Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:10831

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13-07-2017
Datum publicatie
05-10-2017
Zaaknummer
09/808451-16; 09/817657
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Brandstichting met gevaar voor goederen en levensgevaar voor een ander.

Tussenvonnis in de zaak betreffende meerdere autobranden in Leiderdorp (o.a. in het Winkelhof) en Leiden.

Verdachte heeft slechts één van de hem tenlastegelegde autobranden bekend te hebben gepleegd. De opstellers van de pro justitia rapportages zijn in hun onderzoek uitgegaan van die ene autobrand die verdachte bekend heeft. Zij hebben vastgesteld dat bij verdachte sprake is van ADHD en hebben geen aanwijzingen gevonden dat sprake zou zijn van een andere ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Van een neiging tot pyromanie is de deskundigen niet gebleken. De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van drie van de zes tenlastegelegde autobranden. Hieruit lijkt naar het oordeel van de rechtbank een fascinatie voor vuur te volgen. Er zijn ook andere aanknopingspunten in het strafdossier voor een fascinatie voor brand en vuur. Dat in de pro justitia rapportages wordt uitgegaan van een enkele brandstichting en dat het strafadvies daarop is gebaseerd, is naar het oordeel van de rechtbank dan ook onwenselijk en ontoereikend. De in deze rapportages getrokken conclusies zijn ongefundeerd en de deskundigen hebben zich te zeer laten leiden door het standpunt van verdachte. Het onderzoek moet, gelet op de in het tussenvonnis opgenomen bewezenverklaring, als onvolledig worden aangemerkt. De noodzaak bestaat tot nader psychologisch en psychiatrisch onderzoek, met inachtneming van de in dit tussenvonnis opgenomenbewezenverklaring, ten einde tot een goed gefundeerde afdoening van de strafzaak te kunnen komen. Het onderzoek wordt heropend en geschorst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer 09/808451-16; 09/817657-17 (ttg)

Datum uitspraak: 13 juli 2017

De rechtbank Den Haag, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende tussenvonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

adres: [adres verdachte] ,

[detentie adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 2 februari 2017, 6 april 2017 en 29 juni 2017.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman, mr. P.J.W. de Water, advocaat te Katwijk aan Zee, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

Er hebben zich benadeelde partijen gevoegd.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

09/808451-16

1.

hij op of omstreeks 30 juli 2016 te Leiderdorp tezamen en in vereniging met

een of [aangever] anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht door

open vuur in aanraking te brengen met een auto, type Ford Taunus, kenteken

[kenteken] , althans met een brandbare stof ten gevolge waarvan die Ford Taunus

geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elkgeval brand is ontstaan,

en daarvan gemeen gevaar voor een nabijgelegen pilaar en/of winkelcentrum, in

elk geval gemeen gevaar voorgoederen, te duchten was;

2.

hij op of omstreeks 30 juli 2016 te Leiderdorp tezamen en in vereniging met

een of [aangever] anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht door

open vuur in aanraking te brengen met een bestelbus met kenteken [kenteken] ,

toebehorend aan aangever [aangever] , althans met een brandbare stof ten gevolge

waarvan die bestelbus geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval

brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor nabijgelen auto's en/of een

flatgebouw, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

3.

hij op of omstreeks 30 juli 2016 te Leiderdorp tezamen en in vereniging met

een of [aangever] anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht door

open vuur in aanraking te brengen met een bestelbus, merk Ford, kenteken

[kenteken] , toebehorend aan aangever [aangever] , althans met een brandbare stof

ten gevolge waarvan die bestelbus geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in

elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor nabijgelegen

auto's, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

4.

hij op of omstreeks 6 september 2016 te Leiderdorp

opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met

een auto (Toyota kenteken [kenteken] ), althans met een brandbare stof

ten gevolge waarvan die auto (Toyota) en/of een nabijgelegen auto (Mitsubishi

Colt) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk

geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor de nabijgelegen

woning(en), in elk geval gemeen gevaar voor

goederen en/of levensgevaar voor de in de woning(en) aanwezige(n)

perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of

gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de perso(o)n(en) in de nabijgelegen

woning(en), in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander

of anderen

te duchten was;

09/817657-17 (ttg)

1.

hij op of omstreeks 22 september 2016 te Leiden (op/aaan de [omgeving adres]

) opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te

brengen met een auto (Renault Trafic met kenteken [kenteken] ), althans met een

brandbare stof ten gevolge waarvan die auto (Renault Trafic) geheel of

gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan,

en daarvan gemeen gevaar voor nabijgelegen bedrijfspand en/of auto (Volkswagen

golf met kenteken [kenteken] ), in elk geval gemeen gevaar voor

goederen, te duchten was;

2.

hij op of omstreeks 22 september 2016 te Leiderdorp (parkeergarage [omgeving adres] )

opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met

een auto, althans met een brandbare stof ten gevolge waarvan een auto merk

Ford Ka (kenteken [kenteken] ) en/of een auto merk Toyota ( [kenteken] ) en/of

een motor merk Ducati (kenteken [kenteken] ) en/of een auto merk Volvo (kenteken

[kenteken] ) en/of een bromfiets Merk Kymco Dink (kenteken [kenteken] ) en/of auto merk

Citroen (kenteken [kenteken] ) en/of een auto merk Opel Corsa (kenteken [kenteken] )

en/of een auto merk Toyota (kenteken [kenteken] ) en/of een auto merk Renault

(kenteken [kenteken] ) en/of auto merk Peugeot (kenteken [kenteken] ) en/of auto merk

Volkswagen Polo (kenteken [kenteken] ) en/of een auto merk Volkswgen Polo

(kenteken [kenteken] ) en/of auto merk Volksagen Caddy (kenteken [kenteken] ) en/of

auot merk BMW (kenteken [kenteken] ) en/of auto merk SUbaru Legacy (kenteken

[kenteken] ) en/of auto merk Toyota (kenteken [kenteken] ) en/of auto merk Opel

(kenteken [kenteken] ) en/of auto Dodge (kenteken [kenteken] ) en/of personen auto

merk Peugeot (kenteken [kenteken] ) en/of auto merk Peugeot (kenteken [kenteken] )

geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en

daarvan gemeen gevaar voor de/een nabijgelegen winkel(s) en/of de/een

nabijgelen woning(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of

levensgevaar voor de in de woning(en) aanwezige(n) perso(o)n(en), in elk geval

levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk

letsel voor de perso(o)n(en) in de nabijgelegen woning(en), in elk geval

gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen

te duchten was.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding

In de lente, zomer en herfst van 2016 heeft zich in Leiderdorp en Leiden een aanzienlijk aantal branden voorgedaan, waarbij de verdachte in beeld kwam als mogelijke dader. De branden betroffen voornamelijk autobranden. Hoewel sprake is geweest van een groot aantal incidenten, heeft de officier van justitie ervoor gekozen verdachte te vervolgen voor een zestal autobranden. De rechtbank dient te beoordelen of wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deze autobranden.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat de verdachte de hem bij parketnummer 09/808451-16, onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten heeft begaan. Ten aanzien van het de verdachte onder 4 tenlastegelegde feit heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat partiële vrijspraak dient te volgen van het bestanddeel levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoners van de nabijgelegen woningen, nu hiervoor onvoldoende steun te vinden is in het dossier. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat de verdachte de hem bij parketnummer 09/817657-17, onder 1 en 2 (ttg) tenlastegelegde feiten heeft begaan. Ten aanzien van het de verdachte onder 2 tenlastegelegde feit heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat partiële vrijspraak dient te volgen van het bestanddeel ‘personen auto merk Peugeot (kenteken [kenteken] ) en auto merk Peugeot (kenteken [kenteken] )’, nu de betreffende auto’s op een ander tijdstip en op een andere plaats in brand zijn gestoken.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van het de verdachte bij parketnummer 09/808451-16 onder 1 tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De verdachte heeft dit feit bekend.

De verdediging heeft zich ten aanzien van het de verdachte bij parketnummer 09/808451-16 onder 2, 3 en 4 tenlastegelegde, alsmede ten aanzien van het de verdachte bij parketnummer 09/817657-17 onder 1 en 2 (ttg) tenlastegelegde op het standpunt gesteld dat de verdachte van deze feiten dient te worden vrijgesproken, nu het wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte zich aan deze feiten heeft schuldig gemaakt ontbreekt.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging. 1

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting leidt de rechtbank het volgende af.

Ten aanzien van het de verdachte bij dagvaarding met parketnummer 09/808451-16, onder 1 tenlastegelegde:

Omdat de verdachte dit feit heeft bekend, hij nadien niet anders heeft verklaard en de raadsman van verdachte geen vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank met een opsomming van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank grondt haar oordeel dat de verdachte het hierna vermelde bewezen verklaarde feit heeft begaan, op de hierna vermelde bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever]2;

- het proces-verbaal van verhoor van verdachte3;

- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige]4;

- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 29 juni 2017.

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte het hem tenlastegelegde feit alleen heeft gepleegd. De rechtbank overweegt daartoe dat de verdachte aanvankelijk weliswaar heeft verklaard dat hij de brand moest stichten onder invloed van een onbekende man die hem onder druk zette, maar dat verdachte later heeft verklaard dat dit niet waar is en dat de door hem beschreven onbekende man niet bestaat. Nu de rechtbank ook overigens geen aanwijzingen heeft dat de verdachte het feit tezamen en in vereniging met een ander heeft gepleegd, zal zij verdachte vrijspreken van het onderdeel van de tenlastelegging dat ziet op het medeplegen.

Ten aanzien van het de verdachte bij dagvaarding met parketnummer 09/808451-16, onder 2 tenlastegelegde:

Verdachte heeft ontkend zich schuldig te hebben gemaakt aan de hem tenlastegelegde autobrand op de [omgeving adres] te Leiderdorp.

De officier van justitie acht wel wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan deze autobrand, gelet op de bij het in brand steken van de auto gehanteerde werkwijze, die volgens de officier van justitie overeenkomt met de door verdachte bij andere autobranden gehanteerde werkwijze. Verder acht de officier van justitie redengevend voor het bewijs dat de autobrand op dezelfde avond plaatsvond als de autobrand tenlastegelegd bij parketnummer 09/808451-16, onder 1, waarvan verdachte heeft bekend dat hij deze heeft gepleegd. Tot slot acht de officier van justitie de algemeen bekennende verklaring die verdachte heeft afgelegd op 1 november 2016, inhoudend dat hij verantwoordelijk is voor meerdere branden, redengevend voor het bewijs.

De rechtbank is van oordeel dat de algemeen bekennende verklaring, inhoudend dat verdachte verantwoordelijk is voor meerdere branden, onvoldoende concreet en specifiek is om te kunnen dienen tot het bewijs van de tenlastegelegde autobrand. Ook de omstandigheid dat de bij de onderhavige autobrand gehanteerde werkwijze mogelijk overeenkomt met de bij andere autobranden gehanteerde werkwijze en de omstandigheid dat de autobranden in dezelfde nacht te Leiderdorp plaatsvonden, leveren naar het oordeel van de rechtbank niet het voor een bewezenverklaring vereiste bewijs op. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van de hem tenlastegelegde autobrand op de [omgeving adres] te Leiderdorp.

Ten aanzien van het de verdachte bij dagvaarding met parketnummer 09/808451-16, onder 3 tenlastegelegde:

Verdachte heeft ontkend zich schuldig te hebben gemaakt aan de hem tenlastegelegde autobrand aan de Griffioen te Leiderdorp.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat uit de omstandigheid dat verdachte heeft verklaard dat de uitgebrande auto een witte bestelbus was met een rood logo, kan worden afgeleid dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deze brand. Verder acht de officier van justitie redengevend voor het bewijs:

- de omstandigheid dat de brand is ontstaan aan de voorzijde van de auto, iets wat past bij hetgeen verdachte heeft gezegd tegen getuige [getuige] ;

- een WhatsApp-gesprek met zijn zus, waarin verdachte op de vraag of hij het was heeft geantwoord dat hij het inderdaad was;

- de algemeen bekennende verklaring van verdachte, waarin hij heeft verklaard verantwoordelijk te zijn voor meerdere branden.

Ten aanzien van de door verdachte afgelegde algemeen bekennende verklaring overweegt de rechtbank als hierboven vermeld. Voorts overweegt de rechtbank dat verdachte weliswaar heeft verklaard over een wit busje met een rood logo, maar dat dit blijkens hetgeen verdachte op 1 november 2016 heeft verklaard, p. 150 van het politie proces-verbaal, om een witte Opel Vivaro aan de [omgeving adres] gaat en niet om de in de tenlastelegging vermelde bestelbus van het merk Ford. De rechtbank overweegt bovendien dat de bestelbus van het merk Ford geen rood logo, maar een grijs/oranje streep had. Zelfs als verdachte bij de bestelbus van het merk Ford had gesproken over een rood logo, zou dit niet zijn overeengekomen met een grijs/oranje streep.

Overigens merkt de rechtbank nog op dat de omstandigheid dat verdachte heeft verklaard dat de verwijzing naar het rode logo zag op de witte Opel Vivaro, geparkeerd aan de [omgeving adres] , geen bewijs oplevert van zijn schuld aan het hem bij dagvaarding met parketnummer 09/808451-16 onder 2 tenlastegelegde feit, nu uit het dossier blijkt, p. 407 en verder van het politie proces-verbaal, dat de bij deze autobrand beschadigde bestelbus in het geheel geen logo had.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat de omstandigheid dat de brand aan de voorkant van de auto is begonnen en dat verdachte hierover iets tegen [getuige] zou hebben gezegd, onvoldoende concreet is om tot bewijs te kunnen dienen. Verdachte heeft volgens [getuige] immers enkel gewezen naar een grille en gezegd dat je ‘het daar moest doen.’

Tot slot levert ook het door de officier van justitie aangehaalde WhatsApp-gesprek met de zus van verdachte (bijlage O in het proces-verbaal genaamd ‘Bijlagen mbt verhoor dd. 30 november 2016 (A tot en met A13) onderzoek Acacia) geen bewijs op van daderschap aan de kant van verdachte. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Op de vraag van zijn zus ‘Ben jij dat?’ antwoordt verdachte weliswaar ‘Ja ik was t’, maar vervolgens schrijft verdachte ‘Ik lag te slapen werd wakker van knallen’ en ‘Toen ging ik mamma wakker maken.’ Hierop antwoordt de zus van verdachte: ‘Hopelijk is die snel opgepakt’, waarop verdachte antwoordt ‘Ja achja.’

Nog los van het feit dat onvoldoende duidelijk is waar de vraag ‘Ben jij dat?’ precies op doelt, moet ook worden vastgesteld dat verdachte schrijft dat hij wakker werd van knallen en zijn moeder wakker ging maken. De door verdachte geschreven opmerking ‘Ja ik was t’ kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet zonder [aangever] worden uitgelegd als een bekentenis van verdachte dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de autobrand aan de Griffioen.

Nu de rechtbank van oordeel is dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de hem tenlastegelegde autobrand aan de [omgeving adres] te Leiderdorp, zal zij verdachte hiervan vrijspreken.

Ten aanzien van het de verdachte bij dagvaarding met parketnummer 09/808451-16, onder 4 tenlastegelegde:

Op 6 september 2016 heeft R.A. [aangever] namens [aangever] aangifte gedaan van brandstichting waarbij zijn leaseauto, een Toyota Auris (kenteken [kenteken] ) in brand is gegaan. De auto stond geparkeerd voor zijn woning, [omgeving adres] 6 te Leiderdorp. Op 6 september, omstreeks 0:15 uur constateerden aangever en zijn vrouw – die beiden in hun woning aanwezig waren - dat de auto in brand stond. De auto stond ongeveer vier meter van het keukenraam van de woning van aangever en aangever zag dat de vlammen meters hoog uit de auto sloegen.5

De Toyota Auris betreft een Hybride auto.6

Op 6 september 2016 heeft [aangever] aangifte gedaan van brandstichting, waarbij zijn auto, een Mitsubishi Colt, brandschade heeft opgelopen. Op 5 september 2016, om 0:00 uur zag aangever, woonachtig op het adres [omgeving adres] 5 , dat de auto van zijn buurman, woonachtig op nummer [omgeving adres] , in brand stond. Aangever kon zijn Mitsubishi, die een meter naast de auto van zijn buurman geparkeerd stond, wegrijden ten einde hem in veiligheid te brengen. Aangever constateerde vervolgens dat zijn auto aan de voorzijde beschadigd was, vermoedelijk door hittestuwing van de in brand staande auto van de buurman.7

Op 6 september 2016, vanaf 01:54 uur, vond via WhatsApp een gesprek plaats tussen verdachte en [naam] Krook. Dit gesprek hield in, voor zover hier van belang:

Verdachte: [naam] . Het was een kk Toyota. Ik dacht Lexus.

[naam] : Nouen ook dik. Ben je langs gefietst.

Verdachte: nee (hierna wordt er door verdachte een foto verstuurd van de verbrande auto aan de [omgeving adres] ).

Verdachte: Facebook. Wacht. (Noot verbalisant: verdachte verstuurt een link naar een facebookpagina met daarop het nieuwsbericht over de brand aan de [omgeving adres] te Leiderdorp).

[naam] : Oooohw hahaha. Stuur naar [naam] .

Verdachte: Ik ga je er niet in taggen. Ja. Mn pa weet sws dat ik het was. Ik loop altijd te haten op hybride auto’s (lachende smiley). Ik had een ander moeten pakken.

[naam] : Volgende keer gewoon ergens dikke V8 pakken. Morgen.

Verdachte: Ja hahaha. Is beter denk ik. Maar kga pitte.8

In het facebookbericht waarnaar verdachte in zijn WhatsApp-bericht verwijst, wordt wat betreft de voertuigbrand op de [omgeving adres] geen melding gemaakt van een Toyota.9

Verdachte is door de politie geconfronteerd met het feit dat hij aan [naam] heeft geappt: ‘mn pa weet sws dat ik het was’ en dat hij ‘een ander had moeten pakken’ en dat hij dit op 6 september 2016 om 01:57 uur heeft geappt. De vraag of verdachte hier een verklaring voor heeft, heeft hij met ‘nee’ beantwoord. Verder is aan verdachte gevraagd wat hij bedoelde met ‘mn pa weet sws dat ik het was’ en ‘ik had een ander moeten pakken’. Verdachte heeft hierop verklaard ‘Daar geef ik geen antwoord op.’10

De rechtbank stelt vast dat verdachte korte tijd na de brand een WhatsApp-gesprek heeft gehad met zijn vriend [naam] en dat uit dit gesprek volgt dat verdachte op dat moment al op de hoogte was van het feit dat de verbrande auto een Toyota was. De rechtbank stelt vast dat verdachte deze kennis niet uit het facebookbericht heeft kunnen halen, nu daarin enkel was vermeld dat het om een hybride auto ging. Het automerk werd in dit bericht niet genoemd. Voorts overweegt de rechtbank dat verdachte in het WhatsApp-gesprek zegt: ‘Mn pa weet sws dat ik het was’ en ‘Ik loop altijd te haten op hybride auto’s’ en ‘Ik had een ander moeten pakken.’ Verdachte heeft geen verklaring gegeven voor hetgeen hij heeft geappt en het tijdstip waarop hij dit heeft geappt. Verder heeft hij geen antwoord geven op de vraag wat hij hiermee bedoeld heeft, terwijl de in het WhatsApp-gesprek gebruikte bewoordingen met klem vragen om een verklaring. Ondanks het feit dat verdachte heeft verklaard onschuldig te zijn, is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de genoemde feiten en omstandigheden, wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de hem tenlastegelegde autobrand aan de [omgeving adres] te Leiderdorp.

Nu de Toyota op korte afstand geparkeerd stond van de woning van aangever [aangever] en de vlammen blijkens zijn verklaring metershoog uit de auto sloegen, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat van de autobrand gemeen gevaar te duchten was voor de woning van aangever [aangever] . Anders dan de officier van justitie is de rechtbank verder van oordeel dat, nu aangever [aangever] en zijn vrouw op het moment van de brand in de woning aanwezig waren, tevens levensgevaar voor de in die woning aanwezige personen te duchten was.

Ten aanzien van het de verdachte bij dagvaarding met parketnummer 09/817657-17, onder 1 (ttg) tenlastegelegde:

Op 22 december 2016 heeft [aangever] aangifte gedaan van brandschade aan zijn witte bedrijfsvoertuig, een Renault Trafic, voorzien van kenteken [kenteken] . De schade aan de voorzijde van het busje, dat geparkeerd stond aan de [omgeving adres] te Leiden , werd geconstateerd op 22 september 2016.11

Aan de zijkant van het busje was de naam [aangever] te lezen.12

Op 29 september 2016 deed [aangever] aangifte van brandstichting waarbij zijn personenauto, een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] , beschadigd is geraakt. Aangever constateerde dat zijn auto, geparkeerd aan de [omgeving adres] te Leiden , naast een witte bestelbus met kenteken [kenteken] stond en dat deze bestelbus helemaal uitgebrand was.13

In het proces-verbaal brandonderzoek forensische opsporing is gerelateerd dat onderzoek aan de Renault Trafic heeft uitgewezen dat de brand vermoedelijk is begonnen bij de bumper/ grille door het al dan niet opzettelijk bijbrengen van open vuur. Een elektronische oorzaak viel niet volledig uit te sluiten maar werd niet aannemelijk geacht. Links naast de bestelbus stond een personenauto met het kenteken [kenteken] . Dit voertuig had brandschade opgelopen van het aanstralen door hitte van de bestelbus.14 Verder blijkt uit een bij dit proces-verbaal gevoegde foto dat het bestelbusje vlakbij een bedrijfspand geparkeerd stond.15

De verdachte heeft verklaard dat hij op de dag van de grote brand bij het [omgeving adres]16 bij [naam] thuis, in het verlengde van de [omgeving adres] te Leiden , was. Verdachte heeft verklaard dat hij in de nacht naar huis ging vanaf [naam] , dat hij alleen op de fiets was en dat ‘de man’ hem toen stond op te wachten. Verdachte heeft verklaard dat ‘de man’ hem zei dat hij door moest gaan en dat er toen weer een bestelbusje was dat in parkeervakken naast de bocht van de [omgeving adres] stond. Verdachte heeft verklaard dat de man hem heeft gezegd dat hij haren uit zijn hoofd moest trekken en naast het busje moest gooien. Ook moest verdachte het busje aanraken. Verdachte heeft verklaard dat te hebben gedaan. Vervolgens heeft verdachte verklaard dat hij zag dat de man met een crème brûlée brander het plastic van de grille in brand stak en dat het best snel brandde.17

Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij van verdachte heeft gehoord dat hij een busje in de fik heeft gestoken, dat dit op het [omgeving adres] was, dat het merk van het busje een [aangever] of [aangever] was en dat dit op het busje stond.18

De verdachte heeft ontkend iets met deze brandstichting te maken te hebben. Na zijn aanvankelijke verklaring over ‘de man’ en het moeten achterlaten van sporen, heeft verdachte verklaard alles verzonnen te hebben.

De rechtbank overweegt dat verdachte aanvankelijk heeft verklaard dat hij in de nacht van de brand bij het bestelbusje is geweest en dat hij daar van ‘de man’, waarvan hij later heeft verklaard dat hij niet bestaat, sporen achter moest laten. Ook heeft verdachte verklaard dat het bestelbusje in brand is gestoken aan de voorkant, bij de grille, hetgeen volgens het verrichte brandonderzoek ook het geval was. Verdachte is naar het oordeel van de rechtbank in zijn verklaring zeer specifiek geweest over de datum, het tijdstip, de locatie en de plek van de brand. Bovendien heeft verdachte geen geloofwaardige verklaring gegeven voor de omstandigheid dat hij aanvankelijk heeft verklaard dat hij sporen moest achterlaten bij de bestelbus. De door verdachte afgelegde verklaringen moeten bovendien in onderlinge samenhang worden bezien met de verklaring van getuige [getuige] , inhoudend dat verdachte hem heeft verteld dat hij een bestelbusje met de zeer specifieke naam [aangever] of [aangever] in brand heeft gestoken. Gebleken is dat de naam ‘ [aangever] ’ daadwerkelijk op de zijkant van het busje stond. Verder leert een zoekslag op internet dat de [omgeving adres] op het [omgeving adres] te Leiden is. Gelet op al deze feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de hem tenlastegelegde brandstichting op de [omgeving adres] te Leiden , met gemeen gevaar voor het nabijgelegen bedrijfspand en de naast geparkeerd staande auto.

Ten aanzien van het de verdachte bij dagvaarding met parketnummer 09/817657-17, onder 2 (ttg) tenlastegelegde:

Verdachte heeft ontkend zich schuldig te hebben gemaakt aan de hem tenlastegelegde brandstichting in de parkeergarage van het [omgeving adres] te Leiderdorp.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wel wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich aan deze brandstichting heeft schuldig gemaakt. Daartoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat de verdachte verschillende verklaringen heeft afgelegd over deze brandstichting. Zo heeft verdachte verklaard dat hij ‘de man’ onder het [omgeving adres] zag staan met een gasbrander en dat hij ‘de man’ eerder had gezien op de [omgeving adres] . Verder heeft verdachte verklaard over de instructie van ‘de man’ dat hij het aan de voorkant moest doen, bij de grill en dat ‘de man’ hem Zippo vloeistof mee had gegeven. Verder heeft verdachte verklaard dat hij niet weet hoe laat hij die avond thuis was en heeft hij verklaard dat hij ‘de man’ bij het [omgeving adres] zag, dat hij denkt dat ‘de man’ met een scooter of auto was en dat hij zag dat ‘de man’ met een combo achtige auto bezig was, misschien een Berlingo of een Citroën, wit van kleur. De officier van justitie heeft verwezen naar het proces-verbaal brandonderzoek forensische opsporing, waaruit blijkt dat een Volkswagen Caddy stond bij de parkeervakken die allen enorm waren aangetast, dat dit voertuig volledig was uitgebrand en dat de voertuigen die bij de primaire brandhaard stonden volledig uitgebrand waren. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte blijk heeft gegeven van daderwetenschap en dat verdachtes verklaring steun vindt in de feiten, te weten dat een wit busje dat in brand zou zijn gestoken, waarbij de kleur, het type en de primaire brandhaard kloppen met de werkelijkheid.

De rechtbank overweegt dat verdachte aanvankelijk weliswaar heeft verklaard dat hij ‘de man’ die nacht van 22 september 2016 heeft gezien in de parkeergarage van het [omgeving adres] en dat ‘de man’ een combo busje, misschien een Berlingo of Citroën, in brand heeft gestoken met een gasbrander of crème brûlée brander. Verdachte heeft echter van meet af aan ontkend zelf iets met de brandstichting te maken te hebben en heeft later verklaard dat hij alles heeft verzonnen en dat het niet waar is. De aanvankelijk door verdachte afgelegde verklaringen over hetgeen hij zou hebben waargenomen in de parkeergarage van het [omgeving adres] acht de rechtbank niet zodanig concreet dat dit het bewijs oplevert dat verdachte schuldig is aan de brand. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van daderwetenschap waaruit onomstotelijk volgt dat verdachte degene moet zijn geweest die de brand in de parkeergarage van het [omgeving adres] heeft veroorzaakt. De rechtbank overweegt daartoe dat het witte combo busje, waar in het proces-verbaal brandonderzoek forensische opsporing naar wordt verwezen, geen Citroën Berlingo maar een Volkswagen Caddy blijkt te zijn. Combo busjes zijn, zoals verdachte heeft verklaard, inderdaad vaak wit. Verder volgt uit het proces-verbaal brandonderzoek forensische opsporing niet dat de brand is begonnen bij deze Volkswagen Caddy. Er zijn immers mogelijk [aangever] primaire brandhaarden geweest. Bovendien blijkt uit het proces-verbaal brandonderzoek forensische opsporing dat het forensisch technisch niet uit te sluiten of te bevestigen is dat de brand is ontstaan door het mogelijk bijbrengen van vuur/warmte in enigerlei vorm. Er werden geen sporen gevonden, die brandstichting bevestigden. De rechtbank stelt dan ook vast dat niet met zekerheid kan worden gezegd dat de brand in het [omgeving adres] is aangestoken.

Nu in het dossier geen bewijs te vinden is waaruit onomstotelijk blijkt dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan brandstichting in de parkeergarage van het [omgeving adres] , zal de rechtbank verdachte hiervan vrijspreken.

De rechtbank merkt nog op dat het betreurenswaardig is dat zich in het dossier geen camerabeelden bevinden van die bewuste nacht, in en rond het [omgeving adres] . Ook een gedegen rapportage van de brandweercommandant ontbreekt. Tot slot ontbreken zendmastgegevens waaruit inzicht verkregen had kunnen worden in de bewegingen van de mobiele telefoon van verdachte die nacht. Deze informatie had wellicht duidelijkheid kunnen verschaffen over de toedracht van de brand in de parkeergarage van het [omgeving adres] .

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat

09/808451-16

1.

hij op 30 juli 2016 te Leiderdorp opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een auto, type Ford Taunus, kenteken [kenteken] , ten gevolge waarvan die Ford Taunus gedeeltelijk is verbrand, en daarvan gemeen gevaar voor een nabijgelegen pilaar en winkelcentrum te duchten was;

4.

hij op 6 september 2016 te Leiderdorp opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een auto (Toyota kenteken [kenteken] ), ten gevolge waarvan die auto (Toyota) en een nabijgelegen auto (Mitsubishi Colt) geheel of gedeeltelijk zijn verbrand, en daarvan gemeen gevaar voor de nabijgelegen woning en levensgevaar voor de in de woning aanwezige personen te duchten was;

09/817657-17 (ttz gevoegd)

1.

hij op 22 september 2016 te Leiden (op de [omgeving adres] ) opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een auto (Renault Trafic met kenteken [kenteken] ), ten gevolge waarvan die auto (Renault Trafic) gedeeltelijk is verbrand, en daarvan gemeen gevaar voor nabijgelegen bedrijfspand en auto (Volkswagen golf met kenteken [kenteken] ), te duchten was.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

4 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing vermelde strafbare feiten op.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De rechtbank houdt het oordeel op dit punt aan tot het eindvonnis.

6 Heropening en schorsing van het onderzoek ter terechtzitting

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft primair gevorderd dat de rechtbank een tussenvonnis zal wijzen, waaruit blijkt welke feiten de rechtbank bewezen verklaart en waarin de rechtbank de deskundigen – psychiater en psycholoog – opdracht geeft om op basis van die bewezenverklaring nader omtrent verdachte te rapporteren. De officier van justitie heeft daartoe betoogd dat de deskundigen die de rapportages pro justitia hebben opgesteld volledig lijken te zijn afgegaan op de verklaring van de verdachte, inhoudende dat hij slechts één brand heeft gesticht en dat al zijn eerdere verklaringen die duiden op betrokkenheid bij [aangever] branden, verzonnen zijn. Uit de rapportages pro justitia blijkt niet dat sprake zou zijn van pyromanie. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zich in het politie proces-verbaal meerdere feiten en omstandigheden bevinden die een analyse van de deskundigen ten aanzien van de vraag of sprake is van pyromanie wenselijk hadden gemaakt, nu het gaat om gedragingen rondom branden, vuur en branden in het algemeen. Daarnaast is het de officier van justitie niet helder waarom de deskundigen voorbij zijn gegaan aan de verklaring van de verdachte over het horen van stemmen in combinatie met de brand(en). Verdachte heeft immers ook al eerder aangegeven stemmen te horen die hem opdrachten geven die door hem als dwingend worden ervaren. De officier van justitie acht zich onder de gegeven omstandigheden onvoldoende voorgelicht over de strafbaarheid van de verdachte en in het verlengde daarvan over de op te leggen sanctie of maatregel.

Voor het geval de rechtbank zich wel voldoende voorgelicht acht en geen tussenvonnis zal wijzen, heeft de officier van justitie subsidiair gevorderd dat aan de verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel) wordt opgelegd. Daartoe heeft de officier van justitie betoogd dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan meerdere brandstichtingen, waarbij bewezen kan worden verklaard dat er gevaar is geweest voor onder [aangever] woningen en gebouwen.

6.2

Het standpunt van de raadsman

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het niet in de rede ligt om tot een tussenvonnis te komen. De psychiater en de psycholoog hebben ieder tweemaal rapport opgemaakt. De conclusies van de deskundigen zijn duidelijk en het geeft geen pas deze in twijfel te trekken. De raadsman heeft de rechtbank dan ook verzocht om de vordering van de officier van justitie tot het wijzen van een tussenvonnis af te wijzen en tot een eindvonnis te komen. De raadsman heeft verzocht om verdachte ter zake één brandstichting te veroordelen tot een gevangenisstraf gelijk de duur van het voorarrest. Voorts zou de in de rapportages pro justitia en de reclasseringsrapportage geadviseerde hulpverlening opgelegd kunnen worden.

6.3

Overwegingen van de rechtbank

Na de sluiting van het onderzoek is tijdens de beraadslaging gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Verdachte heeft tweemaal meegewerkt aan een dubbel persoonlijkheidsonderzoek. Naar aanleiding hiervan zijn vier rapportages opgemaakt, te weten een psychologisch onderzoek pro justitia d.d. 14 maart 2017, een psychiatrisch onderzoek pro justitia d.d. 17 maart 2017, een psychiatrisch onderzoek pro justitia d.d. 29 mei 2017 en een psychologisch onderzoek pro justitia d.d. 30 mei 2017. De rapportages betreffende het psychologisch onderzoek zijn beide opgesteld door M. Hulshof, GZ-psycholoog. De rapportages betreffende het psychiatrisch onderzoek zijn beide opgesteld door drs. A. Gosker, psychiater, onder supervisie van drs. R. Thomassen, psychiater.

De eerste twee rapportages zijn opgemaakt toen enkel de feiten vermeld op de dagvaarding met parketnummer 09/808451-16 aan verdachte waren tenlastegelegd. De rechtbank stelt vast dat de deskundigen zich in deze eerste twee rapportages hebben gebaseerd op de verklaring van verdachte, dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan een enkele autobrand en dat hij toen onder invloed van alcohol heeft gehandeld. De andere drie feiten op de dagvaarding zijn gezien de ontkennende houding van verdachte niet meegenomen in het onderzoek. De deskundigen hebben geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van ADHD. Zij hebben geen aanwijzingen gevonden dat sprake is van een andere ziekelijke stoornis en/ of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Van een neiging tot pyromanie is de deskundigen niet gebleken.

De tweede set (aanvullende) rapportages is opgemaakt naar aanleiding van het uitbrengen van een tweede dagvaarding, te weten die met parketnummer 09/817657-17, waarbij aan verdachte opnieuw twee brandstichtingen zijn tenlastegelegd.

De rechtbank stelt vast dat de deskundigen ten behoeve van de aanvullende rapportages slechts kort met verdachte hebben gesproken, dat verdachte ook de hem op de tweede dagvaarding vermelde feiten heeft ontkend, dat de deskundigen de op de tweede dagvaarding vermelde feiten niet hebben betrokken in hun onderzoek en conclusies en dat de in de aanvullende rapportages getrokken conclusies overeenkomen met hetgeen eerder werd geconcludeerd in de eerste set rapportages.

De rechtbank komt thans tot een bewezenverklaring van drie van de zes aan de verdachte tenlastegelegde brandstichtingen. Dit zijn ernstige feiten, waaruit naar het oordeel van de rechtbank bovendien een fascinatie voor brand lijkt te volgen. Voorts biedt het strafdossier naar het oordeel van de rechtbank [aangever] aanknopingspunten voor een bij verdachte bestaande fascinatie voor brand en vuur, waaronder de op de mobiele telefoon van verdachte aangetroffen afbeeldingen van branden. Dat in de rapportages pro justitia wordt uitgegaan van een enkele brandstichting en dat het strafadvies daarop is gebaseerd, is naar het oordeel van de rechtbank dan ook onwenselijk en ontoereikend. Voorts is de rechtbank van oordeel dat in de rapportages ten onrechte niet of onvoldoende is ingegaan op de uiterst zorgelijke verklaringen die verdachte heeft afgelegd over de verschillende (al dan niet tenlastegelegde) brandstichtingen. Zo heeft verdachte aanvankelijk en bij herhaling een ‘onbekende man’ opgevoerd die hem tot meerdere brandstichtingen zou hebben aangezet. Voorts heeft verdachte een bekennende verklaring afgelegd waarin hij onder [aangever] heeft verklaard, p. 167 van het politie proces-verbaal:

‘Ik ben verantwoordelijk voor meerdere branden, maar die grote bij het [omgeving adres] heb ik niet gedaan.’

Verder heeft verdachte uiterst gedetailleerd verklaard over het horen van stemmen, die hem zouden hebben aangezet tot de brandstichtingen. Verdachte heeft immers verklaard, voor zover hier van belang, p. 167 en 168 van het politie proces-verbaal:

‘Door de stemmen in mijn hoofd doe ik de dingen die ik gedaan heb. Als ik blow wordt het erger, het lijkt dan wel soms of de stemmen zeggen dat ik moet blowen zodat de stemmen naar voren kunnen komen. Soms word ik er wel rustig van, het is dan een soort mijnenveger. De ene keer word je er rustig van en de andere keer komen de stemmen juist sterker naar voren. Ik heb het ontdekt toen mijn oma was overleden, dit was in 2011. Ik merkte het dat ik de drang kreeg om dingen te doen. Toen het daarna uitging met [naam] werd het nog erger. Op het moment dat de stemmen het overnemen krijg ik ook een soort van black out, ik weet dan even niet waar ik ben. De stemmen laten mij meestal negatieve dingen doen. Ik heb ooit een keer met een mes bij mijn vader gestaan, bij de deuropening van zijn slaapkamer, de stemmen zeiden dat ik hem pijn moest doen. Ik heb mijzelf nog kunnen overheersen. Hetzelfde geldt voor de vriendin van [naam] , die wilde ik ook een keer wat aandoen, dit heeft weer te maken omdat zij mijn zusje wat aan had gedaan. Ook de dingen zoals bijvoorbeeld die telefoon van mijn broertje, die LG, de stemmen zeggen mij dat ik dat in brand moet steken. Ja, ik wil hulp (verdachte is zeer emotioneel tijdens het einde van dit gesprek). Ik vind het heel erg moeilijk om dit toe te geven. [naam] , mijn zusje, en mijn broers [naam] en [naam] zijn gek. Ik wilde niet zo zijn en sterk zijn voor iedereen. Vooral voor mijn moeder. Mijn vader triggert de stemmen bij mij, niets is goed genoeg aan mij of mijn zusje of broers. De [omgeving adres] ben ik niet verantwoordelijk voor. Ik weet ook niet voor welke ik precies wel en niet verantwoordelijk ben. Dit komt door die stemmen. Ik weet niet bij hoeveel branden ik betrokken ben. Meestal wel de losstaande auto’s, weg van het publiek. Ik wil wel dat het stopt. Ik wil nog even vertellen dat ik dit jaar op Zandvoort ben geweest, met de racedagen. Die dag was Max Verstappen er ook. Dat was de laatste dag dat ik helemaal geen last heb gehad van stemmen. Ik was toen ook met vertrouwde mensen om mij heen.’

Later heeft verdachte dit alles weer ontkend en heeft hij aangegeven het allemaal verzonnen te hebben. Ook heeft hij verklaard dat hij dit heeft gezegd in de hoop vrijgelaten te worden. Tot slot heeft verdachte verklaard dat de politie in de verhoorsituatie heeft gevraagd of verdachte stemmen hoorde, waarna hij dit heeft bevestigd als een soort strategie om vrij te komen. De rechtbank overweegt dat de hierboven vermelde verklaring van verdachte, gelet op de daarin genoemde details en de emotionele ontlading bij verdachte, zeer authentiek overkomt.

Tot slot merkt de rechtbank nog op dat zich in het politie proces-verbaal aanwijzingen bevinden, onder [aangever] in verklaringen van verdachte zelf, dat verdachte betrokken is geweest bij [aangever] brandstichtingen dan de drie welke thans bewezen zijn verklaard. Het beschikbare (technisch) bewijs is echter ontoereikend om verdachte hiervoor te kunnen veroordelen.

De rechtbank is gelet op het bovenstaande met de officier van justitie van oordeel dat de in de rapportages pro justitia getrokken conclusies ongefundeerd zijn en dat de deskundigen zich te zeer hebben laten leiden door het processtandpunt van verdachte (slechts een enkele brandstichting, gepleegd uit verveling en onder invloed van alcohol). Nu het onderzoek, gezien de in dit tussenvonnis opgenomen bewezenverklaring, als onvolledig moet worden aangemerkt, bestaat de noodzaak tot nader psychologisch en psychiatrisch onderzoek - met inachtneming van de in dit tussenvonnis opgenomen bewezenverklaring -, ten einde tot een goed gefundeerde afdoening van de strafzaak van verdachte te kunnen komen.

Nu de rechtbank het van belang acht dat met een frisse blik naar de persoon van verdachte en zijn strafdossier wordt gekeken, verdient het de voorkeur dat dit onderzoek wordt verricht door andere deskundigen dan de deskundigen die betrokken waren bij de totstandkoming van de eerdere pro justitia rapportages.

Daarom zal het onderzoek worden heropend en geschorst.

De stukken zullen in handen van de officier van justitie worden gesteld, opdat deze ervoor zal zorgdragen dat omtrent verdachte opnieuw een psychologische rapportage pro justitia en een psychiatrische rapportage pro justitia worden uitgebracht. De rechtbank heeft daarbij een voorkeur voor een andere psycholoog en psychiater dan de eerder benoemden.

De rechtbank zal het onderzoek schorsen voor een langere dan de in artikel 282, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering gestelde termijn van een maand, doch voor niet langer dan drie maanden, om de klemmende reden dat de agenda van de rechtbank een eerdere voortzetting niet mogelijk maakt en dat bedoeld onderzoek niet binnen een maand kan worden voltooid.

7 Toepassing jeugdstrafrecht

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft toepassing van het jeugdstrafrecht gevorderd. Daartoe heeft de officier van justitie betoogd dat gronden voor toepassing van het jeugdstrafrecht volgen uit de omtrent verdachte - die ten tijde van het tenlastegelegde achttien jaar was - uitgebrachte rapportages.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte als jeugdige dient te worden berecht.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten tijde van het tenlastegelegde was de verdachte achttien jaar oud. Uitgangspunt is dat een verdachte, die ten tijde van het strafbare feit volwassen is, volgens het volwassenenstrafrecht wordt berecht. Ten aanzien van een jongvolwassene, die de leeftijd van achttien jaar maar nog niet die van 23 jaar heeft bereikt, kan toepassing van het jeugdstrafrecht volgen indien daartoe grond wordt gevonden in de persoonlijkheid van de verdachte of in de omstandigheden waaronder het feit is begaan. In casu wordt weliswaar in de omtrent verdachte opgestelde rapportages geadviseerd om het jeugdstrafrecht toe te passen, maar anders dan de officier van justitie en de verdediging ziet de rechtbank daar geen aanleiding toe. De enkele omstandigheid dat de verdachte ten tijde van de bewezen verklaarde feiten achttien jaar oud was is geen grond voor toepassing van het jeugdstrafrecht. De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken van factoren die een indicatie vormen voor toepassing van het jeugdstrafrecht. Ook is niet gebleken van een noodzaak om ten behoeve van de afdoening van de zaak het jeugdstrafrecht toe te passen. Nu niet voldoende is onderbouwd waarom toepassing van het jeugdstrafrecht dient te volgen, zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie ten aanzien van de toepassing van het jeugdstrafrecht afwijzen.

8 De vorderingen benadeelde partij/ de schadevergoedingsmaatregel

Ten aanzien van parketnummer 09/817657-17, feit 1 (ttg):

[aangever] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 1.749,-. De vordering tot schadevergoeding bestaat uit materiële schade voor een bedrag groot € 1.749,-, bestaande uit de post:

- Volkswagen Golf IV met kenteken [kenteken] (dagwaarde): € 1.749,-.

Ten aanzien van parketnummer 09/817657-17, feit 2 (ttg):

[aangever] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 1.250,-. De vordering tot schadevergoeding bestaat uit materiële schade voor een bedrag groot € 1.250,-, bestaande uit de posten:

- auto deels verbrand, voor deel vergoed eigen verzekering, eigen risico: € 250,-;

- na brand auto verkocht maar door deze omstandigheid minder waarde: € 1.000,-.

[aangever] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 3.005,-. De vordering tot schadevergoeding bestaat uit materiële schade voor een bedrag groot € 3.005,-, bestaande uit de posten:

- Peugeot 207 – 2008 – total loss/ geheel verbrand: € 10.000,-, waarvan is vergoed door de verzekering € 9.800,- zodat € 200,- resteert;

- Toyota Aygo – 2009 – total loss/ geheel verbrand: € 7.000,-, waarvan € 5.200,- is vergoed door de verzekering, zodat € 1.800,- resteert;

- Maxicosi met bevestiging (easyfix): € 355,-;

- Tennisrackets 3x en tennisballen: € 400,-;

- Diverse: Laarzen, CD’s (6x), Brandblusser, Badmintonrackets (2x), Zonnebrillen (3x), Telefoonoplaadkabels, Telefoonhouder: € 250,-.

[aangever] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 2.313,55. De vordering tot schadevergoeding bestaat uit materiële schade voor een bedrag groot € 1.813,55 bestaande uit de posten:

- TomTom 20: € 179,-;

- Opel Corsa: € 7.900,-, waarvan € 6.544,- is vergoed door de verzekering zodat € 1.356,- resteert;

- Inboedel (spullen in de auto): € 868,85, waarvan € 590,30 is vergoed door de verzekering, zodat € 278,55 resteert;

en uit immateriële schade voor een (symbolisch) bedrag groot € 500,-.

[aangever] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 4.562,16. De vordering tot schadevergoeding bestaat uit materiële schade voor een bedrag groot € 909,16, bestaande uit de posten:

- Auto Ford ka 2010: € 5.500,- waarvan € 5.290,- is vergoed door de verzekering, zodat

€ 210,- resteert;

- Nike sportschoenen: € 71,95;

- Studieboeken 1: € 232,32;

- Studieboeken 2: € 106,22;

- Zonnebril op sterkte: € 171,75;

- Sportspullen 1: € 67,48;

- Sportspullen 2: € 49,44;

en uit immateriële schade voor een bedrag groot € 3.653,-, bestaande uit de posten :

- 1 week vrij van het werk: € 734,-;

- 2 dagen vrij i.v.m. bezichtigen en ophalen van nieuwe auto: € 293,60;

- Reiskosten i.v.m. bezichtigen en ophalen nieuwe auto: € 125,40;

- psychische klachten: € 2.500,-.

[aangever] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 4.928,-. De vordering tot schadevergoeding bestaat uit materiële schade voor een bedrag groot € 4.928,-, bestaande uit de posten:

- Toyota Aygo Wit (2010): € 9.465,-, waarvan € 5.000,- is vergoed door de verzekering, zodat € 4.465,- resteert;

- Eigen risico Toyota: € 150,-;

- Leenauto: € 150,-;

- Ducati Monster eigen risico: € 150,-;

- Reinigen Ducati: € 45,-, welk bedrag geheel door de verzekering is vergoed, zodat € 0,- resteert;

- Goederen Toyota: € 552,-, waarvan 539,- is vergoed door de verzekering, zodat € 13,- resteert.

8.1

De vordering van de officier van justitie

Inzake de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [aangever]:

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij nu de vordering niet nader is onderbouwd.

Inzake de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [aangever]:

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij nu de vordering niet nader is onderbouwd.

Inzake de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [aangever]:

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij nu de vordering niet op voldoende duidelijke wijze is onderbouwd.

Inzake de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [aangever]:

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij voor zover deze betrekking heeft op de schadepost TomTom 20, met inachtneming van de afschrijving (een derde deel van het gevorderde bedrag), tot een bedrag van € 119,33, met toewijzing van de gevorderde wettelijke rente.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij voor het overige.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan de verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 119,33, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [aangever] .

Inzake de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [aangever]:

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij nu de vordering niet op voldoende duidelijke wijze is onderbouwd.

Inzake de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [aangever]:

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij voor zover deze ziet op de schadepost Eigen risico Toyota ten bedrage van € 150,- en op de schadepost Ducati Monster eigen risico ten bedrage van € 150,-, met toewijzing van de gevorderde wettelijke rente.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij voor het overige.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan de verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 300,- ten behoeve van het slachtoffer genaamd [aangever] .

De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht om, in het geval van een tussenvonnis, nog geen beslissing te nemen over de vorderingen benadeelde partij.

8.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vorderingen, nu verdachte vrijgesproken dient te worden van het hem tenlastegelegde feit, waarop de vorderingen betrekking hebben.

Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat hij de officier van justitie volgt in zijn standpunt voor wat betreft de vorderingen van de benadeelde partijen [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] en [aangever] , met dien verstande dat ten aanzien van de vordering van [aangever] ter zake de schadepost TomTom 20 een hogere afschrijving gehanteerd zou moeten worden dan een derde deel van het gevorderde bedrag. Voorts heeft de raadsman betoogd dat de benadeelde partij [aangever] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat er geen aanleiding is om de beslissing op de vorderingen benadeelde partij aan te houden tot het eindvonnis.

De rechtbank zal de benadeelde partij [aangever] niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering, aangezien de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, omdat deze door de benadeelde partij niet nader is onderbouwd.
De benadeelde partij kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal de benadeelde partijen [aangever], [aangever], [aangever], [aangever] en [aangever] niet-ontvankelijk verklaren in de door hen ingediende vorderingen benadeelde partij, nu de verdachte zal worden vrijgesproken van het hem bij parketnummer 09/817657-17, onder 2 (ttg) tenlastegelegde feit, waarop de vorderingen betrekking hebben.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

9 De Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de hem bij dagvaarding met parketnummer 09/808451-16 onder 2 en 3 en de hem bij dagvaarding met parketnummer 09/8176567-17 onder 2 (ttg) ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de hem bij dagvaarding met parketnummer 09/808451-16 onder 1 en 4 en de hem bij dagvaarding met parketnummer 09/817657-17 onder 1 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

ten aanzien van parketnummer 09/808451-16, feit 1 en parketnummer 09/817657-17 feit 1 (ttg)

OPZETTELIJK BRAND STICHTEN, TERWIJL DAARVAN GEMEEN GEVAAR VOOR GOEDEREN TE DUCHTEN IS, MEERMALEN GEPLEEGD;

ten aanzien van parketnummer 09/808451-16, feit 4

OPZETTELIJK BRAND STICHTEN, TERWIJL DAARVAN GEMEEN GEVAAR VOOR GOEDEREN EN LEVENSGEVAAR VOOR EEN ANDER TE DUCHTEN IS;

verklaart het bewezene strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

wijst af de vordering van de officier van justitie tot toepassing van het jeugdstrafrecht en bepaalt dat verdachte wordt berecht volgens het volwassenenstrafrecht;

bepaalt dat de benadeelde partij [aangever] niet-ontvankelijk is in zijn vordering tot schadevergoeding en dat deze de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

bepaalt dat de benadeelde partijen [aangever], [aangever], [aangever], [aangever] en [aangever] niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen tot schadevergoeding;

heropent en schorst het onderzoek en beveelt dat het onderzoek zal worden hervat op een nader te bepalen terechtzitting binnen 3 maanden na heden;

bepaalt dat de zaak bij hervatting zal worden behandeld door dezelfde rechters;

stelt de stukken in handen van de officier van justitie teneinde uitvoering te geven aan hetgeen in dit tussenvonnis is aangegeven;

beveelt de oproeping van de verdachte, tegen het tijdstip van een nader te bepalen terechtzitting, met verstrekking van een afschrift van die oproeping aan de raadsman van de verdachte.

Dit tussenvonnis is gewezen door

mr. E.C. Koekman, voorzitter,

mr. H.A.G. Nijman, rechter,

mr. M.F.M. de Groot, rechter-plv.,

in tegenwoordigheid van mr. M.I. Jansen, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 juli 2017.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit – voor zover niet anders weergegeven - delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer 2016300588, doorgenummerd pagina 1 tot en met 856.

2 Proces-verbaal van aangifte van [aangever] , p. 61.

3 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 42, 43.

4 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 733.

5 Proces-verbaal van aangifte R.A. [aangever] , p. 89, 90.

6 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek Acacia, p. 659.

7 proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 487.

8 Proces-verbaal Bijlagen mbt verhoor d.d. 30 november 2016 (A tot en met A13), bijlage A11.

9 Proces-verbaal Bijlagen mbt verhoor d.d. 30 november 2016 (A tot en met A13), bijlage A11.

10 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 629.

11 Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 701

12 Foto, p. 673; proces-verbaal brandonderzoek forensische opsporing, p. 747.

13 Proces-verbaal van aangifte [aangever] , p. 600, 601.

14 Proces-verbaal brandonderzoek forensische opsporing, p. 746, 747.

15 Foto, p. 752.

16 Dat was op 22 september 2017, zie proces-verbaal van aangifte [aangever] namens Wereldhave [omgeving adres] te Leiderdorp, p. 501, 502.

17 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 44, 45.

18 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 706.