Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:1167

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
06-02-2017
Datum publicatie
09-02-2017
Zaaknummer
AWB 16/17776
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiser is in beroep opgekomen tegen een besluit van het COA om aan eiser een maatregel op te leggen, te weten een eenmalige financiële inhouding van € 12,95.

Omdat eiser gebruik maakt van de opvang van het COA en leefgeld ontvangt, mag van hem worden verwacht dat hij zich aan de huisregels houdt. Een van die huisregels is dat de woonruimte en de meubels niet veranderd mogen worden. Als meubels door de bewoners van het AZC worden verplaatst naar andere kamers, weet het COA namelijk niet waar de meubels staan en dus ook niet of bijvoorbeeld de brandweer wel overal makkelijk bij kan. Ook kunnen de meubels door het verplaatsen beschadigen.

Het COA heeft erkend dat deze overtreding van eiser niet zeer ernstig is en heeft daarom de lichtste maatregel van een eenmalige inhouding van € 12,95 opgelegd. Het COA vond dat er geen andere mogelijkheid meer open stond dan het opleggen van deze maatregel omdat eiser al eerder was gewaarschuwd en hij er toch bewust voor heeft gekozen om het matras te laten liggen. Een brief schrijven aan eiser of nogmaals een gesprek hierover voeren, vond het COA niet langer passend. De rechtbank kan deze redenering van het COA volgen omdat eiser al herhaaldelijk door het COA was gewaarschuwd. Dat heeft eiser ook niet ontkend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 16 / 17776

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 6 februari 2017 in de zaak tussen

[eiser] ,

geboren op [geboortedatum] , van onbekende nationaliteit,

eiser,

en

het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), verweerder,

(gemachtigde: mr. J.J. Hofland, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst).

Procesverloop

Bij besluit van 5 augustus 2016 heeft verweerder aan eiser een maatregel opgelegd, te weten een eenmalige financiële inhouding van €12,95.

Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

Het COA heeft op 16 november 2016 een schriftelijke reactie (een verweerschrift) ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 november 2016. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser voert aan dat het COA ten onrechte een maatregel heeft opgelegd. Eiser stelt dat de slaapkamer te klein is om de bedden neer te zetten zoals het COA dat wil. Eiser en anderen hebben het matras in de woonkamer neergelegd omdat ze het fijn vinden om erop te zitten. Ze wilden er niet op slapen. Geen van de medebewoners had hier een probleem mee. Toen eiser werd verteld dat hij het matras terug moest plaatsen in de slaapkamer, werd aan hem niet uitgelegd waarom hij niet op een matras in de woonkamer mocht zitten. Er werd alleen gezegd: “Dat zijn de regels”. Eiser begrijpt niet waarom het COA zo veel belang hecht aan een matras in de woonkamer. Eiser ziet in het Asielzoekers centrum (AZC) dat andere vreemdelingen dronken worden en drugs gebruiken, terwijl de medewerkers van het COA daar niet tegen optreden en zelfs ontkennen dat het plaatsvindt. Deze gedragingen zijn veel ernstiger dan een matras in de woonkamer neerleggen en daarop gaan zitten. Eiser begrijpt niet dat hij hiervoor wordt gestraft. De inhouding is 31% van zijn wekelijks toelage, terwijl het om een klein vergrijp ging waar verder niemand moeite mee had. Eiser heeft al heel lang een verblijfsstatus en verblijft legaal in Nederland. Hij woont al lang in het AZC zonder privacy. Eiser wil zich als een normaal mens voelen en daarom sommige dingen zelf kunnen bepalen zodat hij niet het gevoel heeft in een gevangenis te verblijven.

2. Het COA heeft in het besluit, het verweerschrift en ter zitting uitgelegd dat de maatregel aan eiser is opgelegd omdat hij op 4 augustus 2016 in het AZC, nadat een medewerker van het COA hem dit vroeg, niet een matras vanuit de woonkamer heeft teruggelegd in de slaapkamer. Eiser heeft hiermee de huisregels van het COA overtreden. In de huisregels staat dat de woonruimte niet mag worden veranderd. Ook is het matras eigendom van het COA. Eiser is hier meerdere malen over aangesproken. Eiser geeft dat zelf ook toe. Dat eiser een verblijfsvergunning in Nederland heeft en al lange tijd in het AZC woont, betekent niet dat hij zich niet aan de huisregels moet houden. Het COA geeft opvang aan een grote groep bewoners en moet daarbij letten op de veiligheid, leefbaarheid en beheersbaarheid. Omdat eiser gebruik maakt van de opvang en leefgeld ontvangt, mag van hem worden verwacht dat hij zich aan de huisregels houdt. Eiser is meerdere keren gevraagd het matras terug te leggen. De keuze van eiser om de huisregels niet na te leven, komt dan ook voor zijn eigen rekening en risico. Deze maatregel is de lichtste maatregel die het COA kent en het opleggen daarvan past bij het gedrag van eiser.

3. Ter zitting heeft eiser toegegeven dat hij door een medewerker van het COA is gevraagd om het matras vanuit de woonkamer terug te leggen in de slaapkamer. Eiser besloot dit niet te doen, omdat hij eerst wilde weten waarom het moest. De dag daarop is de maatregel aan hem opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat het COA niet ten onrechte deze maatregel aan eiser heeft opgelegd.
Omdat eiser gebruik maakt van de opvang van het COA en leefgeld ontvangt, mag van hem worden verwacht dat hij zich aan de huisregels houdt. Een van die huisregels is dat de woonruimte en de meubels niet veranderd mogen worden. Als meubels door de bewoners van het AZC worden verplaatst naar andere kamers, weet het COA namelijk niet waar de meubels staan en dus ook niet of bijvoorbeeld de brandweer wel overal makkelijk bij kan. Ook kunnen de meubels door het verplaatsen beschadigen.
Het COA heeft erkend dat deze overtreding van eiser niet zeer ernstig is en heeft daarom de lichtste maatregel van een eenmalig inhouding van € 12,95 opgelegd. Het COA vond dat er geen andere mogelijkheid meer open stond dan het opleggen van deze maatregel omdat eiser al eerder was gewaarschuwd en hij er toch bewust voor heeft gekozen om het matras te laten liggen. Een brief schrijven aan eiser of nogmaals een gesprek hierover voeren, vond het COA niet langer passend. De rechtbank kan deze redenering van het COA volgen omdat eiser al herhaaldelijk door het COA was gewaarschuwd. Dat heeft eiser ook niet ontkend. Dat in het AZC ook andere misstanden plaatsvinden, zoals alcohol- en drugsgebruik, maakt niet dat eiser zich niet aan de huisregels hoeft te houden. Indien eiser misstanden ziet, kan hij deze (blijven) melden bij de plaatselijke medewerkers van het COA.

4. Het beroep is daarom ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. I. de Greef, rechter, in aanwezigheid van mr. A.W. Martens, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2017.

griffier rechter

afschrift verzonden aan partijen op:

Coll:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.