Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:11107

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
29-09-2017
Datum publicatie
04-10-2017
Zaaknummer
C/09/539419 / KG ZA 17-1222
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding handelsnaamrecht. Welke partij heeft als eerste een handelsnaamrecht verkregen? Verwarringsgevaar te duchten door gebruik overeenstemmende handelsnaam voor onderneming met dezelfde aard in het zelfde gebied.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/539419 / KG ZA 17-1222

Vonnis in kort geding van 29 september 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AMERICAN CHIROPRACTIC B.V. h.o.d.n. AMERICAN CHIRO,

gevestigd te Den Haag,

eiseres,

advocaat mr. D.H.S. Donk te Amsterdam,

tegen

[gedaagde] h.o.d.n. OUD VOORBURG CHIROPRACTIE en AMERICHIRO,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

procederend in persoon.

Partijen zullen hierna American Chiro en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 13 september 2017 en het aanvullend exploot van 15 september 2017;

  • -

    de producties 1 tot en met 25 van American Chiro;

  • -

    de mondelinge behandeling gehouden op 20 september 2017;

  • -

    de pleitnota en de spreekaantekeningen van American Chiro;

  • -

    de spreekaantekeningen van (de gemachtigde van) [gedaagde] .

1.2.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

Sinds 2015 voert American Chiro een onderneming op het gebied van chiropractie. Zij exploiteert onder deze naam en onder haar statutaire naam “American Chiropractic B.V” twee praktijken, één in Den Haag (in een bedrijvenverzamelgebouw aan het Koningin Julianaplein 10, gelegen naast station Den Haag CS) en één in Leidschendam. American Chiro maakt gebruik van een website met de domeinnaam <www.americanchiro.nl>, geregistreerd op 4 februari 2015. In het najaar van 2015 is American Chiro aangevangen met het aanbieden van diensten op het gebied van chiropractie onder de handelsnamen “American Chiro” en “American Chiropractic B.V.”.

2.2.

[gedaagde] drijft sinds 2014 een chiropractiepraktijk in Voorburg. In het register van de Kamer van Koophandel staat deze onderneming ingeschreven onder de handelsnaam Oud Voorburg Chiropractie. Deze praktijk is gevestigd op 2,8 km van de praktijk van American Chiro in Leidschendam.

2.3.

Op 12 juli 2017 heeft in het plaatselijk dagblad “’t Krantje” (verspreid in onder meer Leidschendam en Voorburg) de navolgende advertentie gestaan. In deze advertentie wordt onder de naam “AmeriChiro NL” geadverteerd voor Oud Voorburg Chiropractie (linksonder) en daarnaast voor “AmeriChiro Breda” (middenonder) en “AmeriChiro Den Haag CS”, gevestigd aan het Koningin Julianaplein 10 te Den Haag (rechtsonder).

2.4.

Op de website www.ameri-chiro.nl staat vermeld dat AmeriChiro vier vestigingen heeft, te weten Oud Voorburg, Den Haag, Breda en Alphen aan den Rijn. Hierbij staat vermeld dat het hoofdkantoor gevestigd is in Voorburg, op hetzelfde adres als de praktijk van [gedaagde] . De SIDN-registratie van de domeinnaam ‘ameri-chiro.nl’ dateert van 19 juli 2017.

2.5.

Op de website www.americhiro.nl staat vermeld dat AmeriChiro drie chiropractiepraktijken heeft, te weten AmeriChiro (Voorburg)/Oud Voorburg Chiropractic, gevestigd op hetzelfde adres als de praktijk van [gedaagde] , AmeriChiro Breda en AmeriChiro Den Haag, gevestigd aan het Koningin Julianaplein 10.

2.6.

In ’t Krantje en op voormelde websites staat steeds het navolgende logo afgebeeld, met als onderschrift “American Chiropractic Center”.

2.7.

Op 29 juni 2017 is een aanvrage gedaan voor een Uniebeeldmerk bij het EUIPO door de Estse rechtspersoon AmeriChiro OU. Het correspondentieadres in deze aanvrage is hetzelfde als het adres van de praktijk van [gedaagde] in Voorburg.

2.8.

In september 2017 heeft het hieronder weergegeven billboard bij de ingang van het bedrijfsverzamelgebouw aan het Koningin Julianaplein 10 te Den Haag gestaan.

2.9.

Bij brief van 8 september 2017 heeft American Chiro [gedaagde] gesommeerd het gebruik van de handelsnaam Americhiro en andere met American Chiro en/of American Chiropractic overeenstemmende handelsnamen te staken en gestaakt te houden. In deze brief heeft American Chiro [gedaagde] ook gesommeerd het gebruik van het in 2.6 bedoelde logo te staken en gestaakt te houden. [gedaagde] heeft aan deze sommaties geen gehoor gegeven.

3 Het geschil

3.1.

Na wijziging van eis vordert American Chiro – zakelijk weergegeven –

primair: [gedaagde] te gebieden iedere inbreuk op de handelsnaamrechten van American Chiro te staken en gestaakt te houden, waaronder ieder gebruik van het teken “Americhiro” en/of “American Chiropractic” en/of enige andere handelsnaam die op verwarringwekkende wijze overeenstemt met de handelsnamen van American Chiro;

subsidiair: [gedaagde] te veroordelen het in de dagvaarding omschreven onrechtmatig handelen jegens American Chiro te staken en gestaakt te houden;

primair en subsidiair op straffe van een dwangsom en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten overeenkomstig artikel 1019h Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

3.2.

Aan deze vorderingen legt American Chiro het volgende ten grondslag.

3.2.1.

Door het gebruik van de handelsnamen Americhiro” en/of “American Chiropractic” handelt [gedaagde] in strijd met artikel 5 van de Handelsnaamwet (Hnw). De handelsnamen Americhiro en/of American Chiropractic zijn nagenoeg hetzelfde als de oudere handelsnamen van American Chiro, die de namen American Chiro en American Chiropractic B.V. sinds het najaar van 2015 gebruikt. Beide partijen gebruiken deze handelsnamen voor een chiropractie praktijk. De praktijk van [gedaagde] in Voorburg is gevestigd op korte afstand van de praktijk van American Chiro in Leidschendam, terwijl de Haagse praktijk van [gedaagde] gevestigd is op exact hetzelfde adres als de Haagse praktijk van American Chiro. Daarnaast presenteert AmericanChiro zich op internet door middel van de verwarringwekkende domeinnamen www.americhiro.nl en www.ameri-chiro.nl, waarbij zij gebruik maakt van het in 2.6 vermelde logo met daaronder het onderschrift “American Chiropractic Center”. Een en ander leidt tot verwarring en bij de klanten van American Chiro is er al verwarring opgetreden.

3.2.2.

Daarnaast is de handelwijze van [gedaagde] onrechtmatig jegens American Chiro.

3.2.3.

Aangezien [gedaagde] het gebruik van de handelsnaam Americhiro” en/of “American Chiropractic ook na sommatie niet heeft gestaakt, heeft American Chiro een spoedeisend belang bij toewijzing van haar vorderingen.

3.3.

[gedaagde] voert gemotiveerd verweer.

3.3.1.

Zij heeft aangevoerd dat zij sinds juli 2014 haar onderneming in Voorburg drijft, aanvankelijk onder de naam Oud Voorburg. Sinds 1 mei 2015 heeft zij een franchise-overeenkomst met Americhiro OU. Americhiro OU is een onderneming van de heer [A] , die tevens haar ex-partner is (hierna: ‘ [A] ’). Op grond van de franchise-overeenkomst is zij gerechtigd de naam Americhiro en het in 2.6 weergegeven logo te gebruiken bij haar bedrijfsvoering. Voordat American Chiro haar bedrijf is begonnen, had [gedaagde] dus al de rechten verworven om de naam Americhiro te gebruiken bij haar bedrijfsvoering. Daarom heeft American Chiro ook geen spoedeisend belang bij haar vordering.

3.3.2.

[gedaagde] drijft alleen de praktijk in Voorburg. De praktijk in Den Haag wordt geëxploiteerd door een niet aan haar gelieerde rechtspersoon, eveneens een franchisenemer van Americhiro OU. De chiropractor die zij als behandelaar inhuurt in haar praktijk, [A] , wordt ook door die praktijk ingehuurd, maar [gedaagde] drijft die praktijk niet. [gedaagde] heeft er voorts op gewezen dat de domeinnamen niet op haar naam staan en dat zij ook niet de aanvrager is van het Uniemerk.

3.3.3.

Tot slot heeft [gedaagde] aangevoerd dat een handelsnaamsverbod mede gelet op de franchiseovereenkomst voor haar zeer nadelige gevolgen zou hebben.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Spoedeisend belang

4.1.

Met de stelling van American Chiro dat zij recent heeft geconstateerd dat [gedaagde] voormelde handelsnamen gebruikt, is het voor deze procedure vereiste spoedeisend belang in beginsel gegeven. [gedaagde] heeft het spoedeisend belang betwist. Zij heeft daartoe aangevoerd dat zij al in mei 2015 het recht heeft verworven de aangevallen handelsnamen te gebruiken. Dit verweer kan niet worden gevolgd. Los van de vraag of [gedaagde] eerder dan American Chiro is begonnen met het gebruik van de bewuste handelsnamen, die hierna aan de orde zal komen, heeft [gedaagde] niet aannemelijk gemaakt dat American Chiro daarvan op de hoogte moet zijn geweest. Er zijn derhalve geen aanwijzingen dat American Chiro te lang heeft stil gezeten. Daarom is er geen reden om tot de conclusie te komen dat American Chiro in dit geval geen spoedeisend belang heeft.

Handelsnaamrecht

4.2.

Op grond van artikel 5 Hnw is het verboden een handelsnaam te voeren die, voordat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig werd gevoerd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, een en ander indien dientengevolge, gelet op de aard en plaats van beide ondernemingen, bij het publiek verwarring tussen die ondernemingen te duchten is. Naar voorlopig oordeel is aan voormeld criterium voldaan in deze zaak. Hiertoe wordt het volgende overwogen.

4.3.

[gedaagde] heeft erkend dat zij AmeriChiro als handelsnaam voert voor haar praktijk in Voorburg en dat zij daarvoor ook gebruik maakt van het onder 2.6 bedoelde logo met het door American Chiro omschreven onderschrift “American Chiropractic Center”.

4.4.

De handelsnamen “AmeriChiro” en “American Chiropractic Center” wijken slechts in geringe mate af van die van American Chiro. De ondernemingen van partijen hebben een gelijke aard en zijn gevestigd in hetzelfde verzorgingsgebied; Voorburg en Leidschendam liggen in dezelfde gemeente (Gemeente Leidschendam-Voorburg). [gedaagde] heeft ook niet betoogd dat de handelsnamen van American Chiro in Nederland uitsluitend beschrijvend zijn voor chiropractie-diensten. Met American Chiro gaat de voorzieningenrechter er daarom voorshands van uit dat hiervan verwarring te duchten is.

4.5.

[gedaagde] voert als belangrijkste verweer aan dat zij een ouder handelsnaamrecht heeft. Uit niets blijkt echter dat [gedaagde] al in mei 2015 met het gebruik van de handelsnamen “AmeriChiro” en/of “American Chiropractic Center” is begonnen. Ter zitting heeft zij verklaard dat zij in 2014 nog de naam Oud Voorburg gebruikte en dat zij per 1 mei 2015, op grond van een franchiseovereenkomst met AmeriChiro OU is aangevangen met het gebruik van de handelsnamen AmericanChiro en American Chiropractic Center. Daarnaar gevraagd heeft zij evenwel geen concrete voorbeelden kunnen geven van de wijze waarop zij die handelsnamen toen is gaan gebruiken. Zij heeft ook geen stukken in het geding gebracht waaruit het eerdere handelsnaamgebruik kan worden afgeleid. Het door [gedaagde] gestelde gebruik vanaf mei 2015 is derhalve onvoldoende aannemelijk geworden. Dit klemt temeer, nu American Chiro onweersproken heeft gesteld dat de registratiedata van de in 2.4 en 2.5 vermelde websites zijn gelegen in 2016 en 2017.

4.6.

Uit de door American Chiro overgelegde producties blijkt dat American Chiro haar handelsnamen is gaan gebruiken vanaf september 2015, wat door [gedaagde] overigens ook niet is betwist.

4.7.

Nu niet aannemelijk is geworden dat [gedaagde] eerder dan American Chiro is begonnen met het handelsnaamgebruik, kan zij ook geen rechten ontlenen aan de franchiseovereenkomst. Als deze overeenkomst al bestaat, zou die haar slechts tegen de aanspraken van American Chiro kunnen beschermen, als zij daarin een licentie heeft verkregen van een licentiegever met (nog) oudere handelsnaamrechten in hetzelfde gebied. Dat daarvan sprake is, heeft [gedaagde] niet gesteld en zij heeft de bewuste overeenkomst ook niet als productie overgelegd in deze procedure.

4.8.

De slotsom van het voorgaande is dat [gedaagde] met het gebruik van de handelsnamen “AmeriChiro” en “American Chiropractic Center” voor haar onderneming inbreuk maakt op de oudere handelsnaamrechten van American Chiro.

4.8.1.

Aan het verweer dat oplegging van een verbod voor [gedaagde] ernstig nadelig zal zijn voor haar bedrijfsvoering, gaat de voorzieningenrechter voorbij. [gedaagde] kan naar voorlopig oordeel gewoon haar praktijk en het gebruik van de naam Oud Voorburg voortzetten. Deze naam gebruikte zij in ieder geval in 2014. Blijkens de in 2.3 weergegeven advertentie in ’t Krantje gebruikte zij deze naam ook in 2017 nog.

4.9.

Het gevorderde bevel om de handelsnaaminbreuk te staken zal op de hierna te vermelden wijze worden toegewezen. Het gebod ziet in ieder geval op het door [gedaagde] erkende gebruik voor de praktijk in Voorburg. Daaronder valt in beginsel ook het gebruik van die handelsnamen voor haar onderneming op de in 2.4 en 2.5 beschreven websites. Dat [gedaagde] die websites niet zelf beheert, staat daar niet aan in de weg. Van [gedaagde] kan gevergd worden dat zij al het redelijke in het werk stelt om er voor te zorgen dat deze handelsnamen niet langer voor haar onderneming worden gevoerd, door de website beheerder ( [A] ) te bewegen haar onderneming niet langer op de betreffende websites te noemen.

4.10.

Ter voorkoming van executiegeschillen overweegt de voorzieningenrechter nog het volgende over het handelsnaamgebruik van de chiropractie praktijk die is gevestigd op het Koningin Julianaplein 10 in Den Haag. Vooralsnog heeft American Chiro onvoldoende aannemelijk gemaakt dat [gedaagde] ook die praktijk drijft. Zolang dit niet afdoende is gebleken, valt het geconstateerde gebruik van de handelsnamen AmeriChiro en/of American Chiropractic Center voor die praktijk in Den Haag naar voorlopig oordeel niet onder het nu op te leggen stakingsgebod.

4.11.

Teneinde executieproblemen te voorkomen zal voorts de aan dit gebod verbonden termijn worden bepaald op twee weken na betekening van dit vonnis.

4.12.

De op te leggen dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd.

4.13.

Nu het primair gevorderde gebod wordt toegewezen, behoeft het subsidiair gevorderde stakingsgebod geen bespreking meer.

4.14.

[gedaagde] zal als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. American Chiro heeft gevorderd dat [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten in de zin van artikel 1019h Rv en zij heeft haar kosten, voorzien van een specificatie, begroot op € 6.908,02 (exclusief BTW). [gedaagde] heeft tegen deze kosten geen verweer gevoerd.

4.15.

De voorzieningenrechter heeft echter tot taak om ambtshalve te beslissen over de toewijsbaarheid van de proceskosten en de hoogte daarvan.1 Volgens de geldende Indicatietarieven in IE-zaken2 geldt voor een eenvoudig kort geding als het onderhavige een maximumtarief van € 6.000,-. Gelet daarop zullen de advocaatkosten van American Chiro worden begroot op dit bedrag. Deze kosten zullen worden vermeerderd met € 618,- aan griffierecht en € 85,21 aan explootkosten, zodat de proceskosten aan de zijde van American Chiro in het totaal worden begroot op € 6.703,21.

4.16.

De termijn voor het instellen van een hoofdzaak in de zin van artikel 1019i Rv wordt bepaald op zes maanden na betekening van dit vonnis. Er bestaat geen aanleiding om deze termijn pas te doen aanvangen op het moment dat dit vonnis kracht van gewijsde heeft gekregen.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

gebiedt [gedaagde] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis iedere inbreuk op de handelsnaamrechten van American Chiro te staken en gestaakt te houden, waaronder het gebruik van de tekens AmeriChiro en/of American Chiropractic als handelsnaam voor haar onderneming;

5.2.

bepaalt dat [gedaagde] bij overtreding van voormeld gebod een dwangsom verbeurt van € 1.000.-, per dag, een gedeelte van een dag als een gehele rekenend, met een maximum van € 50.000,-;

5.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot dusver aan de zijde van American Chiro begroot op € 6.703,21;

5.4.

bepaalt de termijn voor het instellen van een procedure in de hoofdzaak in de zin van artikel 1019i Rv op zes maanden na heden;

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M. Bus en in het openbaar uitgesproken op 29 september 2017.

1 HR 4 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3477 (LMR), rov. 6.2.1.

2 https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/indicatietarieven-in-ie-zaken-rechtbanken-04-2017.pdf.