenen (2017-2018 en 2018-2019) met de mogelijkheid van verlenging met tweemaal een strooiseizoen.

2.2.

Ten behoeve van de uitvoering van de strooiacties stelt Rijkswaterstaat gladheidsbestrijdingsmaterieel, zoals zoutstrooiers, beschikbaar op de steunpunten te Harlingen, Drachten en Joure. De opdrachtnemer dient dit materieel te koppelen aan eigen vrachtauto’s met geïntegreerde laadbak of trekkers met oplegger (“tracties”).

2.3.

De aanbestedingsprocedure bestond uit een inschrijvingsfase, een beoordelingsfase en een onderbouwingsfase. In het Inschrijvings- en beoordelingsdocument van 14 februari 2017 (het I&B-document) staat, voor zover hier relevant, vermeld:

2.1 Planning

Voor de aanbestedingsprocedure geldt onderstaande indicatieve planning.

Activiteit

Datum/weeknr

Verzenden van de aankondiging door publicatie op www.tenderned.nl

17 februari 2017

Inschrijvingsfase

(...)

(...)

Uiterste datum voor de ontvangst van de inschrijvingen

18 april 2017

Beoordelingsfase

Openen van de digitale kluis in TenderNed met inschrijvingen

19 april 2017

Verzenden van de gunningsbeslissing

26 april 2017

Onderbouwingsfase

Uiterste datum rechtsbeschermingstermijn

17 mei 2017

Indienen gedetailleerde lijst (bijlage1) met in te zetten kentekens gekoppeld aan het juiste materieel en namen onderaannemers.

6 juni 2017

Verzenden van de opdrachtverlening

7 juni 2017

Aan bovenstaande planning kunnen geen rechten worden ontleend. De planning die is opgenomen in Tenderned prevaleert. De aanbesteder behoudt zich het recht voor de planning te wijzigen. De bovenbeschreven planning is derhalve indicatief, waarbij de grootst mogelijke zorg in acht wordt genomen om de uiterste datum voor de ontvangst van de inschrijvingen aan te houden.

(...)

4.2

Gunningscriteria

Als gunningscriterium wordt ‘Laagste prijs’ toegepast, indien deze inschrijving voldoet aan alle inschrijvingsvereisten.

De beoogd opdrachtnemer dient een gedetailleerde uitgewerkte lijst (bijlage 1) met in te zetten kentekens en namen van onderaannemers gekoppeld aan het in te zetten materieel van de opdrachtgever in digitale vorm te verstrekken (uiterste datum 6 juni 2017). Waarbij geborgd is dat er voldoende tractie inzetbaar is om de preventieve acties met het materieel wat beschikbaar wordt gesteld door de opdrachtgever uit te kunnen voeren. (...)

5.2

Onderbouwingsfase

1. Met het versturen van de gunningsbeslissing vangt de onderbouwingsfase aan. In deze fase onderbouwt de beoogd opdrachtnemer zijn inschrijving door het indienen van de in paragraaf 5.3 van dit inschrijvings- en beoordelingsdocument gespecificeerde documenten.

Aanpassing van de inschrijving is niet toegestaan. De onderbouwingsfase heeft een maximale tijdsduur tot 6 juni 2017.

(...)

5.3

In de onderbouwingsfase te verstrekken document

Aanbesteder geeft de opdrachtnemer uitdrukkelijk de gelegenheid om onderstaande documenten gedurende de onderbouwingsfase te bespreken, zodat tijdig eventuele onduidelijkheden kunnen worden weggenomen. De beoogd opdrachtnemer dient hierbij rekening te houden met een reactietijd van de aanbesteder van vijf dagen. De beoogd opdrachtnemer dient alle hierna te volgen documenten ter verificatie aan de aanbesteder te verstrekken.

(...)

5.3.1.

Het document, ingevulde versie bijlage 1.

Er dient een gedetailleerde uitgewerkte lijst (bijlage 1) aangeleverd te worden met de in te zetten tracties. Dit document is als (bijlage 1) bij het bestek gevoegd. “De kolommen welke ingevuld dienen te worden zijn kenteken en onderaannemer”.

5.3.2.

Verlenen opdracht

Indien aanbesteder naar aanleiding van de genoemde verificatie heeft geconstateerd dat de documenten genoemd in paragraaf 5.3 voldoen aan de daaraan gestelde eisen, de bankgarantie door de aanbesteder is ontvangen en akkoord bevonden en de inschrijver voor het overige niet behoeft te worden uitgesloten van opdrachtverlening, verleent de opdrachtgever de opdracht.”

2.4.

In bijlage I bij het I&B-document staat vermeld:

“De inschrijver toont door het invullen van de onderstaande tabel aan dat deze over voldoende tractie beschikt om de preventieve strooiacties type 1 te kunnen uitvoeren.

Steunpunt

Aantal tracties

beschikbaar

Voldoet ja/nee

Perceel 1

Harlingen

5 tracties

Joure

10 tracties

Drachten

5 tracties

VERKLARING

Ondergetekende verklaart dat:

  • -

    de bovenstaande tabel volledig en naar waarheid is ingevuld;

  • -

    (...) hij zich ervan bewust is dat het verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie door de aanbestedende dienst kan worden aangemerkt als een valse verklaring en dat dit kan leiden tot een onvoorwaardelijke uitsluiting voor de resterende duur van deze aanbestedingsprocedure;

(...)”

2.5.

In het Bestek Gladheidsbestrijding van 17 februari 2017 staat onder meer vermeld:

31 Nadere beschrijving van de dienstverlening

31.1

Referentieroutes

1. De aannemer dient in overleg met de directie c.q. de coördinator opdrachtgever al zijn preventieve strooiroutes eenmalig te rijden ten behoeve van het inrichten van de geautomatiseerde beheersing van het bestek. Alle referentieroutes dienen uiterlijk in de laatste week van augustus te zijn gereden. (...)

31.3

Vlootschouw

1 De aannemer dient bij aanvang van het contract voor 1 september in overleg met de onderhoudsplichtige van het gladheidsbestrijdingsmaterieel en de coördinator opdrachtgever een vlootschouw te houden. (...) Tijdens deze vlootschouw dient al het in te zetten materieel van de aannemer, incl. de vaste chauffeur die de gladheidsbestrijding zal gaan uitvoeren, op het steunpunt aanwezig te zijn.

(...)

93.3

Uitvoeringsplan

1. 1. De aannemer stelt zo spoedig mogelijk een uitvoeringsplan op voor de uit te voeren dienstverlening.

- (...)

- De aannemer dient aan te geven welk materieel hij gebruikt c.q. gaat inzetten per stuk gladheidsbestrijdingsmaterieel preventief en curatief (een lijst met in te zetten kentekens en namen mogelijk onderaannemers).

(...)

2. 2. De aannemer moet het door hem gedateerde en ondertekende uitvoeringsplan aan de directie ter goedkeuring inzenden, uiterlijk op de vijftiende werkdag na de dag waarop het werk is opgedragen.

3. 3. De directie beslist zo spoedig mogelijk omtrent de goedkeuring van het uitvoeringsplan (...)

(...)

5. 5. Indien er tussentijdse wijzigingen in de uitvoering zijn zoals (...) wijziging van inzet materieel, e.d. dient het uitvoeringsplan binnen 15 werkdagen hierop op worden aangepast.”

2.6.

De Combinatie en [de VOF] hebben een inschrijving ingediend. Bij brief van 8 mei 2017 heeft Rijkswaterstaat aan de Combinatie meegedeeld voornemens te zijn de opdracht te gunnen aan [de VOF] . De zogenoemde Alcateltermijn is verstreken.

2.7.

Op 3 juli 2017 is de opdracht definitief aan [de VOF] gegund. [de VOF] heeft de referentieroutes gereden en de vlootschouw gehouden op 18 september 2017 (Joure), 20 september 2017 (Drachten) en 26 september 2017 (Harlingen).

3 Het geschil

3.1.

De Combinatie vordert, zakelijk weergegeven:

I. de Staat te gebieden om binnen één week de opdracht opnieuw aan te besteden met toepassing van de onderhandelingsprocedure met de Combinatie zonder voorafgaande bekendmaking, dan wel – subsidiair – met toepassing van de openbare procedure met verkorte termijnen;

II. de Staat te gebieden de uitvoering van de aan [de VOF] gegunde opdracht te schorsen, althans de Staat en [de VOF] te verbieden daaraan verdere uitvoering te geven vanaf de eerste dag na gunning op basis van de heraanbesteding totdat in de bodemprocedure is beslist;

III. [de VOF] te veroordelen te gehengen en gedogen dat de Staat een heraanbesteding organiseert en uitvoering van de opdracht schorst;

op straffe van verbeurte van een dwangsom.

3.2.

Daartoe voert de Combinatie – samengevat – het volgende aan. Na gunning aan [de VOF] hebben zich wezenlijke wijzigingen voorgedaan, waardoor een nieuwe opdracht is ontstaan die Rijkswaterstaat opnieuw had moeten aanbesteden. De aan [de VOF] gegunde overeenkomst is dan ook vernietigbaar op grond van artikel 4.15 lid 1 sub a Aanbestedingswet. De besteksverplichtingen van de uiterlijk in de laatste week van augustus te rijden referentieroutes en de vóór 1 september 2017 te houden vlootschouw zijn uitgesteld, terwijl het bestek niet in die mogelijkheid voorziet. Door deze uiterste termijnen te wijzigen ten gunste van [de VOF] , wijzigt het economisch evenwicht van de opdracht in het voordeel van [de VOF] .

[de VOF] had al bij inschrijving, door middel van de verklaring van Bijlage I, over de tracties voor in ieder geval de preventieve strooiacties moeten beschikken, althans uiterlijk op 6 juni 2017 bij de onderbouwingsfase. Voor wat betreft de curatieve strooiacties moest dit in ieder geval aangetoond zijn ter gelegenheid van het uiterlijk 15 werkdagen na gunning aan te leveren uitvoeringsplan. [de VOF] is echter nog steeds op zoek naar tracties/onderaannemers. [de VOF] wordt dus in de gelegenheid gesteld haar gunning na inschrijving te wijzigen. Indien dit in de markt bekend was geweest, zou dat mogelijk bijkomende deelnemers hebben aangetrokken. De Combinatie zou bij kennis hiervan met een substantieel lagere inschrijfsom hebben ingeschreven, omdat zij veel langer de tijd zou hebben gehad om onderaannemers te vinden met een scherpe prijs.

De aan [de VOF] gegunde overeenkomst is ook vernietigbaar op grond van artikel 4.15 lid 1 sub b Aanbestedingswet. Het besluit van Rijkswaterstaat om aan [de VOF] te gunnen op basis van de uitkomst van de onderbouwingsfase, maakt geen onderdeel uit van de gunningsbeslissing van 8 mei 2017. Tegen deze beslissing heeft Rijkswaterstaat geen rechtsbescherming geboden.

De Combinatie meent subsidiair dat zij recht heeft op schadevergoeding op grond van onrechtmatige opdrachtverlening.

3.3.

De Staat voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

beoordelingskader

4.1.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 18 november 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2638) bepaald dat een als resultaat van een gunningsbeslissing tot stand gekomen overeenkomst wegens strijd met aanbestedingsregels slechts aantastbaar is op de gronden vermeld in artikel 4.15 lid 1 Aanbestedingswet, en dat deze in andere gevallen slechts aantastbaar is in het geval van wilsgebreken en in het geval van nietigheid of vernietigbaarheid ingevolge artikel 3:40 Burgerlijk Wetboek. Deze beperking dient ertoe het evenwicht tussen de verschillende bij een aanbesteding betrokken belangen te waarborgen en te voorkomen dat grote of te langdurige onzekerheid ontstaat over de vraag of de overeenkomst gesloten en uitgevoerd kan worden. Ditzelfde toetsingskader geldt in geval – zoals hier – wordt beoogd de uitvoering van de als resultaat van de gunningsbeslissing tot stand gekomen overeenkomst te verhinderen.

4.2.

De Combinatie stelt zich in deze procedure op het standpunt dat de aan [de VOF] gegunde overeenkomst vernietigbaar is op grond van (i) artikel 4.15 lid 1 sub a Aanbestedingswet en (ii) 4.15 lid 1 sub b Aanbestedingswet. De Staat betwist dat. Gelet op de chronologie van de gebeurtenissen zal de voorzieningenrechter het laatste argument eerst beoordelen. Voor zover de Combinatie nog stelt dat sprake is van onrechtmatige opdrachtverlening die een schadevergoeding rechtvaardigt, geldt dat zij geen daarop gerichte vordering in deze procedure heeft ingesteld, zodat die stelling geen beoordeling behoeft. Nu de Alcateltermijn is verstreken kan die stelling ook geen onderwerp zijn van deze procedure, waaronder ook de stelling van de Combinatie wordt begrepen dat het materieel van [de VOF] niet voldoet aan de bestekseisen.

rechtsbescherming

4.3.

Artikel 4.15 lid 1, aanhef en onder b Aanbestedingswet bepaalt dat een als resultaat van een gunningsbeslissing gesloten overeenkomst vernietigbaar is indien de aanbestedende dienst de opschortende termijn van artikel 2.127 Aanbestedingswet niet in acht heeft genomen. De Combinatie stelt dat Rijkswaterstaat artikel 2.127 Aanbestedingswet heeft geschonden doordat geen rechtsbescherming is geboden tegen de definitieve gunning aan [de VOF] , na afloop van de onderbouwingsfase. Uit de aanbestedingsstukken volgt onmiskenbaar dat de onderbouwingsfase zou plaatsvinden na aanvang van de opschortende termijn van artikel 2.127 Aanbestedingswet. De Combinatie heeft daarover echter geen vragen gesteld of klachten ingediend. Dat had wel van de Combinatie verwacht mogen worden. Wat hier ook van zij, Rijkswaterstaat heeft de zogenoemde Alcateltermijn in acht genomen nadat hij had meegedeeld voornemens te zijn de opdracht aan [de VOF] te gunnen. Een verdergaande verplichting tot rechtsbescherming volgt niet uit artikel 2.127 Aanbestedingswet. De Alcateltermijn is bedoeld om de kenmerken en voordelen van de uitgekozen inschrijving te kunnen toetsen. Dat heeft de Combinatie kunnen doen. Dat Rijkswaterstaat na deze fase heeft onderzocht of de winnende inschrijver daadwerkelijk in staat is de opdracht uit te voeren, is niet verplicht en maakt niet dat daarna wederom een opschortende termijn in acht moet worden genomen. Het beroep van de Combinatie op artikel 4.15 lid 1, aanhef en onder b Aanbestedingswet slaagt dan ook niet.

wezenlijke wijziging

4.4.

De Combinatie beroept zich voorts op artikel 4.15 lid 1, aanhef en onder a Aanbestedingswet. Daarin wordt bepaald dat een als resultaat van een gunningsbeslissing gesloten overeenkomst vernietigbaar is indien de overeenkomst is gesloten zonder voorafgaande aankondiging van de opdracht. Volgens de Combinatie is de opdracht wezenlijk gewijzigd, waardoor een nieuwe aanbestedingsprocedure gevolgd had moeten worden.

4.5.

Artikel 2.163g lid 1 Aanbestedingswet bepaalt dat een overheidsopdracht zonder nieuwe aanbestedingsprocedure kan worden gewijzigd indien de wijzigingen niet wezenlijk zijn. Het derde lid van dat artikel luidt, voor zover hier relevant:

“Een wijziging van een overheidsopdracht is in ieder geval wezenlijk indien:

a. de wijziging voorziet in voorwaarden die, als zij deel van de oorspronkelijke aanbestedingsprocedure hadden uitgemaakt, de toelating van andere dan de oorspronkelijk geselecteerde gegadigden of de gunning van de overheidsopdracht aan een andere inschrijver mogelijk zouden hebben gemaakt of bijkomende deelnemers aan de aanbestedingsprocedure zouden hebben aangetrokken,

b. de wijziging het economische evenwicht van de overheidsopdracht ten gunste van de opdrachtnemer verandert op een wijze die niet is voorzien in de oorspronkelijke overheidsopdracht,

(...)”

4.6.

Het geschil van partijen spitst zich in dit kader toe op de vraag of sprake is van een wezenlijke wijziging. De Combinatie stelt zich op het standpunt dat de uitzonderingsgrond van artikel 2.163g lid 1 Aanbestedingswet niet van toepassing is, omdat sprake is van een wezenlijke wijziging als bedoeld in lid 3. Volgens de Combinatie is dat het geval omdat (i) verlenging van de termijnen die zijn genoemd in de aanbestedingsstukken heeft plaatsgevonden en (ii) [de VOF] in de gelegenheid wordt gesteld om haar inschrijving nog te wijzigen.

4.7.

Volgens het I&B-document duurde de onderbouwingsfase tot uiterlijk 6 juni 2017, zodat [de VOF] tot die datum de tijd had om haar inschrijving te onderbouwen. Definitieve gunning zou plaatsvinden op 7 juni 2017. Niet in geschil is dat [de VOF] tijdig de in de onderbouwingsfase gevraagde “bijlage 1” heeft ingediend. Omdat Rijkswaterstaat meer tijd nodig heeft gehad voor de beoordeling van de onderbouwing dan op voorhand ingeschat, is de opdracht pas op 3 juli 2017 definitief aan [de VOF] gegund. Dat is een omstandigheid waar [de VOF] geen invloed op heeft gehad. De voorzieningenrechter is voorts – anders dan de Combinatie meent – van oordeel dat de aanbestedingsstukken een aanpassing van de genoemde planning toestaan. Onder 2.1 van het I&B-document wordt immers uitdrukkelijk gesproken van een indicatieve planning waar inschrijvers geen rechten aan kunnen ontlenen. Ook wordt gemeld dat de aanbesteder zich het recht voorbehoudt om de planning te wijzigen.

4.8.

De referentieroutes en de vlootschouw dienden op basis van het bestek in de laatste week van augustus en vóór 1 september 2017 te worden uitgevoerd. [de VOF] heeft de referentieroutes gereden en de vlootschouw gehouden op 18, 20 en 26 september 2017. Anders dan de Combinatie stelt, is het economisch evenwicht van de opdracht hiermee niet in het voordeel van [de VOF] gewijzigd, zoals bedoeld in artikel 2.163g lid 3 Aanbestedingswet. Daartoe is redengevend dat, zoals hiervoor overwogen, de datum van definitieve gunning is uitgesteld. De verplichtingen om referentieroutes te rijden en een vlootschouw te houden zijn met een gelijke termijn uitgesteld. [de VOF] heeft dan ook vanaf de datum definitieve gunning, het moment waarop zij wist dat de opdracht daadwerkelijk aan haar werd gegund, 85 dagen de tijd gehad om de referentieroutes en de vlootschouw voor te bereiden. Dat is dezelfde termijn als waarmee inschrijvers bij hun inschrijving hebben gerekend, zodat een en ander niet leidt tot een wijziging in de positie van [de VOF] .

4.9.

De Combinatie stelt zich voorts op het standpunt dat de opdracht wezenlijk is gewijzigd omdat Rijkswaterstaat het [de VOF] na sluiting van de inschrijvingstermijn in de onderbouwingsfase en zelfs na definitieve gunning nog heeft toegestaan haar inschrijving te wijzigen voor wat betreft het in te zetten materieel (tracties). Voor zover de Combinatie ook nog betoogt dat de inschrijving van [de VOF] niet voldoet aan de bestekseisen, geldt dat die vraag niet ter beoordeling voorligt, gelet op het hiervoor onder 4.1. en 4.2. geschetste kader. Voor de beoordeling van de vraag of sprake is van een wezenlijke wijziging is van belang dat uit het bestek volgt dat de inschrijver middels bijlage I diende te verklaren dat hij over voldoende tractie beschikt om bepaalde preventieve strooiacties uit te voeren. In de onderbouwingsfase diende [de VOF] als winnende inschrijver een gedetailleerd uitgewerkte lijst (bijlage 1) met in te zetten kentekens en namen van onderaannemers in te dienen als zekerheid voor Rijkswaterstaat dat na gunning voldoende tractie inzetbaar zou zijn om de preventieve acties uit te voeren. Na definitieve gunning diende de opdrachtnemer een uitvoeringsplan op te stellen waarin opnieuw moest worden vermeld welk materieel hij gaat inzetten.

4.10.

De voorzieningenrechter is met de Staat van oordeel dat de aanbestedingsdocumenten de ruimte laten aan inschrijvers om na inschrijving nog wijzigingen door te voeren in het materieel, zolang de in te zetten tracties maar voldoen aan de eisen. Het uitvoeringsplan behoefde niet identiek te zijn aan de al eerder ingediende bijlage 1. Immers, met de definitieve gunning is bijlage 1 goedgekeurd, terwijl op grond van bepaling 93.3. van het Contract Gladheidsbestrijding ook het uitvoeringsplan moest worden goedgekeurd. Bij een verplichting tot een gelijkluidende lijst met in te zetten materieel zou een dergelijke nieuwe beoordeling van de lijst door de aanbestedende dienst zinledig zijn. Daarbij komt dat uit lid 5 van bepaling 93.3. van het Contract Gladheidsbestrijding zonder meer volgt dat het uitvoeringsplan een dynamisch document is, nu daarin zonder enige beperking de mogelijkheid wordt geboden het plan aan te passen in geval van bijvoorbeeld een wijziging van het in te zetten materieel. Nu uit de aanbestedingsstukken voortvloeit dat het de opdrachtnemer is toegestaan om na gunning tracties te wijzigen, is geen sprake van een (wezenlijke) wijziging van de opdracht.

4.11.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen zullen worden afgewezen voor zover zij zich tegen de Staat richten. Hoewel tegen [de VOF] verstek is verleend, zullen ook de vorderingen worden afgewezen voor zover die zich tegen [de VOF] richten. Die vorderingen komen immers enkel voor toewijzing in aanmerking als de vorderingen tegen de Staat wordt toegewezen. Zoals hiervoor overwogen, is dat niet het geval.

4.12.

De Combinatie zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding. Voor veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

- verleent verstek tegen [de VOF] ;

- wijst het gevorderde af;

- veroordeelt de Combinatie in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van [de VOF] begroot op nihil en aan de zijde van de Staat begroot op € 1.434,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 618,-- aan griffierecht;

- veroordeelt de Combinatie om de proceskosten van de Staat binnen veertien dagen nadat dit vonnis is uitgesproken aan de Staat te betalen en bepaalt dat bij gebreke van tijdige betaling de wettelijke rente over de proceskosten is verschuldigd;

- verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H.I.J. Hage en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2017.

hvd