Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:11694

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11-10-2017
Datum publicatie
06-11-2017
Zaaknummer
C/09/520895 / FA RK 16-8238
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Ontkenning vaderschap. Filipijns recht toegepast. Gerechtelijke vaststellling vaderschap. Nederlands recht toegepast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 16-8238

Zaaknummer: C/09/520895

Datum beschikking: 11 oktober 2017

Ontkenning vaderschap en gerechtelijke vaststelling vaderschap

Beschikking op het op 28 oktober 2016 ingekomen verzoek van:

[verzoekster] ,

de moeder,

wonende te [woonplaats]

advocaat mr. drs. K. Moene te ’s-Gravenhage.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te

[geboorteplaats] ,

de minderjarige,

in rechte vertegenwoordigd door mr. F. Borger van der Burg-Holstege advocaat te

’s-Gravenhage,

in de hoedanigheid van bijzondere curator.

Met betrekking tot het verzoek tot ontkenning van het vaderschap:

[juridische vader]

de juridisch vader,

wonende op de Filipijnen.

Met betrekking tot het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap:

[de man] ,

de man,

wonende te [woonplaats]

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift, waarbij stukken zijn overlegd die na te melden feiten ondersteunen;

- het verweerschrift van de bijzondere curator;

- de brief d.d. 5 januari 2017 van de moeder;

- de brief d.d. 9 februari 2017 van de moeder;

- de schriftelijke verklaring van de man d.d. 13 februari 2017, inhoudende dat hij instemt met toewijzing van het verzoek, althans geen verweer wenst te voeren, en verklaart geen gebruik te willen maken van zijn recht om door de rechter te worden gehoord.

Op 13 september 2017 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: verzoekster met haar advocaat, de man en de bijzondere curator. De juridisch vader is – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet ter terechtzitting verschenen.

Verzoek

Het verzoekschrift strekt tot:

  • -

    gegrondverklaring van de ontkenning door de moeder van het vaderschap van de vader over voornoemde minderjarige;

  • -

    gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man over voornoemde minderjarige;

  • -

    vast te stellen dat de verklaring van de moeder en de man luidt dat de minderjarige de geslachtsnaam [naam van de man] zal hebben.

De bijzondere curator adviseert de verzoeken toe te wijzen. Tevens verzoekt de bijzondere curator zelfstandig – voor zover nodig – de ontkenning van het vaderschap van de vader gegrond te verklaren en het vaderschap van de man gerechtelijk vast te stellen.

Feiten

- De moeder en vader zijn gehuwd op [datum] te [huwelijksplaats] , [huwelijksplaats] , Filipijnen.

- Tijdens dit huwelijk is voornoemde minderjarige geboren.

- De moeder, de vader en de minderjarige hebben de Filipijnse nationaliteit.

- De man heeft de Nederlandse nationaliteit.

- Uit een rapport van DNA-onderzoek blijkt dat de man met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de biologische vader is van de minderjarige.

- Bij beschikking van deze rechtbank d.d. 7 november 2016 is mr. Borger van der Burg-Holstege voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde de minderjarige ingevolge artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek (BW) te vertegenwoordigen.

Beoordeling

Rechtsmacht

Op grond van artikel 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe.

Ontkenning vaderschap

Ingevolge artikel 10:93 jo. artikel 10:92 BW, past de rechtbank Filipijns recht toe op het verzoek, zijnde het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de moeder en de vader.

Artikel 164 van het Filipijnse Familierechtelijke Wetboek (Family Code of the Philippines) bepaalt dat tijdens het huwelijk van de ouders geboren kinderen wettige kinderen zijn.

Artikel 166 van dit wetboek bepaalt, voor zover thans van belang, dat de wettigheid van een kind kan worden aangevochten, onder meer:

  • -

    indien het voor de man lichamelijk onmogelijk was dat hij tussen 120 en 300 dagen voor de geboorte van het kind geslachtsgemeenschap met de vrouw heeft gehad, omdat de echtelieden in die mate gescheiden leefden, dat gemeenschap niet mogelijk was;

  • -

    indien de minderjarige, wetenschappelijk bewezen, niet van de man kan afstammen.

Op grond van artikel 167 van het wetboek is het voor de moeder niet mogelijk de wettigheid van het kind te ontkennen.

Artikel 170 van voormeld wetboek bepaalt de termijn waarbinnen een verzoek tot ontkenning van de wettigheid kan worden ingediend. Deze termijn is kort gezegd één jaar wanneer de echtgenoot of zijn erven in de stad of gemeente leefde(n) waar de geboorte heeft plaatsgevonden of is geregistreerd, twee jaar wanneer de echtgenoot of zijn erven elders op de Filippijnen wonen en drie jaar wanneer zij buiten de Filippijnen wonen.

Artikel 173 van het Filipijnse Familierechtelijke Wetboek bepaalt dat een kind een verzoek tot vaststelling van zijn wettigheid kan indienen zolang hij leeft.

Uit de toepasselijke wettelijke bepalingen moet worden geconcludeerd dat alleen voor de echtgenoot van de moeder is geregeld dat hij de wettigheid van een kind ontkennen. De vrouw wordt nadrukkelijk uitgesloten om de wettigheid van een kind te ontkennen. Een kind kan wel een verzoek over de vaststelling van zijn wettigheid indienen. Er is geen bepaling opgenomen dat een kind ook zijn wettigheid kan ontkennen.

De moeder heeft in dit verband verwezen naar een uitspraak van de rechtbank Zutphen van 14 juli 2011(ECLI:NL:RBZUT:2011:BR4838). De rechtbank sluit aan bij de overwegingen van de rechtbank Zutphen en is van oordeel dat de bepalingen van het Filipijnse Familierechtelijke Wetboek vanuit de Filipijnse situatie dienen te worden begrepen.

Nu op de Filipijnen een echtscheiding wettelijk gezien (vrijwel) onmogelijk is, heeft een kind vanuit die optiek aldaar in beginsel geen belang bij ontkenning van het vaderschap, omdat dit zou inhouden dat het kind alsdan niet wettig is en geen juridische vader meer heeft. Nu de mogelijkheid tot ontkenning van het vaderschap door een minderjarige, anders dan ontkenning door de moeder, niet uitdrukkelijk is uitgesloten door de Filipijnse wetgever en aan de minderjarige wel de mogelijkheid wordt geboden een verzoek in te dienen tot vaststelling van zijn wettigheid, oordeelt de rechtbank, in lijn met de uitspraak van rechtbank Zutphen, dat de Filipijnse wetgever kennelijk niet heeft bedoeld de mogelijkheid aan de minderjarige te onthouden het vaderschap van de juridische ouder te ontkennen wanneer het kind daarbij belang heeft.

Nu voldoende vaststaat dat de vader niet de biologische vader van de minderjarige is en de minderjarige thans in Nederland verblijft bij zijn moeder en de man, heeft de minderjarige voldoende belang bij ontkenning van het vaderschap. Nu de Filipijnse wet geen gronden voor ontkenning van de wettigheid door een minderjarige vermeldt, zal de rechtbank aansluiten bij de criteria die voor een echtgenoot gelden, zoals vermeld in artikel 166 van het Filipijnse Familierechtelijke Wetboek. Hiertoe overweegt de rechtbank dat uit het DNA-onderzoek is gebleken dat de vader niet de biologische vader is van de minderjarige, maar de man. Hiermee is wetenschappelijk bewezen dat de minderjarige niet van de echtgenoot kan afstammen, wat een van de gronden is voor de ontkenning van de wettigheid c.q. het vaderschap. Daarmee is aan de inhoudelijke eisen voldaan.

Voor de termijn wordt aangesloten bij artikel 173 van het Filipijnse Familierechtelijke Wetboek, nu de wetgever kennelijk heeft beoogd voor een kind geen termijn te stellen aan het doen van een verzoek dat betrekking heeft op de wettigheid. Gelet daarop is het verzoek tijdig gedaan.

Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank de moeder niet-ontvankelijk verklaren in haar verzoek en het zelfstandig verzoek van de bijzondere curator toewijzen.

Gerechtelijke vaststelling vaderschap

Ingevolge artikel 10:97 BW past de rechtbank Nederlands recht toe op het verzoek, zijnde het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van de moeder en de man.

De moeder heeft haar verzoek tijdig ingediend zodat zij kan worden ontvangen in haar verzoek.

Zoals hiervoor reeds overwogen blijkt uit het overgelegde rapport van DNA-onderzoek dat met meer dan 99,999% zekerheid is aangetoond dat de man de verwekker is van de minderjarige. Nu van overige bezwaren als bedoeld in artikel 1:207 BW niet is gebleken ligt het verzoek – onder de voorwaarde dat de beslissing tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap onherroepelijk is geworden – voor toewijzing gereed.

Uit de te nemen beslissing volgt dat vertegenwoordiging van de minderjarige [minderjarige] door de bijzondere curator niet meer nodig is. De rechtbank zal de bijzondere curator daarom ontslaan uit haar functie.

Geslachtsnaam

De moeder heeft verzocht te bepalen dat de minderjarige de geslachtsnaam van de man zal dragen. De man heeft hiermee ingestemd. De rechtbank zal deze beoogde geslachtsnaam in het dictum van deze beschikking opnemen.

Beslissing

De rechtbank:

*

verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap;

*

verklaart gegrond het verzoek van de bijzondere curator tot ontkenning van het vaderschap van:

[juridische vader] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , Filipijnen,

over de minderjarige:

[minderjarige] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

uit:

[verzoekster] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , Filipijnen;

stelt – onder de voorwaarde dat de beslissing tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap onherroepelijk is geworden – vast het vaderschap van [de man] geboren op [geboortedatum] te ’ [geboorteplaats] , over voornoemde minderjarige;

*

stelt vast dat de verklaring van de man en de moeder luidt dat de minderjarige de geslachtsnaam van de man zal dragen;

*

ontslaat de bijzondere curator van haar functie als bijzondere curator over [minderjarige]

Deze beschikking is gegeven door mr. H. Dragtsma, tevens kinderrechter, bijgestaan door

P. Hillebrand als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 oktober 2017.