Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:10907

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
26-09-2017
Datum publicatie
19-10-2017
Zaaknummer
NL17.7784, NL17.7786, NL17.7788
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

asielaanvraag Servische broers en zus afgewezen, identiteit en relaas over brand ouderlijk huis niet geloofwaardig, beroep ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht

zaaknummers: NL17.7784

NL17.7786

NL17.7788


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 september 2017 in de zaken tussen

[eiseres], eiseres,

[eiser 1] , eiser,

[eiser 2], eiser,

samen te noemen: eisers,

(gemachtigde: mr. A.W.J. van der Meer),

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder

(gemachtigde: mr. M.P. de Boo).


Procesverloop
Bij afzonderlijke besluiten van 28 augustus 2017 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond. Hierbij heeft verweerder eisers opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten. Ook heeft verweerder inreisverboden opgelegd voor de duur van twee jaar.

Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaken NL17.7785, NL17.7787, NL17.7789, plaatsgevonden op 21 september 2017. Eisers en hun gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eisers zijn broers en zus en hebben de Servische nationaliteit. [eiseres] stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1995, [eiser 1] op [geboortedatum] 1994 en [eiser 2] op [geboortedatum] 1997.

2. Eisers hebben aan hun asielaanvragen ten grondslag gelegd dat hun vader werkzaam is als anti-terrorist en dat hij hen medio mei 2017 heeft gewaarschuwd dat zij moesten oppassen. Op een zekere avond verbleven eisers samen bij een tante. Toen zij later op de avond naar de ouderlijke woning gingen, stond deze in brand en zagen zij vier mannen. Eisers zijn naar het huis van hun tante gerend en hebben de volgende dag Servië verlaten.

3. Verweerder acht alleen de nationaliteit van eisers geloofwaardig. Hij heeft de identiteit en herkomst van eisers niet geloofwaardig geacht. Geen van hen heeft identificerende documenten overgelegd. De verklaring van [eiseres] en [eiser 1] dat zij nooit een identiteitskaart in hun bezit hebben gehad, volgt verweerder niet gelet op openbare bronnen waaruit blijkt dat in Servië een identificatieplicht geldt vanaf 16 jaar. De verklaring van [eiser 2] dat zijn identiteitskaart bij de brand verloren is gegaan, volgt verweerder niet omdat verweerder de brand ongeloofwaardig acht. Verweerder acht het relaas van eisers, de brand in hun ouderlijk huis, ongeloofwaardig omdat zij hier geen concrete en coherente verklaringen over hebben afgelegd. Zij weten geen details te verstrekken over de werkzaamheden van hun vader en zij kunnen niet concretiseren voor wie zij vrezen. Dat eisers geen poging hebben ondernomen om meer te weten te komen over het lot van hun ouders doet volgens verweerder ernstig afbreuk aan de geloofwaardigheid. Ook bevreemdt het dat eisers op geen enkele wijze de autoriteiten hebben benaderd. Dat eisers bij hun tante zijn gaan slapen, zonder te weten of hun ouders zijn omgekomen of ernstig gewond zijn geraakt door de brand, begrijpt verweerder evenmin. Daarbij hebben eisers onderling tegenstrijdig verklaard, over de datum van de brand, de datum waarop zij Servië verlaten hebben en over de activiteiten van de politie. Verweerder heeft daarom de asielaanvragen op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 afgewezen als kennelijk ongegrond.

4.1

Eisers zijn het niet eens met de bestreden besluiten. Zij voeren aan dat de besluiten onvoldoende zorgvuldig tot stand zijn gekomen. Eiseres voert aan geen identiteitskaart te hebben, omdat zij in Nederland geboren is en daarom niet geregistreerd is in Servië. Zij stelt in bewijsnood te verkeren om dit aan te tonen. Als verweerder zich afvraagt hoe eiseres naar school heeft kunnen gaan zonder registratie, had de gehoormedewerker dit aan haar moeten vragen. De uitspraak waar verweerder in dit kader naar verwijst, is niet gepubliceerd, hetgeen een motiveringsgebrek inhoudt. Eisers voeren verder aan dat verweerder doorslaggevende betekenis lijkt te geven aan het niet kunnen aantonen van de identiteit, waardoor de verouderde wijze van toetsing - waarbij in dat geval positieve overtuigingskracht (pok) vereist was – verkapt lijkt te zijn toegepast. In ieder geval getuigt volgens eisers dit van een cirkelredenering, hetgeen een ondeugdelijke motivering is. Verder betwisten eisers niet alle drie een andere vertrekdatum te hebben genoemd, maar komen zij hierop terug met de verklaring dat zij 11 of 12 augustus 2017 uit Servië zijn vertrokken. Een onderbouwing van deze correctie is volgens Werkinstructie 2010/14 geen vereiste. Dat zij in het aanmeldgehoor hebben aangegeven op 7 maart 2017 Servië te hebben verlaten, mag volgens hen niet zwaar wegen omdat zij toen nog geen advocaat hadden. Eisers benadrukken verder een plausibele verklaring te hebben gegeven voor het feit dat zij niet veel informatie van hun vader hebben gekregen, te weten dat hij een geheime functie heeft waarover niet werd gepraat. Dat zij niet zelfstandig onderzoek hebben verricht naar het lot van hun ouders, zou een menselijke neiging van struisvogelpolitiek kunnen behelzen. Verweerder heeft volgens eisers niet gemotiveerd waarom deze verklaringen niet volstaan.

4.2

De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat van de gestelde identiteit van eisers niet uitgegaan kan worden. Zij hebben hun identiteit niet met documenten onderbouwd en verweerder heeft de verklaringen van eisers voor het ontbreken van deze documenten niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Dat eiseres in bewijsnood verkeert om aan te tonen dat registratie in haar geval niet plaatsvindt, volgt de rechtbank niet. Verder heeft verweerder niet ten onrechte geoordeeld dat eisers de brand in hun ouderlijk huis niet aannemelijk hebben gemaakt. In dit kader heeft verweerder groot belang mogen hechten aan het feit dat eisers geen poging hebben ondernomen om meer te weten te komen over het lot van hun ouders na deze brand. Ook heeft verweerder mogen tegenwerpen dat eisers tijdens het aanmeldgehoor hebben verklaard reeds op 7 maart 2017 Servië te hebben verlaten. Dat zij toen nog geen advocaat hadden, maakt niet dat dit aan hen niet tegengeworpen mag worden. Dat de gehoormedewerker nadere vragen had moeten stellen volgt de rechtbank niet. Het is aan eisers hun identiteit en relaas aannemelijk te maken. De niet gepubliceerde uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Den Bosch van 8 juni 2017 waar verweerder naar verwijst om te onderbouwen dat het niet aan de gehoormedewerker is om voor te houden dat verklaringen summier zijn, had verweerder niet bij het bestreden besluit gevoegd. Hoewel dit niet zorgvuldig is, zijn eisers hierdoor naar het oordeel van de rechtbank niet in hun belangen geschaad. Ook zonder de verwijzing naar deze uitspraak heeft verweerder zijn standpunt hierover voldoende uiteengezet. Daarbij heeft verweerder deze uitspraak twee dagen voor de zitting alsnog overgelegd, zodat eisers de gelegenheid hebben gehad hierop te reageren. Dat verweerder de zogenaamde pok-toets heeft toegepast, volgt de rechtbank evenmin. Dat de identiteit van eisers niet aannemelijk is gemaakt, heeft namelijk anders dan eisers aanvoeren - geen invloed gehad op verweerders beoordeling van de geloofwaardigheid van hun relaas. Verweerder heeft Servië ook in het geval van eisers terecht als veilig land van herkomst aangemerkt. Eisers hebben geen bescherming gevraagd bij de Servische autoriteiten en zij hebben ook niet aannemelijk gemaakt dat de Servische autoriteiten hen niet zouden (kunnen) beschermen bij voorkomende problemen.

5. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder de aanvragen van eisers terecht heeft afgewezen. Omdat Servië is aangemerkt als veilig land van herkomst, zijn hun aanvragen eveneens terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.

6. De beroepen zijn ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E. Pluymaekers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 september 2017.

griffier

rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.