Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:12380

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24-10-2017
Datum publicatie
17-11-2017
Zaaknummer
NL17.9978
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Proces-verbaal
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Mondelinge uitspraak voorlopige voorziening, geen belang meer, inmiddels op beroep beslist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL17.9978


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 oktober 2017 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

(gemachtigde: mr. M.R. van der Pol),

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder

(gemachtigde: mr. L. Mol).


Procesverloop

Bij besluit van 28 september 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000)

niet-ontvankelijk verklaard.


Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat uitzetting achterwege blijft, totdat op het beroep is beslist.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL17.9977, plaatsgevonden op 24 oktober 2017. Verzoeker is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.

2. De voorzieningenrechter overweegt dat een toewijzing van een verzoek om een voorlopige voorziening alleen mogelijk is als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Bij mondelinge uitspraak van heden, in de procedure met zaaknummer NL17.9977, heeft de rechtbank het beroep van verzoeker ongegrond verklaard.

3. Nu op het beroep van verzoeker is beslist, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden afgewezen, omdat verzoeker geen belang meer heeft ten aanzien van de beoordeling van zijn verzoek.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.S.G. Jongeneel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.C. de Grauw, griffier, op 24 oktober 2017.

griffier

voorzieningenrechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.