Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:11691

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
03-10-2017
Datum publicatie
13-10-2017
Zaaknummer
C/09/14/94 R
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eerder verzoek tbe afgewezen. Verplichtingen wederom niet nagekomen. Nieuwe schuld en boedelachterstand. Betalingsregeling getroffen maar onbekend is of schuldenaar deze nakomt. Voorts is de aflossing onvoldoende om de gehele schuld te voldoen.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 350
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team Insolventies – enkelvoudige kamer

In de schuldsaneringsregeling van:

[schuldenaar],

geboren op [geboortedatum] 1958 te [geboorteplaats],

woonadres: [postcode en woonplaats, adres]

[Schuldenaar] zal hierna worden aangeduid als ‘schuldenaar’.

1 Verloop van de procedure

1.1

Ten aanzien van schuldenaar is bij vonnis van 24 februari 2014 de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van mr. M.M.F. Holtrop tot rechter-commissaris. S.A.M. Koppelman (Koppelman & Perez Bewindvoering), kantoorhoudende te Zuidland is benoemd tot bewindvoerder.

1.2

Bij vonnis van 20 september 2016 heeft de rechtbank de looptijd van de schuldsaneringsregeling van schuldenaar verlengd met 21 maanden, derhalve tot
24 november 2018.

1.3

Op 15 augustus 2017 heeft de bewindvoerder een verzoek ingediend strekkende tot voortijdige beëindiging van de schuldsaneringsregeling als bedoeld in artikel 350 van de Faillissementswet (Fw). De rechter-commissaris heeft te kennen gegeven het verzoek te ondersteunen.

1.4

Vooruitlopend op de mondelinge behandeling als bedoeld in artikel 350 lid 2 Fw heeft de bewindvoerder de rechtbank bij schrijven van 14 september 2017 geïnformeerd over de laatste stand van zaken.

1.5

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 september 2017. Bij die gelegenheid zijn verschenen:

- schuldenaar,

- mr. U. Karatas, raadsman van schuldenaar,

- J. Perez Herrera namens de bewindvoerder.

1.6

De rechtbank heeft hierna vonnis bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1

De rechtbank stelt bij de beoordeling van het verzoek tot tussentijdse beëindiging voorop dat uit de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) voor schuldenaar een aantal verplichtingen voortvloeit, die hun grond vinden in de doelstelling van die wet. Deze doelstelling komt er op neer dat personen die in een uitzichtloze financiële situatie terecht zijn gekomen, de kans moet worden geboden hun schulden te saneren en weer met een schone lei verder te gaan. Gelet hierop mag van schuldenaar worden gevergd dat de hij zich tot het uiterste inspant om te voldoen aan de op zijn rustende verplichtingen en dat de hij daarnaast ook overigens niets zal doen of nalaten waardoor een juiste en voortvarende uitvoering van de door zijn gewenste schuldsaneringsregeling kan worden belemmerd of gefrustreerd. Tegen deze achtergrond bepaalt de wet dan ook dat niet nakoming van één of meer van de verplichtingen kan leiden tot een voortijdige beëindiging van de regeling.

2.2

De bewindvoerder heeft zijn verzoek gegrond op de volgende feiten en omstandigheden. Schuldenaar komt ook na het vonnis van 20 september 2016 zijn informatieverplichting onvoldoende na. Meerdere stukken ten behoeve van het vrij te laten bedrag zijn niet overgelegd. Daarnaast heeft schuldenaar de nieuwe schuld aan de Sociale Verzekeringsbank onvoldoende ingelopen en is sprake van een boedelachterstand van een € 2.630,20. Ter beoordeling staat of deze verwijten gegrond zijn en zo ja, of dit dient te leiden tot de door de bewindvoerder verzochte beëindiging van de schuldsaneringsregeling.

2.3

De rechtbank oordeelt als volgt. Het verzoek van de bewindvoerder is met name gebaseerd op de nieuwe schuld en het laten ontstaan van een boedelachterstand. Het niet-nakomen van de verplichting om geen nieuwe schulden te laten ontstaan heeft reeds eerder aanleiding gegeven tot een verzoek tot tussentijdse beëindiging. Dit eerdere verzoek is behandeld op 26 augustus 2016. Hoewel schuldenaar tot deze datum niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen die voortvloeien uit de schuldsaneringsregeling, heeft de rechtbank in haar vonnis van 20 september 2016 schuldenaar nog het voordeel van de twijfel gegeven. De rechtbank is daartoe gekomen omdat schuldenaar te kennen heeft gegeven de nieuwe schuld aan de Sociale Verzekeringsbank van € 3.924,22 in te lopen middels een betalingsregeling en daarnaast heeft hij de ontbrekende stukken alsnog overgelegd.

2.4

De rechtbank stelt vast dat schuldenaar na het vonnis van 20 september 2016 zijn verplichtingen wederom niet is nagekomen. Zo ontbreken meerdere stukken ten behoeve van het vrij te laten bedrag, ondanks herhaalde verzoeken van de bewindvoerder. Tevens is uit het dossier gebleken dat schuldenaar per 17 oktober 2016 is verhuisd zonder toestemming van de bewindvoerder dan wel de rechter-commissaris. De adresgegevens heeft schuldenaar niet aan de bewindvoerder doorgegeven en het nieuwe adres is pas bekend geworden nadat de oproep van de rechtbank van 22 augustus 2017 retour was gekomen. Tevens is schuldenaar de afgesproken betalingsregeling om de boedelachterstand in te lopen niet nagekomen. Er zijn geen extra stortingen verricht door schuldenaar. Het is niet bekend of schuldenaar de betalingsregeling voor de nieuwe schuld wel nakomt, maar al zou schuldenaar deze nakomen dan is de aflossing onvoldoende om de gehele schuld te voldoen voor het einde van de looptijd van de regeling. Schuldenaar heeft tevens niet voldaan aan zijn inspanningsverplichting.

2.5

De rechtbank moet constateren dat na 20 september 2016 geen sprake is geweest van verbetering in de nakoming van de op schuldenaar rustende verplichtingen. Het verweer van schuldenaar dat hij niet meer solliciteert omdat hij door de vele afwijzingen gedemotiveerd is geraakt, wordt verworpen. Immers de verplichting houdt in dat schuldenaar zich tot het uiterste dient in te spannen om een dienstbetrekking te verkrijgen, niet dat schuldenaar daadwerkelijk een baan dient te verkrijgen. Het verweer dat schuldenaar door een inkomstenterugval niet over de financiële middelen beschikt om af te lossen op de boedelachterstand, wordt tevens verworpen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat schuldenaar wist dan wel behoorde te weten wat van hem werd verwacht. Alle verplichtingen zijn immers (opnieuw) expliciet besproken en voorgehouden ter zitting van 26 augustus 2016. De rechtbank is dan ook van oordeel dat schuldenaar is tekortgeschoten in de nakoming van de op hem rustende verplichtingen en dat dit tekortschieten zodanig toerekenbaar is, dat dit thans een tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling rechtvaardigt. Dat schuldenaar -met tussenkomst van zijn raadsman- alsnog de ontbrekende stukken kan overleggen, maakt de beslissing niet anders.

2.6

De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en het bedrag van de door deze gemaakte kosten vaststellen. Het is de rechtbank gebleken dat er baten beschikbaar zijn om daaruit vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen. De schuldenaar zal deswege, voor het geval dat deze uitspraak kracht van gewijsde krijgt, van rechtswege in staat van faillissement komen te verkeren. Om proceseconomische redenen zal reeds nu worden overgegaan tot het benoemen van een rechter-commissaris en het aanstellen van een curator.

3 De beslissing:

De rechtbank:

  • -

    beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregelingen van [schuldenaar], voornoemd;

  • -

    stelt de vergoeding van de bewindvoerder vast op € 2.945,09 (inclusief de verschuldigde omzetbelasting), voor zover de boedel toereikend is;

voor het geval dat deze uitspraak kracht van gewijsde krijgt zal in staat van faillissement verkeren:

[schuldenaar],

geboren op [geboortedatum] 1958 te 's-Gravenhage,

woonadres: [postcode en woonplaats, adres]

- benoemt tot rechter-commissaris het lid van deze rechtbank mr. M.M.F. Holtrop en stelt aan als curator S.A.M. Koppelman (Koppelman & Perez Bewindvoering) kantoorhoudende te Zuidland,

correspondentieadres:

Postbus 2

3214 ZG Zuidland

- geeft de curator last tot het openen van aan gefailleerde gerichte brieven en telegrammen.

Gewezen door mr. D. Nobel, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 oktober 2017 in aanwezigheid van A.M.C. van der Zwan, griffier.

Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof te Den Haag.