Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:12420

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17-10-2017
Datum publicatie
17-11-2017
Zaaknummer
NL17.7233, NL17.7234 en NL17.7235
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep niet tijdig beslissen asiel. Beroep gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

Zaaknummers: NL17.7233, NL17.7234 en NL17.7235

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 oktober 2017 in de zaken tussen

[eiser 1], eiser, V-nummer [V-nummer],

[eiseres], eiseres, V-nummer [V-nummer],

[eiser 2] , eiser, V-nummer [V-nummer]

(gemachtigde: mr. P. Scholtes)

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, thans de minister van Veiligheid en Justitie, verweerder

(gemachtigde: mr. B.J. Pattiata).

Procesverloop

Bij besluiten van 29 maart 2016 heeft verweerder de aanvragen van eisers van 23 oktober 2015 tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

Bij uitspraak van 21 april 2016 heeft de rechtbank de beroepen van eisers tegen de besluiten van 29 maart 2016 gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw op de aanvragen te beslissen (NL16.558, NL16.559 en NL16.560).

Op 20 oktober 2016 hebben eisers beroepen ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun asielaanvragen. Bij uitspraak van 12 juli 2017 heeft de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk verklaard (NL16.2956, NL.2957 en NL16.2958).

Op 29 juni 2017 hebben eisers beroepen ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun asielaanvragen. Deze beroepen zijn geregistreerd onder zaaknummers NL17.4132, NL17.4134 en NL17.4135.

Op 18 augustus 2017 hebben eisers nogmaals beroepen ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun asielaanvragen. Deze beroepen zijn geregistreerd onder zaaknummers NL17.7233, NL17.7234 en NL17.7235.

Bij besluit van 11 oktober 2017 heeft verweerder aan eisers een dwangsom toegekend ter hoogte van € 1260,- wegens het niet tijdig beslissen op de aanvragen.

Het onderzoek ter zitting in de beroepen NL17.4132, NL17.4134, NL17.4135, NL17.7233, NL17.7234 en NL17.7235 heeft plaatsgevonden op 12 oktober 2017.

De partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

De gemachtigde van eisers heeft ter zitting namens eisers de beroepen NL17.4132, NL17.4134 en NL17.4135 ingetrokken.

Overwegingen

1. Deze uitspraak heeft betrekking enkel op de beroepen NL17.7233, NL17.7234 en NL17.7235, aangezien de gemachtigde van eisers ter zitting de beroepen NL17.4132, NL17.4134 en NL17.4135 heeft ingetrokken.

2. In de voornoemde uitspraak van 12 juli 2017 heeft de rechtbank vastgesteld dat verweerder de beslistermijn verlengd heeft, de beslistermijn op 21 juli 2017 verstrijkt en dat verweerder uiterlijk op 20 juli 2017 dient te beslissen. Tegen deze uitspraak heeft geen van de partijen hoger beroep ingesteld.

3. De rechtbank stelt thans vast dat eisers voorafgaande aan het instellen van de beroepen NL17.7233, NL17.7234 en NL17.7235 verweerder in gebreke hebben gesteld op 26 juli 2017 en derhalve nadat de beslistermijn verstreken was. Er is sprake van een rechtsgeldige ingebrekestelling. Nu verweerder niet tijdig (binnen twee weken na de ingebrekestelling) op de asielaanvragen heeft beslist, zijn de beroepen tegen het niet tijdig beslissen, NL17.7233, NL17.7234 en NL17.7235, gegrond.

4. Verweerder heeft aan eisers bij besluit van 11 oktober 2017 de maximale dwangsom voor het niet tijdig nemen van een besluit toegekend.

5. Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb bepaalt de rechtbank als het beroep gegrond is en nog geen besluit is bekendgemaakt dat het bestuursorgaan binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekendmaakt. In bijzondere gevallen kan de rechtbank op grond van het derde lid een andere termijn stellen.

6.1

Bij brief van 11 oktober 2017 heeft verweerder het ten aanzien van eiser [eiser 1] uitgebrachte advies van het Bureau Medische Advisering van 10 mei 2017 toegezonden aan de gemachtigde van eiser en eiser in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken aan te tonen dat de medische zorg voor hem ontoegankelijk is.

6.2

Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder verklaard dat na afloop van de aan de gemachtigde van eiser verleende termijn van twee weken, verweerder nog een termijn van twee weken nodig heeft om op de aanvragen te beslissen.

De gemachtigde van eisers heeft ter zitting met deze termijn ingestemd.

6.3

De rechtbank is gezien het vorenstaande van oordeel dat thans sprake is van een bijzonder geval waarin een langere termijn dan twee weken nodig is. Gelet op de voornoemde brief van verweerder van 11 oktober 2017 en het verhandelde ter zitting bepaalt de rechtbank dat verweerder uiterlijk 8 november 2017 (binnen vier weken na 11 oktober 2017) alsnog een besluit op eisers aanvragen bekend maakt.

7. De rechtbank bepaalt in overeenstemming met het landelijke beleid (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl) dat verweerder een dwangsom van € 100,- verschuldigd is voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-, afzonderlijk voor elke aanvraag.

8. De rechtbank ziet aanleiding verweerder met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de door eisers gemaakte proceskosten. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van samenhangende zaken zoals bedoeld in artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Voor de vaststelling van de proceskostenveroordeling worden op grond van dit artikel samenhangende zaken beschouwd als één zaak. De rechtbank stelt de proceskosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 247,50 (1 punt voor het beroepschrift tegen het niet tijdig beslissen en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een wegingsfactor van 0,25, waarde per punt € 495,-).

Beslissing

De rechtbank

- verklaart de beroepen NL17.7233, NL17.7234 en NL17.7235 gegrond;

- vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;

- draagt verweerder op uiterlijk 8 november 2017 een besluit op de asielaanvragen van

eisers bekend te maken;

- bepaalt dat verweerder aan een ieder van eisers een dwangsom van € 100,- verbeurt voor

elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van

€ 15.000,- per persoon;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van in totaal € 247,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. van Zeben-de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. I.N. Powell, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2017.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.