Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:10976

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
03-08-2017
Datum publicatie
26-09-2017
Zaaknummer
NL17.4614
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Dublin, Italië, Tarakhel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL17.4614


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 augustus 2017 in de zaak tussen

[naam] , eiser

(gemachtigde: mr. M.H. Steenbergen),

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder

(gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen).

Procesverloop

Bij besluit van 7 juli 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak met nr. NL17.4615, plaatsgevonden op 20 juli 2017. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. V.M. Courcelle heeft gefungeerd als telefonische tolk in de Franse taal. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser is van Guinese nationaliteit. Hij is geboren op [geboortedatum] . Op 10 april 2017 heeft hij een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.

2. Uit onderzoek in Eurodac is gebleken dat eiser op 17 november 2016 de buitengrens van de lidstaten die gebonden zijn aan de Verordening (EU) nr. 603/2013 (de Eurodac-

verordening) op illegale wijze heeft overschreden via Italië. Verweerder heeft daarom op 3 mei 2017 de autoriteiten van Italië gevraagd om eiser over te nemen op grond van artikel 13, eerste lid, van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (de Dublinverordening). De Italiaanse autoriteiten hebben hiermee ingestemd op 21 mei 2017. Verweerder heeft vervolgens bij het bestreden besluit de aanvraag van eiser niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

3. Op wat eiser daartegen heeft aangevoerd, wordt hierna ingegaan.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. De Italiaanse autoriteiten hebben de claim van Nederland op 21 mei 2017 geaccepteerd. Daarmee is Italië verantwoordelijk geworden voor de behandeling van de in Nederland ingediende asielaanvraag. Gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan er in beginsel op vertrouwd worden dat Italië de asielaanvraag van eiser inhoudelijk zal behandelen. De Opvangrichtlijn, de Kwalificatierichtlijn en de Procedurerichtlijn en de waarborgen die hieruit voortvloeien gelden ook ten aanzien van de asielprocedure in Italië. Wanneer Italië in strijd handelt met deze richtlijnen kan eiser zich hierover beklagen bij de desbetreffende autoriteiten in Italië. Er is niet gebleken dat dit voor eiser niet mogelijk is.

5. Het betoog van eiser dat ten aanzien van Italië niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan faalt. De uitspraak van de rechtbank Den Haag van 13 juli 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:7768, waarnaar eiser ter zitting heeft verwezen is geen vergelijkbare zaak. In die zaak was sprake van een terugnameverzoek en is een Italiaanse beschikking overgelegd die de verklaringen van de vreemdeling ondersteunde dat geen asielgehoor heeft plaatsgevonden na overdracht door Zwitserland aan Italië.

In het dossier van eiser zijn geen concrete aanknopingspunten dat hij bij zijn eerdere verblijf in Italië niet in de gelegenheid is gesteld om een asielaanvraag in te dienen.

6. Het beroep op het arrest Tarakhel tegen Zwitserland van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens van 4 november 2014 (nr. 29217/12) slaagt evenmin, nu eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot de bijzonder kwetsbare groepen als bedoeld in het arrest. Uit de door eiser overgelegde stukken is immers niet gebleken dat eiser momenteel onder medische behandeling staat voor zijn psychische klachten. Het rapport van de Danish Refugee Council en de Swiss Refugee Council van 9 februari 2017, dat gaat over de positie van bijzonder kwetsbare asielzoekers in Italië, is dan ook niet aan de orde. Voorts is van belang dat verweerder, in overeenstemming met artikel 32 van de Dublinverordening, informatie zal verzenden aan de Italiaanse autoriteiten over de bijzondere behoeften van eiser als hij daar toestemming voor geeft. Gelet op het voorgaande zijn geen aanvullende garanties nodig van de Italiaanse autoriteiten om een behandeling in strijd met artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden te voorkomen.

7. Het beroep is ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A.B. Koens, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 augustus 2017.

griffier

rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending van het proces-verbaal van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.