Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:11689

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
03-10-2017
Datum publicatie
13-10-2017
Zaaknummer
R 17/71
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Salaris schuldsaneringsbewindvoerder na vernietiging toelatingsvonnis door Gerechtshof. Rechtbank stelt alsnog salaris bewindvoerder vast.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 292
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK DEN HAAG

Team Insolventies – enkelvoudige kamer

Vonnis van 3 oktober 2017

in de zaak van:

[verzoeker],

geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats],

woonadres: [postcode, woonplaats en adres],

(hierna te noemen: [verzoeker])

1 Verloop van de procedure

1.1

Ten aanzien van [verzoeker] is bij vonnissen van 2 maart 2017 van deze rechtbank het verzoek ex artikel 287a eerste lid Faillissementswet afgewezen en de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van mr. R, Cats tot rechter-commissaris. D.H.H. Graven-Quasters (het WSNP-kantoor), kantoorhoudende te Zuidland, is benoemd tot bewindvoerder.

1.2

Bij arresten van 23 mei 2017 heeft het gerechtshof Den Haag (hierna: hof) het vonnis van deze rechtbank van 2 maart 2017 ten aanzien van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling alsmede het verzoek ex artikel 287a eerste lid Fw. vernietigd en Woonpartners bevolen om in te stemmen met de door [verzoeker] aangeboden schuldregeling.

1.3

De bewindvoerder heeft bij schrijven van 30 mei 2017 het hof verzocht om een herstelarrest voor de kosten van de bewindvoerder.

1.4

Het hof heeft bij schrijven van 7 juli 2017 de bewindvoerder bericht dat het verzoek zich niet leent voor een herstel als bedoeld in artikel 31 lid 1 wetboek van Rechtsvordering.

1.5

De bewindvoerder heeft bij schrijven van 5 september 2017 de rechtbank verzocht om vaststelling van de vergoeding bewindvoerdersalaris.

1.6

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 september 2017. Bij die gelegenheid zijn verschenen:

- [A], (schoonvader) namens [verzoeker]

- [B], directielid PLANgroep

- de bewindvoerder.

1.7

De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1

Vast is komen te staan dat [verzoeker] appèl heeft ingesteld tegen de vonnissen van de rechtbank van 2 maart 2017. De mondelinge behandeling bij het hof heeft op
16 mei 2017 plaatsgevonden. De door de rechtbank benoemde bewindvoerder is daarvoor niet door het hof uitgenodigd.

2.2

In weerwil van het bepaalde in artikel 292 leden 1 en 3 Fw. heeft het hof

bij arresten van 23 mei 2017 [verzoeker] ontvankelijk verklaard in zijn appèlverzoeken. Het WSNP-vonnis is vernietigd en de dwangregeling is alsnog toegewezen aldus dat een weigerachtige schuldeiser is bevolen in te stemmen met de door [verzoeker] in het minnelijke traject aangeboden schuldregeling.

2.3

Het hof heeft er klaarblijkelijk geen rekening mee gehouden dat de

bewindvoerder ingevolge haar benoeming door te rechtbank een aanvang heeft gemaakt met de uitvoering van haar wettelijke taak en heeft zich niet uitgelaten over het aan de bewindvoerder toekomende salaris over de periode van benoeming tot het moment van vernietiging van de beslissing waarbij de wettelijke schuldsaneringsregeling op [verzoeker] van toepassing is verklaard. Het hof heeft de bewindvoerder ook niet in de gelegenheid gesteld een salarisverzoek in te dienen. De rechtbank zal op verzoek van de bewindvoerder daarom alsnog haar salaris vaststellen. Hierbij wordt rekening gehouden dat de bewindvoerder vanaf het moment dat zij met het ingestelde hoger beroep bekend was een terughoudende houding diende aan te nemen en ook heeft aangenomen. Zo is gebleken dat de bewindvoerder geen huisbezoek heeft afgelegd. Uitgaande van de periode waarover de bewindvoerder als zodanig benoemd is geweest, de werkzaamheden die zij heeft verricht en de gangbare vergoeding die bewindvoerders voor hun werkzaamheden ontvangen, zal de rechtbank op de voet van artikel 320 Fw. het bewindvoerderssalaris vaststellen op een bedrag van € 263,66. (zijnde het bedrag looptijd onafhankelijk deel van € 1.078,- + portokosten van € 187,- / 36 maanden * 3 maanden + 3 maanden looptijd afhankelijk deel).

3 De beslissing:

De rechtbank:

- stelt de vergoeding van de bewindvoerder vast op € 263,66, (inclusief de verschuldigde omzetbelasting).

Gegeven door mr. M.M.F. Holtrop op 3 oktober 2017 in tegenwoordigheid van A.M.C. van der Zwan, griffier.