Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:11341

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
25-09-2017
Datum publicatie
05-10-2017
Zaaknummer
09/857772-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Zedenzaak. Ontucht en seksueel getinte chatgesprekken met drie minderjarige jongens. Digitale bestanden/objecten (zie onder meer de Runescape-jurisprudentie: ECLI:NL:HR:2012:BQ9251) kunnen als goederen in de zin van art. 248a Sr worden aangemerkt. Vrijspraak van verleiding tot het verrichten van ontuchtige handelingen (art. 248a Sr): uit verklaringen aangevers blijkt niet dat jongens door giften of beloften van geld zijn bewogen tot die seksuele handelingen. Gebondenheid aan tenlastelegging. Vrijspraak bezit kinderporno (art. 240b Sr): onvoldoende bewijs voor de voor een bewezenverklaring vereiste (impliciet tenlastegelegde en al dan niet voorwaardelijke) opzet. Rechtbank komt tot oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 6 voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/857772-16

Datum uitspraak: 25 september 2017

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres] ,

thans gedetineerd in de [Detentie adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 28 maart 2017 (pro forma), 22 juni 2017 (pro forma) en 11 september 2017 (inhoudelijk).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. L.A. Pronk en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. L.E. Buiting, advocaat te Gouda, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 11 september 2017 - ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2016 tot en met 30 november 2016 te Reeuwijk en/of Haastrecht en/of Gouda, in elk geval in Nederland, met [slachtoffer 1] , geboren op 13 december 2000, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit

- het (meermalen) plaatsen van zijn hand(en) in de (onder)broek van die [slachtoffer 1] en/of

- het (meermalen) betasten en/of strelen van de (blote) buik van die [slachtoffer 1] en/of

- het (meermalen) betasten en/of aftrekken van de (blote) penis van die [slachtoffer 1] en/of

- het plaatsen van de penis van die [slachtoffer 1] in zijn, verdachtes, mond en/of het zuigen en/of likken aan de penis van die [slachtoffer 1] en/of

- het (zich) (meermalen) in de nabijheid van die [slachtoffer 1] aftrekken en/of klaarkomen;

2.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van op of omstreeks 1 augustus 2016 tot en met 30 november 2016 te Reeuwijk en/of Haastrecht en/of Gouda, althans in Nederland, door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding, te weten door meermalen, althans eenmaal, (een) contant(e) geldbedrag(en) te geven,

[slachtoffer 1] , geboren op 13 december 2000, van wie verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

opzettelijk heeft bewogen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen van verdachte, te weten:

- die [slachtoffer 1] één of meer foto's van zijn, van die [slachtoffer 1] , ontblote penis te laten maken en/of (vervolgens) laten versturen naar hem, verdachte, en/of

- het (meermalen) plaatsen van zijn hand(en) in de (onder)broek van die [slachtoffer 1] en/of

- het (meermalen) betasten en/of strelen van de (blote) buik van die [slachtoffer 1] en/of

- het (meermalen) betasten en/of aftrekken van de (blote) penis van die [slachtoffer 1] en/of

- het plaatsen van de penis van die [slachtoffer 1] in zijn, verdachtes, mond en/of het zuigen en/of likken aan de penis van die [slachtoffer 1] en/of

- het (zich) (meermalen) in de nabijheid van die [slachtoffer 1] aftrekken en/of klaarkomen;

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met 19 december 2016 te Gouda, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) een hoeveelheid afbeeldingen en/of gegevensdragers bevattende (een) afbeelding(en) (te weten een HP Notebook en/of een SD-kaart), heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

te weten:

- een of meerdere foto's van (een deel van) de ontblote penis van een jongen van 15 jaar en/of

- twee, althans een of meerdere filmpje(s), waarbij voornoemde seksuele handelingen bestonden uit:

filmpje 1:

twee jongens in de leeftijd van 11 tot 15 jaar liggen naakt op bed. Zij trekken zichzelf en elkaar af. Ook penetreren de jongens elkaar zowel oraal als anaal in diverse standjes

en/of

filmpje 2:

een jongen in de leeftijd van 9 tot 12 jaar kleed zichzelf geheel uit en gaat in diverse standjes voor de camera zitten en staan. Vervolgens gaat hij tegen een deur en tegen een speelgoedbeest op/aan "rijen";

4.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2016 tot en met 27 oktober 2016 te Reeuwijk, gemeente Bodegraven-Reeuwijk en/of Gouda, in elk geval in Nederland, met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte,

- die [slachtoffer 2] (tijdens chatsessies middels Skype) aangespoord en/of aangedrongen tot het maken van foto's en/of films waarbij hij met zichzelf seksuele handelingen verricht (waaronder het zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of het tonen van zijn ontblote penis en/of het zichzelf aftrekken) en/of

- die [slachtoffer 2] een of meer ontuchtige handeling(en) laten verrichten terwijl dit voor verdachte door gebruik van een webcam zichtbaar was, te weten: het zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of het tonen van zijn ontblote penis en/of het zichzelf aftrekken

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2016 tot en met 27 oktober 2016 te Reeuwijk, gemeente Bodegraven-Reeuwijk en/of Gouda, in elk geval in Nederland, door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding, te weten het beloven van geld en/of (een) na(a)m(en) en/of skypena(a)m(en) en/of foto('s) en/of (seks)filmpje(s) van andere (minderjarige) jongens en/of geven/sturen van (een) na(a)m(en) en/of skypena(a)m(en) en/of foto('s) en/of (seks)filmpje(s) van andere (minderjarige) jongen,

[slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , van wie verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

opzettelijk heeft bewogen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen van verdachte, immers heeft hij, verdachte,

- die [slachtoffer 2] (tijdens chatsessies middels Skype) aangespoord en/of aangedrongen tot het maken van foto's en/of films waarbij hij met zichzelf seksuele handelingen verricht (waaronder het zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of het tonen van zijn ontblote penis en/of het zichzelf aftrekken) en/of

- die [slachtoffer 2] een of meer ontuchtige handeling(en) laten verrichten terwijl dit voor verdachte door gebruik van een webcam zichtbaar was, te weten: het zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of het tonen van zijn ontblote penis en/of het zichzelf aftrekken;

5.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2016 tot en met 19 december 2016 te Doetinchem en/of Gouda, in elk geval in Nederland, met [getuige en slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte,

- die [getuige en slachtoffer 3] (tijdens chatsessies middels Skype) aangespoord en/of aangedrongen tot het maken van foto's en/of films waarbij hij met zichzelf seksuele handelingen verricht, waaronder het zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of het tonen van zijn ontblote penis en/of het afbinden van zijn penis en/of het (vervolgens) zichzelf aftrekken en/of het brengen van een of meerdere vinger(s) in zijn anus) en/of

- die [getuige en slachtoffer 3] een of meer ontuchtige handeling(en) laten verrichten terwijl dit voor verdachte door gebruik van een webcam zichtbaar was, te weten: het zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of het tonen van zijn ontblote penis en/of het afbinden van zijn penis en/of het (vervolgens) zichzelf aftrekken en/of het brengen van een of meerdere vinger(s) in zijn anus

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2016 tot en met 19 december 2016 te Doetinchem en/of Gouda, in elk geval in Nederland, door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding, te weten het beloven van geld en/of (een) na(a)m(en) en/of skypena(a)m(en) en/of foto('s) en/of (seks)filmpje(s) van andere (minderjarige) jongens en/of geven/sturen van (een) na(a)m(en) en/of skypena(a)m(en) en/of foto('s) en/of (seks)filmpje(s) van andere (minderjarige) jongen,

[getuige en slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] van wie verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

opzettelijk heeft bewogen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen van verdachte, immers heeft hij, verdachte,

- die [getuige en slachtoffer 3] (tijdens chatsessies middels Skype) aangespoord en/of aangedrongen tot het maken van foto's en/of films waarbij hij met zichzelf seksuele handelingen verricht (waaronder het zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of het tonen van zijn ontblote penis en/of het afbinden van zijn penis en/of het (vervolgens) zichzelf aftrekken en/of het brengen van een of meerdere vinger(s) in zijn anus) en/of

- die [getuige en slachtoffer 3] een of meer ontuchtige handeling(en) laten verrichten terwijl dit voor verdachte door gebruik van een webcam zichtbaar was, te weten: het zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of het tonen van zijn ontblote penis en/of het afbinden van zijn penis en/of het (vervolgens) zichzelf aftrekken en/of het brengen van een of meerdere vinger(s) in zijn anus.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding

De verdachte wordt – kort gezegd – verweten dat hij driemaal ontucht heeft gepleegd met iemand jonger dan 16 jaar (feit 1, feit 4 eerste cumulatief/alternatief en feit 5 eerste cumulatief/alternatief), dat hij driemaal iemand onder de 18 jaar heeft bewogen tot ontuchtige handelingen (feit 2, 4 tweede cumulatief/alternatief, 5 tweede cumulatief/alternatief) en dat hij kinderporno in bezit gehad (feit 3). Hij heeft een deels bekennende verklaring afgelegd.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 4 (tweede cumulatief/alternatief) en 5 (tweede cumulatief/alternatief) ten laste gelegde, en tot bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3, 4 (eerste cumulatief/alternatief) en 5 (eerste cumulatief/alternatief) ten laste gelegde.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van de feiten 1, 2, 3, 4 (tweede cumulatief/alternatief) en 5 (tweede cumulatief/alternatief). Daartoe is ten aanzien van de feiten 1 en 2 aangevoerd dat de verklaring van [slachtoffer 1] onbetrouwbaar is omdat hij wisselend en innerlijk tegenstrijdig heeft verklaard. Voor zover die verklaring wel betrouwbaar worden geacht vindt zij volgens de raadsman onvoldoende steun in ander bewijs. Ten aanzien van feit 3 is aangevoerd – onder verwijzing naar ECLI:NL:RBSGR:2009:BK8406 – dat de aangetroffen kinderpornografische bestanden bijvangst zijn en dat er onvoldoende bewijs is voor opzet op het bezit daarvan. Ten aanzien van de feiten 4 (tweede cumulatief/alternatief) en 5 (tweede cumulatief/alternatief) is aangevoerd dat (Skype)namen, foto’s en filmpjes geen goederen zijn in de zin van art. 248a Sr. Meer specifiek is ten aanzien van feit 4 (tweede cumulatief/alternatief) voorts aangevoerd dat uit het dossier niet volgt dat er geld of goederen zijn gegeven, of dat er sprake was van misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of misleiding. Ten aanzien van feit 5 (tweede cumulatief/alternatief) is aangevoerd dat uit het dossier niet volgt dat [getuige en slachtoffer 3] handelingen heeft verricht naar aanleiding van een in de tenlastelegging opgenomen verleidingsmiddel.

Tot slot heeft de raadsman zich ten aanzien van het eerste cumulatief/alternatief onder 4 en 5 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging1

3.4.1

Feit 1: ontucht met [slachtoffer 1]

, geboren op 13 december 2000, heeft op 14 december 2016 bij de politie verklaard dat hij op enig moment contact kreeg met de verdachte, die via chatgesprekken via de telefoon had gevraagd om een foto. Nadat [slachtoffer 1] een foto van zichzelf had gestuurd had de verdachte gezegd dat [slachtoffer 1] knap was en dat hijzelf geil was. In dat gesprek heeft [slachtoffer 1] tegen de verdachte gezegd dat hij 15 jaar oud was. Vervolgens heeft [slachtoffer 1] op verzoek van de verdachte van zichzelf blootfoto’s gestuurd aan de verdachte. In de periode van het chatcontact heeft hij ook in persoon met de verdachte afgesproken. Hij heeft volgens zijn verklaring de verdachte ontmoet bij uitvaartcentrum [naam] , bij [naam] in Gouda. Daar is de verdachte naartoe gekomen in zijn auto. Toen [slachtoffer 1] was ingestapt en zij ergens anders naartoe waren gereden begon de verdachte hem te knuffelen, tegen hem aan te liggen en te wrijven over zijn buik. De verdachte deed daarna zijn hand in de onderbroek van [slachtoffer 1] en wreef over diens geslachtsdeel. De verdachte trok zich op dat moment af en ging [slachtoffer 1] aftrekken. Ook nam de verdachte het geslachtsdeel van [slachtoffer 1] in zijn mond en ging verder met het aftrekken van [slachtoffer 1] . Ook kwam de verdachte klaar. In totaal hebben er drie van dat soort ontmoetingen plaatsgevonden, waarvan de andere twee plaatsvonden in Haastrecht (de eerste ontmoeting) en in Reeuwijk. Bij die ontmoetingen gebeurde volgens [slachtoffer 1] hetzelfde als bij de ontmoeting in Gouda, waarbij telkens na de initiële ontmoeting naar een plek werd gereden met de auto van de verdachte. Over de eerste keer in Haastrecht heeft [slachtoffer 1] verklaard dat hij toen bij [naam] (de rechtbank begrijpt [naam] ) aan het logeren was en dat hij daar op enig moment is weggegaan met de smoes dat hij iets ging doen voor drugs.2

De verdachte heeft bevestigd dat hij met de verdachte ontmoetingen heeft gehad in zijn auto, maar heeft ontkend dat er toen seksuele handelingen hebben plaatsgevonden en verklaard dat tijdens die ontmoetingen slechts vriendschappelijk gesproken werd.3

De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of de verklaring van [slachtoffer 1] betrouwbaar is. Zij overweegt daartoe het volgende.

Naar het oordeel van de rechtbank vindt de verklaring van [slachtoffer 1] steun in meerdere bewijsmiddelen. De seksuele aard en plek van de handelingen waar [slachtoffer 1] over heeft verklaard vinden steun in chatgesprekken die de verdachte heeft gehad met [slachtoffer 2] . De verdachte, die gebruikmaakte van de chatnaam “ [naam] ”4, heeft namelijk tegen die [slachtoffer 2] (die gebruikmaakte van de chatnaam [naam] ) gezegd: “kan toch een keer in de auto ofso dat je naast me zit en dat je jezelf aftrekt ofso”.5 Daaruit volgt afdoende dat de verdachte openstond voor een fysieke ontmoeting voor seksueel contact op dezelfde plek als waar [slachtoffer 1] over heeft verklaard. Ook een chatgesprek met [naam] , welk gesprek door de verdachte is bevestigd,6 ondersteunt de verklaring van [slachtoffer 1] dat er fysiek contact is geweest. De verdachte heeft namelijk in dat chatgesprek met [naam] onder meer gezegd: “Maar [naam] doe5 wel meer dan andere ja”, “Vriendschap geveb. Knuffel”, “Maar het is heus niet zo dat [naam] en ik steeds voor geld” en “Anders ga ik [naam] zoenen vanavond” en “En knuffelen”.7 Dat het contact tussen [slachtoffer 1] en de verdachte verder ging dan alleen vriendschap volgt ook uit chatgesprekken op 25 en 26 november 2016 tussen de verdachte en A. van der Wiel, waarin de verdachte heeft gezegd: “[naam] en ik zijn uitgespeeld”, “Ben toe aan een nieuwe liefde”, “Ja maar [naam] was spielerei” en “En geen [hart icoon]”.8 De verklaring van [slachtoffer 1] dat hij aan het logeren was bij [naam] op de dag van de eerste ontmoeting vindt voorts steun in de verklaring van [naam] , die heeft verklaard dat [slachtoffer 1] een keer bij [naam] was en op enig moment ineens wegging en wegreed.9 Tot slot heeft ook de verdachte bevestigd dat er daadwerkelijk ontmoetingen zijn geweest in de auto en dat nadat [slachtoffer 1] instapte zij wegreden, omdat [slachtoffer 1] zich opgelaten zou voelen jegens derden omdat hij met [slachtoffer 1] afsprak in een auto.10

De omstandigheid dat – zoals door de raadsman naar voren is gebracht – [slachtoffer 1] pas na aandringen verklaarde dat meer was gebeurd dan alleen het uitwisselen van foto’s en chatten doet naar het oordeel van de rechtbank niet af aan het voorgaande. Dat [slachtoffer 1] niet direct open kaart heeft gespeeld past namelijk in de situatie van een (tijdens het afleggen van die verklaring) zestienjarige jongen die zich schaamt voor zijn (homo)seksuele contact met een oudere man en daardoor niet gelijk alles heeft willen verklaren. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de verklaring van [slachtoffer 1] dan ook voldoende betrouwbaar om als bewijsmiddel te gebruiken en dat doet zij ook.

Periode

Uit het dossier volgt niet direct op welke data de fysieke contacten tussen [slachtoffer 1] en de verdachte zouden hebben plaatsgevonden. Voor zover [slachtoffer 1] heeft verklaard over het eerste niet-fysieke contact heeft hij het over een moment dat hij op school was.11 Vervolgens heeft de verdachte [slachtoffer 1] elke dag geappt, waarna hij daar enkele weken later mee ophield.12 Op enig moment ontving [slachtoffer 1] toch weer een app van de verdachte. Dat was ongeveer één week voor de herfstvakantie.13 Gelet op die omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat vaststaat dat het fysieke contact tussen de verdachte en [slachtoffer 1] tijdens het schooljaar 2016-2017 en daarmee gedurende de tenlastegelegde periode heeft plaatsgevonden.

Conclusie

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen en overwegingen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit onder 1 heeft begaan.

3.4.2

Feit 2: verleiding tot ontucht met [slachtoffer 1]

De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van het als feit 2 tenlastegelegde. Zij overweegt daartoe het volgende.

Op grond van het dossier is voldoende aannemelijk geworden dat [slachtoffer 1] een foto van (een gedeelte van) zijn ontblote geslachtsdeel naar de verdachte heeft gestuurd. Ook volgt uit het dossier dat de verdachte op meerdere momenten geld aan [slachtoffer 1] heeft gegeven en dat de onder 3.4.1 besproken ontuchtige handelingen hebben plaatsgevonden. Echter, dat [slachtoffer 1] door de belofte van geld is bewogen tot het sturen van de foto’s of het plegen/dulden van die ontuchtige handelingen (oftewel dat er tussen de belofte enerzijds en het sturen en/of plegen/dulden anderzijds een oorzakelijk verband heeft bestaan) volgt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende uit het dossier.

Uit de verklaring van [slachtoffer 1] volgt namelijk dat hij zich bedreigd voelde, omdat de verdachte hem tijdens chatgesprekken een foto van een vuurwapen had gestuurd en omdat hij boos reageerde en bleef doorzeuren tijdens chatgesprekken als [slachtoffer 1] zei dat hij iets niet wilde doen, en dat hij dáárom de foto’s stuurde (zie pagina’s 51 t/m 53 van het dossier). Voor zover uit zijn verklaring volgt dat hij wel geld heeft gekregen na een ontmoeting waarbij seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, volgt uit zijn verklaring niet dat een belofte van geld hem heeft bewogen tot die seksuele handelingen. Het is voorts niet onaannemelijk dat de verdachte achteraf [slachtoffer 1] als “dank” geld heeft gegeven voor de foto’s en seksuele handelingen, zonder dat een eerder aanbod van geld [slachtoffer 1] daartoe heeft bewogen. Dat beloftes van geld door de verdachte hebben geleid tot het sturen van blootfoto’s en/of het plegen/dulden van de tenlastegelegde ontuchtige handelingen door [slachtoffer 1] kan dan ook niet wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

Voor zover het dossier gelet op onder meer het voorgaande wel voldoende aanknopingspunten biedt voor een bewezenverklaring van “misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht”, volgt uit de wijze van ten laste leggen niet dat het verwijt dat de verdachte wordt gemaakt (ook) daarop ziet. De officier van justitie heeft de verleidingsmiddelen in de tenlastelegging immers nader geconcretiseerd als “door meermalen, althans eenmaal, (een) contant(e) geldbedrag(en) te geven”. Naar het oordeel van de rechtbank beperkt die concretisering zich louter tot de in de tenlastelegging opgenomen “giften of beloften van geld of goed”. Bij die concretisering zou een bewezenverklaring van “misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht” naar het oordeel van de rechtbank leiden tot grondslagverlating.

3.4.3

Feit 3: kinderpornografie

De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van het onder feit 3 tenlastegelegde. Zij overweegt daartoe het volgende.

Ten aanzien van de verweten foto’s

Blijkens de toegewezen wijziging van de tenlastelegging d.d. 11 september 2017 en het requisitoir heeft de officier van justitie het verwijt onder 3 ter zake de foto’s toegespitst op (enkel) de foto’s die de verdachte van [slachtoffer 1] toegestuurd zou hebben gekregen.

Vaststaat dat er (poseer)foto’s van [slachtoffer 1] door [slachtoffer 1] aan de verdachte zijn gestuurd, maar dat die foto’s niet onder de verdachte (op gegevensdragers) zijn aangetroffen, noch onder [slachtoffer 1] . Zonder feitelijk kennis te kunnen nemen van die foto’s moet de inhoud daarvan uit ander bewijs blijken. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt het in het dossier aan dat bewijs, nu [slachtoffer 1] met betrekking tot die foto’s niet meer heeft verklaard dan dat het ging om foto’s van zijn buik en één foto van een (niet nader omschreven) deel van zijn geslachtsdeel, zodat naar het oordeel van de rechtbank niet vaststaat dat die foto’s aangemerkt kunnen worden als van kinderpornografische aard. Onder die omstandigheid kan niet wettig en overtuigend bewezen worden verklaard dat de verstuurde foto’s van [slachtoffer 1] aan de verdachte van kinderpornografische aard waren.

Ten aanzien van de verweten kinderpornografische filmpjes

De rechtbank stelt voorop dat het dossier geen enkel aanknopingspunt bevat om te kunnen veronderstellen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verspreiden, vervaardigen, invoeren of uitvoeren van de op zijn gegevensdragers aangetroffen kinderpornografische filmpjes. Aan de orde is dus uitsluitend de vraag of bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit materiaal opzettelijk in zijn bezit heeft gehad, zoals in het begrip ‘bezit’ als bedoeld in artikel 240b lid 1 Sr besloten ligt. Ten aanzien van deze vraag wordt het volgende overwogen.

De rechtbank kan zich op grond van het dossier geen duidelijk beeld vormen van:

- de wijze waarop de verdachte naar (kinder)pornobestanden heeft gezocht, bijvoorbeeld de in de zoekopdrachten gebruikte termen;

- de wijze waarop de verdachte de aangetroffen kinderpornobestanden heeft gedownload, bijvoorbeeld één voor één of met meerdere (andere soorten) bestanden in een archiefbestand;

- de structuur van de map(pen) waarin de verdachte deze bestanden heeft opgeslagen, bijvoorbeeld de aard van de namen van de map(pen);

- de wijze waarop de verdachte meerdere van die bestanden heeft overgezet van zijn computer(s) naar externe gegevensdragers, bijvoorbeeld één voor één, in een archiefbestand, in een map of door middel van een reeds ingesteld back-up programma.

Het ontbreken van deze informatie leidt ertoe dat de rechtbank zich geen oordeel kan vormen over de volgende vragen: (1) of het bij de aangetroffen kinderpornografische filmpjes om meer ging dan ‘bijvangst’ van (een) reguliere zoekopdracht(en) naar pornografisch materiaal, (2) of de verdachte dientengevolge wetenschap had van de inhoud van deze bestanden, (3) of de verdachte bewust deze bestanden heeft overgezet naar externe gegevensdragers en (4) of de verdachte wetenschap had dat die bestanden vanaf dat moment op die gegevensdragers werden bewaard.

Daarmee kan in het dossier onvoldoende bewijs worden gevonden voor de voor een bewezenverklaring vereiste (impliciet tenlastegelegde en al dan niet voorwaardelijke opzet. Bij die stand van zaken dient daarom ook met betrekking tot dit onderdeel van het onder 3 tenlastegelegde vrijspraak te volgen.

3.4.4

Feit 4 eerste cumulatief/alternatief: ontucht met [slachtoffer 2]

Nu de verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren – het plegen van ontuchtige handelingen met [slachtoffer 2] – heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman hiervoor vrijspraak hebben bepleit, zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen, als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank bezigt de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 11 september 2017;

  • -

    het proces-verbaal verhoor verdachte, p. 744 t/m 758;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen, p. 193 t/m 200 en bijlagen p. 201 t/m 206;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen, p. 235 t/m 243;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen, p. 214 t/m 224;

  • -

    het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] , p. 244 t/m 252.

Conclusie

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit onder 4 (eerste cumulatief/alternatief) heeft begaan.

3.4.5

Feit 4 tweede cumulatief/alternatief: verleiding tot ontucht met [slachtoffer 2]

Chatgesprekken tussen de verdachte en [slachtoffer 2]

De verdachte heeft verklaard dat hij als chatnaam “ [naam] ”14 heeft gebruikt en [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij “ [naam] ”15 als chatnaam heeft gebruikt.

Op 25 mei 2016 tussen 13:40:26 uur en 14:00:07 uur heeft er tussen “ [naam] ” en “ [naam] ” onder meer het volgende gesprek plaatsgevonden :16

[…]

[naam] :

Heb je ook geen filmpje of zo

[naam] :

Nee

[naam] :

Sorry nu jiet

[naam] :

Jammer man

[naam] :

Sorry

[naam] :

Ook niet als ik jou geile fotos of filmpjes stuur van hete jongens van 14 of 15?

[naam] :

Ook klaar kom fil;mpje enz?

[naam] :

Dan miss wel

[naam] :

Ik heb echt wel lekkere

[naam] :

Maar ik ga niet alles eerst sturen en dat je dan niet wilt wilt ineens enz

[naam] :

Wat wil je van mijn dan?

[naam] :

Ik wil je sperma

[naam] :

Sperma

[naam] :

En naar je lijf kijken

[naam] :

Maar ik kom zo niet klaar

[naam] :

oo

[naam] :

Nooit

[naam] :

Of nu niet

[naam] :

Ny niet

[naam] :

Oke

[naam] :

Maar je kan toch voor me cammen nu even dat ik zeg wat ik wil zien en jij het doet

[naam] :

Dat ik dan die jongen regel voor je

[naam] :

Beetje elkaar helpen

[naam] :

Ok

[naam] :

Zou je dat willen

[naam] :

Dan

[naam] :

Ja

[naam] :

Wanneer?

[naam] :

Nu?

[naam] :

Mag mijn cam dan ff uit blijven? Dan kan ik makkelijker type of mobiel en em effe neer zetten en lekker aftrekken op jou?

[naam] :

Maar wil jou ook wel zien

[naam] :

Ja maar dat rukt een beetje lastig en je kan toch niet klaarkomen nu

[naam] :

Ok

[naam] :

Dus

[naam] :

Mag dat voor deze ene keer

[naam] :

Ja

[naam] :

Oke

[naam] :

W8 kom effe op me mobiel dan

[naam] :

Dan zal ik jou ook helpen <ss

[naam] :

Maar dan wil ik die dingen van jou

[naam] :

Nu gelijk of? Want dat lukt niet op skype

[naam] :

Kan wel een geil filmpjes sturen alvast 1 die heb ik hier

[naam] :

Oke

[naam] :

[Stuurt een filmbestand]

[naam] :

Deze is 14 ik kan je na het cammen zn skype enz wel geven

[naam] :

Ok

[…]

Op 25 mei 2016 tussen 14:18:48 uur en 14:19:54 heeft er tussen “ [naam] ” en “ [naam] ” onder meer het volgende gesprek plaatsgevonden :17

[…]

[naam] :

En hoe oud was je eerlijk

[naam] :

Heb je nog filmpjes en fotos

[naam] :

14 want?

[naam] :

Ja heel veel alleen ben nu op werk dus kan niet sturen

[naam] :

Snap je

[naam] :

Ben je op skyoe vanaaf

[naam] :

Vast wel

[naam] :

Waarom wou je weten hoe oud ik was?

[naam] :

Ik woon trouwes in Gouda

[naam] :

Vergeten

[naam] :

Oke

[…]

Op 27 oktober 2016 tussen 09:31:15 uur en 09:47:27 uur heeft er tussen “ [naam] ” en “ [naam] ” onder meer het volgende gesprek plaatsgevonden :18

[…]

[naam] :

Oke ik stuur je nu paar filmpjes, dan kom ik ffe opnieuw online en dan stuur jij fotos die ik wil en dan stuur ik jou weel filmpjes oke?

[naam] :

Ok

[naam] :

Oke

[naam] :

Kheb er cht veel voor je als je lekkere fotos stuurt

[naam] :

Kzal zo wel zeggen wat ik wil zien

[naam] :

Ja

[naam] :

Kwacht tot je er nog 2 binnen heb

[naam] :

Die ene laatste wil niet afspelen

[naam] :

Ik kom ven opnieuw online en dan zal ik zeggen wa ik wil zien,

[naam] :

Oke stuur ik em in ander formaat doe ik zo

[naam] :

Heeee

[naam] :

Ben ik weer

[naam] :

Stuur me een foto van je buik en schaamhaar

[naam] :

?

[naam] :

[Stuurt een fotobestand]

[naam] :

Nu je pik zonder handen

[naam] :

Borst een en een foro van je oksel

[naam] :

?

[naam] :

[Stuurt een fotobestand]

[naam] :

[Stuurt een fotobestand]

[naam] :

Ga door

[naam] :

[Stuurt een fotobestand]

[…]

[slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , heeft verklaard dat hij chatgesprekken heeft gehad met iemand die als chatnaam “ [naam] ” had. Diegene vroeg aan hem of hij chatnamen van derden wilde ontvangen. Als hij dat wilde moest hij foto’s of een filmpje (van zichzelf) maken. Ook beloofde “ [naam] ” filmpjes en kreeg [slachtoffer 2] foto’s en filmpjes van “ [naam] ”. Hij heeft zich live [de rechtbank begrijpt via een webcam] in beeld voor “ [naam] ” afgetrokken. Dat hij zei “Wil je cammen? Dan krijg je 6 jongens skype tussen 14-17”, zei “ [naam] ” volgens [slachtoffer 2] wel vaker.19 “ [naam] ” vroeg ook aan [slachtoffer 2] of hij zich wilde aftrekken voor de webcam. [slachtoffer 2] zag dan – terwijl hij zichzelf aan het aftrekken was – dat “ [naam] ” zich ook aan het aftrekken was op de webcam.20 [slachtoffer 2] heeft ook filmpjes verstuurd van zijn buik en dat hij zichzelf aan het aftrekken was.21

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt ten eerste dat - anders dan door de officier van justitie en de raadsman is aangevoerd - foto’s en filmpjes van digitale aard gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad omtrent digitale bestanden/objecten (onder meer de Runescape-jurisprudentie: ECLI:NL:HR:2012:BQ9251) als goederen in de zin van art. 248a Sr kunnen worden aangemerkt.

Naar het oordeel van de rechtbank is gelet op voornoemde bewijsmiddelen voldoende aannemelijk geworden dat de verdachte tijdens elke van de drie aangehaalde chatgesprekken op de hoogte was van het feit dat hij met een veertienjarige jongen aan het chatten was. In het tweede aangehaalde chatgesprek zegt hij immers dat hij het “vergeten” was wat de leeftijd van [slachtoffer 2] was toen [slachtoffer 2] zijn leeftijd van veertien jaar noemde. Dat impliceert dat hij al eerder op de hoogte is geweest van de leeftijd van [slachtoffer 2] . Dit wordt ondersteund door het feit dat hij in het eerste hiervoor aangehaalde chatgesprek – dat slechts enkele minuten voor het tweede chatgesprek had plaatsgevonden – seksfilmpjes en foto’s van veertien- en vijftienjarigen aanbood, terwijl het willen aanbieden van leeftijdsgelijk materiaal aan een veertienjarige om deze te bewegen tot ontuchtige handelingen aannemelijker is dan het willen aanbieden van in essentie kinderpornografisch materiaal – met dezelfde intentie – aan iemand waarvan de verdachte dacht dat het een meerderjarige was.

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen is naar het oordeel van de rechtbank voldoende wettig en overtuigend bewezen dat [slachtoffer 2] door de belofte van seksfilmpjes van minderjarigen door de verdachte is bewogen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen, terwijl de verdachte wist dat hij met een veertienjarige van doen had.

3.4.6

Feit 5 eerste cumulatief/alternatief: ontucht met [getuige en slachtoffer 3]

Nu de verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren – het plegen van ontuchtige handelingen met [getuige en slachtoffer 3] – heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman hiervoor vrijspraak hebben bepleit, zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen, als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank bezigt de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 11 september 2017;

  • -

    het proces-verbaal verhoor verdachte, p. 744 t/m 758;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen, p. 477 t/m 480 en bijlagen p. 483 t/m 739;

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen, p. 464 t/m 467;

  • -

    het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige en slachtoffer 3] , p. 470 t/m 475.

Conclusie

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit onder 5 (eerste cumulatief/alternatief) heeft begaan.

3.4.7

Feit 5 tweede cumulatief/alternatief: verleiding tot ontucht met [getuige en slachtoffer 3]

De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van het onder feit 5 (tweede cumulatief/alternatief) tenlastegelegde ter zake verleiding tot ontucht van [getuige en slachtoffer 3] . Zij overweegt daartoe het volgende.

Op grond van het dossier is voldoende aannemelijk geworden dat de verdachte (Skype)namen en seksfilmpjes van (minderjarige) jongens heeft beloofd aan [getuige en slachtoffer 3] tijdens chatgesprekken. Daarnaast heeft de verdachte ook aangegeven dat hij eventueel bereid is [getuige en slachtoffer 3] te betalen voor de door die [getuige en slachtoffer 3] verrichte handelingen. Ook volgt uit het dossier dat [getuige en slachtoffer 3] de tenlastegelegde ontuchtige handelingen heeft gepleegd/geduld. Echter, dat [getuige en slachtoffer 3] door de belofte van geld, voornoemde namen en/of seksfilmpjes is bewogen tot het plegen/dulden van die ontuchtige handelingen (oftewel dat er tussen de beloftes enerzijds en het plegen/dulden anderzijds een oorzakelijk verband heeft bestaan) volgt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende uit het dossier.

In gesprekken waarin door de verdachte geld, foto’s en/of filmpjes zijn beloofd (bijvoorbeeld op pagina 495 en 496 van het dossier) zijn namelijk geen directe reacties aangetroffen van [getuige en slachtoffer 3] waaruit volgt dat hij op dat aanbod actie heeft ondernomen in de zin van het plegen/dulden van ontuchtige handelingen. Voor zover er wel filmpjes en foto’s zijn uitgewisseld volgt uit het dossier wel dat de verdachte dit als beloning heeft gestuurd, maar of daar een belofte aan voorafging, laat staan dat [getuige en slachtoffer 3] door die belofte is bewogen, volgt niet uit het dossier. Dit alles dient ook te worden bezien in het licht dat [getuige en slachtoffer 3] kennelijk reeds voorafgaand aan zijn eerste contact met de verdachte op zoek was seksueel getint chatcontact en uit het dossier volgt dat [getuige en slachtoffer 3] welwillend open stond voor verdachtes seksuele verzoeken. Dat verdachtes beloftes van geld, (Skype)namen en/of seksfilmpjes hebben geleid tot het plegen/dulden van de tenlastegelegde ontuchtige handelingen door [getuige en slachtoffer 3] kan dan ook niet wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van de verdachte bewezen dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 1 augustus 2016 tot en met 30 november 2016 te Reeuwijk en Haastrecht en Gouda, met [slachtoffer 1] , geboren op 13 december 2000, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit

- het plaatsen van zijn hand in de onderbroek van die [slachtoffer 1] en

- het betasten en strelen van de blote buik van die [slachtoffer 1] en

- het betasten en aftrekken van de (blote) penis van die [slachtoffer 1] en

- het plaatsen van de penis van die [slachtoffer 1] in zijn, verdachtes, mond en

- het zich in de nabijheid van die [slachtoffer 1] aftrekken en klaarkomen;

4.

hij op tijdstippen in de periode van 1 maart 2016 tot en met 27 oktober 2016 in Nederland, met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte,

- die [slachtoffer 2] (tijdens chatsessies middels Skype) aangespoord tot en bij die [slachtoffer 2] aangedrongen op het maken van foto's en films waarbij hij met zichzelf seksuele handelingen verricht (waaronder het zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en het tonen van zijn ontblote penis en het zichzelf aftrekken) en

- die [slachtoffer 2] ontuchtige handelingen laten verrichten terwijl dit voor verdachte door gebruik van een webcam zichtbaar was, te weten: het zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en het tonen van zijn ontblote penis en het zichzelf aftrekken

en

hij op tijdstippen in de periode van 1 maart 2016 tot en met 27 oktober 2016 in Nederland, door beloften, te weten het beloven van foto’s en seksfilmpjes van andere (minderjarige) jongens,

[slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , van wie verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

opzettelijk heeft bewogen tot het plegen en dulden van ontuchtige handelingen van verdachte, immers heeft hij, verdachte,

- die [slachtoffer 2] (tijdens chatsessies middels Skype) aangespoord tot en bij die [slachtoffer 2] aangedrongen op het maken van foto's en films waarbij hij met zichzelf seksuele handelingen verricht (waaronder het zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en het tonen van zijn ontblote penis en het zichzelf aftrekken) en

- die [slachtoffer 2] ontuchtige handelingen laten verrichten terwijl dit voor verdachte door gebruik van een webcam zichtbaar was, te weten: het zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en het tonen van zijn ontblote penis en het zichzelf aftrekken;

5. (eerste cumulatief/alternatief).

hij op tijdstippen in de periode van 1 mei 2016 tot en met 19 december 2016 in Nederland, met [getuige en slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum slachtoffer] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij, verdachte,

- die [getuige en slachtoffer 3] (tijdens chatsessies middels Skype) aangespoord tot en bij die [getuige en slachtoffer 3] aangedrongen op het maken van foto's en/of films waarbij hij met zichzelf seksuele handelingen verricht, waaronder het zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en het tonen van zijn ontblote penis en het afbinden van zijn penis en het (vervolgens) zichzelf aftrekken en het brengen van een of meerdere vinger(s) in zijn anus) en

- die [getuige en slachtoffer 3] ontuchtige handelingen laten verrichten terwijl dit voor verdachte door gebruik van een webcam zichtbaar was, te weten: het zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en het tonen van zijn ontblote penis en het afbinden van zijn penis en het (vervolgens) zichzelf aftrekken en het brengen van een of meerdere vinger(s) in zijn anus.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en als bijzondere voorwaarden – kort gezegd –:

- een contactverbod met de drie slachtoffers,

- een meldplicht,

- een verplichting tot ambulante behandeling,

- zich onthouden van gedragingen in een digitale omgeving waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen,

- verplicht meewerken aan een convenant tussen de reclassering en politie, met huisbezoeken van de wijkagent,

- een verbod Nederland te verlaten,

- het verlenen van zicht op de voortgang van de behandeling en begeleiding,

- het verlenen van toestemming tot raadplegen en contact onderhouden met personen en instanties in zijn netwerk en

- een verbod op het verrichten van (vrijwilligers)werk waarbij minderjarigen afhankelijk van de verdachte zijn.

Voorts heeft zij de dadelijke uitvoerbaarheid gevorderd.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het reeds bij vonnis ondergane voorarrest, met een voorwaardelijk strafdeel met de geadviseerde bijzondere voorwaarden (uitgezonderd het verbod om Nederland te verlaten) bepleit. Daartoe is aangevoerd dat twee van de slachtoffers zelf contact hebben gezocht op homo-erotische websites. Voorts heeft de verdachte zich reeds vrijwillig aangemeld bij De Waag en heeft er al een behandelsessie plaatsgevonden. De reclassering heeft een strak plan voor de behandeling en acht de kans op recidive laag. Voorts is de verdachte niet eerder veroordeeld. Gelet op het werk van de verdachte is een verbod om Nederland te verlaten als bijzondere voorwaarde niet opportuun volgens de raadsman.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het meermalen in persoon plegen van ontuchtige handelingen met een jongen van vijftien jaar, en het meermalen plegen van ontuchtige handelingen over het internet met een tweede jongen van veertien jaar en een derde jongen van vijftien jaar. Voorts heeft hij voornoemde veertienjarige door belofte van kinderpornografische bestanden bewogen tot het plegen/dulden van ontuchtige handelingen. De wetgever heeft met de strafbaarstelling van ontucht met kinderen beoogd de jeugdige te beschermen in de normale (seksuele) ontwikkeling. De gevolgen van de strafbaar gestelde gedragingen kunnen namelijk ingrijpend zijn: verwarring over het eigen lichaam en de eigen seksualiteit van de jeugdige, gevoelens van schuld of schaamte en (de angst voor) negatieve reacties vanuit de sociale omgeving. Bovendien wordt door het plegen van dergelijke feiten de lichamelijke integriteit van het slachtoffer geschonden. De verdachte heeft klaarblijkelijk geen aandacht gegeven aan de mogelijke gevolgen van zijn handelen. Hij heeft, gebruikmakend van de onervarenheid en onvolwassenheid van jonge jongens, deze feiten gepleegd met de bedoeling zijn eigen seksuele verlangens te bevredigen. Dat twee van de drie slachtoffers zelf op zoek zijn gegaan naar online seksueel contact maakt dat niet anders. Uit het dossier volgt voorts niet dat de verdachte uit eigen beweging is gestopt met het aangaan van dergelijke contacten, doch dat dit slechts is gestopt door zijn aanhouding. Dit alles rekent de rechtbank de verdachte aan.

De rechtbank heeft kennis genomen van het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte d.d. 21 december 2016, waar uit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

Uit de Pro Justitia rapportage van het psychologisch onderzoek, opgesteld door klinisch psycholoog R.A.R. Bullens, d.d. 28 april 2017 en aangevuld op 17 augustus 2017, volgt dat (ook) ten tijde van de feiten mogelijk sprake was van een ziekelijke stoornis van de geestesvermogens in de vorm van een ‘andere gespecificeerde parafiele stoornis’, doch dat die diagnose is uitgesteld omdat verdachte niet inhoudelijk over de feiten wilde spreken. Gelet op verdachtes zwijgen kan er geen inschatting worden gemaakt van de kans op recidive, noch van de mate van toerekenbaarheid. Ondanks dat de verdediging om een aanvulling op het rapport van 28 april 2017 heeft verzocht, heeft de verdachte daar gelet op de aanvulling van 17 augustus 2017 niet aan willen meewerken.

Uit het reclasseringsadvies van 5 september 2017, opgesteld door reclasseringsmedewerker M.T. Benghanem, volgt dat de verdachte met de rapporteur wel inhoudelijk over de feiten heeft gesproken. De verdachte heeft aangegeven niet meer terug te keren naar zijn vrijwilligerswerk als trainer bij een voetbalclub en dat hij ter voorkoming van herhaling binnen een behandeling wil werken aan de impulsiviteit die volgens hem heeft geleid tot de feiten. De kans op recidive wordt laag ingeschat, zeker als het behandeltraject wordt doorlopen. Vrijwel alle omstandigheden in het leven van de verdachte worden als stabiel en positief ingeschat. Een belangrijke recidive verminderende factor is dat verdachtes sociale omgeving op de hoogte is van de feiten en de bereidheid heeft om de verdachte te ondersteunen. Voorts heeft de reclassering de indruk dat de verdachte daadwerkelijk geschrokken is van de justitiële gevolgen en dat hij oprecht is in zijn inzet om toekomstig delictgedrag te voorkomen. Vanwege mogelijke seksuele problematiek en voor het risicomanagement wordt een behandeling binnen een strafrechtelijk kader en het stellen van verscheidene bijzondere voorwaarden geadviseerd. Geadviseerd wordt een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met als bijzondere voorwaarden een contactverbod met twee slachtoffers, een meldplicht, een verplichting tot ambulante behandeling, de verplichting zich onthouden van gedragingen in een digitale omgeving waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen, verplicht meewerken aan een convenant tussen de reclassering en politie, een verbod Nederland te verlaten, het verlenen van zicht op de voortgang van de behandeling en begeleiding, het verlenen van toestemming tot raadplegen en contact onderhouden met personen en instanties in zijn netwerk en een verbod van het verrichten van (vrijwilligers)werk waarbij minderjarigen afhankelijk van de verdachte zijn.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf van nader te noemen duur, onder de (een deel van) de geadviseerde bijzondere voorwaarden, met een proeftijd van drie jaar, passend en geboden is. De rechtbank overweegt daartoe de ernst van de feiten en de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. De rechtbank zal niet als bijzondere voorwaarden opleggen dat de verdachte Nederland niet mag verlaten, omdat dit de verdachte te ernstig schaad in zijn werkzaamheden en voor deze voorwaarde voorts onvoldoende aanknopingspunten kunnen worden gevonden in de bewezenverklaarde feiten. Voorts acht zij huisbezoeken van de wijkagent (en daarmee het zich houden aan een convenant met de politie) niet opportuun, omdat die geadviseerde voorwaarde naar het oordeel van de rechtbank slechts gerelateerd lijkt aan het verwijt omtrent kinderpornografisch materiaal, waarvan de verdachte is vrijgesproken. Tot slot is de voorwaarde betreffende (vrijwilligers)werk en kinderen anders geformuleerd dan geadviseerd.

7 De vorderingen van de benadeelde partijen

7.1

De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1]

, heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 5.560,74, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit gevorderde bedrag bestaat uit € 560,74 aan materiële en € 5.000,- aan immateriële schade.

7.1.1

Het standpunt en de vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 5.560,74.

7.1.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair de niet-ontvankelijkheid van de vordering bepleit wegens de bepleite vrijspraak. Subsidiair is bepleit tot niet-ontvankelijkheid van een deel van de vordering omdat de gevorderde schade van de telefoon niet het gevolg is van enig strafbaar handelen van de verdachte, en omdat de gevorderde immateriële schade onvoldoende is onderbouwd en nadere bewijslevering een onevenredige belasting voor het strafgeding oplevert.

7.1.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de gevorderde materiële schade

De vordering, voor zover deze betrekking heeft op de post “reiskosten”, is namens de verdachte niet betwist en is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal, voor zover de vordering betrekking heeft op de post “vervanging van mobiele telefoon”, dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren. Daartoe is van belang dat ter nadere onderbouwing is gesteld dat dit de aanschaf betreft van een telefoon ter vervanging van een geleende telefoon die in beslag was genomen. De onderbouwing van de aanschaf van de vervangende telefoon levert echter vragen op die om nadere uitleg vragen. De vervangende telefoon is blijkens de factuur aangeschaft in combinatie met een abonnement, dat niet op naam van de uitlener van de telefoon staat maar op naam van de benadeelde partij. Heropening van het onderzoek om zodoende door schorsing van het onderzoek ter terechtzitting de benadeelde partij in de gelegenheid te stellen de vordering op dit punt nader te onderbouwen levert echter een onevenredige belasting van het strafgeding op.

De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade

Ter zake van de gevorderde immateriële schade, gelet op hetgeen de benadeelde partij ter toelichting heeft aangevoerd, zal de rechtbank naar billijkheid een bedrag van € 1.500,- toewijzen. Daartoe overweegt de rechtbank dat gelet op vergelijkbare zaken dit bedrag billijk is. Voor zover de benadeelde partij dit deel van de vordering met jurisprudentie heeft onderbouwd ziet het gros van die zaken – voor zover die een hoger toegewezen schadebedrag bevatten – op het binnendringen van het lichaam, hetgeen in casu niet heeft plaatsgevonden. Voorts past voornoemd schadebedrag beter bij de (wel) vergelijkbare zaken uit de onderbouwing van de benadeelde partij dan het gevorderde bedrag.

De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 1.551,95.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente met ingang van 30 november 2016 toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade uiterlijk op die datum is ontstaan.

De rechtbank zal voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de strafrechter (een deel van) de toegewezen gevorderde (immateriële) schade volgens bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad niet - zoals door de benadeelde partij is verzocht - als voorschot kan toewijzen .

Schadevergoedingsmaatregel.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1.551,95, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 30 november 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 1] .

7.2

De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2]

, heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 2.554,08, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit gevorderde bedrag bestaat uit € 54,08 aan materiële en € 2.500,- aan immateriële schade.

7.2.1

Het standpunt en de vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 2.554,08.

7.2.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de niet-ontvankelijkheid van de vordering bepleit omdat - gelet op de rol van de benadeelde partij en diens intentie tot het zelf zoeken van online seksueel contact - de gestelde immateriële mogelijk niet bestaat, en omdat de gevorderde immateriële schade voorts onvoldoende is onderbouwd en nadere bewijslevering een onevenredige belasting voor het strafgeding oplevert.

7.2.3

Het oordeel van de rechtbank

De vordering, voor zover deze betrekking heeft op de post “reiskosten”, is namens de verdachte niet betwist en is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van de onder 4 bewezenverklaarde feiten.

De rechtbank acht deze vordering, voor zover deze betrekking heeft op een bedrag van € 750,- aan immateriële schade, als vergoeding ter zake van immateriële schade tot dat bedrag naar billijkheid toewijsbaar, nu voldoende vast is komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van de onder 4 bewezenverklaarde feiten. Daartoe overweegt de rechtbank dat gelet op vergelijkbare zaken dit bedrag billijk is. Voor zover de benadeelde partij dit deel van de vordering met jurisprudentie heeft onderbouwd ziet het gros van die zaken – voor over die een hoger toegewezen schadebedrag bevatten – op het binnendringen van het lichaam, hetgeen in casu niet heeft plaatsgevonden. Voorts past voornoemd schadebedrag beter bij de (wel) vergelijkbare zaken uit de onderbouwing van de benadeelde partij dan het gevorderde bedrag.

De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 804,08.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente met ingang van 27 oktober 2016 toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade uiterlijk op die datum is ontstaan.

De rechtbank zal voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de strafrechter (een deel van) de toegewezen gevorderde (immateriële) schade volgens bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad niet - zoals door de benadeelde partij is verzocht - als voorschot kan toewijzen .

Schadevergoedingsmaatregel.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de onder 4 bewezenverklaarde strafbare feiten is toegebracht en verdachte voor deze feiten zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 804,08, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 27 oktober 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 2] .

7.3

De vordering van benadeelde partij [getuige en slachtoffer 3]

, heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 2.656,-, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit gevorderde bedrag bestaat uit € 156,- aan materiële en € 2.500,- aan immateriële schade.

7.3.1

Het standpunt en de vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 2.656,-.

7.3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de niet-ontvankelijkheid van de vordering bepleit omdat - gelet op de rol van de benadeelde partij en diens intentie tot het zelf zoeken van online seksueel contact - de gestelde immateriële mogelijk niet bestaat en omdat de gevorderde immateriële schade voorts onvoldoende is onderbouwd en nadere bewijslevering een onevenredige belasting voor het strafgeding oplevert.

7.3.3

Het oordeel van de rechtbank

De vordering, voor zover deze betrekking heeft op de post “reiskosten”, is namens de verdachte niet betwist en is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 5 bewezenverklaarde feit.

De rechtbank acht deze vordering, voor zover deze betrekking heeft op een bedrag van € 750,- aan immateriële schade, als vergoeding ter zake van immateriële schade tot dat bedrag naar billijkheid toewijsbaar, nu voldoende vast is komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 5 bewezenverklaarde feit. Daartoe overweegt de rechtbank dat gelet op vergelijkbare zaken dit bedrag billijk is. Voor zover de benadeelde partij dit deel van de vordering met jurisprudentie heeft onderbouwd ziet het gros van die zaken – voor over die een hoger toegewezen schadebedrag bevatten – op het binnendringen van het lichaam, hetgeen in casu niet heeft plaatsgevonden. Voorts past voornoemd schadebedrag beter bij de (wel) vergelijkbare zaken uit de onderbouwing van de benadeelde partij dan het gevorderde bedrag.

De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 906,-.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente met ingang van 19 december 2016 toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade uiterlijk op die datum is ontstaan.

De rechtbank zal voor het overige deel van de vordering, dit deel niet-ontvankelijk verklaren.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Voorts merkt de rechtbank op dat de strafrechter (een deel van) de toegewezen gevorderde (immateriële) schade volgens bestendige jurisprudentie van de Hoge Raad niet - zoals door de benadeelde partij is verzocht - als voorschot kan toewijzen .

Schadevergoedingsmaatregel.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 5 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 906,-, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 19 december 2016 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van slachtoffer [getuige en slachtoffer 3] .

8 De inbeslaggenomen goederen

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage aan dit vonnis is gehecht) onder 2 en 10 genummerde voorwerpen zullen worden verbeurdverklaard, en dat de onder 7 en 8 genummerde voorwerpen zullen worden onttrokken aan het verkeer.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van het onder 7 genummerde voorwerp gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, en teruggave bepleit van de onder 2, 8 en 10 genummerde voorwerpen (met verwijdering van strafbaar materiaal op die voorwerpen) nu op die gegevensdragers persoonlijke foto’s staan.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 7 en 8 genummerde voorwerpen (een imitatie vuurwapen en een HP computer) onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien deze aan de verdachte toebehorende voorwerpen bij gelegenheid van het onderzoek naar de feiten waarvan hij wordt verdacht zijn aangetroffen, terwijl die voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van strafbare feiten en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Verwijdering van het op het onder 8 genummerde voorwerp aanwezige strafbare materiaal (kinderpornografie) – zoals door de raadsman is voorgesteld – is dermate ingewikkeld dat dit zoveel tijd en moeite kost dat dit in redelijkheid niet van het Openbaar Ministerie kan worden gevergd.

Nu het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal de rechtbank de teruggave aan de verdachte gelasten van de op de beslaglijst onder 2 en 10 genummerde voorwerpen (een Samsung telefoon en een HP laptop). De rechtbank acht verbeurdverklaring van deze goederen - zoals door de officier van justitie is gevorderd en wettelijk is toegestaan - een te zware bijkomende straf, gelet op het persoonlijke belang van de verdachte betreffende (persoonlijke) gegevens op die voorwerpen.

9 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 36d, 36f, 55, 57 en 247 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 2, 3 en 5 (tweede cumulatief/alternatief) tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1, 4 (eerste en tweede cumulatief/alternatief) en 5 (eerste cumulatief/alternatief) tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 4 de eendaadse samenloop van

(eerste cumulatief/alternatief):

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

en

(tweede cumulatief/alternatief):

door belofte van goed een persoon waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen en van hem te dulden;

ten aanzien van feit 5 (eerste cumulatief/alternatief):

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 6 (zes) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de hierbij op drie jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ter vaststelling van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- gedurende de proeftijd geen contact legt of laat leggen – direct of indirect – met [slachtoffer 1] ( [geboortedatum slachtoffer] ), [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum slachtoffer] ) en [getuige en slachtoffer 3] (geboren [geboortedatum slachtoffer] ), zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- zich binnen drie werkdagen na vrijlating meldt bij de Reclassering Nederland (Bezuidenhoutseweg 179 te Den Haag) en zich daarna gedurende de proeftijd op door de reclassering te bepalen tijdstippen blijft melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd onder behandeling stelt van de Waag of een soortgelijke ambulante forensische zorginstelling, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven, teneinde zich ambulant te laten behandelen voor mogelijke seksuele problematiek;

- zich op welke wijze dan ook onthoudt van gedragingen die zijn gericht op een digitale omgeving waarin kinderpornografisch materiaal kan worden verkregen;

- de reclassering zicht verschaft op de voortgang van zijn behandeling en begeleiding, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- de reclassering toestemming verleent om relevante referenten te raadplegen en contact te onderhouden met personen en instanties die deel uitmaken van zijn netwerk, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- geen (vrijwilligers)werk verricht waarbij minderjarigen betrokken zijn, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat bovengenoemde bijzondere voorwaarden en het -op grond van artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht- uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;

wijst de vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 1] gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 1] , een bedrag van € 1.551,95, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 30 november 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat hij dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1.551,95, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 30 november 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening, ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 1] ;

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 25 dagen;

bepaalt dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

wijst de vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 2] gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 2] , een bedrag van € 804,08, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 27 oktober 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 804,08, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 27 oktober 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening, ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 2] ;

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 16 dagen;

bepaalt dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

wijst de vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [getuige en slachtoffer 3] gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [getuige en slachtoffer 3] , een bedrag van € 906,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 19 december 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 906,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 19 december 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening, ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 1] ;

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 19 dagen;

bepaalt dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

verklaart onttrokken aan het verkeer de op de beslaglijst onder 7 en 8 genummerde voorwerpen, te weten:

#7: een imitatiewapen en

#8: een HP computer;

gelast de teruggave aan de verdachte van de op de beslaglijst onder 2 en 10 genummerde voorwerpen, te weten:

#2: een Samsung telefoon en

#10: een HP laptop.

Dit vonnis is gewezen door

mr. Y.C. Bours, voorzitter,

mr. J.A. van Steen, rechter,

mr. B.P. de Boer, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. A.J. van Zelst, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 september 2017.

Mrs. Y.C. Bours en J.A. van Steen zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2016327709, van de politie eenheid Den Haag, Dienst Regionale Recherche (doorgenummerd blz. 1 t/m 760).

2 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] , p. 47 t/m 52, 57 t/m 62, 64 en 65.

3 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 11 september 2017.

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 748.

5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 242.

6 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 11 september 2017.

7 Bijlage van het proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, p. 29, 30, 33 en 34.

8 Proces-verbaal van bevindingen, p. 160 en bijlage p. 163 en 164.

9 Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, p. 25.

10 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 11 september 2017.

11 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] , p. 47.

12 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] , p. 49.

13 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 1] , p. 53.

14 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 748.

15 Proces-verbaal van bevindingen, p. 214.

16 Bijlage van het proces-verbaal van bevindingen, p. 283 t/m 289.

17 Bijlage van het proces-verbaal van bevindingen, p. 336 t/m 338.

18 De bijlage van het proces-verbaal van bevindingen, p. 414 t/m 418.

19 Proces-verbaal van bevindingen, p. 214 t/m 216.

20 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] , p. 247.

21 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] , p. 250