Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:11869

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
25-09-2017
Datum publicatie
10-11-2017
Zaaknummer
NL17.7673
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dublin/Italië, minderjarigheid, beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL17.7673


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 september 2017 in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. M.J. Paffen),

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder

(gemachtigde: mr. E. de Jong).

Procesverloop

Bij besluit van 24 augustus 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft ter zitting gemotiveerd verweer gevoerd.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL17.7674, plaatsgevonden op 14 september 2017. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens is ter zitting verschenen S. Kamara, als tolk.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum 1] 2001 en de Guinese nationaliteit te hebben. Eiser heeft op 12 mei 2017 een asielaanvraag ingediend.

2. Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen en heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Daarin is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen indien op grond van de Dublinverordening is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Deze verordening is de Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (de Dublinverordening). In dit geval heeft Nederland op 23 juni 2017 bij Italië een verzoek om terugname gedaan. Italië heeft dit verzoek op 1 juli 2017 aanvaard. Verweerder gaat voorts uit van de meerderjarigheid van eiser, gelet op de door hem opgegeven geboortedata in Duitsland, Zwitserland en Italië.

3. Eiser voert aan dat hij, tegenstelling tot het standpunt van verweerder, minderjarig is. Eiser voert aan dat hij in Italië in eerste instantie had aangegeven minderjarig te zijn. Hij heeft later een andere (meerderjarige) geboortedatum opgegeven, zodat hij kon doorreizen. Hetzelfde geldt voor de andere landen. Als minderjarige zou hij niet door kunnen reizen. Eiser voert aan dat hij als minderjarige alleenstaande niet overgedragen kan worden aan Italië vanwege de algemene situatie voor alleenstaande minderjarige asielzoekers. Eiser stelt voorts in bewijsnood te verkeren en verwijst naar het algemeen ambtsbericht van Guinee met betrekking tot het verkrijgen van identiteitskaarten. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder diende over te gaan tot het opstarten van een leeftijdsonderzoek, aangezien er twijfel is ontstaan over de leeftijd van eiser en eiser in bewijsnood verkeert.

4. De rechtbank overweegt als volgt.

4.1

Gebleken is dat eiser in Duitsland als meerderjarige, geboren op [geboortedatum 2] 1997, is geregistreerd. In Zwitserland is eiser ook als meerderjarige, geboren op [geboortedatum 3] 1997, geregistreerd. Volgens het claimakkoord van Italië heeft eiser daar verschillende geboortedata opgegeven, namelijk [geboortedatum 3] 1997 (meerderjarig), [geboortedatum 4] 2001(minderjarig) en [geboortedatum 5] 1999 (minderjarig ten tijde van de asielaanvraag in Italië, inmiddels meerderjarig). Hiermee heeft eiser zelf twijfel gezaaid over zijn leeftijd en is het, gelet op het gebrek aan identificerende documenten, aan eiser om aan te tonen dat hij daadwerkelijk minderjarig is. Verweerder heeft hiervoor terecht verwezen naar de uitspraak van uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 23 mei 2017 (AWB 17/9115 en AWB 17/9119) en naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 5 augustus 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:2219). De enkele stelling van eiser dat hij telkens een andere, meerderjarige, geboortedatum opgaf zodat hij kon doorreizen, is onvoldoende om aan te nemen dat eiser daadwerkelijk minderjarig is.

Eiser heeft voorts niet aannemelijk gemaakt dat hij in bewijsnood verkeert om aan te tonen dat hij minderjarig is. Uit het algemeen ambtsbericht blijkt namelijk, naast hetgeen eiser heeft geciteerd over het geboorteregistratiesysteem, echter ook dat het in de praktijk mogelijk is om al vanaf de geboorte een paspoort aan te vragen en dat dit met behulp van een tussenpersoon (zoals een familielid) kan worden gedaan. Voorts volgt uit het ambtsbericht dat een minderjarige kan beschikken over een schoolkaart of een geboortebewijs. Indien er geen geboorteakte aanwezig is, kan een zogenaamd jugement supplétif (een vervangende akte) worden aangevraagd. Verweerder heeft zich derhalve niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat het niet onmogelijk is om enig identificerend document te verkrijgen. Verweerder was niet gehouden om een leeftijdsonderzoek te starten

4.2

Nu uitgegaan mag worden van de meerderjarigheid van eiser, komt eisers beroepsgrond dat de situatie in Italië voor minderjarige alleenstaande asielzoekers slecht is, niet voor bespreking in aanmerking.

5. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr. C.E.B. Davis, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 september 2017.

griffier

rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending daarvan of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.