Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:12569

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
31-10-2017
Datum publicatie
01-12-2017
Zaaknummer
NL17.10094
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Asielaanvraag niet-ontvankelijk o.g.v. Protocol 24. Eiseres zou naast de Ethiopische nationaliteit ook over de Italiaanse nationaliteit beschikken. Strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL17.10094


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 oktober 2017 in de zaak tussen

[eiseres], eiseres, V-nummer [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M.J.A. Bakker),

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder

(gemachtigde: mr. L. Mol).


Procesverloop
Bij besluit van 3 oktober 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) in de verlengde procedure niet-ontvankelijk verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 oktober 2017. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens is M.Y. Abdi als tolk ter zitting verschenen.

Ter zitting heeft de rechtbank besloten de zaak aan te houden om verweerder in de gelegenheid te stellen een standpunt in te nemen.

Verweerder heeft bij brief van 25 oktober 2017 gereageerd. Eiseres heeft daarop, bij brief van 26 oktober 2017, een reactie gegeven. Vervolgens heeft verweerder bij brief van 27 oktober 2017 aangegeven geen nadere zitting te wensen.

Beide partijen hebben aldus schriftelijk toestemming gegeven om de zaak zonder nadere zitting af te doen. De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens gesloten.

Overwegingen

1. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1993 en is van Ethiopische nationaliteit. Op 19 januari 2017 heeft eiseres de onderhavige aanvraag ingediend.

2. Verweerder heeft de aanvraag op grond van Protocol nr. 24 inzake Asiel voor Onderdanen van Lidstaten van de Europese Unie van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (Protocol 24) niet-ontvankelijk verklaard. Gelet op de verklaringen van eiseres enerzijds en de Italiaanse wetgeving anderzijds wordt aangenomen dat eiseres in het bezit is van de Italiaanse nationaliteit en dat zij derhalve kan worden beschouwd als een EU-onderdaan.

3. Eiseres kan zich niet verenigen met het bestreden besluit en heeft daartoe – samengevat weergeven – het volgende aangevoerd. Eiseres stelt zich op het standpunt dat het bestreden besluit onzorgvuldig is genomen. Voorts betwist eiseres dat zij de Italiaanse nationaliteit bezit.

4. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

5. De rechtbank overweegt als volgt.

5.1.

Ingevolge Protocol 24 beschouwen de lidstaten elkaar, het niveau van bescherming van de fundamentele rechten en vrijheden in de lidstaten van de Europese Unie in aanmerking nemend, als veilige landen van oorsprong voor alle juridische en praktische doeleinden in verband met asielzaken. Dienovereenkomstig kan een asielaanvraag van een onderdaan van een lidstaat door een andere lidstaat uitsluitend in aanmerking worden genomen of ontvankelijk worden verklaard in bepaalde nader omschreven gevallen.

5.2.

Eiseres heeft in de zienswijze verklaard dat haar ouders niet gehuwd waren, dat haar vader haar niet heeft erkend en dat gerechtelijke vaststelling van het ouderschap niet heeft plaatsgevonden. Voorts staat vast dat eiseres de Ethiopische nationaliteit heeft via haar moeder. Verweerder heeft zich gelet op deze verklaringen niet uitsluitend op grond van haar namen en het feit dat haar vader de Italiaanse nationaliteit bezat op het standpunt mogen stellen dat eiseres de Italiaanse nationaliteit heeft verkregen via haar vader althans dat de bewijslast bij eiseres ligt en dat eiseres moet aantonen dat zij de Italiaanse nationaliteit niet heeft. Daarbij komt dat het feit dat eiseres Italiaanse namen voert in haar namenketen slechts een gevolg is van het Ethiopische gebruik (gewoonterecht) om de voornamen van de vader (en grootvader) in de namenketen van eiseres op te nemen.

5.3.

De rechtbank is van oordeel dat er, gelet op hetgeen eiseres in de zienswijze naar voren heeft gebracht, gerede twijfel bestaat of eiseres aanspraak kan maken op de Italiaanse nationaliteit. Verweerder heeft zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiseres ingevolge de Italiaanse nationaliteitswetgeving de Italiaanse nationaliteit heeft verkregen.

6. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit is genomen in strijd met het in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) neergelegde zorgvuldigheidsbeginsel en het in artikel 3:46 van de Awb neergelegde motiveringsbeginsel.

7. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen, omdat dit naar het zich laat aanzien geen efficiënte geschilafdoening zal opleveren. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak.

8. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 990 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 495 en een wegingsfactor 1). Omdat aan eiseres een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 990,-.


Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. E.S.G. Jongeneel, rechter, in aanwezigheid van mr. J.C. de Grauw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2017.

griffier

rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.