Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:12738

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18-10-2017
Datum publicatie
06-11-2017
Zaaknummer
C-09-537121-KG ZA 17-1069
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Aanbesteding. Motivering gunningsbeslissing. De motiveringsplicht van de aanbestedende dienst reikt niet zover dat inzage moet worden gegeven in de aanbieding van de winnaar. De prijs-component van de winnende inschrijving dient in beginsel onderdeel uit te maken van de gunningsbeslissing, in die zin dat de concrete prijs wordt genoemd. Op dit uitgangspunt mocht de aanbestedende dienst in de bijzondere omstandigheden van dit geval echter een uitzondering maken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/537121 / KG ZA 17/1069

Vonnis in kort geding van 18 oktober 2017

in de zaak van

de coöperatie

Allround Automotive Solutions (A.A.S.) U.A.,

gevestigd te Breda,

eiseres,

advocaat mr. A.J. van der Knijff te Breda,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon

Politie,

statutair gevestigd te ’s-Gravenhage,

gedaagde,

advocaat mr. T.G. Zweers-te Raaij te Zwolle,

waarin is tussengekomen:

de naamloze vennootschap

LeasePlan Nederland N.V.,

gevestigd te Almere,

advocaten mr. W.J.W. Engelhart en J.C. Langeveld te Utrecht.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘AAS’, ‘de Politie’ en ‘LeasePlan’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties;

- de incidentele conclusie tot tussenkomst c.q. voeging;

- de bij de mondelinge behandeling door alle partijen overgelegde pleitnotities.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 oktober 2017. Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 Het incident tot tussenkomst

2.1.

LeasePlan heeft (primair) gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen AAS en de Politie. Ter zitting hebben AAS en de Politie verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. LeasePlan is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de toewijzing van de gevorderde tussenkomst in de weg staat aan de vereiste spoed bij dit kort geding en de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

3.1.

AAS is een coöperatie van autoschadeherstelbedrijven. De Politie heeft een Europese aanbesteding uitgeschreven voor schadeherstel, ruitschadeherstel en ruitvervanging voor haar voertuigen. In de Inschrijvingsleidraad van 14 april 2017 staat, voor zover hier relevant, vermeld:

1.1

De Opdrachten

Deze aanbesteding betreft twee Opdrachten, te weten:

  • -

    Schadeherstel aan voertuigen (Perceel 1 tot en met 4);

  • -

    Herstellen of vervangen van ruiten van voertuigen (Perceel 5 tot en met 8).

(...)

3.1

Beoordelingssystematiek

Gunning vindt plaats op basis van het Gunningscriterium beste prijs - kwaliteit verhouding. De Inschrijvingen worden beoordeeld met gebruikmaking van de systematiek Gunnen op waarde (GoW).

Het kenmerk van GoW is dat kwaliteit vertaald wordt in een meerwaarde in euro’s en zo in relatie wordt gebracht met de prijs. Onder meerwaarde wordt verstaan: de waarde in euro’s die de Inschrijving voor de Politie heeft bovenop de waarde van een Inschrijving die alleen aan de minimumeisen voldoet.

Principe van GoW

GoW gaat uit van de offerteprijs in € (P) en de gescoorde totale meerwaarde voor kwaliteit in euro’s (MwTot) van de Inschrijving. De offerteprijs wordt verminderd met de gescoorde totale meerwaarde. Het resultaat is de evaluatieprijs in € (EP). De offerteprijs is het bedrag dat in het prijsblad staat vermeld onder E19 (Percelen 1 tot en met 4) en D31 (Percelen 6 tot en met 8).

EP = P – MwTot

De Inschrijver met de laagste evaluatieprijs (EP) heeft de Inschrijving met de beste prijs - kwaliteitverhouding.

Per kwaliteits(sub)criterium is vooraf door de Politie de maximale meerwaarde (MwMax) vastgesteld. De som van alle MwMax’en is de maximale totale meerwaarde (MwMaxTot).

(...)

De totale behaalde meerwaarde (MwTot) van de Inschrijver wordt in mindering gebracht op de door hem aangeboden offerteprijs hetgeen de evaluatieprijs oplevert. Deze evaluatieprijs levert een rangorde op. De Inschrijving met de laagste evaluatieprijs zal worden aangemerkt als de Inschrijving met de beste prijs-kwaliteit verhouding en dus de Economisch Meest Voordelige Inschrijving (EMVI). (...)

3.2

Kwalitatieve criteria

De antwoorden op deze wensen worden beoordeeld op een 5-puntenschaal. Leden van de beoordelingsgroep kennen per wens punten toe die per wens een bepaalde meerwaarde vertegenwoordigen. (...)

Punten

Waardering

0

Geen meerwaarde

1

Beperkte meerwaarde

2

Voldoende meerwaarde

3

Goede meerwaarde

4

Maximale meerwaarde

5.1

Communicatie

Melden van onduidelijkheden, onvolkomenheden en / of tegenstrijdigheden

(...)

De sluitingsdatum en -tijd voor het melden van onduidelijkheden, onvolkomenheden en of tegenstrijdigheden en of het stellen van vragen over de aanbesteding of de verstrekte documenten is 28-04-2017, 17.00. Na deze termijn is het niet meer mogelijk vragen in te dienen, anders dan voor vragen over de antwoorden in de eerste Nota van Inlichtingen.”

3.2.

Vraag 131 van de tweede Nota van Inlichtingen vermeldt, voor zover hier relevant:

“Klopt onze stellingname dat gelet op de openbaarheid van deze aanbesteding het na gunning voor marktpartijen vrij eenvoudig is om de netto condities die overeengekomen tussen u en de gegunde partij(en) zijn te berekenen.”

Het antwoord luidt:

“Uw stellingname is onjuist. Wij doen, omwille van de concurrentiepositie van Inschrijvers, geen openbare (TenderNed, Commerce-Hub) mededelingen over de tarieven en kortingen die door Inschrijvers zijn geoffreerd. Bovendien zullen wij de hoogte van de uiteindelijke winnende offerteprijs, omwille van de bedrijfsvertrouwelijkheid evenmin kenbaar maken.”

3.3.

AAS en LeasePlan hebben tijdig een inschrijving ingediend voor de percelen 1 t/m 4. Bij brief van 10 juli 2017 heeft de Politie aan AAS bericht:

“Ondanks uw inspanning gunt de Politie deze Opdracht niet aan uw organisatie.

De Politie is voornemens om de Opdracht voor de Percelen 1 t/m 4 te gunnen aan LeasePlan Nederland N.V.

In onderstaande tabel vindt u een overzicht van de scores op de Gunningscriteria van uw Inschrijving en van de winnende Inschrijving. U bent op alle Percelen als tweede geëindigd. Dit betekent dat uw Inschrijving niet voor Gunning in aanmerking komt. Een toelichting op uw scores vindt u in bijlage 1 van deze brief.

Percelen 1 t/m 4

Maximale score alle Percelen

Score LeasePlan Nederland NV

Score

A.A.S.

1. Beperken buitendienststelling

4

4

4

2. Kostenbesparing

4

2,67

3

Evaluatieprijs

Perceel 1

-

€ 596.289,25

Perceel 2

-

€ 822.955,00

Perceel 3

-

€ 857.000,00

Perceel 4

-

€ 708.455,00

Zoals in de Nota van Inlichtingen (vraag en antwoord 131) vermeld, is, omwille van de bedrijfsvertrouwelijkheid, de Inschrijvingsprijs van LeasePlan (en als gevolg daarvan de Evaluatieprijs, omdat aan de hand van de Evaluatieprijs de Inschrijvingsprijs berekend kan worden) niet kenbaar gemaakt.”

3.4.

In Bijlage 1 (Motivering) bij voormelde brief is onder meer opgenomen:

Ten aanzien van subgunningscriterium ‘Beperken buitendienststelling’.

U heeft in uw Inschrijving negen mogelijkheden genoemd die de buitendienststelling van voertuigen zouden kunnen beperken.

De leden van de beoordelingscommissie waren unaniem van oordeel dat A.A.S. in ieder geval vier concrete en relevante mogelijkheden heeft genoemd die de maximale duur van schadeherstel verkorten, zonder dat dit ten koste van de kwaliteit van het schadeherstel gaat.

Deze mogelijkheden zijn:

(...)

Vier concrete maatregelen leveren reeds de maximale score van 4 punten op.

LeasePlan Nederland NV heeft in haar inschrijving acht mogelijkheden genoemd die de buitendienststelling van voertuigen zouden kunnen beperken. De beoordelingscommissie was daarin unaniem van oordeel dat LeasePlan in ieder geval vier concrete en relevante mogelijkheden heeft genoemd die de maximale duur van schadeherstel verkorten zonder dat dit ten koste van de kwaliteit van het schadeherstel gaat.

Vier concrete maatregelen leveren LeasePlan Nederland NV net als u ook de maximale score van 4 punten op.

Ten aanzien van subgunningscriterium ‘Kostenbesparing’.

U heeft in uw Inschrijving zes mogelijkheden genoemd die naar uw mening kostenbesparend en drie mogelijkheden die kosten beheersend voor de Politie zouden zijn. De conclusie van de beoordelingscommissie was dat A.A.S. in ieder geval vier relevante mogelijkheden heeft genoemd om de kosten bij schadeherstel te beheersen en/of te verminderen, die in vergelijking met de mogelijkheden genoemd door LeasePlan een nagenoeg vergelijkbaar, maar iets groter effect sorteren.

Deze mogelijkheden zijn:

(...)

De door A.A.S. genoemde mogelijkheden leveren in vergelijking met de overige Inschrijvers een goede meerwaarde. Dit komt overeen met een score van 3 punten.

LeasePlan beschrijft in haar inschrijving het Cost Reduction Program dat in 5 stappen zou moeten leiden naar lagere en beheersbare kosten.

De conclusie van de beoordelingscommissie is dat de mogelijkheden die door LeasePlan zijn genoemd om de kosten bij schadeherstel te beheersen en/of te verminderen in vergelijking met de mogelijkheden genoemd door A.A.S. een nagenoeg vergelijkbaar, maar iets minder effect sorteren.

De door LeasePlan genoemde mogelijkheden leveren in vergelijking met de overige Inschrijvers een meerwaarde op die overeenkomt met een gemiddelde score van 2,67.

Ten aanzien van de Inschrijvingsprijs

De door LeasePlan geoffreerde Inschrijvingsprijs ligt voor alle Percelen lager dan de door u geoffreerde Inschrijvingsprijs. Het verschil in Inschrijvingsprijs heeft u met uw iets hogere score op het subgunningscriterium ‘Kostenbesparing’ niet goed kunnen maken.”

4 Het geschil

4.1.

AAS vordert, zakelijk weergegeven:

primair: de Politie te gebieden niet over te gaan tot het sluiten van een overeenkomst met LeasePlan;

subsidiair: de Politie te gebieden het sluiten van een overeenkomst met LeasePlan op te schorten zo lang niet correct gemotiveerd een besluit tot gunning is genomen en de opschortende termijn van artikel 2.127 Aanbestedingswet niet is aangevangen en verlopen;

op straffe van verbeurte van een dwangsom.

4.2.

Daartoe voert AAS – samengevat – het volgende aan. De gunningsbeslissing is onvoldoende gemotiveerd waardoor de juistheid niet is te controleren. Uit de beslissing is alleen af te leiden dat zowel LeasePlan als AAS volgens de Politie maximaal scoort op het criterium Buitendienststelling en dat AAS 3 punten en LeasePlan 2,67 punten scoort op het criterium Kostenbesparingen. De evaluatieprijs van LeasePlan wordt niet in de gunningsbeslissing genoemd, zodat niet is vast te stellen of deze prijs lager is dan die van AAS en of de prijs juist is berekend.

De toelichting bij de beoordeling maakt duidelijk dat LeasePlan acht mogelijkheden heeft genoemd die buitendienststelling zouden kunnen beperken, maar niet duidelijk is wat die maatregelen inhouden. Niet toetsbaar is dus of LeasePlan ten minste vier concrete en relevante mogelijkheden heeft genoemd, die nodig zijn om een maximale score te behalen. Bij het subgunningscriterium Kostenbesparing wordt niet inzichtelijk waar het verschil in waardering tussen de inschrijvingen van AAS en LeasePlan precies op is gebaseerd.

Nu de gunningsbeslissing onvoldoende is gemotiveerd, is de opschortende termijn van artikel 2.127 Aanbestedingswet niet gaan lopen. De gunningsbeslissing bevat ook een fout voor wat betreft het eindigen van de termijn voor het aanhangig maken van een kort geding. Ook gelet hierop is de opschortende termijn niet gaan lopen.

LeasePlan exploiteert zelf geen schadeherstelbedrijf en heeft ook geen specifieke kennis op dat gebied. Zij voldoet dus niet aan de vereisten om voor gunning in aanmerking te komen. Leaseplan maakt vermoedelijk gebruik van een onderaannemer, maar de competenties van een onderaannemer kunnen niet geheel in de plaats komen van die van een hoofdaannemer. LeasePlan kan geen leidende rol spelen en had dus uitgesloten moeten worden.

4.3.

De Politie en LeasePlan voeren gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4.4.

LeasePlan vordert – zakelijk weergegeven – de Politie te gebieden de opdracht aan LeasePlan te gunnen, voor zover zij de opdracht nog wenst te gunnen.

4.5.

Verkort weergegeven stelt LeasePlan daartoe dat zij er belang bij heeft dat de opdracht definitief aan haar gegund wordt en derhalve bij afwijzing van de vorderingen van AAS, nu die definitieve gunning daardoor in gevaar kan komen.

4.6.

Voor zover nodig zullen de standpunten van AAS en de Politie met betrekking tot de vorderingen van LeasePlan hierna worden besproken.

5 De beoordeling van het geschil

5.1.

De meest verstrekkende stelling van AAS is dat LeasePlan niet als hoofdaannemer kan worden beschouwd omdat zij niet de kennis en kunde heeft om de werkzaamheden uit te voeren en dat haar inschrijving daarom op grond van de geschiktheidseisen terzijde had moeten worden gelegd. Die stelling kan niet worden gevolgd. Vaststaat dat de aanbestedingsstukken het toestaan om een onderaannemer in te schakelen, zoals LeasePlan heeft gedaan en dat niet is voorgeschreven dat de inschrijver bepaalde (“kritieke”) taken zelf uitvoert. De aanbestedingsstukken schrijven slechts voor dat LeasePlan als eindverantwoordelijke partij fungeert als centraal aanspreekpunt. Gesteld noch gebleken is dat LeasePlan niet als centraal aanspreekpunt zal fungeren. AAS heeft nog verwezen naar de toelichting op artikel 7:751 van het Burgerlijk Wetboek, waarin staat vermeld dat de leiding over het gehele werk bij de hoofdaannemer dient te berusten. Dat is evenwel een specifiek op de aanneming van werk toegespitste bepaling en deze bepaling vormt dan ook niet het kader voor de beoordeling van het hier voorliggende aanbestedingsrechtelijke geschil.

5.2.

AAS stelt zich voorts op het standpunt dat de gunningsbeslissing onvoldoende is gemotiveerd. AAS maakt geen bezwaar tegen de motivering van de gunningsbeslissing voor zover die betrekking heeft op (de beoordeling van) haar eigen inschrijving. Zij wil kunnen controleren of de beoordeling van de inschrijving van LeasePlan de gunningsbeslissing rechtvaardigt. Uit artikel 2.130 Aanbestedingswet volgt dat de mededeling van de gunningsbeslissing de relevante redenen voor die beslissing dient te bevatten en dat onder relevante redenen in ieder geval worden verstaan de kenmerken en voordelen van de uitgekozen inschrijving alsmede de naam van de begunstigde.

5.3.

Uit de aanbestedingsstukken vloeit voort dat voor kwaliteit scores kunnen worden behaald die volgens een bepaalde formule worden omgezet naar een meerwaarde in euro’s. Vervolgens wordt de evaluatieprijs berekend door die meerwaarde in euro’s van de door inschrijvers gegeven offerteprijs af te trekken. De inschrijving met de laagste evaluatieprijs is de winnende inschrijving. De uitslag van de aanbesteding is aldus gebaseerd op een prijs-component en een kwaliteits-component.

5.4.

Voor wat betreft de prijs-component heeft de Politie in de gunningsbeslissing aan AAS volstaan met de mededeling dat LeasePlan voor alle percelen met een lagere offerteprijs had ingeschreven dan de door AAS geoffreerde prijs. AAS stelt zich op het standpunt dat de evaluatieprijzen van LeasePlan per perceel in de gunningsbeslissing hadden moeten worden vermeld.

5.5.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de prijs-component van de winnende inschrijving in beginsel onderdeel dient uit te maken van de gunningsbeslissing, in die zin dat de concrete prijs wordt genoemd. Op dit uitgangspunt mocht de Politie in de bijzondere omstandigheden van dit geval echter een uitzondering maken. Daartoe is redengevend dat in antwoord 131 van de tweede Nota van Inlichtingen is aangekondigd dat de offerteprijs van de winnende inschrijver niet kenbaar zou worden gemaakt, net zomin als de tarieven en kortingen die door inschrijvers zijn geoffreerd. Inschrijvers hebben dan ook een inschrijving ingediend in het vertrouwen dat dat gegeven geheim zou blijven. AAS heeft daartegen ingebracht dat de Nota van Inlichtingen niet vermeldt dat de evaluatieprijzen niet zullen worden verstrekt, maar enkel dat de offerteprijzen niet zullen worden verstrekt. Uit de berekeningssystematiek van deze aanbesteding, zoals onder 5.3. beschreven, volgt echter dat de offerteprijzen bij bekendheid met de evaluatieprijzen eenvoudig kunnen worden berekend. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat met antwoord 131 van de tweede Nota van Inlichtingen voor de behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver duidelijk was dat ook de evaluatieprijzen niet bekend zouden worden gemaakt.

5.6.

AAS stelt zich voorts op het standpunt dat antwoord 131 van de tweede Nota van Inlichtingen in strijd komt met de op de Politie rustende verplichting tot motivering van de gunningsbeslissing en dat het de Politie daarom niet vrij stond die bepaling in de aanbestedingsstukken op te nemen. De Politie heeft zich allereerst tegen dat standpunt verweerd met het betoog dat AAS haar recht verwerkt heeft om daar nog over te klagen. Dat verweer slaagt niet. De aanbestedingsprocedure liet immers geen ruimte meer voor het melden van klachten naar aanleiding van de tweede Nota van Inlichtingen. Dit volgt uit het gegeven dat de antwoorden in de Tweede Nota van Inlichtingen zijn verstrekt na afloop van de termijn waarbinnen vragen konden worden gesteld en opmerkingen gemaakt. De Politie heeft nog aangevoerd dat professionele partijen zich over het algemeen niet laten afschrikken door de boodschap dat geen volgende Nota van Inlichtingen zal verschijnen. Dat standpunt slaagt niet. Het opnemen van nieuwe modaliteiten in de laatste Nota van Inlichtingen verdient geen aanbeveling. Dat is echter een keuze van de aanbestedende dienst en de omstandigheid dat daarover daarna geen opmerkingen meer kunnen worden gemaakt, komt dan ook voor rekening en risico van de aanbestedende dienst. Aan AAS kan niet worden tegengeworpen dat zij de instructies van de Politie heeft gevolgd en geen bezwaar meer heeft gemaakt tegen de tweede Nota van Inlichtingen.

5.7.

De voorzieningenrechter is voorts van oordeel dat het de Politie in dit specifieke geval vrij stond te bepalen dat de prijs van de winnende inschrijver niet zou worden vermeld. De Politie en LeasePlan hebben immers voldoende aannemelijk gemaakt dat AAS aan de hand van de evaluatieprijzen een vrij precieze inschatting kan maken van de hoogte van de kortingspercentages waarmee LeasePlan heeft ingeschreven. AAS heeft niet betwist dat de totaalprijs in de markt normaliter uit drie componenten bestaat. Daarnaast heeft de Politie voldoende aannemelijk gemaakt dat met de inschrijfprijs per perceel voor AAS inzichtelijk is wat de prijsstrategie van LeasePlan per perceel, en dus per regio, is. Dit betreft bedrijfsgevoelige gegevens, die invloed kunnen hebben op toekomstig marktgedrag van partijen.

5.8.

AAS stelt op zichzelf terecht dat zij vanwege het ontbreken van de evaluatieprijs van LeasePlan niet in staat is te controleren of de berekeningen die de aanbestedingsstukken voorschrijven op correcte wijze hebben plaatsgevonden. Zij wist dat echter op voorhand en heeft niettemin een inschrijving ingediend. Daarbij komt dat AAS, indien zij twijfelt aan de juistheid van de berekening, ook andere maatregelen had kunnen voorstellen om die twijfel weg te nemen, waarbij tevens tegemoetgekomen zou kunnen zijn aan de wens van LeasePlan om haar prijzen niet openbaar te maken. Nu het een louter rekenkundige kwestie betreft, had bijvoorbeeld een onafhankelijke en financieel deskundige derde ingeschakeld kunnen worden om de berekening te controleren.

5.9.

AAS stelt zich ook op het standpunt dat de kwaliteits-component van de inschrijving van LeasePlan in de gunningsbeslissing onvoldoende is gemotiveerd. Met betrekking tot het subgunningscriterium ‘Beperken buitendienststelling’ staat in de gunningsbeslissing vermeld dat LeasePlan acht mogelijkheden heeft genoemd die de buitendienststelling van voertuigen zouden kunnen beperken en dat daarbij in ieder geval vier concrete en relevante mogelijkheden zijn die de maximale duur van schadeherstel verkorten zonder dat dit ten koste van de kwaliteit van het schadeherstel gaat, zodat LeasePlan de maximale score van 4 punten heeft behaald. Met betrekking tot het subgunningscriterium ‘Kostenbesparing’ staat in de gunningsbeslissing vermeld dat LeasePlan in haar inschrijving een programma beschrijft dat in vijf stappen moet leiden naar lagere en beheersbare kosten en dat de door LeasePlan genoemde mogelijkheden in vergelijking met die van AAS een nagenoeg vergelijkbaar, maar iets minder effect sorteren. Voorts is vermeld dat de inschrijving van LeasePlan op dit onderdeel een score heeft behaald van 2,67 punten.

5.10.

De Politie heeft allereerst betoogd dat AAS geen belang heeft bij een verdere motivering van de score van LeasePlan, aangezien AAS op het eerste subgunningscriterium, evenals LeasePlan, maximaal heeft gescoord en op het tweede subgunningscriterium hoger dan LeasePlan. Dat betoog slaagt niet. De uitslag van de aanbesteding is immers niet uitsluitend gebaseerd op de kwaliteits-component, maar ook op een prijs-component. Zoals in de gunningsbeslissing, gericht aan AAS, staat vermeld: De door LeasePlan geoffreerde Inschrijvingsprijs ligt voor alle Percelen lager dan de door u geoffreerde Inschrijvingsprijs. Het verschil in Inschrijvingsprijs heeft u met uw iets hogere score op het subgunningscriterium ‘Kostenbesparing’ niet goed kunnen maken.” Indien LeasePlan op het onderdeel kwaliteit minder punten zouden zijn toebedeeld, zou dat het verschil dat met de prijs is gemaakt wellicht kunnen compenseren. Een lagere score van LeasePlan op kwaliteit kan aldus tot een andere rangorde van de inschrijvingen leiden. Gelet hierop heeft AAS belang bij een verdere motivering van de door LeasePlan behaalde scores. Partijen twisten voorts over de vraag of AAS daar ook recht op heeft.

5.11.

Artikel 2.130 Aanbestedingswet is vrijwel gelijkluidend aan het vervallen artikel 6 juncto artikel 1 sub n van de Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden (Wira). In de toelichting op artikel 2.130 Aanbestedingswet wordt dan ook verwezen naar de toelichting op de Wira. Uit die toelichting volgt dat de eindscores van zowel de winnende als de afgewezen inschrijver, de scores van de afgewezen inschrijver op specifieke kenmerken en de reden(en) waarom op een specifiek kenmerk (eventueel) niet de maximum score is toegekend in beginsel gelden als relevante redenen voor de gunningsbeslissing. Zoals hiervoor vermeld heeft de Politie de scores van LeasePlan in de gunningsbeslissing vermeld. Dat is voldoende. AAS heeft niet onderbouwd dat bijzondere omstandigheden in deze zaak tot een ander oordeel moeten leiden. Gelet op het voorgaande heeft AAS er geen recht op te weten welke door LeasePlan genoemde maatregelen en mogelijkheden tot de behaalde score hebben geleid.

5.12.

AAS heeft een beroep gedaan op jurisprudentie waaruit blijkt dat de gunningsbeslissing zodanig inzichtelijk moet worden gemotiveerd dat het voor een afgewezen inschrijver mogelijk is om de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden te toetsen en zijn procespositie te kunnen bepalen. Dit geldt echter slechts voor zover het gaat om de inschrijving van de afgewezen inschrijver zelf. De motiveringsplicht van de aanbestedende dienst reikt niet zover dat inzage moet worden gegeven in de aanbieding van de winnaar.

5.13.

AAS heeft tot slot gesteld dat de gunningsbeslissing abusievelijk vermeldt dat de opschortende termijn als bedoeld in artikel 2.127 Aanbestedingswet eindigt op 30 juli 2017. Dat de termijn een dag later is geëindigd, is niet in geschil tussen partijen. Aan deze onjuistheid zullen verder geen consequenties worden verbonden, nu AAS de dagvaarding in deze procedure tijdig heeft ingediend.

5.14.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen van AAS zullen worden afgewezen.

5.15.

Nu de Politie voornemens is de opdracht ook definitief te gunnen aan LeasePlan, brengt voormelde beslissing mee dat LeasePlan geen belang (meer) heeft bij toewijzing van haar vorderingen, zodat deze worden afgewezen. LeasePlan zal worden veroordeeld in de kosten van de Politie, welke kosten worden begroot op nihil, nu niet is gebleken dat de Politie als gevolg van deze vorderingen extra kosten heeft moeten maken. Ondanks de afwijzing moet AAS in haar verhouding tot LeasePlan worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij. Het doel van LeasePlan was immers te voorkomen dat het de Politie (voorlopig) zou worden verboden een overeenkomst met LeasePlan te sluiten, welk doel is bereikt. AAS zal dan ook worden veroordeeld in de proceskosten van LeasePlan. Voorts zal AAS, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van de Politie.

6 De beslissing

De voorzieningenrechter:

6.1.

wijst het gevorderde af;

6.2.

veroordeelt LeasePlan voor wat betreft de door haar ingestelde vorderingen jegens de Politie in de kosten van de Politie, tot dusver begroot op nihil;

6.3.

veroordeelt AAS in de overige proceskosten, tot dusver begroot aan de zijde van zowel de Politie als LeasePlan telkens op € 1.434,--, waarvan € 618,-- aan griffierecht en € 816,-- aan salaris advocaat;

6.4.

bepaalt dat de verschuldigde proceskosten aan de Politie dienen te worden voldaan binnen veertien dagen nadat dit vonnis is uitgesproken en dat – bij gebreke daarvan – daarover de wettelijke rente verschuldigd is;

6.5.

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H.I.J. Hage en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2017.

hvd