Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:11871

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
25-09-2017
Datum publicatie
10-11-2017
Zaaknummer
NL17.7744
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Asiel, niet geloofwaardig dat eiser actief heeft deelgenomen aan manifestaties, beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL17.7744


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 september 2017 in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. P. Scholtes),

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder

(gemachtigde: mr. E. de Jong).


Procesverloop
Bij besluit van 25 augustus 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft ter zitting gemotiveerd verweer gevoerd.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 september 2017. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens is ter zitting verschenen B.P. den Butter, als tolk.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1995 en burger van Azerbeidzjan te zijn. Eiser heeft op 28 juni 2017 een asielaanvraag ingediend.

2. Aan zijn asielaanvraag heeft eiser ten grondslag gelegd dat hij zich sinds 2013 op politiek gebied heeft ingezet om de situatie in zijn land van herkomst te verbeteren. Eiser stelt in dit kader te hebben deelgenomen aan een aantal politieke activiteiten in het land van herkomst. Naar aanleiding van enkele activiteiten zou eiser problemen hebben ondervonden met de politie.

3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:

- Eiser is burger van Azerbeidzjan, spreekt Azeri en is afkomstig uit Sheki;

- Eiser stelt politiek opposant te zijn en daardoor problemen te hebben ondervonden.

4. Verweerder acht de gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. Verweerder volgt eiser ook in zijn stelling dat hij aanwezig is geweest bij een manifestatie op 28 februari 2015 en op 6 april 2016 en dat eiser aansluiting heeft gezocht bij de politieke partij AHC. Verweerder volgt eiser echter niet in zijn stelling dat hij problemen heeft ondervonden vanwege zijn politieke acties.

5. Eiser voert, kort samengevat, aan dat hij wel problemen heeft gehad met de politie vanwege zijn politieke acties. Hij heeft, terwijl hij al in Nederland was, een oproep gekregen om voor de rechtbank te Sheki te verschijnen. Een kopie hiervan heeft hij aan verweerder gezonden. Eiser stelt dat hij ten onrechte niet staat is gesteld om de originele oproep van de rechtbank te Sheki te kunnen overleggen en voert aan dat verweerder eventueel ook de kopie had kunnen onderzoeken op echtheid, door bijvoorbeeld contact op te nemen met de rechtbank in Sheki en daar navraag te doen over de oproep. Eiser voert voorts aan dat verweerder ten onrechte de zienswijze van eiser ten aanzien van zijn bijdrage aan de manifestatie niet heeft betrokken in de beschikking. Voorts voert eiser aan dat er onvoldoende is gereageerd op de zienswijze ten aanzien van zijn aansluiting bij de oppositiepartij AHC. Eiser moet zich eerst drie jaar bewijzen voor de partij, voordat het lidmaatschap met een document wordt bevestigd.

6. De rechtbank overweegt het volgende.

6.1

Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser summier heeft verklaard over zijn politieke strijd, waar hij in 2013 mee begonnen zou zijn. Uit eisers verklaringen blijkt niet wat zijn politieke ideeën zijn en het wordt niet duidelijk op welke manier hij zijn politieke strijd wil vormgeven. Uit de verklaringen van eiser blijkt voorts niet dat hij zich actief heeft ingezet in zijn politieke strijd. Dit blijkt onder andere uit het feit dat eiser sinds 2013 slechts twee manifestaties heeft bezocht. Ten aanzien van deze manifestaties heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser niet heeft aangetoond dat hij daaraan zelf actief heeft deelgenomen en dat hij om daarvoor is opgepakt door de politie. Eisers verklaring ter zitting, dat een van de manifestaties chaotisch was en dat men willekeurig de microfoon pakte om te spreken, leidt niet tot een ander oordeel. Eiser heeft hiermee niet aangetoond dat hij zelf ook gesproken heeft. Ook de door eiser overgelegde informatie waaruit blijkt dat er meer aanhoudingen zijn verricht dan waar verweerder van uit was gegaan en eisers verwijzingen naar een filmpje op YouTube en een bericht op Facebook, die beiden zijn verwijderd, zijn daartoe onvoldoende.

6.2

Verweerder heeft het opmerkelijk mogen achten dat eiser pas in 2016 aansluiting heeft gezocht bij een partij en heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers lidmaatschap bij de partij AHC niet aannemelijk is geworden. Uit het dossier blijkt dat eiser vaag verklaard heeft over de activiteiten die hij als lid voor de partij zou hebben verricht. Daarnaast heeft eiser zijn stelling, dat het lidmaatschap pas met een document wordt bevestigd nadat hij zich drie jaar heeft bewezen voor de partij, niet onderbouwd.

6.3

Eiser heeft voorts, tot nu toe, niet aannemelijk gemaakt dat hij problemen heeft gehad met de politie. Eiser heeft niet kunnen verklaren waarom juist hij in de negatieve belangstelling zou staan van de autoriteiten, vanwege zijn geringe politieke activiteiten in de afgelopen drie jaar. Ook heeft eiser hiervan geen documenten ter onderbouwing overgelegd. Ter zitting heeft eiser aangegeven dat zijn familie nu bereid is om de originele oproep van de rechtbank te Sheki op te sturen naar Nederland. Nu het echter niet zeker is of en wanneer het document zal worden opgestuurd ziet de rechtbank op dit moment geen aanleiding tot aanhouding van deze zaak en is de zaak beoordeeld op grond van de aanwezige stukken in het dossier.

6.4

Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder eisers asielaanvraag op juiste gronden heeft afgewezen. Het beroep zal ongegrond worden verklaard.

6.5

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr. C.E.B. Davis, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 september 2017.

griffier

rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending daarvan of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.