Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:1230

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13-02-2017
Datum publicatie
16-02-2017
Zaaknummer
NL17.461
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

- Nigeria

- opvolgende asielaanvraag

- homoseksuele geaardheid niet (meer) geloofwaardig

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL17.461

V-nummer: [nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 13 februari 2017 in de zaak tussen

[eiser], eiser,

gemachtigde mr. drs. J.M. Walls,

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

gemachtigde mr. J.H.M. Post.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 29 januari 2017 waarbij de asielaanvraag van eiser is afgewezen en een inreisverbod is opgelegd voor de duur van twee jaren (het bestreden besluit).

De behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden op 9 februari 2017. Eiser is ter zitting verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was ter zitting aanwezig P. Oronsaie, tolk in het Pidgin-Engels. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en bezit de Nigeriaanse nationaliteit. Op 27 december 2016 heeft eiser een opvolgende aanvraag ingediend tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij heeft aan zijn aanvraag ten grondslag gelegd dat hij vanwege zijn homoseksuele geaardheid problemen verwacht bij terugkeer naar zijn land van herkomst. Verder heeft hij gewezen op zijn leeftijd en zijn gebrekkige gezondheid (de ziekte van Parkinson).

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, op grond van artikel 31, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, e, f, g en h, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder acht – anders dan bij de eerdere asielaanvraag van eiser – de gestelde homoseksuele geaardheid van eiser niet geloofwaardig. Eiser heeft in 2012 een aanvraag ingediend om afgifte van een EU-verblijfsdocument wegens een relatie met een vrouw. Uit de stukken is gebleken dat zij beiden hebben verklaard al meer dan een jaar een relatie te hebben, wat door getuigen is bevestigd. Deze informatie, alsmede werkinstructie (WI) 2015/9 over de beoordeling van geloofwaardigheid van seksuele gerichtheid, heeft geleid tot voortschrijdend inzicht. Verweerder heeft daarom nader onderzoek gedaan. Op basis van dat onderzoek concludeert verweerder dat eiser geen geloofwaardige verklaringen heeft afgelegd over zijn homoseksuele gerichtheid. Verweerder acht de medische toestand van eiser niet van dien aard, dat uitzetting van eiser om die reden leidt tot ernstige schade.

3. Eiser heeft in beroep betoogd dat de homoseksuele gerichtheid van eiser eerder in rechte is komen vast te staan en dat de verklaringen in het kader van de aanvraag van een EU-verblijfsdocument geen aanleiding kunnen zijn voor heronderzoek. Verweerder heeft immers de gestelde relatie met een vrouw in die procedure als een schijnrelatie aangemerkt. Dat eiser wisselende verklaringen heeft afgelegd over zijn relaties, doet aan de geloofwaardigheid van zijn homoseksuele geaardheid niet af. Ook WI 2015/9 kan geen aanleiding zijn voor heronderzoek, nu verweerder ook voor de bekendmaking daarvan al een vaste gedragslijn hanteerde voor de beoordeling van seksuele gerichtheid. Wat betreft zijn medische toestand heeft eiser aangevoerd dat verweerder nader onderzoek had moeten verrichten.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. Gelet op de beroepsgronden dient allereerst te worden beoordeeld of verweerder terug mocht komen op zijn eerdere standpunt dat eisers gestelde homoseksuele geaardheid geloofwaardig is.

5. Eiser heeft op 16 mei 2010 een eerdere asielaanvraag ingediend. De afwijzing daarvan, bij besluit van verweerder van 10 november 2010, is in rechte komen vast te staan. Verweerder heeft bij dat besluit weliswaar aannemelijk geacht dat eiser homoseksueel is, maar daaraan niet de gevolgtrekking verbonden dat terugkeer naar het land van herkomst leidt tot vervolging, dan wel een reëel risico op ernstige schade.

6. Eiser wordt niet gevolgd in zijn standpunt dat verweerder niet mocht terugkomen op zijn eerdere standpunt. Na de afwijzing van zijn asielaanvraag heeft eiser immers in het kader van de aanvraag van een EU-verblijfsdocument verklaringen afgelegd over zijn relatie met een vrouw. Reeds daarom mocht dat voor verweerder aanleiding zijn om grondig nader onderzoek - volgens de gedragslijn neergelegd in WI 2015/9 - te verrichten in het kader van eisers opvolgende asielaanvraag, nu eiser wederom zijn homoseksuele geaardheid als asielmotief heeft genoemd. Overwogen wordt dat de afwijzing van eisers eerdere asielaanvraag in rechte is komen vast te staan, maar dat dit niet afdoet aan de mogelijkheid om op een eerder standpunt terug te komen als daarvoor aanleiding is. De beroepsgrond treft geen doel.

7. De rechtbank stelt vast dat eiser geen beroepsgronden heeft gericht tegen de inhoudelijke beoordeling die verweerder heeft gemaakt van eisers gestelde homoseksuele gerichtheid. Dat betekent dat verweerder de asielaanvraag, voor zover deze is gebaseerd op de problemen die eiser vreest vanwege zijn seksuele gerichtheid, terecht heeft afgewezen.

8. Vervolgens moet worden beoordeeld of verweerder nader had moeten onderzoeken of de medische klachten van eiser van dien aard zijn, dat terugkeer naar Nigeria om die reden leidt tot een reëel risico op ernstige schade.

9. Eiser heeft een slecht leesbare medische verklaring in het geding gebracht. Ter zitting bleek dat het een stuk is dat dateert van 2014, afkomstig van een neuroloog, waarin wordt bevestigd dat eiser de ziekte van Parkinson heeft en dat hij daarvoor een medicijn krijgt. Verder staat daarin dat zijn toestand is verbeterd. Ter zitting heeft eiser verklaard dat hij dit medicijn nog steeds gebruikt en dat hij daarmee goed kan functioneren.

10. Gelet op deze informatie heeft verweerder terecht geconcludeerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een ziekte in een vergevorderd en levensbedreigend stadium. Verweerder heeft in de voorhanden zijnde informatie terecht geen aanleiding gezien voor een nader medisch onderzoek. Ook deze beroepsgrond faalt. Verweerder heeft terecht in de medische toestand van eiser geen reden gezien voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

11. Eiser heeft geen beroepsgronden aangevoerd tegen de kennelijk ongegrondverklaring van zijn asielaanvraag, noch tegen het opgelegde inreisverbod.

12. Het beroep is ongegrond.

13. Van omstandigheden op grond waarvan één der partijen moet worden veroordeeld in de door de andere partij gemaakte kosten is de rechtbank niet gebleken.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2017.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen een week na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.