Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:11522

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11-10-2017
Datum publicatie
11-10-2017
Zaaknummer
09-817556-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging, belaging en het bezit van kinderpornografische afbeeldingen.

De rechtbank legt aan haar de (ongemaximeerde) TBS-maatregel met voorwaarden op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/817556-17

Datum uitspraak: 11 oktober 2017

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ,

thans gedetineerd in het [adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 19 juni 2017 (inhoudelijk), 1 augustus 2017 (pro forma) en 27 september 2017 (inhoudelijk).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mr. R.P. Tuinenburg en mr. G. Sannes en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. J.A.W. Knoester, advocaat te Den Haag, en door verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage bij dit vonnis gevoegd (zie bijlage A).

3 Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

3.1

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard ten aanzien van feit 3 (het in bezit hebben van kinderpornografie) en daartoe het volgende naar voren gebracht. In juni 2016 is door een officier van justitie aan verdachte medegedeeld dat zij niet zal worden vervolgd ter zake van het misdrijf omschreven in artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht. Aangezien niet uit het dossier niet blijkt dat verdachte na deze mededeling bewust de in feit 3 bedoelde afbeeldingen heeft gedownload, had het Openbaar Ministerie verdachte daarvoor niet mogen vervolgen. Door verdachte ter zake van feit 3 te dagvaarden, heeft het Openbaar Ministerie het bij verdachte opgewekte vertrouwen geschonden dat zij niet vervolgd zou worden. Derhalve dient het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn vervolging van feit 3, aldus de raadsman.

3.2

Het standpunt van de officieren van justitie

De mededeling waarop de raadsman doelt, betreft geen vrijbrief voor verdachte om, na de datum waarop deze mededeling is gedaan, straffeloos kinderpornografie te mogen downloaden en/of te bezitten. Uit het dossier blijkt dat de onder 3 bedoelde afbeeldingen na deze mededeling door verdachte op een gegevensdrager zijn gezet. Het Openbaar Ministerie heeft het vertrouwensbeginsel derhalve niet geschonden door verdachte te dagvaarden ter zake van feit 3 en dient in zoverre in zijn vervolging te worden ontvangen.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat verdachte er in redelijkheid niet op heeft mogen vertrouwen dat de schriftelijke mededeling die in juni 2016 door een officier van justitie aan verdachte is gedaan (een zogenoemde INDIGO waarschuwingsbrief), meebracht dat zij na die datum nimmer meer zou kunnen worden vervolgd ter zake van het misdrijf omschreven in artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht. Voorts stelt de rechtbank vast dat de in de tenlastelegging onder 3 bedoelde afbeeldingen in 2017 op een iPod zijn gezet (zie ook paragraaf 4.5). Gezien die omstandigheid heeft het Openbaar Ministerie niet in strijd gehandeld met het vertrouwensbeginsel door verdachte ter zake van de verwerving en het bezit van deze afbeeldingen te vervolgen. De rechtbank concludeert dan ook dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn recht tot vervolging ten aanzien van feit 3.

4 Bewijsoverwegingen

4.1

Inleiding

Verdachte wordt ervan verdacht dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging van het minderjarige meisje [slachtoffer 1] en haar moeder [slachtoffer 2] (feit 1 primair) dan wel een poging tot bedreiging van deze personen (feit 1 subsidiair), belaging van deze personen (feit 2) en verwerving en/of bezit van drie kinderpornografische afbeeldingen (feit 3).

4.2

Het standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben gevorderd dat de rechtbank bewezen zal verklaren dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten 1 primair (bedreiging van [slachtoffer 1] en haar moeder), 2 (belaging van [slachtoffer 1] en haar moeder) en 3 (het in bezit hebben van drie kinderpornografische afbeeldingen).

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 1 primair, omdat de in dit feit vermelde bedreigingen niet waren gericht tegen [slachtoffer 2] en uit het dossier niet volgt dat de bedreigingen ter kennis zijn gekomen van [slachtoffer 1] . Volgens de raadsman kan wel worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot bedreiging van [slachtoffer 1] (feit 1 subsidiair).

De raadsman heeft voorts betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 2, omdat de feitelijkheden en berichten die daarin staan vermeld niet waren gericht tegen [slachtoffer 2] en onduidelijk is of [slachtoffer 1] op de hoogte is geraakt van de aldaar bedoelde berichten en andere feitelijkheden.

Ten slotte dient verdachte partieel te worden vrijgesproken van feit 3, omdat de aldaar bedoelde afbeelding 2 niet pornografisch is, aldus de raadsman.

4.4

De beoordeling van de tenlastelegging1

4.4.1

Ten aanzien van feit 1

Aangiftes [slachtoffer 2]

Op 13 maart 2017 heeft [slachtoffer 2] aangifte gedaan van bedreiging van haar dochter [slachtoffer 1] en verklaard dat zij op 13 maart 2017 twee e-mailberichten heeft ontvangen van de basisschool van haar dochter, te weten [naam basisschool] te Utrecht. Deze e-mailberichten zijn verzonden vanaf het e-mailadres: [e-mailadres].2

Een e-mailbericht dat op 13 maart 2017 om 2:56 uur is verzonden vanaf het e-mailadres: [e-mailadres] naar het e-mailadres: [e-mailadres] houdt in:

“Ik heb haar adres ( [adres] ) en ik wil graag haar kopen. Noem een prijs. Ik zou het erg op prijs stellen als ik haar gewoon afhaal bij haar thuis in utrecht. Zie ik ook ‘s waar ze woont. Als dat te moeilijk wordt, zet die geile slet dan op de trein naar Den Haag. pik ik haar daar op. Als je weigert hiermee akkoord te gaan, kom ik [slachtoffer 1] halen, en zonodig bind ik r vast, krijgt ze een aantal nijptangen in dr kut (dat heb ik gezien bij babys,

dus t zal wel smullen worden) en zal ik genieten van haar luide gejammer en gekreis. mmm.. maar heb toch liever als ze gewoon uit zichzelf wilt meegaan, voor een prijs

waarin jullie je in kunnen vinden” 3

Daarnaast heeft [slachtoffer 2] in haar aangifte van 13 maart 2017 verklaard dat op het Instagramaccount van haar dochter reacties zijn binnengekomen waaruit zij afleidt dat deze door de afzender afgelopen nacht (de rechtbank begrijpt: de nacht van 12 op 13 maart 2017) zijn geplaatst.4 Een van deze berichten dat is verzonden vanaf het account [naam] , heeft de volgende inhoud: “ik ga je hele kut doorboren met een voorwerp wat in jouw kamertje staar”.5

Op 16 maart 2017 heeft [slachtoffer 2] wederom namens haar dochter [slachtoffer 1] , aangifte gedaan van bedreiging en verklaard dat op 16 maart 2017 verschillende e-mails naar de school van [slachtoffer 1] zijn verstuurd. Een van deze e-mails houdt in:

“Ik was in utrecht op jullie school en voor haar huis. het was de mooiste dag van mn leven, Ik wil met haar trouwen, en samen wonen. als ik haar vermoord is het de schuld van haarzelf en van mijn schoonouders, ik zal haar lijk dan voor bij me willen bewaren, maar op één voorwaarde zal ik haar sparen. dat zij zelf een mailtje terug stuurdtdat zij met mij haar leven wilt delen.”

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij deze e-mail heeft laten lezen aan haar dochter.6

Verklaringen verdachte

Verdachte heeft bij de politie het volgende verklaard. Als zij de kans krijgt, pakt zij de iPod van haar vader en stuurt zij berichten naar het meisje op wie zij verliefd is. Dit meisje heet [slachtoffer 1] . Verdachte heeft verschillende e-mailadressen, waaronder het

e-mailadres [e-mailadres] . Met gebruikmaking van “ [naam] ” heeft zij naar de oude basisschool van [slachtoffer 1] gemaild en aangegeven dat zij [slachtoffer 1] graag wilde kopen voor geld en haar wilde vermoorden. Vanaf dit adres heeft verdachte ook berichten gestuurd naar het Instagramaccount van [slachtoffer 1] . Zij heeft gezegd dat zij met [slachtoffer 1] naar bed wil en graag voorwerpen in haar wil steken voor haar eigen plezier. Zij heeft een foto van een baby op een kinderpornowebsite gezien waarop zichtbaar was dat een nijptang en een schroevendraaier in die baby werden gestoken. Zij wilde dat ook bij [slachtoffer 1] doen. Zij wilde deze voorwerpen in het geslachtsdeel van [slachtoffer 1] steken.7 Nadat de rechter-commissaris aan verdachte heeft voorgehouden waarvan zij wordt verdacht (te weten bedreiging en belaging), heeft verdachte verklaard dat zij dat heeft gedaan.8

Tussenconclusie

Gelet op de hiervoor bedoelde aangiften van [slachtoffer 2] en verklaringen van verdachte, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank bewezen dat verdachte de berichten heeft verstuurd die in de tenlastelegging van feit 1 primair worden bedoeld.

Effecten van de feiten waarvan [slachtoffer 2] aangifte heeft gedaan

[slachtoffer 2] heeft het volgende verklaard. Haar dochter [slachtoffer 1] , die onder meer bekend is van de [naam] , is lastig gevallen en bedreigd. [slachtoffer 1] is daardoor haar vrijheid en zelfvertrouwen kwijtgeraakt. Zij durft zich niet te mengen onder het publiek en zij is bang om aangevallen te worden als zij een evenement bezoekt. [slachtoffer 1] durft sinds december niet meer alleen naar school te fietsen; daarom is een haal- en brengrooster opgesteld. Sinds december maakt [slachtoffer 1] geen afspraakjes meer met vriendinnen buiten schooltijd, omdat zij dan naar buiten moet gaan, is zij alsmaar thuis, durft zij niet meer alleen naar buiten te gaan en is zij bang. Zij slaapt slecht en heeft een paar dagen in het bed van haar ouders geslapen, omdat zij niet alleen durfde te slapen aangezien er over de telefoon werd gezegd dat er onzedelijke handelingen zouden worden verricht. [slachtoffer 1] was bang door alle mails en Instagramberichten. Dat deze persoon (de rechtbank begrijpt: de persoon die de bedreigende e-mails en berichten heeft verstuurd) hun adres kent, voor hun deur heeft gestaan en heeft verklaard dat zij [slachtoffer 1] zal vermoorden en haar lijk zal bewaren, heeft [slachtoffer 1] als zeer bedreigend ervaren. [slachtoffer 1] voelt zich bedreigd en onveilig. [slachtoffer 1] beschouwt en ervaart dit als een doodsbedreiging. [slachtoffer 1] is heel erg in zichzelf gekeerd. Zij is niet meer de vrolijke meid die zij was. Zij barst snel in huilen uit of raakt in paniek.9

(Poging tot) bedreiging van [slachtoffer 2]

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte, door het sturen van eerdergenoemde berichten, het opzet heeft gehad op (poging tot) bedreiging van [slachtoffer 2] en zal verdachte derhalve vrijspreken van bedreiging van [slachtoffer 2] en poging tot bedreiging van [slachtoffer 2] . De berichten zijn onmiskenbaar uitsluitend tegen [slachtoffer 1] gericht; de omstandigheid dat [slachtoffer 2] zich die berichten als haar moeder – vanzelfsprekend – aantrok, doet daaraan niet af.

(Poging tot) bedreiging van [slachtoffer 1]

De rechtbank overweegt dat voor een veroordeling ter zake van bedreiging is vereist dat de bedreigde persoon daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de (inhoud van de) bedreiging en de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde persoon de redelijke vrees kon ontstaan dat het misdrijf, waarmee werd gedreigd, ook zou worden gepleegd.

Anders dan de raadsman acht de rechtbank bewezen dat [slachtoffer 1] daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreigingen. In de tenlastelegging van feit 1 primair wordt een

e-mail geciteerd die op 16 maart 2017 door verdachte is verstuurd. [slachtoffer 2] heeft, verklaard dat zij deze e-mail heeft laten lezen aan haar dochter. Bij de rechtbank bestaat geen twijfel dat [slachtoffer 2] ook de inhoud, althans de strekking van de andere in de tenlastelegging bedoelde berichten, heeft gedeeld met haar dochter en dat haar dochter derhalve ook daarvan op de hoogte is geraakt. De rechtbank baseert deze conclusie op de verklaringen die [slachtoffer 2] heeft afgelegd over de effecten die de strafbare feiten, waarvan zij aangifte heeft gedaan, op haar dochter hebben gehad en de maatregelen die naar aanleiding daarvan zijn getroffen, zoals het opstellen van een haal- en brengrooster.

Gezien de aard van de woorden die verdachte heeft gebruikt in haar berichten en verdachtes verklaring dat zij op 13 maart 2017 naar de woning en de school van [slachtoffer 1] is gegaan10, is de rechtbank voorts van oordeel dat de bedreigingen van dien aard zijn en onder zodanige omstandigheden zijn geschied dat bij de bedreigde persoon de redelijke vrees kon ontstaan dat de misdrijven, waarmee werd gedreigd, ook zou worden gepleegd. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging van [slachtoffer 1] .

4.4.2

Ten aanzien van feit 2

Verdachte wordt verweten dat zij [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] heeft belaagd door berichten te sturen en zich te begeven naar de school van [slachtoffer 1] en de woning van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .

Verstuurde berichten

[slachtoffer 2] heeft op 9 december 2016 namens [slachtoffer 1] aangifte gedaan. Sinds 6 december 2016 zijn verschillende berichten binnengekomen op het Instagramaccount van haar dochter van de afzenders “ [naam] ” en “ [naam] ”. Het gaat vermoedelijk om dezelfde persoon. Sinds 8 december 2016 zijn er via de huistelefoon diverse gesproken sms-berichten binnengekomen, waaronder het bericht: “ [slachtoffer 1] , als je er zeker van bent dat je niet mijn vrouw wilt worden, dan heeft dit grote gevolgen” en het bericht dat zij [slachtoffer 1] zou gaan “vingeren in haar sappige kutje”. Daarna kwam een gesproken bericht binnen waarin deze persoon dreigde hiervan filmpjes en foto’s te maken en deze te gaan verspreiden via social media en de school van [slachtoffer 1] . Op het YouTube-kanaal van het [naam] heeft “ [naam] ” een bericht geplaatst, waarin stond vermeld dat deze persoon graag met haar zou willen trouwen.11

Bij deze aangifte zijn berichten gevoegd die op het Instagramaccount van [slachtoffer 1] zijn gepost en welke zijn verstuurd vanaf het account “ [naam] ”. Deze berichten houden onder meer in:

  • -

    “ [slachtoffer 1] wil je m’n vrouw worden? ik weet je adres, je telefoonnummer en ik weet waar je op school zit. als je nu niet zegt dat je m’n verloofde wilt worden, gaat dat grote gevolgen voor je hebben”;

  • -

    “blijkbaar wil je dus niet m’n vrouw worden. dus tja, dan komen er grote gevolgen”. 12

Op grond van de aangifte van [slachtoffer 2] neemt de rechtbank aan dat deze berichten in de periode van 6 december 2016 tot en met 9 december 2016 op het Instagramaccount van [slachtoffer 1] zijn gepost.

Bij deze aangifte is voorts een screenshot gevoegd van een bericht dat is geplaatst op het YouTubekanaal van het [naam] door “ [naam] ”, inhoudende: “ [slachtoffer 1] ik heb ’n mail naar je school gestuurd. Ik ben heel erg verliefd op je. Je bent zo mooi en sexy. Ik heb al je vlogs op m’n computer en steeds als ik daar naar kijk zou ik zo graag met je willen trouwen”.13 In aanmerking genomen dat [slachtoffer 2] op 9 december 2016 heeft verklaard dat op 14 september 2016 e-mails zijn ontvangen op de school van [slachtoffer 1]14, concludeert de rechtbank dat dit bericht in periode van 14 september 2016 tot en met 9 december 2016 geplaatst is.

Bij de aangifte zijn twee e-mails gevoegd die op 14 september 2016 vanaf het

e-mailadres: [e-mailadres] zijn verzonden naar het e-mailadres [e-mailadres].

Deze e-mails hebben de volgende inhoud:

  • -

    “Zit [slachtoffer 1] bij jullie op school? Willen jullie tegen haar zeggen dat ik heel erg verliefd op haar ben? En dat ik heel graag met ’r wil trouwen?...”;

  • -

    “Willen jullie aan [slachtoffer 1] vragen of ze ’n keer met me wil afspreken?” 15

Op 13 maart 2017 heeft [slachtoffer 2] namens [slachtoffer 1] een aanvullende aangifte gedaan en daarin het volgende verklaard. Op 13 maart 2017 heeft zij twee e-mailberichten ontvangen van de oude basisschool van haar dochter [slachtoffer 1] , te weten de [naam basisschool] . Dezelfde persoon die eerder berichten heeft verstuurd, heeft nu met een ander e-mailadres wederom berichten gestuurd. Deze e-mailberichten zijn verzonden vanaf het e-mailadres: [e-mailadres]. Er zijn ook weer reacties binnengekomen op het Instagramaccount van haar dochter. Uit de reacties van deze persoon, leidt [slachtoffer 2] af dat deze berichten in de nacht van 12 op 13 maart 2017 op het Instagramaccount van haar dochter zijn geplaatst. Een van de berichten, dat is verstuurd vanaf het account “ [naam] ”, heeft de volgende inhoud: “mmm lekker ben je hoor ik ga je school weer mailen dus dan weet je wat je morgen weer te wachten staat”.16

Bij deze aangifte is een e-mailbericht gevoegd dat op 13 maart 2017 om 2:56 uur is verzonden vanaf het e-mailadres: [e-mailadres] naar het e-mailadres . In deze e-mail staat onder meer het volgende vermeld:

“Ik heb haar adres (….) en ik wil graag haar kopen. Noem een prijs. Ik zou het erg op prijs stellen als ik haar gewoon afhaal bij haar thuis in utrecht. Zie ik ook s waar ze woont. Als dat te moeilijk wordt, zet die geile slet dan op de trein naar Den Haag….” 17

Bij de aangifte is voorts een e-mailbericht gevoegd dat op 13 maart 2017 om 6:12 uur is verzonden vanaf het e-mailadres: [e-mailadres] naar het e-mailadres: [e-mailadres]. In deze e-mail staat onder meer het volgende vermeld:

“Zorg ervoor dat [slachtoffer 1] met mij trouwt!” 18

Op 18 maart 2017 heeft [slachtoffer 2] namens [slachtoffer 1] nogmaals aangifte gedaan van stalking dan wel bedreiging met de dood en verklaard dat er op 16 maart 2017 verschillende

e-mails naar de oude basisschool van [slachtoffer 1] zijn verstuurd. In een van de e-mails stond het volgende vermeld:

“Ik was in utrecht op jullie school en voor haar huis. het was de mooiste dag van m’n leven, Ik wil met haar trouwen, en samen wonen. als ik haar vermoord is het de schuld van haarzelf en van mijn schoonouders….”

[slachtoffer 2] heeft deze e-mail aan [slachtoffer 1] laten lezen.19

Op 19 januari 2017 is vanaf het e-mailadres: [e-mailadres] een e-mail gestuurd naar het adres: [e-mailadres] met als onderwerp: “ [slachtoffer 1] staat op Kinderporno website” en als inhoud: “omdat ze niet op m’n huwelijksaanzoek ging”.20

Op het twitteraccount “@ [naam] ” is door de afzender “ [naam] ” het volgende bericht geplaatst: “ [slachtoffer 1] UIT UTRECHT STAAT OP KINDERPORNO WEBSITE OMDAT ZE NIET OP M’N HUWELIJKSAANZOEK GING. DIE VUILE GEILE HOER.”21

Op een website is op 19 januari 2017 door “ [naam] ” een bericht geplaatst met als onderwerp [slachtoffer 1] :

“SHES THE MOST BEAUTIFUL AND SEXIEST GIRL IN THE WORLD

SHE JUST TURNED 14 YO.

I DONT KNOW HOW TO PUT PICTURES IN THIS MESSAGE

JUST PUT THE LINKS INTO YOUR TOR BROWSER

HER NAME IS [slachtoffer 1]

SHE LIVES IN THE NETHERLANDS

I AM SO IN LOVE WITH HER” 22

Verklaringen verdachte

Verdachte heeft bij de politie verklaard berichten te sturen naar het meisje op wie zij verliefd is. Dit meisje heet [slachtoffer 1] . Zij heeft een paar e-mailadressen, waaronder het emailadres [e-mailadres]. Met gebruikmaking van “ [naam] ” heeft zij gemaild naar de oude basisschool van [slachtoffer 1] en gereageerd op Instagram. Zij heeft in augustus berichten gestuurd via YouTube. Zij heeft daarin aangegeven dat zij [slachtoffer 1] mooi en opwindend vindt en met haar wil trouwen. Ook in november of december heeft zij via YouTube iets naar [slachtoffer 1] gestuurd. Zij heeft 3 à 4 sms-berichten naar het vaste telefoonnummer van [slachtoffer 1] gestuurd. Zij weet dat een elektronische stem dan zegt wat je hebt geschreven. In de avond van november of december is zij voor het eerst gaan bellen. Zij had ge-sms’t dat zij [slachtoffer 1] seksueel zou misbruiken en mishandelen. Zij heeft naar de school van [slachtoffer 1] een bericht gestuurd, waarin zij kenbaar maakte dat zij graag met [slachtoffer 1] wilde trouwen. In december heeft zij andere berichten naar deze school gestuurd, waarin zij aan had gegeven dat zij foto’s van [slachtoffer 1] had geplaatst op een kinderpornowebsite. De basisschool [naam basisschool] . Zij heeft naar de school van [slachtoffer 1] gemaild en aangegeven dat zij [slachtoffer 1] graag wilde kopen voor geld en haar wilde vermoorden. Zij heeft berichten gestuurd naar het Instagramaccount van [slachtoffer 1] .23 Nadat de rechter-commissaris aan verdachte heeft voorgehouden waarvan zij wordt verdacht (te weten bedreiging en belaging), heeft verdachte verklaard dat zij dat heeft gedaan.24

Tussenconclusie

Gelet op voornoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank bewezen dat verdachte de in de tenlastelegging onder 2 bedoelde berichten heeft verstuurd.

Heeft [slachtoffer 1] kennisgenomen van de ten laste gelegde berichten en feitelijkheden?

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij een op 16 maart 2016 aan [naam basisschool] gezonden e-mail – waaruit kan worden afgeleid dat verdachte bij de school en bij de woning van [slachtoffer 1] is geweest – heeft laten lezen aan haar dochter.25 Bij de rechtbank bestaat geen twijfel dat [slachtoffer 2] ook de inhoud van de andere berichten, die zijn verwerkt in de tenlastelegging van dit feit, of in ieder geval de strekking van deze berichten met haar heeft gedeeld en dat [slachtoffer 1] dus ook daarvan op de hoogte is geraakt. Gelet op hetgeen de rechtbank heeft overwogen omtrent de kennisname door [slachtoffer 1] van de in feit 1 primair vermelde bedreigingen, acht zij tevens bewezen dat [slachtoffer 1] op de hoogte is geraakt van de inhoud van de andere berichten die staan vermeld in de tenlastelegging van feit 2.

In de tenlastelegging van feit 2 zijn niet alleen (delen van) berichten opgenomen, maar is ook opgenomen dat verdachte zich naar de school van [slachtoffer 1] en de woning van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zou hebben begeven. [slachtoffer 1] is woonachtig in Utrecht en haar oude basisschool [naam basisschool] bevindt zich eveneens in Utrecht.26 Verdachte heeft toegegeven dat zij op 13 maart 2017 naar de woning en de school van het slachtoffer in Utrecht is gegaan.27

De rechtbank acht bewezen dat [slachtoffer 1] ook daarvan op de hoogte is geraakt.

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij (de rechtbank begrijpt: in ieder geval [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] ) er begin 2017 achter zijn gekomen dat de persoon, die [slachtoffer 1] eerder heeft bedreigd in Utrecht, op zoek is geweest naar [slachtoffer 1] en dat deze persoon toen bij de school van [slachtoffer 1] is geweest en voor hun woning heeft gestaan.28 [slachtoffer 2] heeft daarnaast verklaard: “Doordat deze persoon ons adres weet en voor onze deur heeft gestaan en heeft verklaard dat zij [slachtoffer 1] zal vermoorden en haar lijk zal bewaren is bij [slachtoffer 1] als zeer bedreigend binnengekomen” en aangegeven dat zij haar de op 16 maart 2017 aan [naam basisschool] gezonden e-mail heeft laten lezen, waarin onder meer stond vermeld: “Ik was in utrecht op jullie school en voor haar huis.29

Belaging van [slachtoffer 2]

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte bij het verrichten van de onder 2 bedoelde handelingen het opzet had om [slachtoffer 2] te belagen en zal verdachte derhalve vrijspreken van het onderdeel van de tenlastelegging van feit 2 dat daarop ziet.

Belaging van [slachtoffer 1]

De rechtbank overweegt dat bij de beoordeling van de vraag of sprake is van belaging, als bedoeld in artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht, van belang zijn de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer (ECLI:NL:HR:2014:3095).

De rechtbank is van oordeel dat in dit geval sprake is van opzettelijk, stelselmatig en wederrechtelijk handelen van verdachte, gelet op de volgende omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien:

- de aard van de gedragingen, die hebben bestaan uit het vele malen sturen van berichten met een bedreigende inhoud;

- de lange periode gedurende welke deze gedragingen plaatsvonden, te weten ruim negen maanden;

- de omstandigheid dat deze gedragingen een ontwrichtend effect hebben gehad op het persoonlijk leven van [slachtoffer 1] , aangezien zij als gevolg daarvan kennelijk niet meer alleen naar school durfde te fietsen en geen afspraakjes meer met vriendinnen maakte buiten schooltijd, omdat zij dan naar buiten moest gaan. Concluderend acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 2, zijnde de belaging van [slachtoffer 1] .

4.4.3

Ten aanzien van feit 3

Op 17 maart 2017 is een iPod van het merk Apple voor nader onderzoek ter beschikking van de politie gesteld.30 Op deze iPod zijn door de politie drie afbeeldingen aangetroffen, die als volgt zijn omschreven31:

Afbeelding 1/Foto 1:

Het betreft een afbeelding in kleur. Op de afbeelding is een baby te zien van nog geen jaar oud. De baby draagt een witte romper. De baby heeft het hoofdje naar rechts gedraaid, gezien vanuit het oogpunt van de baby. Aan de rechterzijde van de baby is de (vermoedelijk stijve) penis te zien van een kennelijk volwassen man. De penis wordt vastgehouden door een linkerhand, waarbij slechts de duim en wijsvinger van deze hand zichtbaar zijn. De eikel

van de penis zit gedeeltelijk in de mond van de baby;

Afbeelding 2/Foto 2:

Het betreft een afbeelding in kleur. Op de afbeelding is een meisje te zien in de geschatte leeftijd van 0 tot 1 jaar oud. Het meisje is geheel naakt en ligt op haar rug op een bed of kussen. In haar rechterhandje heeft het meisje een witte knuffel. De beentjes van het meisje zijn gespreid. Hierdoor is er duidelijk zicht op haar naakte vagina. Er ligt een hand van een kennelijk volwassen persoon op het rechter bovenbeentje van het meisje. De vingers van

deze hand bevinden zich in de lies van het meisje, vlak naast de vagina;

Afbeelding 3/Foto 3: Het betreft een afbeelding in kleur. Op de afbeelding is een meisje te zien in de geschatte leeftijd van 0 tot 2 jaar oud. Het hoofd van het meisje is op de afbeelding niet zichtbaar. Het meisje is geheel naakt en ligt op haar rug op een bed of kussen. De beentjes van het meisje zijn iets gespreid. Tussen de benen van het meisje staat een kennelijk volwassen man. Deze man is ogenschijnlijk ook geheel naakt. De man heeft een stijve penis en houdt deze met zijn linkerhand vast. De eikel van de stijve penis bevindt zich in de vagina van het meisje.

Verdachte heeft verklaard dat zij de hiervoor genoemde iPod heeft gebruikt en daarop kinderporno heeft bekeken. Nadat aan haar is voorgehouden dat er kinderporno op deze iPod is aangetroffen en aan haar is gevraagd wie deze foto’s op de iPod heeft gezet, heeft zij verklaard dat zij dit is geweest.32

Ten aanzien van afbeeldingen 1 en 3 overweegt de rechtbank dat het, gelet op omschrijving van de afbeeldingen, klaarblijkelijk steeds gaat om een afbeelding van een gedraging van expliciet seksuele aard, die reeds door haar karakter strekt tot het opwekken van seksuele prikkeling en waarbij steeds iemand, die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken. Ten aanzien van afbeelding 2 heeft de raadsman betoogd dat deze afbeelding niet valt te kwalificeren als kinderpornografie. De rechtbank verwerpt dit

– overigens niet onderbouwde – verweer, omdat op de desbetreffende foto, behalve een naakt geslachtsdeel van een minderjarige, is te zien dat een volwassen persoon diens hand heeft geplaatst op korte afstand van het geslachtsdeel van deze minderjarige op een intieme plaats van haar lichaam die zich dicht bij haar geslachtsdeel bevindt, te weten haar lies. Daardoor wordt de aandacht op onnatuurlijke, kennelijk zinnenprikkelend bedoelde wijze op het geslachtsdeel van de minderjarige gevestigd. Concluderend acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich op 17 maart 2017 schuldig heeft gemaakt aan het bezit van 3 kinderpornografische afbeeldingen, zoals opgenomen in feit 3.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van verdachte bewezen dat:

1.

zij op tijdstippen in de periode van 13 maart 2017 tot en met 16 maart 2017 te Utrecht en/of Wateringen, althans in Nederland telkens [slachtoffer 1] heeft bedreigd met verkrachting en enig misdrijf tegen het leven gericht immers heeft verdachte opzettelijk dreigend berichten (via Instagram en via de e-mail door tussenkomst van de oude basisschool) naar die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] gestuurd:

- “ ik ga je hele kut doorboren met een voorwerp wat in jouw kamertje staar”

en

- “ Ik heb haar adres (...) en ik wil graag haar kopen. Noem een prijs. Ik zou het erg op prijs stellen als ik haar gewoon afhaal bij haar thuis in utrecht. Zie ik ook s waar ze woont. Als dat te moeilijk wordt, zet die geile slet dan op de trein naar Den Haag. pik ik haar daar op. Als je weigert hiermee akkoord te gaan, kom ik [slachtoffer 1] halen, en zonodig bind ik r vast, krijgt ze een aantal nijptangen in dr kut (dat heb ik gezien bij babys, dus t zal wel smullen worden) en zal ik genieten van haar luide gejammer en gekreis. mmm.. maar heb toch liever als ze gewoon uit zichzelf wilt meegaan, voor een prijs waarin jullie je in kunnen vinden”

en

“Ik was in utrecht op jullie school en voor haar huis. het was de mooiste dag van mn leven. Ik wil met haar trouwen, en samen wonen. als ik haar vermoord is het de schuld van haarzelf en van mijn schoonouders, ik zal haar lijk dan voor bij me willen bewaren, maar op één voorwaarde zal ik haar sparen. dat zij zelf een mailtje terug stuurdtdat zij met mij haar leven wilt delen.”;

2.

zij in de periode van augustus 2016 tot en met 16 maart 2017 te Utrecht en/of Wateringen, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] , met het oogmerk die [slachtoffer 1] , te dwingen iets te doen, te dulden en vrees aan te jagen, door die [slachtoffer 1] (Instagram)berichten te sturen, waarin zij onder meer schrijft

- dat zij met die [slachtoffer 1] wil trouwen en als ze niet reageert dit grote gevolgen zal hebben en

- “ [slachtoffer 1] wil je m'n vrouw worden? ik weet je adres, je telefoonnummer en ik weet waar je op school zit. als je nu niet zegt dat je m'n verloofde wilt worden, gaat dat grote gevolgen voor je hebben” en

- “ blijkbaar wil je dus niet m'n vrouw worden. dus tja, dan komen er grote gevolgen” en

- “ [slachtoffer 1] ik heb ’n mail naar je school gestuurd. Ik ben heel erg verliefd op je. Je ben zo mooi en sexy” en

- “ mmm lekker ben je hoor ik ga je school weer mailen dus dan weet je wat je morgen weer te wachten staat”

en

sms-berichten naar de huistelefoon van die [slachtoffer 1] te sturen, waarin onder meer wordt gezegd:

- dat zij die [slachtoffer 1] zou gaan vingeren in haar sappige kutje,

- dat ze hiervan filmpjes en foto’s zou maken die via sociale media en de school van die [slachtoffer 1] zouden worden verspreid en

- “ [slachtoffer 1] als je er zeker van bent dat je niet mijn vrouw wilt worden heeft dit grote gevolgen. Ben je er klaar voor?”

en

berichten op het YouTubekanaal van het [naam] te plaatsen/posten, waarin onder meer wordt geschreven:

- dat zij met die [slachtoffer 1] wil trouwen,

en

e-mailberichten naar de oude basisschool van die [slachtoffer 1] te sturen, waarin onder meer wordt geschreven:

- “ Willen jullie tegen haar zeggen dat ik heel erg verliefd op haar ben? En dat ik heel graag met 'r wil trouwen?” en

- “ Willen jullie aan [slachtoffer 1] vragen of ze 'n keer met me wil afspreken?” en

- “ Ik heb haar adres (...) en ik wil haar graag kopen. Noem een prijs. Ik zou het erg op prijs stellen als ik haar gewoon afhaal bij haar huis in utrecht. Zie ik ook 's waar ze woont. Als dat te moeilijk wordt, zet die geile slet dan op de trein naar Den Haag” en

- “ Zorg dat [slachtoffer 1] met mij trouwt!” en

- “ Ik was in utrecht op jullie school en voor haar huis. het was de mooiste dag van m'n leven. Ik wil met haar trouwen. en samen wonen. als ik haar vermoord is het de schuld van haarzelf en van mijn schoonouders”en

- “ [slachtoffer 1] staat op Kinderporno website”, “omdat ze niet op m'n huwelijksaanzoek ging”

en

een bericht te plaatsen/posten op een twitteraccount: “ [slachtoffer 1] uit Utrecht staat op een kinderporno website omdat ze niet op m'n huwelijksaanzoek ging. Die vuile geile hoer”

en

een bericht te plaatsen/posten op een internetsite:

“Shes the most beautiful and sexiest girl in the world.

she just turned 14 yo.

I dont know how to put pictures in this message

Just put the links into your tor browser

Her name is [slachtoffer 1]

She lives in te Netherlands

I am so in love with her”

en

zich te begeven naar de oude basisschool van die [slachtoffer 1]

en

zich te begeven naar de woning van die [slachtoffer 1] ;

3.

zij op 17 maart 2017 te Wateringen, gemeente Westland, in elk geval in Nederland, een gegevensdrager bevattende afbeeldingen (te weten een iPod) in bezit heeft gehad en zich daartoe met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeeldingen telkens een seksuele gedraging zichtbaar is, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

Afbeelding 1/Foto 1:

Het betreft een afbeelding in kleur. Op de afbeelding is een baby te zien van nog geen jaar oud. De baby draagt een witte romper. De baby heeft het hoofdje naar rechts gedraaid, gezien vanuit het oogpunt van de baby. Aan de rechterzijde van de baby is de (vermoedelijk stijve) penis te zien van een kennelijk volwassen man. De penis wordt vastgehouden door een linkerhand, waarbij slechts de duim en wijsvinger van deze hand zichtbaar zijn. De eikel

van de penis zit gedeeltelijk in de mond van de baby en

Afbeelding 2/Foto 2:

Het betreft een afbeelding in kleur. Op de afbeelding is een meisje te zien in de geschatte leeftijd van 0 tot 1 jaar oud. Het meisje is geheel naakt en ligt op haar rug op een bed of kussen. In haar rechterhandje heeft het meisje een witte knuffel. De beentjes van het meisje zijn gespreid. Hierdoor is er duidelijk zicht op haar naakte vagina. Er ligt een hand van een kennelijk volwassen persoon op het rechter bovenbeentje van het meisje. De vingers van

deze hand bevinden zich in de lies van het meisje, vlak naast de vagina en

Afbeelding 3/Foto 3: Het betreft een afbeelding in kleur. Op de afbeelding is een meisje te zien in de geschatte leeftijd van 0 tot 2 jaar oud. Het hoofd van het meisje is op de afbeelding niet zichtbaar. Het meisje is geheel naakt en ligt op haar rug op een bed of kussen. De beentjes van het meisje zijn iets gespreid. Tussen de benen van het meisje staat een kennelijk volwassen man. Deze man is ogenschijnlijk ook geheel naakt. De man heeft een stijve penis en houdt deze met zijn linkerhand vast. De eikel van de stijve penis bevindt zich in de vagina van het meisje.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

6 De strafbaarheid van verdachte en de oplegging van de maatregel

6.1

De vordering van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben zich op het standpunt gesteld dat verdachte ten tijde van het plegen van de aan haar ten laste gelegde feiten (sterk) verminderd toerekeningsvatbaar was en gevorderd dat aan verdachte de (ongemaximeerde) maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden wordt opgelegd.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van de oplegging van de TBS-maatregel met voorwaarden gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met uitsluiting van de voorwaarde betreffende de time-outopname van een maximaal tweemaal een periode van zeven weken. Volgens de raadsman is het in de onderhavige zaak niet mogelijk om de maatregel ongemaximeerd aan verdachte op te leggen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden maatregel is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en is gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging en belaging van een minderjarig meisje op wie zij nog steeds verliefd is. Zij liet onder meer berichten achter op het Instagramaccount van dit meisje en stuurde e-mails naar haar oude basisschool. Daarnaast is verdachte naar haar oude basisschool en haar woning toegegaan. Het gedrag van verdachte heeft een ontwrichtend effect op het leven van het slachtoffer gehad. Zo durfde het slachtoffer niet meer alleen naar school te fietsen en sprak zij na schooltijd niet meer af met vriendinnen, omdat zij dan alleen naar buiten moest gaan.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het bezit van kinderpornografische afbeeldingen. Om deze afbeeldingen te kunnen produceren, worden kinderen misbruikt, aangezien zij gedwongen worden te poseren en seksuele handelingen te verrichten en te ondergaan. Dit kan tot gevolg hebben dat deze kinderen psychische schade oplopen, die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat. Bovendien wordt de schade voor de afgebeelde kinderen nog vergroot, omdat de beelden voor altijd op het internet te vinden zijn. Ondanks het feit dat verdachte relatief weinig afbeeldingen in haar bezit had, is zij desondanks voor alle kwalijke gevolgen medeverantwoordelijk te achten, omdat haar handelen heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag naar kinderpornografie.

Documentatie

De rechtbank heeft kennisgenomen van een verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 22 mei 2017, waaruit volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld wegens een strafbaar feit.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft met betrekking tot de persoon van verdachte, naast eerder genoemd uittreksel justitiële documentatie, kennisgenomen van onder meer de volgende stukken:

  • -

    Het Pro Justitia rapport (psycholoog onderzoek), op 12 juni 2017 opgesteld door [naam] , GZ-, Kinder- en Jeugdpsycholoog, met assistentie van [naam] , forensisch psycholoog;

  • -

    Het Pro Justitia rapport (aanpassing advies), op 14 juni 2017 gesteld door [naam] , GZ-, Kinder- en Jeugdpsycholoog;

  • -

    Het Pro Justitia rapport (psychiatrisch onderzoek), op 9 juni 2017 opgesteld door [naam] , psychiater;

  • -

    Het Pro Justitia rapport (rectificatieadvies), op 13 juni 2017 opgesteld door [naam] , psychiater;

  • -

    Het Reclasseringsadvies t.b.v. Voorbereiding TBS met voorwaarden, op 4 augustus 2017 opgesteld door [naam] , werkzaam bij Reclassering Nederland;

  • -

    Het Reclasseringsadvies (beknopt) zonder diagnose-instrument, op 25 september 2017 opgesteld door [naam] , werkzaam bij Reclassering Nederland.

Naar aanleiding van de feiten 1 primair en 2 hebben psychologen [naam] en [naam] in hun rapport van 12 juni 2017 het volgende overwogen.

Bij verdachte is sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van een autismespectrumstoornis ten gevolge van organische schade door premature geboorte. Ten gevolge van de autismespectrumstoornis en de licht verstandelijke beperking is bij verdachte tevens sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Voornoemde ziekelijke stoornis van de geestvermogens en gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens bestonden ook tijdens het begaan van het tenlastegelegde en zijn van invloed geweest op de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte ten tijde van het tenlastegelegde. Vanaf jonge leeftijd is bij verdachte sprake van sterke obsessies en fixaties, die haar leefwereld grotendeels bepalen. Haar obsessies/fixaties op personen hebben eerder tot stalking geleid. Vanuit haar autisme kan verdachte zich niet inleven in een ander, zeker niet indien die ander het object van haar obsessie/fixatie is.

Verdachte kan, gelet op haar problematiek, onvoldoende in staat worden geacht om het ontoelaatbare van haar handelen in te zien. Zij is tevens onvoldoende in staat om andere gedragskeuzen te maken en conform daarnaar te handelen. Derhalve kan het tenlastegelegde in (sterk) verminderde mate aan verdachte worden toegerekend.

Vanuit de risicotaxatie en ondersteund door klinische indrukken wordt de kans dat verdachte zich schuldig zal maken aan stalking en gewelddadig gedrag (bijvoorbeeld bedreiging) als hoog ingeschat. Gelet op dit hoge recidiverisico en gelet op de omstandigheid dat bij verdachte sprake is van complexe multiple problematiek is het van belang dat verdachte intensief en langdurig wordt behandeld in eenzelfde behandelinstelling, waar constant toezicht geboden kan worden en waar men is toegerust op haar verstandelijke beperking en autisme. Behandeling in een SGLVG-setting is aangewezen. Verdachte zal levenslang aangewezen zijn op zorg.

De rapporteurs adviseren plaatsing van verdachte in een SGLVG-instelling, zoals Stichting Ipse de Bruggen in Zwammerdam, in het kader van een voorwaardelijke PIJ-maatregel.

Naar aanleiding van de feiten 1 primair en 2 heeft psychiater [naam] in zijn rapport van 9 juni 2017 het volgende overwogen. Verdachte lijdt aan een autismespectrumstoornis en een lichte verstandelijke beperking. Beide stoornissen waren aanwezig ten tijde van het tenlastegelegde en zijn van invloed geweest op de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte ten tijde van het tenlastegelegde. Verdachte kan door al haar stoornissen niet inzien wat de gevolgen van haar handelen voor het slachtoffer en haarzelf impliceren. Zij is maar zeer beperkt in staat verantwoordelijkheid te nemen voor haar daden, heeft geen probleeminzicht en heeft ook maar zeer beperkt de mogelijkheid om andere gedragskeuzes te maken. De rapporteur adviseert daarom het tenlastegelegde, indien bewezen, aan verdachte in (sterk) verminderde mate toe te rekenen.

Er bestaat een groot gevaar dat verdachte zich schuldig wederom schuldig zal maken aan belaging, zo lang zij niet op de juiste wijze wordt opgevangen. Er bestaat gevaar voor anderen. Ter vermindering van het recidiverisico dient verdachte een behandeling te ondergaan, waarbij rekening wordt gehouden met haar stoornis, haar lichte verstandelijke beperking en haar zeer lage sociaal-emotionele leeftijd. Het is niet mogelijk om verdachte ambulant te behandelen, aangezien eerdere ambulante behandelingen onvoldoende resultaat hebben opgeleverd. Gezien eerdergenoemd recidiverisico dient verdachte te worden behandeld in een gesloten setting. Verdachte heeft langdurige controle nodig. Het is van belang dat verdachte wordt geplaatst op een plek waar zij jarenlang, liefst levenslang, kan verblijven. Destabilisatie door overplaatsing kan een terugval tot oud gedrag tot gevolg hebben en dus belagingsgedrag.

[naam] adviseert plaatsing van verdachte in een instelling die gespecialiseerd is in de problematiek waarmee verdachte heeft te kampen, zoals Stichting Ipse de Bruggen in Zwammerdam, in het kader van een voorwaardelijke PIJ-maatregel.

Rapporteurs [naam] en [naam] hebben elk een aanvullend rapport opgesteld en daarin naar voren gebracht dat zij, in plaats van een voorwaardelijke PIJ-maatregel, de maatregel TBS met voorwaarden adviseren en aangegeven dat deze maatregel ook ten uitvoer kan worden gelegd bij Ipse de Bruggen te Zwammerdam.

De reclassering heeft in haar advies van 4 augustus 2017 het volgende naar voren gebracht. De reclassering adviseert om het commune strafrecht toe te passen, aangezien het nauwelijks mogelijk is om verdachte pedagogisch te beïnvloeden en de klinische behandeling, die verdachte bij Ipse de Bruggen dient te ondergaan, beter kan worden opgelegd binnen het commune strafrecht dan het jeugdstrafrecht, omdat dit meer bescherming biedt voor het slachtoffer en de maatschappij. De reclassering schat in dat, mede gelet op de stoornis van verdachte, er een hoog risico bestaat dat verdachte zal recidiveren. De reclassering adviseert om aan verdachte de maatregel TBS met voorwaarden op te leggen, indien het commune strafrecht wordt toegepast en om twaalf nader te noemen voorwaarden aan verdachte op te leggen.

In haar advies van 25 september 2017 heeft de reclassering geadviseerd om, naast voornoemde twaalf voorwaarden, nog een dertiende voorwaarde aan verdachte op te leggen, te weten een contactverbod met het slachtoffer [slachtoffer 1] .

De rechtbank kan zich verenigen met de bovenstaande overwegingen en conclusies van de deskundigen en maakt deze tot de hare. De rechtbank zal verdachte de bewezen verklaarde feiten derhalve verminderd toerekenen.

Omtrent het advies van de deskundigen om aan verdachte de maatregel TBS met voorwaarden op te leggen, overweegt de rechtbank het volgende.

Verdachte heeft tegenover de reclassering aangegeven dat zij haar volledige medewerking zal verlenen aan de door de reclassering voorgestelde voorwaarden, dat zij op de hoogte is van de gevolgen als zij deze voorwaarden niet naleeft en dat zij graag begeleiding zou willen bij het beheersen van haar pedoseksuele gevoelens en obsessies. Tijdens de terechtzitting van 27 september 2017 heeft verdachte bevestigd dat zij graag behandeld wil worden en dat zij bereid is tot naleving van alle door de reclassering geformuleerde voorwaarden, inclusief het door de reclassering voorgestelde contactverbod met het slachtoffer.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de terbeschikkingstelling van verdachte gelasten, aangezien de bij dagvaarding onder 1 primair, 2 en 3 bewezen verklaarde feiten misdrijven betreffen als bedoeld in artikel 37a, eerste lid aanhef en onder sub 1 van het Wetboek van Strafrecht, bij verdachte tijdens het begaan van voornoemde bewezen verklaarde feiten sprake was een ziekelijke stoornis van de geestvermogens en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens en de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen, het opleggen van deze maatregel eist.

Ter bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen zal de rechtbank de voorwaarden betreffende het gedrag van verdachte stellen die door de reclassering zijn geadviseerd, behoudens de voorwaarde inhoudende dat verdachte dient mee te werken aan een time-out plaatsing van maximaal zeven weken. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het opleggen van die voorwaarde. De rechtbank acht ten slotte termen aanwezig toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 38, zesde lid van het Wetboek van Strafrecht en zal bevelen dat de TBS met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.

Duur maatregel

Op grond van artikel 38e van het Wetboek van Strafrecht mag de totale duur van de maatregel een periode van vier jaren niet te boven gaan, tenzij de TBS is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

De rechtbank overweegt dat verdachte zich schuldig gemaakt aan het bezit van kinderpornografische afbeeldingen (feit 3). Dit levert, hoe ernstig de gedraging ook is, op zichzelf geen handelen op van verdachte dat gericht is tegen of gevaar oplevert voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.

Naast dit feit heeft verdachte zich tevens schuldig gemaakt aan bedreiging (feit 1 primair) en belaging (feit 2). Blijkens het dossier heeft verdachte niet alleen berichten gestuurd met een zeer bedreigende inhoud, maar heeft zij zich daarnaast op 13 maart 2017 naar de basisschool en woning van het slachtoffer begeven. Nadat aan verdachte door de rechtbank is gevraagd wat zij had gedaan als zij [slachtoffer 1] (het slachtoffer) die dag wel had gezien, heeft zij verklaard: “Ik had haar dan meegenomen naar het bos achter haar huis en dan had ik het vriendelijk gevraagd (de rechtbank begrijpt: gevraagd of het slachtoffer met haar wilde trouwen/met haar een relatie wilde aangaan). Als zij daar niet in mee was gegaan, dan had ik haar het liefst seksueel misbruikt. Ja, dat vind ik goed.” Door zich naar de woning en bassischool van het slachtoffer te begeven heeft verdachte, naar het oordeel van de rechtbank, aangetoond haar bedreigingen daadwerkelijk ten uitvoer te willen brengen. De rechtbank baseert dit oordeel op hetgeen verdachte heeft verklaard over wat zij had gedaan als zij het slachtoffer op die bewuste dag tegen was gekomen. Verder heeft verdachte bevestigend geantwoord op de vraag van de rechtbank of zij [slachtoffer 1] nog steeds zou misbruiken en vermoorden als verdachte vrij zou komen. Gelet op het voornoemde beschouwt de rechtbank de feiten 1 primair en 2 elk als een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

De totale duur van de maatregel kan daarom een periode van vier jaren overschrijden. De rechtbank zal de maatregel ongemaximeerd aan verdachte opleggen, omdat zij zich schuldig heeft gemaakt aan misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen en gelet op hetgeen de gedragsdeskundigen hebben gerapporteerd omtrent de duur van de behandeling die verdachte nodig heeft. Psychiater [naam] heeft aangegeven dat verdachte een plek nodig heeft waar zij langdurig, liefst levenslang, kan verblijven. Gedragsdeskundigen [naam] en [naam] hebben aangegeven dat het van belang is dat verdachte intensief en langdurig wordt behandeld in eenzelfde behandelsetting en dat zij levenslang op zorg zal zijn aangewezen.

7 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen:

37a, 37b, 38, 240b, 285 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8. De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de bij dagvaarding onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 primair:

bedreiging met verkrachting en enig misdrijf tegen het leven gericht;

ten aanzien van feit 2:

belaging;

ten aanzien van feit 3:

een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben;

verklaart het bewezenverklaarde en verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

gelast de terbeschikkingstelling van verdachte en stelt voor de duur van de terbeschikkingstelling de volgende voorwaarden:

1. Verdachte meldt zich bij Reclassering Nederland op door deze instelling te bepalen tijdstippen, zo lang en zo frequent als de reclassering dat noodzakelijk acht;

2. Verdachte zal zich, op basis van de door het NIFP-IFZ afgegeven indicatiestelling, laten opnemen in de Zorglocatie Behandelcentrum Middenweg, Ipse de Bruggen, locatie Poortugaal (FPA) of een soortgelijke intramurale instelling, zulks ter beoordeling van de Divisie Individuele Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie en zij zal zich houden aan de aanwijzingen, die haar in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven;

3. Verdachte zal, na afloop van de intramurale behandeling, haar medewerking te verlenen aan het voorgeschreven ambulante/intramurale nazorgtraject;

4. Verdachte zal zich met betrekking tot drugs- en alcoholgebruik houden aan de

aanwijzingen en richtlijnen die worden gegeven door de behandelaars van de kliniek waar zij verblijft en de reclassering, ook indien dit inhoudt dat zij volledig abstinent dient te blijven van drugs en/of alcohol en mee dient te werken aan een urineonderzoek en/of een blaastest;

5. Verdachte zal, indien geïndiceerd en zo lang haar behandelaars dit noodzakelijk achten, medicatie innemen;

6. Verdachte zal zich begeleidbaar en controleerbaar opstellen;

7. Verdachte geeft toestemming aan GGZ Reclassering Palier tot het opvragen van informatie bij instellingen en uitwisselen van informatie met instellingen die zij relevant acht en die van belang zijn in het kader van een goede behandeling c.q. begeleiding van verdachte;

8. Verdachte zal zich inzetten voor het vinden van passend werk dan wel een zinvolle dagbesteding, waarbij rekening zal worden gehouden met haar draagkracht en draaglast;

9. Verdachte zal haar medewerking verlenen aan het vinden van passende huisvesting, ook als dat inhoudt dat zij zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang;

10. Verdachte onthoudt zich op welke wijze dan ook van gedragingen die zijn gericht op internetomgevingen waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen, terwijl het daarop uitgeoefende toezicht mede kan bestaan uit controles van haar computer(s) en andere apparatuur waarop afbeeldingen (kunnen) worden opgeslagen of waarmee het internet kan worden benaderd. Verdachte is tijdens de gesprekken met de reclassering open over hoe zij denkt dit gedrag te voorkomen;

11. Verdachte zal geen werk verrichten waarbij zij met kinderen in contact komt;

12. Verdachte zal in haar vrije tijd geen activiteiten verrichten waarbij zij in contact kan komen met kinderen;

13. Verdachte zal zich niet buiten (de Europese landsgrenzen van) Nederland begeven, tenzij en voor zover dit haar in overleg met het Openbaar Ministerie en de reclassering wordt toegestaan;

14. Verdachte zal op geen enkele wijze contact leggen of laten leggen – direct of indirect – met [naam] (geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] ), zo lang de reclassering dit noodzakelijk acht;

15. Verdachte zal zich niet begeven in de gemeente Utrecht noch in de gemeente Nieuwegein, behoudens voor zover dat nodig is voor c.q. geschiedt in het kader van de uitvoering van een van de overige voorwaarden;

geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

bepaalt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.

Dit vonnis is gewezen door

mr. V.J. de Haan, voorzitter,

mr. D.E. Alink, rechter,

mr. M.M. Dolman, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. J.M.Th. Boeter, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 oktober 2017.

Mr. Dolman is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage A

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegde dat:

1.

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 maart 2017 tot en met 16 maart 2017 te Utrecht en/of Wateringen, althans in Nederland (telkens) [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd met verkrachting en/of enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling, en/of met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen ontstaat en/of met feitelijke aanranding van de eerbaarheid immers heeft verdachte opzettelijk dreigend berichten (via Instagram en/of via de e-mail door tussenkomst van de (oude) (basis)school) naar die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] gestuurd:

- “ ik ga je hele kut doorboren met een voorwerp wat in jouw kamertje staar” (blz. 41)

en/of

- “ Ik heb haar adres (...) en ik wil graag haar kopen. Noem een prijs. Ik zou het erg op prijs stellen als ik haar gewoon afhaal bij haar thuis in utrecht. Zie ik ook s waar ze woont. Als dat te moeilijk wordt, zet die geile slet dan op de trein naar Den Haag. pik ik haar daar op. Als je weigert hiermee akkoord te gaan, kom ik [slachtoffer 1] halen, en zonodig bind ik r vast, krijgt ze een aantal nijptangen in dr kut (dat heb ik gezien bij babys, dus t zal wel het erg op prijs stellen als ik haar gewoon afhaal bij haar thuis in utrecht. Zie ik ook s waar ze woont. Als dat te moeilijk wordt, zet die geile slet dan op de trein naar Den Haag. pik ik haar daar op. Als je weigert hiermee akkoord te gaan, kom ik [slachtoffer 1] halen, en zonodig bind ik r vast, krijgt ze een aantal nijptangen in dr kut (dat heb ik gezien bij babys, dus t zal wel smullen worden) en zal ik genieten van haar luide gejammer en gekreis. mmm.. maar heb toch liever als ze gewoon uit zichzelf wilt meegaan, voor een prijs waarin jullie je in kunnen vinden” (blz. 38 en 44)

en/of

“Ik was in utrecht op jullie school en voor haar huis. het was de mooiste dag van mn leven. Ik wil met haar trouwen, en samen wonen. als ik haar vermoord is het de schuld van haarzelf en van mijn schoonouders, ik zal haar lijk dan voor bij me willen bewaren, maar op één voorwaarde zal ik haar sparen. dat zij zelf een mailtje terug stuurdtdat zij met mij haar leven wilt delen.” (blz. 49),

in elk geval woorden van soortgelijke (bedreigende) aard en/of strekking;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 maart 2017 tot en met 16 maart 2017 te Utrecht en/of Wateringen, althans in Nederland (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te bedreigen met verkrachting en/of enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling, en/of met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen ontstaat en/of met feitelijke aanranding van de eerbaarheid,

(telkens) opzettelijk dreigend berichten (via Instagram en/of via de e-mail door tussenkomst van de (oude) (basis)school) naar die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft gestuurd:

- “ ik ga je hele kut doorboren met een voorwerp wat in jouw kamertje staar” (blz. 41)

en/of

- “ Ik heb haar adres t...) en ik wil graag haar kopen. Noem een prijs, Ik zou het erg op prijs stellen als ik haar gewoon afhaal bij haar thuis in utrecht. Zie ik ook s waar ze woont. Als dat te moeilijk wordt, zet die geile slet dan op de trein naar Den Haag. pik ik haar daar op. Als je weigert hiermee akkoord te gaan, kom ik [slachtoffer 1] halen, en zonodig bind ik t

vast, krijgt ze een aantal nijptangen in dr kut (dat heb ik gezien bij babys, dus t zal wel het erg op prijs stellen als ik haar gewoon afhaal bij haar thuis in utrecht. Zie ik ook s waar ze woont. Als dat te moeilijk wordt, zet die geile slet dan op de trein naar Den Haag. pik ik haar daar op. Als je weigert hiermee akkoord te gaan, kom ik [slachtoffer 1] halen, en zonodig bind ik r vast, krijgt ze een, aantal nijptangen in dr kut (dat heb ik gezien bij babys, dus t zal wel, smullen worden) en zal ik genieten van haar luide gejammer en gekreis. mmm..maar heb toch liever als ze gewoon uit zichzelf wilt meegaan, voor een prijs waarin jullie je in kunnen vinden” (blz. 38 en 44)

en/of

“Ik was in utrecht op jullie school en voor haar huis. het was de mooiste dag van mn leven, Ik wil met haar trouwen, en samen wonen. als ik haar vermoord is het de schuld van haarzelf en van mijn schoonouders, ik zal haar lijk dan voor bij me willen bewaren, maar op één voorwaarde zal ik haar sparen. dat zij zelf een mailtje terug stuurdtdat zij met mij haar leven wilt delen.” (blz. 49),

in elk geval (telkens) berichten en/of woorden van soortgelijke (bedreigende) aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

zij in of omstreeks de periode van augustus 2016 tot en met 16 maart 2017 te Utrecht en/of Wateringen, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] , in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, door:

die [slachtoffer 1] Instagram-berichten te sturen, waarin zij onder meer schrijft

- dat zij met die [slachtoffer 1] wil trouwen en als ze niet reageert dit grote gevolgen zal hebben (blz. 26) en/of

- " [slachtoffer 1] wil je m'n vrouw worden? ik weet je adres, je telefoonnummer en ik weet waar je op school zit. als je nu niet zegt dat je m'n verloofde wilt worden, gaat dat grote gevolgen voor je hebben" (blz. 28) en/of

- " blijkbaar wil je dus niet m'n vrouw worden. dus tja, dan komen er grote gevolgen"

(blz. 29) en/of

- " [slachtoffer 1] ik heb 'n mail naar je school gestuurd. Ik ben heel erg verliefd op je. Je bent zo mooi en sexy" (blz. 34) en/of

- " mmm lekker ben je hoor ik ga je school weer mailen dus dan weet je wat je morgen weer te wachten staat" (blz. 42),

en/of

een of meer sms-bericht(en) naar de huistelefoon van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te sturen, waarin onder meer wordt gezegd:

- dat zij die [slachtoffer 1] zou gaan vingeren in haar sappige kutje (blz. 26),

- dat ze hiervan fimpjes en foto's zou maken die via sociale media en de school van die [slachtoffer 1] zouden worden verspreid (blz. 26) en/of

- " [slachtoffer 1] als je er zeker van bent dat je niet mijn vrouw wilt worden heeft dat grote gevolgen. Ben je er klaar voor?" (blz. 37)

en/of

een of meer berichten op/via het Youtube kanaal van het [naam] te plaatsen/posten, waarin onder meer wordt geschreven:

- dat zij met die die [slachtoffer 1] wil trouwen (blz. 26),

en/of

een of meer e-mailbericht(en) naar de (oude)(basis)school van die [slachtoffer 1] te sturen, waarin onder meer wordt geschreven:

- " Willen jullie tegen haar zeggen dat ik heel erg verliefd op haar ben? En dat ik heel graag met 'r wil trouwen?" (blz. 26, 35 en 48),

- " Willen jullie aan [slachtoffer 1] vragen of ze 'n keer met me wil afspreken?" (blz. 36 en 48),

- " Ik heb haar adres (...) en ik wil haar graag kopen. Noem een prijs. Ik zou het erg op prijs stellen als ik haar gewoon afhaal bij haar huis in Utrecht. Zie ik ook 's waar ze woont. Als dat te moeilijk wordt, zet die geile slet dan op de trein naar Den Haag." (blz. 38 en 44) en/of

- " Zorg dat [slachtoffer 1] met mij trouwt!" (blz. 39 en 45) en/of

- " Ik was in Utrecht op jullie school en voor haar huis. het was de mooiste dag van m'n leven. Ik wil met haar trouwen. en samen wonen. als ik haar vermoord is het de schuld van haarzelf en van mijn schoonouders." (blz. 49),

- " [slachtoffer 1] staat op Kinderporno website". "omdat ze niet op m'n huwelijksaanzouk ging" (blz. 91)

en/of

een bericht te plaatsen/posten op een twitteraccount: " [slachtoffer 1] uit Utrecht staat op een kinderporno website omdat ze niet op m'n huwelijksaanzoek ging. Die vuile geile hoer." (blz. 85 en 87)

en/of

een bericht te plaatsen/posten op internetsite [naam] :

"Shes the most beautiful and sexiest girl in the world.

she just turned 14 yo.

I dont know how to put pictures in this message

Just put the links into your tor browser

Her name is [slachtoffer 1]

She lives in te Netherlands

I am so in love with her" (blz. 92)

en/of

zich te begeven naar de (oude) (basis)school van die [slachtoffer 1]

en/of

zich te begeven naar de woning van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] ;

3.

zij op 17 maart 2017 te Wateringen, gemeente Westland, in elk geval in Nederland, één of meermalen (telkens) een (aantal) afbeelding(en) en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en) (te weten een iPod) in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeelding(en) (telkens) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven - (telkens) bestonden uit:

Afbeelding 1 / Foto 1:

Het betreft een afbeelding in kleur. Op de afbeelding is een baby te zien van nog geen jaar oud. De baby draagt een witte romper. De baby heeft het hoofdje naar rechts gedraaid, gezien vanuit het oogpunt van de baby. Aan de rechterzijde van de baby is de (vermoedelijk stijve) penis te zien van een kennelijk volwassen man. De penis wordt vastgehouden door een linkerhand, waarbij slechts de duim en wijsvinger van deze hand zichtbaar zijn. De eikel

van de penis zit gedeeltelijk in de mond van de baby en/of

Afbeelding 2 / Foto 2:

Het betreft een afbeelding in kleur. Op de afbeelding is een meisje te zien in de geschatte leeftijd van 0 tot 1 jaar oud. Het meisje is geheel naakt en ligt op haar rug op een bed of kussen. In haar rechterhandje heeft het meisje een witte knuffel. De beentjes van het meisje zijn gespreid. Hierdoor is er duidelijk zicht op haar naakte vagina. Er ligt een hand van een kennelijk volwassen persoon op het rechter bovenbeentje van het meisje. De vingers van

deze hand bevinden zich in de lies van het meisje, vlak naast de vagina en/of

Afbeelding 3 / Foto 3: Het betreft een afbeelding in kleur. Op de afbeelding is een meisje te zien in de geschatte leeftijd van 0 tot 2 jaar oud. Het hoofd van het meisje is op de afbeelding niet zichtbaar. Het meisje is geheel naakt en ligt op haar rug op een bed of kussen. De beentjes van het meisje zijn iets gespreid. Tussen de benen van het meisje staat een kennelijk volwassen man. Deze man is ogenschijnlijk ook geheel naakt. De man heeft een stijve penis en houdt deze met zijn linkerhand vast. De eikel van de stijve penis bevindt zich in de vagina van het meisje.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2017074074, van de politie eenheid Den Haag, district Westland-Delft, basisteam Westland, met bijlagen (doorgenummerd p. 1 t/m 148).

2 Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] , p. 38-39.

3 Bijlage bij het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] , p. 44.

4 Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] , p. 38-39.

5 Bijlage bij het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] , p. 41.

6 Proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 2] namens [slachtoffer 1] , p. 46, 49.

7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 95-100.

8 Proces-verbaal verhoor verdachte inbewaringstelling d.d. 20 maart 2017 opgesteld.

9 Proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 2] , p. 46-47.

10 Proces-verbaal ter terechtzitting van 19 juni 2017, p. 2-3.

11 Proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 2] namens [slachtoffer 1] , p. 25-26.

12 Bijlage bij het proces-verbaal aangifte [slachtoffer 2] namens [slachtoffer 1] , p. 28-29.

13 Bijlage bij het proces-verbaal aangifte [slachtoffer 2] , p. 34.

14 Proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 2] , p. 26.

15 Bijlage bij het proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 2] namens [slachtoffer 1] , p. 35-36.

16 Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] , p. 38-39.

17 Bijlage bij het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] , p. 44.

18 Bijlage bij het proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] , p. 45.

19 Proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 2] namens [slachtoffer 1] , p. 46,49.

20 Proces-verbaal van bevindingen, p. 85, 88-91.

21 Proces-verbaal van bevindingen, p. 85, 87.

22 Proces-verbaal van bevindingen, p. 85-92.

23 Proces-verbaal van bevindingen, p. 95-99.

24 Proces-verbaal verhoor verdachte inbewaringstelling d.d. 20 maart 2017 opgesteld.

25 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 2] , namens [slachtoffer 1] , p. 49.

26 Proces-verbaal van verhoor aangeefster [slachtoffer 2] , p. 38.

27 Proces-verbaal ter terechtzitting van 19 juni 2017, p. 2-3.

28 Proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 2] namens [slachtoffer 1] , p. 138

29 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 2] , namens [slachtoffer 1] , p. 49.

30 Proces-verbaal uitlezen mobiel toestel, p. 112 en 113.

31 Proces-verbaal van bevindingen, p. 124 en 125.

32 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 129 t/m 131.