Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:12524

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17-01-2017
Datum publicatie
24-11-2017
Zaaknummer
NL16.4011
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dublin Spanje, beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL16.4011


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 januari 2017 in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. E.H.J.M. de Bonth),

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder

(gemachtigde: mr. E. de Jong).

Procesverloop

Bij besluit van 22 december 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL16.4012 plaatsgevonden op 12 januari 2017. Eiser noch zijn gemachtigde is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1977 en bezit de Ivoriaanse nationaliteit.

2. Op 29 september 2016 heeft verweerder de vingerafdrukken van eiser naar Eurodac gezonden. Uit Eurodac is gebleken dat eiser de buitengrens van de lidstaten die gebonden zijn aan de Eurodacverordening op 20 september 2016 op illegale wijze heeft overschreden via Spanje. Op grond van dit Eurodacresultaat heeft verweerder vastgesteld dat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming.

3. Op 23 november 2016 heeft verweerder de Spaanse autoriteiten gevraagd om eiser over te nemen op grond van artikel 13, eerste lid, van Verordening (EU) 604/2013 (de Dublinverordening). De Spaanse autoriteiten hebben hiermee ingestemd op 28 november 2016.

4. Eiser kan zich niet verenigen met een overdracht aan de Spaanse autoriteiten en voert daartoe aan dat hij in Spanje geen asielverzoek heeft gedaan en niet in Spanje wilde blijven. Eiser is in Spanje gedetineerd geweest en vreest voor een behandeling in strijd met artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).

5. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

6. De rechtbank overweegt als volgt.

Eiser heeft niet bestreden dat hij de buitengrens van de lidstaten op 20 september 2016 heeft overschreden via Spanje en dat Spanje daarom op grond van artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser. Eiser heeft met het door hem in beroep gevoerde betoog niet aannemelijk gemaakt dat Spanje zijn verdragsverplichtingen niet zal nakomen. De enkele stelling dat eiser in Spanje mogelijk weer gedetineerd wordt is daartoe onvoldoende. De rechtbank wijst er voorts op dat eiser bij zijn Dublingehoor zelf heeft verklaard dat hij in Spanje geen problemen heeft gehad. Verweerder heeft zich -met de in het besluit gegeven motivering- dan ook terecht op het standpunt gesteld dat geen grond bestaat voor het oordeel dat ten opzichte van Spanje niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan of dat door de overdracht van eiser aan Spanje een situatie zal ontstaan die strijdig is met artikel 3 van het EVRM.

7. Het beroep is ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L.E. Bakels, rechter, in aanwezigheid van mr. M.D. Gunster, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2017.

griffier

rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending daarvan of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.