Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:11693

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
03-10-2017
Datum publicatie
13-10-2017
Zaaknummer
C/09/16/423 F
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Art. 15b Fw. Gefailleerde niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot opheffing van zijn faillissement.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 15b
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/5284
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team Insolventies – enkelvoudige kamer

insolventienummer: C/09/16/[000] F

uitspraakdatum : 3 oktober 2017

In het faillissement van:

[gefailleerde],

geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats],

wonende [adres, postcode en woonplaats],

ten tijde van de faillietverklaring

handelend onder de naam CAFÉ [X],

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [00000000],

vestigingsadres: [postcode, vestigingsplaats en adres],

heeft gefailleerde op 21 juli 2017 een verzoek ingediend strekkende tot opheffing van het faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Ten aanzien van gefailleerde is bij vonnis van 13 september 2016 het faillissement uitgesproken, met benoeming van mr. R. Cats tot rechter-commissaris. Mr. G. Barendregt, advocaat te Gouda, is benoemd tot curator.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 september 2017. Bij deze behandeling zijn zowel gefailleerde, vergezeld van zijn moeder, als de curator verschenen en gehoord.

Alvorens de rechtbank tot inhoudelijke behandeling van het verzoek van gefailleerde kan overgaan, dient eerst ambtshalve de vraag beantwoord te worden of gefailleerde een beroep op artikel 15b, eerste lid, van de Faillissementswet (hierna art. 15b) toekomt. Hiervoor is het volgende van belang. Op grond van artikel 15b kan een gefailleerde de rechtbank verzoeken om zijn faillissement op te heffen onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling. Een dergelijk verzoek kan blijkens het eerste lid echter alleen worden gedaan indien redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de gefailleerde wegens hem toe te rekenen omstandigheden binnen de termijn bedoeld in artikel 3, eerste lid, geen verzoekschrift tot het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling heeft ingediend of indien het faillissement is uitgesproken op eigen aangifte van de schuldenaar.

Naar het oordeel van de rechtbank doet in het onderhavige geval het eerstgenoemde van de in het eerste lid genoemde situaties zich voor. Uit het dossier blijkt dat de griffier van de rechtbank gefailleerde overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, eerste lid, van de Faillissementswet bij brief van 11 juli 2016 in kennis heeft gesteld van het tegen hem ingediende faillissementsverzoek en hem erop heeft gewezen dat hij binnen veertien dagen na de dag van verzending van die brief alsnog een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling kon indienen. Gefailleerde heeft een dergelijk verzoek niet binnen deze termijn ingediend. Ook tijdens de behandeling van het faillissementsverzoek in raadkamer op 13 september 2016 heeft gefailleerde geen verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ingediend. Gefailleerde heeft hieromtrent verklaard dat hij zich helemaal niet bezig hield met (de aanvraag van) de schuldsaneringsregeling, omdat hij door middel van het treffen van een betalingsregeling met de aanvraagster van het faillissement het faillissement dacht af te kunnen wenden. Deze omstandigheid dient voor rekening van gefailleerde te komen en staat aan inhoudelijke behandeling van het verzoek tot opheffing van zijn faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling in de weg. De rechtbank kan dan ook niet anders dan gefailleerde niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek.

De rechtbank merkt voorts uitdrukkelijk op dat deze uitspraak niet betekent dat gefailleerde niet zou kunnen worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Immers, het staat hem vrij na het opheffen van zijn faillissement, met behulp van de gemeente, opnieuw een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling te doen.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart [gefailleerde] niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot opheffing van zijn faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Gewezen door mr. M.M.F. Holtrop en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 oktober 2017 in aanwezigheid van C.R. Cortenbach-van der Lek LL.B., griffier.