Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:10453

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13-09-2017
Datum publicatie
19-09-2017
Zaaknummer
C/09/519792 / HA ZA 16-1165
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Intellectuele Eigendom. Octrooirecht. Europees octrooi nietig wegens gebrek aan inventiviteit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/519792 / HA ZA 16-1165

Vonnis van 13 september 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap

SPG PRINTS B.V.,

gevestigd te Boxmeer,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J.A. Dullaart te Naaldwijk,

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

DOVER EUROPE SARL,

gevestigd te Vernier, Zwitserland

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. H.W.J. Lambers te Amsterdam.

Partijen zullen hierna SPG en Dover genoemd worden. Voor SPG is de zaak inhoudelijk behandeld door mrs. W.A. Hoyng en R. van Kleeff, advocaten te Amsterdam, en voor Dover door mrs. M.G.R. van Gardingen en H.W.J. Lambers, eveneens advocaten te Amsterdam, bijgestaan door de octrooigemachtigde ir. H.A. Witmans.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de beschikking van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 15 april 2016 waarbij SPG verlof is verleend Dover te dagvaarden in de versnelde bodemprocedure in octrooizaken;

  • -

    de dagvaarding van 20 april 2016;

  • -

    de akte overlegging producties namens SPG van 12 oktober 2016 met producties EP1 t/m 35;

  • -

    de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in reconventie van 21 december 2016 met producties GP1 t/m 8;

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie van 15 februari 2017 met producties EP36 t/m 40;

  • -

    de akte overlegging aanvullende producties namens SPG van 29 maart 2017 met producties EP41 t/m 51;

  • -

    de akte houdende overlegging nadere productie namens Dover van 29 maart 2017 met productie GP9;

  • -

    de akte overlegging reactieve productie namens SPG van 16 juni 2017 met productie EP52;

  • -

    de akte houdende overlegging reactieve producties namens Dover van 16 juni 2017 met producties GP10 en 11;

  • -

    de brief namens Dover van 29 juni 2017 met de mededeling dat partijen een afspraak hebben gemaakt over de hoogte van de proceskosten;

  • -

    de ter zitting van 14 juli 2017 door partijen gehanteerde pleitnotities, met dien verstande dat paragrafen 77 t/m 98 van de pleitnota namens Dover zijn doorgehaald omdat deze niet zijn gepleit.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

SPG (voorheen Stork Prints), een wereldwijd opererende onderneming met hoofdkantoor in Nederland, is al vele jaren actief op onder meer het gebied van textiel en grafische druk.

2.2.

Dover maakt onderdeel uit van de Dover groep, een groep van wereldwijd opererende ondernemingen met hoofdkantoor in de Verenigde Staten. Sinds 2014 maakt MS Printing Solutions S.r.l. (hierna: MS) onderdeel uit van de Dover groep. MS is al vele jaren actief op het gebied van textiel- en grafische druk.

2.3.

Dover was tot 19 juli 2016 houdster van Europees octrooi EP 2 643 159 voor "Digital Printing and Finishing Method for Fabrics and the Like" (hierna: EP 159 of het octrooi). Zij heeft het octrooi op 19 juli 2016 overgedragen aan MS die sindsdien houdster is van EP 159. Dover treedt in deze procedure (mede) op namens MS.

2.4.

Het octrooi is gebaseerd op de (internationale) aanvrage PCT/EP2011/067162 van 30 september 2011 die op 31 mei 2012 is gepubliceerd als WO 2012/069242 A1. Daarbij is een beroep op prioriteit gedaan met betrekking tot het op 24 november 2010 aangevraagde Italiaanse octrooi IT MI20102176. Het octrooi is verleend op 27 april 2016 en van kracht in Nederland. Tegen de verlening van het octrooi is door, onder andere, SPG oppositie ingesteld.

2.5.

De conclusies van EP 159 luiden, in de originele Engelse taal:

“1. A digital printing and finishing method for fabrics and the like, comprising:

a step of unwinding a fabric (2) from a first reel (3),

a step of compensating the speeds and of spreading said fabric (2) in order to position it on a conveyor belt (5) provided with supporting means on which a digital printing step occurs, followed by a step of drying said fabric (2), and a step of winding said fabric (2) onto a second reel (11) or of arranging said fabric (2) in sheets, said steps being performed in corresponding stations arranged in sequence with respect to each other and said fabric (2) passing through said stations continuously, transversely to said conveyor belt (5) there being a plurality of bars (6) provided with printing heads (7) which are controlled electronically and synchronized with the movement of said conveyor belt (5).

2. The method according to claim 1, characterized in that said supporting means are of the adhesive type.

3. The method according to claim 1, characterized in that said printing heads (7) are of the piezoelectric ink-jet type.

4. The method according to one or more of the preceding claims, characterized in that said printing heads (7) are arranged on each one of said bars (6) in such a manner as to cover the width of said conveyor belt (5) and allow continuous printing.

5. The method according to one or more of the preceding claims, characterized in that it comprises a step of immersing said fabric (2) unwound from said first reel (3) in a tank (8) which contains an aqueous solution (9) adapted to facilitate the fixing of the ink on said fabric, said immersion step being comprised between said unwinding step and said step of speed compensation and spreading.

6. The method according to claim 5, characterized in that said aqueous solution (9) comprises at least one or more substances selected from the group constituted by pH stabilization compounds and salts.

7. The method according to claim 5 or 6, characterized in that it comprises a step of pressing said fabric (2) impregnated with said aqueous solution (9) in such a manner as to eliminate the excess part of said aqueous solution (9) from the fibers of said fabric (2), said pressing step being comprised between said immersion step and said speed compensation and spreading step.

8. The method according to one or more of the preceding claims, characterized in that it comprises a step of steaming said printed fabric (2) impregnated with said aqueous solution (9) through a steaming chamber to fix said ink to said fabric (2), said steaming step being comprised between said digital printing step and said drying step.

9. The method according to one or more of the preceding claims, characterized in that it comprises a step of washing said printed and steamed fabric (2) which is adapted to eliminate from said fabric (2) the excess part of said ink, said washing step being comprised

between said steaming step and said drying step.”

2.6.

De – niet bestreden – Nederlandse vertaling van de conclusies is hierna weergegeven:

“1. Een werkwijze voor het digitaal bedrukken en het afwerken voor stoffen en dergelijke, omvattend:

een stap van het afwikkelen van een stof (2) van een eerste spoel (3),

een stap van het compenseren van de snelheden en van het uitspreiden van de stof (2) om deze te positioneren op een transportband (5), voorzien met steunmiddelen waarop een stap van digitaal drukken plaatsvindt,

gevolgd door de stap van het drogen van de stof (2), en een stap van het wikkelen van de stof (2) op een tweede spoel (11) of van het inrichten van de stof (2) in lagen,

waarbij de stappen worden uitgevoerd in overeenkomstige stations die zijn ingericht in opvolging met betrekking tot elkaar en waarbij de stof (2) continu door de stations gaat, waarbij er transversaal tot de transportband 5) een veelheid aan stangen (6) is, voorzien met printkoppen (7) die elektronisch worden gestuurd en worden gesynchroniseerd met de beweging van de transportband (5).

2. De werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk dat de steunmiddelen van het klevende type zijn.

3. De werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk dat de printkoppen (7) van het piëzo-elektrische inkjet-type zijn.

4. De werkwijze volgens een of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat de printkoppen (7) zijn ingericht op elke van de stangen (6) zodanig om de breedte van de transportband (5) te bedekken en om continu drukken mogelijk maken.

5. De werkwijze volgens een of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat deze een stap omvat van het onderdompelen van de van de spoel (3) afgewikkelde stof (2) in een tank (8) die een waterige oplossing (9) bevat die is aangepast om het fixeren van de inkt op de stof te vergemakkelijken, waarbij de stap van het onderdompelen wordt omvat tussen de stap van het afwikkelen en de stap van het compenseren van de snelheid en van het uitspreiden.

6. De werkwijze volgens conclusie 5, met het kenmerk dat de waterige oplossing (9) ten minste een of meer substanties, gekozen uit de groep gevormd door pH-stabiliseermengsels en zouten, omvat.

7. De werkwijze volgens conclusie 5 of 6, met het kenmerk dat deze een stap omvat van het persen van de met de waterige oplossing (9) geïmpregneerde stof (2) zodanig om het overmatige deel van de waterige oplossing (9) uit de vezels van de stof (2) te verwijderen, waarbij de stap van het persen wordt omvat tussen de stap van het onderdompelen en de stap van het compenseren van de snelheid en van het uitspreiden.

8. De werkwijze volgens een of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat deze een stap omvat van het stomen van de bedrukte stof (2) die is geïmpregneerd met de waterige oplossing (9) door een stoomkamer om de inkt op de stof (2) te fixeren, waarbij de stap van het stomen wordt omvat tussen de stap van het digitaal drukken en de stap van het drogen.

9. De werkwijze volgens een of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk dat deze een stap omvat van het wassen van de bedrukte en gestoomde stof (2) die is aangepast om uit de stof (2) het overmatige deel van de inkt te verwijderen, waarbij de stap van het wassen wordt omvat tussen de stap van het stomen en de stap van het drogen.”

2.7.

De Engelse beschrijving van EP 159 luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

Technical Field

[0001] The present invention relates to a digital printing and finishing method for fabrics and the like.

Background art

[0002] The conventional method of digital printing and finishing for fabrics, starting with a fabric for conventional printing that has previously been rendered hydrophilic in order to allow the penetration of conventional printing pastes, is made up of a sequence of steps that are executed independently of each other.

[0003] More precisely, this sequence consists in a step of preparing the fabric for digital printing, in which the fabric for conventional printing is impregnated with adapted substances in order to enable the fixing of the color in order to subsequently be dried, a printing step, in which the fabric is printed and dried, a steaming step, in which the fabric is placed in a steaming chamber for a period that can vary from ten to thirty minutes according to the type of fabric and to the type of printing ink used, a washing step, in which the fabric is washed to remove excess quantities of ink, and a drying step, in which the fabric is dried.

[0004] This conventional method suffers the drawback of displaying limited productivity because of the fact that the individual steps occur independently of each other.

[0005] In order to speed up the method of printing, a known technique is to have the washing and drying steps occur continuously. This attempt at speeding the method up is however not sufficient to adequately reduce the processing times.

(…)

[0007] Document WO2009/102208A1 discloses an apparatus for printing a web of material by means of ink jet heads; a conveyor belt driven at constant speed transports a textile web to the inkjet heads and removing means act to catch and remove floating ink droplets; the

inkjet heads are energized in relation to the chosen set speed of the conveyor belt and the mutual distances in the direction of transport between successive inkjet heads.

Disclosure of the invention

[0008] The aim of the present invention consists in providing a method of digital printing and finishing for fabrics that is faster than the conventional method of digital printing and finishing, while increasing the productivity of the system.

[0009] Within this aim, an object of the present invention consists in providing a method of digital printing and finishing for fabrics that is simple and effective, while at the same time ensuring low costs of implementing the system and production costs that are economically advantageous when compared to those of the known art.

[0010] Another object of the present invention is to provide a method of digital printing and finishing for fabrics that limits manual intervention from the operator as far as possible.

[0011] Another object of the present invention is to provide a method of digital printing and finishing for fabrics that, thanks to its peculiar implementation characteristics, is capable of offering the widest guarantees of reliability and safety in use.

[0012] This aim and these and other objects which will become better apparent hereinafter, are achieved by a method for printing and finishing for fabrics and the like, according to claim 1.

Brief description of the drawings

[0013] Further characteristics and advantages of the invention will become better apparent from the detailed description of two preferred, but not exclusive, embodiments of a method of printing and finishing for fabrics and the like, which are illustrated by way of non-limiting example in the accompanying drawings, wherein:

Figure 1 is a schematic side elevation view of a system according to a first embodiment of a method of printing and finishing for fabrics and the like, according to the present invention;

(…)

Figure 4 is a schematic side elevation view of a system according to a second embodiment of a method of printing and finishing for fabrics and the like, according to the present invention.

Ways of carrying out the invention

[0014] With reference to the figures, the first embodiment of the method of printing and finishing for fabrics and the like, according to the invention, is performed by a system, generally designated in Figure 1 by the reference numeral 1a, and comprises a step of unwinding a fabric 2 from a first reel 3, a step of compensating the speeds and of spreading the fabric 2 in an adapted station 4 for positioning it on a conveyor belt 5 provided with

supporting means, for example of the adhesive type, on which a digital printing step occurs.

[0015] Advantageously, transversely to the conveyor belt 5, there is a plurality of bars 6 provided with printing heads 7 which are controlled electronically and synchronized with the movement of the conveyor belt 5.

[0016] More precisely, the printing heads 7 are of the piezoelectric ink-jet type and are positioned on each one of the bars 6 in such a manner as to cover the width of the conveyor belt 5 and allow continuous printing.

[0017] Subsequently a step of drying the fabric 2 and a step of winding it onto a second reel 11 are provided. This drying step can occur with hot air in a steaming chamber 12 or the like.

[0018] Differently, in the second embodiment, for which the corresponding system 1b is shown in Figure 4, between the unwinding station and the printing station a step can be provided of immersion of the fabric 2 unwound from the first reel 3 in a tank 8 containing an aqueous solution 9 comprising at least one or more substances selected from the group constituted by pH stabilization compounds and salts adapted to facilitate the fixing of the ink on the fabric 2 in the subsequent steaming step described below.

(…)

[0026] To sum up, in both of the proposed embodiments, the method according to the invention comprises a sequence of steps performed in corresponding stations arranged in sequence with respect to each other with the fabric 2 passing through all of them continuously.

(…)

[0028] In practice it has been found that the method of digital printing and finishing for fabrics and the like, according to the present invention, achieves the intended aim and objects in that it is much faster than the conventional methods of digital printing.

[0029] Another advantage of the method, according to the present invention, consists in that it enables an energy saving as a result of the reduction of the number of drying processes and the reduction of the evaporation time.

[0030] A further advantage of the method, according to the present invention, consists in that, thanks to the continuity of the process, the movement is eliminated of the fabric between the several necessary steps to obtain the required product.

[0031] The method of printing and finishing for fabrics and the like thus conceived is susceptible of numerous modifications and variations, all of which are within the scope of the appended claims.

[0032] For example, instead of having the fabric on reels both in input and in output, it can be arranged in sheets.”

2.8.

Het octrooi omvat onder meer de volgende figuren:

2.9.

In Italië zijn zowel een nietigheids- als inbreukprocedure ten aanzien van onder meer het parallelle Italiaanse octrooi aanhangig. In het kader van een door SPG in Italië tegen Dover en MS geëntameerde procedure hebben Dover en MS, met daartoe van de Italiaanse rechter verkregen toestemming, een gedetailleerde beschrijving laten maken van SPG’s PIKE systeem dat tentoongesteld werd op de ITMA beurs in november 2015.

2.10.

Tot de stand van de techniek behoort de Europese octrooiaanvrage EP 1 591 258 A1 voor “Apparatus for printing a textile web” gepubliceerd op 2 november 2005, aangevraagd door Osiris Technology B.V. op 29 april 2004 (hierna: de Osiris-aanvrage). De Osiris-aanvrage openbaart een (digitale) inkjetdrukmachine in, onder meer, claim 1:

1. Apparatus for printing a web of textile, which apparatus comprises:

a main frame;

an endless conveyor belt which is guided over a driven roller and a reversing roller disposed substantially parallel thereto and which is driven by motor means at a chosen constant speed;

glue dispensing means for applying a glue layer upstream of the active upper part of the conveyor belt for temporary light adhesion of the textile web to this active part such that this web is fixed non-movably relative to the conveyor belt;

optional washing means placed downstream relative to the active part for removing the glue from the conveyor belt;

supply and feed means for feeding a textile web from a supply to the active part of the conveyor belt;

printing means for printing the passing textile web in the zone of the active part of the conveyor belt in a number of colours in accordance with an adjustable pattern for selecting; and discharge and storage means for removing the printed textile web from the conveyor belt and subsequent storage thereof;

characterized in that

the printing means comprise a number of, for instance 2-8, frame beams extending in transverse direction above said active part at determined mutual longitudinal distances along the direction of transport, each of which frame beams carries an array of inkjet heads and each of which is immobile during operation relative to the plane defined by the active part;

control means are present which fulfil at least the following functions of:

storing a chosen printing pattern by means of inputting pattern information, for instance from a scanner;

energizing the inkjet heads, also in relation to the chosen set speed of the conveyor belt and the mutual distances in the direction of transport between successive inkjet heads for the respective colours, such that each head sprays droplets of ink of the relevant colour onto the web at the positions on the web determined by the control means;

the discharge means comprise drying means for drying the ink applied to the textile web.”

2.11.

De beschrijving van de Osiris-aanvrage bevat onder meer de volgende passages:

[0004] The invention has for its object to obviate said drawbacks of the prior art. It is a particular object of the invention to provide an apparatus which enables a printing accuracy of about 10 μm while making use of provisions which allow a very rapid change-over to other patterns without any substantial loss of usable coloured ink.

[0005] In respect of the above stated objectives, the apparatus according to the invention has the feature that the printing means comprise a number of (…) frame beams extending in transverse direction above said active part at determined mutual longitudinal distances along the direction of transport, each of which frame beams carries an array of inkjet heads and each of which is immobile during operation relative to the plane defined by the active part;

control means are present which fulfil at least the following functions of:

(…)

energizing the inkjet heads, also in relation to the chosen set speed of the conveyor belt and the mutual distances in the direction of transport between successive inkjet heads for the respective colours, such that each head sprays droplets of ink of the relevant colour onto the web at the positions on the web determined by the control means;

(…)

[0006] It should be understood that according to the invention the textile web is guided at a fixed speed through the apparatus and that the inkjet heads used are in wholly stationary position.

[0007] Intermittent driving of the endless conveyor belt could be envisaged such that by making use of movable inkjet heads a temporarily stationary surface for printing is printed by the inkjet heads, followed by a stepwise further transport of the conveyor belt so that a subsequent part of the textile web can be printed in the same manner.

[0008] Such a technical embodiment is seen as being very disadvantageous according to the invention in respect of the very complicated controls required, the acceleration forces which occur and the positioning errors inherent to such a system, these being manifested in a poorer printing quality.

[0009] The apparatus according to the invention on the other hand makes use of only one moving component, i.e. the endless conveyor belt, which ensures that the textile web for printing is guided through the apparatus at a very precisely controlled fixed speed.

[0010] The inkjet beams, which each correspond with a preselected colour, lie at a mutual distance which can be determined by the control unit by means of a simple calibration process such that the determined mutual distances can be taken into account in the calculation of the correct times for energizing the inkjet heads. The mechanical problems of the above described prior art and a possible other solution on the basis of inkjet printing are thus wholly resolved according to the invention by making use of a very simple but very precise and stable mechanical setup with only one drive and a powerful computer system in co-action with very high-quality inkjet heads (…)”

2.12.

De volgende tekening maakt onderdeel uit van de Osiris-aanvrage:

De cijfers bovenaan figuur 2 verwijzen naar verschillende functionele onderdelen van het apparaat, te weten een ‘infeed unit’ (13), een ‘printing unit’ (16), een ‘dryer’ (25) en een ‘discharge and storage unit’ (26).

2.13.

Tot de algemene vakkennis van de gemiddelde vakman op de prioriteitsdatum behoort onder meer het handboek Encyclopedia of Textile Finishing van Prof. H-K Rouette uit 2001(hierna: Rouette). Op pagina 161 van die encyclopedie zijn de volgende definities en bijbehorende figuur opgenomen:

Compensator roll device Device for regulating uniform fabric run and fabric speed or machine elements by raising and lowering motions. If two machines arranged in series (e.g. in continuous woven fabric pretreatment) need to be synchronised (Fig.), a compensator

roller (or an identically functioning dancer roller as an alternative) is located between the machines.

The compensator roller motion is transmitted to the actual value sensor via a chain drive with a transmission ratio of iK. The angle of deflection ϕ on the actual value sensor is therefore defined as the controlled variable.

Fig.: Compensator roll device for the synchronisation of two machines arranged in series.

A potentiometer, the terminal voltage of which illustrates the compensator roller angle in analogue terms, serves as a measured value transducer. One possibility of affecting the speed of the fixed traction roller, and therefore the fabric speed, is to change the transmission ratio of the steplessly adjustable PIV gear by servomotor. Changing the transmission ratio is possible via the axial displacement of the two bevel wheel pairs.

Another possibility is to transmit the potentiometer setting via appropriate pulses to the DC motor (with variable speed via the voltage) or to an alternative AC motor with frequency control in order to let a machine run faster or slower. In this closed control circuit therefore

– the fabric is the controlled member,

– the compensator roller is the sensor,

– the drive to the rear machine is the actuator,

– the speed of the first machine is the reference value, to which the actual value of the second machine “lines up” via the compensator roll.

Compensator roller (dancing roller). Roller which moves up and down on movable bearings for equalising the tension on open-width piece goods between continuous operation finishing machines.”

3 Het geschil

in conventie

3.1.

SPG vordert – verkort weergegeven – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, nietigverklaring van het Nederlandse deel van EP 159 en verklaring voor recht van niet-inbreuk op EP 159 met betrekking tot de door SPG verhandelde machine PIKE, een en ander met veroordeling van Dover in de proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv1 alsmede de nakosten ex artikel 237 lid 4 Rv. Tijdens het pleidooi heeft zij verduidelijkt dat bedoeld is om ook de verklaring voor recht te beperken tot EP 159 NL.

3.2.

Zij legt aan haar vordering ten grondslag dat het octrooi niet nieuw en niet inventief is, onder meer ten opzichte van de Osiris-aanvrage. Ook voert zij aan dat het hierna in 4.5 weergegeven deelkenmerk 1.j van conclusie 1 niet zodanig is beschreven dat dit voor de vakman nawerkbaar is. Voor zover het octrooi niet nietig zou zijn, stoelt zij haar vordering tot verklaring voor recht van niet-inbreuk op de stelling dat de PIKE geen inbreuk maakt omdat in die machine geen sprake is van een finishing method zoals conclusie 1 van EP 159 vereist. In het bijzonder betoogt zij in het kader van de niet-inbreuk dat printen en/of drogen niet kan worden aangemerkt als finishing.

3.3.

Dover voert verweer strekkende tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van SPG in de proceskosten in de zin van artikel 1019h Rv.

in reconventie

3.4.

Stellende dat SPG direct dan wel indirect inbreuk maakt op conclusies 1 t/m 4 van het octrooi met haar inkjetdrukpers PIKE, vordert Dover bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, een verklaring voor recht dat SPG inbreuk maakt op het Nederlandse deel van EP 159, een inbreukverbod voor Nederland en schadevergoeding, een en ander met nevenvorderingen, op straffe van dwangsommen en met veroordeling van SPG in de volledige proceskosten van artikel 1019h Rv.

3.5.

SPG voert verweer strekkende tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Dover in de volledige proceskosten.

4 De beoordeling

Bevoegdheid

4.1.

De rechtbank is internationaal bevoegd kennis te nemen van de vordering tot vernietiging van het Nederlandse deel van EP 159, op grond van artikel 24 aanhef en onder 4 EEX II-Vo2. Voor het overige is er internationale bevoegdheid reeds omdat die niet bestreden is (artikel 26 EEX II-Vo). De relatieve bevoegdheid berust op artikel 80 lid 1 sub a en lid 2 sub a ROW3.

In conventie

Achtergrond van de techniek

4.2.

Er bestaan, voor zover hier van belang, twee methoden voor het machinaal bedrukken van textiel: rotatiedrukken en inkjetdrukken. Het octrooi ziet op de laatstgenoemde drukwijze.

Rotatiedrukken bestaat al langer en wordt nog steeds op grote schaal toegepast. Het wordt geclassificeerd als een analoge vorm van drukken, aangezien het niet mogelijk is om een digitaal gegenereerd patroon direct af te drukken op het substraat (de stof). Er is een tussenstap vereist om de digitale informatie te vertalen naar een bruikbare analoge weergave, bijvoorbeeld een sjabloon op een cilinder. Bij rotatiedrukken vindt direct contact plaats tussen de stof en het sjabloon.

Bij inkjetdrukken, een digitale druktechniek, is het mogelijk om een digitaal patroon zonder tussenstap op de stof te drukken. Bij deze methode vindt geen direct contact plaats tussen de stof en de inkjetdrukkoppen: kleine druppeltjes inkt worden vanuit openingen in de drukkoppen op de stof gestraald. Deze nieuwere digitale manier van textieldrukken biedt verschillende voordelen, maar is ook aanzienlijk duurder en wordt bij ongeveer 10% van de (commerciële) textieldruk toegepast.

4.3.

Naar de wijze van activatie van de spuitopeningen die zich in de drukkoppen bevinden, kunnen piëzo-elektrische en thermische drukkoppen worden onderscheiden. Conclusie 3 van EP 159 ziet op een apparaat volgens conclusie 1 met piëzo-elektrische drukkoppen. Dit onderscheid speelt bij de beoordeling van deze zaak verder geen rol.

4.4.

Inkjetdrukmachines kunnen worden onderverdeeld in zogenaamde “scanning” en “fixed-array” machines. Een scanning (ook wel “reciprocating”) inkjetdrukmachine wordt gekenmerkt door een drukkop die smaller is dan de breedte van het te bedrukken substraat. De drukkop moet daarom over de stof heen en weer bewegen om de stof over de volle breedte te kunnen bedrukken. Tijdens het printen beweegt de stof niet en beweegt de drukkop heen en weer in een richting die loodrecht op de voortbewegings-richting van de stof staat. De stof beweegt vervolgens verder en stopt weer zodat een nieuw stuk substraat kan worden bedrukt. De stof wordt bij dit type inkjetdrukmachines over de volledige oppervlakte bedrukt door het afwisselend bewegen van substraat en drukkop.

Bij zogenaamde fixed-array (of “single-pass”) inkjetdrukmachines zijn een aantal stationaire drukkoppen op één lijn opgesteld of is er – indien enige mate van overlap nodig is – sprake van (meestal) twee lijnen, waarbij de drukkoppen om en om verspringen (in het Engels: “staggered printing heads”), zodanig dat ze tezamen de volledige breedte van de te bedrukken stof bestrijken. Bij een fixed-array drukmachine staan de drukkoppen op een vaste plaats en kan de stof met een constante snelheid voortbewegen. Heen en weer bewegen van de koppen is niet nodig omdat ze de volle breedte bestrijken.

Het octrooi

4.5.

Conclusie 1 van het octrooi ziet op een werkwijze voor het fixed-array digitaal bedrukken van stoffen, waarbij een substraat in een continu proces achtereenvolgens een aantal stappen doorloopt. Conclusie 1 wordt, in navolging van partijen, in de volgende deelkenmerken onderverdeeld:

1.a a digital printing and finishing method for fabrics and the like, comprising:

1.b a step of unwinding a fabric (2) from a first reel (3),

1.c a step of compensating the speeds and of spreading said fabric (2) in order to position it on a conveyor belt (5) provided with supporting means

1.d on which a digital printing step occurs,

1.e followed by a step of drying said fabric (2), and

1.f a step of winding said fabric (2) onto a second reel (11) or of arranging said fabric (2) in sheets,

1.g said steps being performed in corresponding stations arranged in sequence with respect to each other and

1.h said fabric (2) passing through said stations continuously,

1.i transversely to said conveyor belt (5) there being a plurality of bars (6) provided with printing heads (7)

1.j which are controlled electronically and synchronized with the movement of said conveyor belt (5).

4.6.

De conclusie beschrijft een werkwijze waarbij de stof (2) de machine van links naar rechts doorloopt (in de richting van de pijlen in de hieronder nogmaals opgenomen figuur 1 van het octrooi met enkele ingevoegde aanduidingen). De stof wordt eerst aangevoerd van een eerste spoel (first reel) (3), vervolgens achtereenvolgens gepositioneerd op een transportband (5), bedrukt en gedroogd en tot slot gerold op een tweede spoel (11). De eerste spoel, de drukstap, de droogstap, en de tweede eindspoel zijn hieronder weergegeven met pijlen.

De Osiris-aanvrage

4.7.

De rechtbank acht EP 159 nietig wegens gebrek aan inventiviteit over de Osiris-aanvrage gecombineerd met algemene vakkennis waaronder Rouette. Daartoe is het volgende redengevend.

4.8.

In het kader van de nietigheidaanval op basis van de Osiris-aanvrage houdt partijen in de kern verdeeld:

  • -

    i) de uitleg van de passage “compensating the speeds” in deelkenmerk 1.c van EP 159 (in de Nederlandse vertaling: “het compenseren van de snelheden”) en

  • -

    ii) de uitleg van de zinsnede “(printing heads) which are (…) synchronized with the movement of said conveyor belt” in deelkenmerk 1.j. (in de Nederlandse vertaling: “(printkoppen) die (…) worden gesynchroniseerd met de beweging van de transportband”).

Niet in geschil is dat alle overige deelkenmerken van conclusie 1 in de Osiris-aanvrage zijn geopenbaard, in het bijzonder ook de passage “a digital (…) finishing method” (deelkenmerk 1a). SPG heeft in dit verband betoogd dat de term finishing (afwerken) breed moet worden uitgelegd zodat daaronder ook drukken valt. Volgens Dover valt onder finishing in de terminologie van het octrooi, bij een uitleg met een “mind willing to understand”, in ieder geval ook drogen (na printen). Aangezien niet in geschil is dat zowel printen als vervolgens drogen in de Osiris-aanvrage worden geopenbaard is ook in de visie van de octrooihouder aan deelkenmerk 1.a voldaan.

Deelkenmerk 1.j “ synchronized ” – nieuwheid

4.9.

Deelkenmerk 1.j ziet op de synchronisatie van de drukkoppen met de beweging van de transportband.

4.10.

SPG stelt dat de Osiris-aanvrage dit kenmerk duidelijk en ondubbelzinnig openbaart in paragraaf [0005]:

control means are present which fulfil at least the following functions of:

(…) energizing the inkjet heads, also in relation to the chosen set speed of the conveyor belt and the mutual distances in the direction of transport between successive inkjet heads for the respective colours, such that each head sprays droplets of ink of the relevant colour onto the web at the positions on the web determined by the control means

Uit deze passage blijkt volgens SPG dat de inkjetdrukkoppen elektronisch worden aangestuurd en worden gesynchroniseerd met de beweging van de transportband in de zin van deelkenmerk 1.j van het octrooi.

4.11.

Dover betwist dat de Osiris-aanvrage dit deelkenmerk openbaart. Haar verweer is gegrond op een lezing van dit deelkenmerk die erop neer komt dat onder synchronisatie in de zin van het octrooi moet worden verstaan dat de activatie van de printkoppen doorlopend en tijdens het drukken onmiddellijk wordt aangepast aan de actuele snelheid van de transportband, welke snelheid onvermijdelijk fluctueert ten gevolge van onder meer het gebrek aan dimensionale stabiliteit van textiel. Het activeren van de printkoppen, vooraf ingesteld op basis van een gekozen constante snelheid van de transportband, zoals de Osiris-aanvrage openbaart, valt daar niet onder.

4.12.

Dit verweer wordt verworpen. Nog daargelaten of het continue aanpassen van de activatie van de drukkoppen aan de werkelijke snelheid van de transportband niet tot de algemene vakkennis behoorde op de prioriteitsdatum – indachtig dat partijen het erover eens zijn dat de precieze locatie van de inkt essentieel is voor de kwaliteit van de druk – biedt de beschrijving van het octrooi geen steun voor de door Dover bepleitte uitleg. De beschrijving voegt niets toe aan de tekst van deelkenmerk 1.j, in het bijzonder wordt niet geopenbaard op welke wijze die synchronisatie plaatsvindt. Nergens in de beschrijving valt te lezen dat onderscheid moet worden gemaakt tussen het synchroniseren met een vaste of met een actuele, fluctuerende snelheid. Voortdurende aanpassing aan snelheidsfluctuaties van de transportband wordt ook niet als doel van het octrooi genoemd. Dover beroept zich ter onderbouwing van de beperkte uitleg dan ook niet op de tekst of de afbeeldingen van het octrooi, maar uitsluitend op verklaringen van haar deskundigen, die door (de deskundige van) SPG gemotiveerd zijn weersproken.

4.13.

Deelkenmerk 1.j van EP 159 moet dan ook aldus worden uitgelegd dat het synchroniseren van (de activatie van) de printkoppen met een ingestelde vaste snelheid van de band, zoals duidelijk en ondubbelzinnig wordt geopenbaard in Osiris-aanvrage, daaronder is begrepen. Dit deelkenmerk is derhalve niet nieuw.

Deelkenmerk 1.c “ compensating the speeds ” – nieuwheid

4.14.

De rechtbank stelt voorop dat, hoewel niet volstrekt duidelijk gedefinieerd in de conclusie, beide partijen ervan uitgaan dat de volgens dit deelkenmerk te compenseren snelheden die zijn van de transportband met de afwikkelrol.

4.15.

SPG betoogt dat de compensatie van snelheden in de aanvoerfase duidelijk en dubbelzinnig wordt geopenbaard in de Osiris-aanvrage. De stelling draait om een zogenaamde “danserrol”, die in figuur 2 van de Osiris-aanvrage is te onderscheiden, te weten bij de pijl in het hieronder uitvergroot weergegeven linker (aanvoer)deel van die tekening:

Niet in geschil is dat door de plaatsing van een danserrol – in het Engels dancing roller of compensator roller genoemd – tussen de afwikkelrol en de transportband, spanningsverschillen in de stof – binnen de grenzen van de bewegingsruimte van de danserrol – kunnen worden gecompenseerd. SPG betoogt dat de aanwezigheid van een danserrol onvermijdelijk ook een aanpassing van de snelheden (van de afwikkelrol en de transportband) tot gevolg heeft, temeer nu de vakman weet dat een danserrol altijd in combinatie met een sensor wordt gebruikt. Met de openbaring van de danserrol, wordt kenmerk 1.c dan ook volledig geanticipeerd. SPG wijst ter onderbouwing in het bijzonder op de algemene vakkennis, waaronder de definitie van een compensator roll device zoals weergegeven in Rouette (“Device for regulating uniform fabric run and fabric speed (…)”, zie hiervoor sub 2.13), en de tweede verklaring van haar deskundigen [A] c.s. (van 27 maart 2017; paragraaf 25).

4.16.

Dover betwist niet dat in figuur 2 van de Osiris-aanvrage een danserrol te zien is, maar zij betwist dat dit een instrument is om snelheden te compenseren. Ook betwist zij dat de vakman uit de enkele weergave van een danserrol impliciet duidelijk en ondubbelzinnig zou begrijpen dat de danserrol is gecombineerd met een sensor en een apparaat om de snelheid (van onder meer de aanvoer van de stof) aan te passen. Zelfs als dit wel het geval zou zijn, moet, naar Dover aanvoert, de passage “compensating the speeds” aldus worden uitgelegd dat daarmee wordt gedoeld op een aanpassing van de snelheid van de band aan de aanvoersnelheid van de stof en vice versa. Ter onderbouwing wijst zij op de letterlijke tekst van het deelkenmerk en op het feit dat in de uitvoeringsvormen van figuur 1 en 4 geen danserrol is weergegeven. Daaruit moet, naar zij betoogt, worden afgeleid dat de snelheidsaanpassing volgens de geclaimde uitvinding direct, dat wil zeggen zonder tussenkomst van een danserrol, gebeurt: de aanvoersnelheid wordt afgestemd op/gecompenseerd met de snelheid van de transportband. EP 159 claimt geen compensatie voor verschillende snelheden maar compensatie van de snelheden, waarbij de snelheid van de transportband en de snelheid van de afwikkelspoel rechtstreeks op elkaar worden aangepast. Zo een danserrol al als snelheidscompensator moet worden aangemerkt, hetgeen Dover betwist, dan nog vindt in dat geval geen aanpassing plaats van de snelheid van de transportband maar slechts een aanpassing (van de snelheid van de afwikkelspoel) ten gevolge van spanningswisselingen in de stof. Dit valt niet onder het octrooi. De Osiris-aanvrage anticipeert het geclaimde deelkenmerk van compensatie van de snelheden dan ook niet. Een en ander wordt nader toegelicht met de (tweede) verklaring van haar deskundige de heer [B] van 17 juni 2017 (paragraaf 8).

4.17.

Dat de Osiris-aanvrage het compenseren van snelheden niet expliciet openbaart, is niet in geschil. De rechtbank gaat er met Dover veronderstellenderwijs vanuit dat voor de gemiddelde vakman – in dit geval een team van experts uit verschillende disciplines betrokken bij het ontwerpen van een textiel-inkjetprinter – uit de enkele openbaring van een danserrol in figuur 2 van de Osiris-aanvrage ook niet impliciet voldoende duidelijk en ondubbelzinnig blijkt dat daarmee een systeem voor compensatie van de snelheden wordt geopenbaard.

Deelkenmerk 1.c “ compensating the speeds ” – inventiviteit

4.18.

Vanuit die veronderstelling dient vervolgens te worden beoordeeld of een inventieve stap vereist is om, uitgaande van de Osiris-aanvrage, tot de in conclusie 1 van EP 159 geclaimde uitvinding te komen. Dit is naar het oordeel van de rechtbank niet het geval. De relevante vakman wist reeds op grond van zijn algemene vakkennis met betrekking tot de aanvoerstap bij rotatiedrukpersen, dat het afstemmen van de aanvoersnelheid van de stof op de snelheid van de band essentieel is om een goede spreiding van de stof op de band te verkrijgen. Anders dan Dover (aanvankelijk) ingang wilde doen vinden, leiden variaties in de snelheden naar het oordeel van de rechtbank onvermijdelijk tot spanningswisselingen in de stof. De vakman ziet zich bij de aanvoerstap in de Osiris-aanvrage geconfronteerd met het feit dat een danserrol – mede ten gevolge van door snelheidswisselingen ontstane – spanningswisselingen in de aan te voeren stof slechts binnen beperkte grenzen kan opvangen. Dit kan, zoals beide partijen beamen, met name bij het opstarten en (nood)stoppen en bij zeer elastische stoffen een probleem vormen. De gemiddelde vakman zal derhalve op zoek gaan naar een mogelijkheid om die spanningswisselingen die de grenzen van de danserrol te buiten gaan, op te vangen. Op basis van zijn algemene vakkennis weet hij dat dit kan door aan de danserrol een sensor te koppelen waarmee de snelheid kan worden aangepast. Dit kan bijvoorbeeld door het toevoegen van een compensator roll device (zoals beschreven in Rouette; zie in het bijzonder de hiervoor sub 4.15 genoemde passage waarop SPG zich beroept) dat behoort tot de algemene vakkennis op de prioriteitsdatum. Dat die compensatie van snelheden een niet-inventieve standaard maatregel is, wordt bevestigd door de omstandigheid dat ook in EP 159 slechts is beschreven dat de snelheden gecompenseerd worden en niet hoe.

4.19.

Toepassing van de problem solution approach, zoals door Dover bepleit ter voorkoming van hindsight, leidt niet tot een andere uitkomst. Uitgaande van de Osiris-aanvrage als meest nabije stand van de techniek, is het verschilkenmerk tussen die stand van de techniek en EP 159 “compensating the speeds” van deelkenmerk 1.c. Het technische effect hiervan is dat de stof steeds goed op de transportband gepositioneerd wordt zodat de continuïteit van het printproces wordt behouden, ook bij (snelheids)fluctuaties die zodanige spanningswisselingen opleveren dat dit niet door de danserrol gecompenseerd kan worden, zoals bijvoorbeeld bij opstarten, stoppen en zeer elastische stoffen.

Het objectieve technische probleem kan dan worden geformuleerd als het garanderen van de continuïteit van het printproces door ervoor te zorgen dat de stof steeds goed op de band gepositioneerd wordt, ook bij hick-ups en (grotere) snelheidsfluctuaties in het systeem.

4.20.

Vervolgens dient te worden beoordeeld of het compenseren van de snelheden voor de relevante vakman op de prioriteitsdatum voor de hand lag indien hij voornoemd probleem wil oplossen. Deze vraag beantwoordt de rechtbank bevestigend. Hij zal zonder inventieve denkarbeid begrijpen dat het aanpassen van de aanvoersnelheid van de stof aan de snelheid van de transportband daarvoor van belang is. In de Osiris-aanvrage vindt de vakman reeds een danserrol die geringe snelheidsfluctuaties kan opvangen door het compenseren van de daaruit voorvloeiende spanningsfluctuaties. Hij zal dan te rade gaan bij de (algemene) vakkennis en vindt in Rouette de oplossing om die danserrol uit te breiden tot een compensator roll device zodat de snelheid van de invoer indien vereist kan worden aangepast. Hiervoor is geen inventieve arbeid vereist.

4.21.

Het betoog van Dover dat compensatie van snelheden door middel van een danserrol of een compensator roller device niet onder het octrooi valt omdat het octrooi alleen ziet op directe compensatie van snelheid, in die zin dat de snelheid van de transportband en de snelheid van de afwikkelrol direct op elkaar worden afgestemd, wordt gepasseerd. De tekst van EP 159 biedt geen steun voor die beperkte uitleg van deelkenmerk 1.c. Het octrooi beschrijft geen enkele manier van compensatie van snelheden. De door Dover bepleitte uitleg ligt ook niet voor de hand. De tekst van de conclusie en de beschrijving van EP 159 sluiten compensatie van de snelheden door tussenkomst van (door toepassing van een danserrol “gemeten”) spanningswisselingen niet uit. De omstandigheid dat in figuur 1 van het octrooi geen danserrol is ingetekend maakt dit niet anders.

4.22.

Dover heeft er nog op gewezen dat de algemene vakkennis met betrekking tot rotatiedrukken in het bijzonder, naar de rechtbank begrijpt, de in dat verband gebruikelijke toepassing van een danserrol of compensator roll device, niet zonder meer mag worden toegepast op inkjetdrukken. Ter onderbouwing wijst zij op de volgende passage uit het door SPG overgelegde handboek Textile Printing uit 2001:

It is essential to appreciate that the technology of ink-jet printing is fundamentally different from that of all other textile printing techniques, not only because of the non-contact mechanics of the print head but also in the means by which the individual colours of a design are produced. A great deal of computation is necessary to produce each of the millions of pixels in a design and this continues for as long as the machine is printing the fabric. In the past printing machines were adjusted entirely by mechanical methods using the operator’s experience and judgement, and although modern impact printing machines may be fitted with more refined electromechanical feedback devices, these are considerably less sophisticated when compared with the electronic control of jet printers.” (p. 303)

4.23.

Wat daar ook van zij, het verschil tussen rotatie- en inkjetdrukken zit, zoals ook uit die passage blijkt, in de wijze van drukken (de drukstap). Niet valt in te zien waarom dat onderscheid ook van belang is bij het afstemmen van snelheden tijdens de aanvoerstap voorafgaand aan het drukken. Gesteld noch gebleken is dat de aanvoerstap bij inkjetdrukken anders verloopt dan bij rotatiedrukken, zodat de relevante algemene vakkennis op het gebied van rotatiedrukpersen in ieder geval voor die stap relevant is voor inkjetdrukpersen.

4.24.

Een en ander brengt mee dat conclusie 1 niet inventief is. Aan de overige nietigheidsargumenten van SPG ten aanzien van conclusie 1 komt de rechtbank niet toe.

Volgconclusies

4.25.

SPG heeft gesteld en toegelicht dat de volgconclusies 2 t/m 4 niet nieuw dan wel niet inventief zijn ten opzichte van de Osiris-aanvrage en dat de werkwijzestappen van de volgconclusies 5 t/m 9 reeds deel uitmaakten van de stand van de techniek. Ook heeft zij toegelicht dat combinatie van die werkwijzen met het geclaimde apparaat niet inventief is. Nu Dover daar geen gemotiveerde betwisting tegenover stelt anders dan dat de hoofdconclusie nieuw en inventief is, zal de vernietiging van deze conclusies eveneens worden toegewezen.

Slotsom conventie

4.26.

Een en ander leidt tot de slotsom dat alle conclusies van het Nederlandse deel van EP 159 zullen worden vernietigd, zoals gevorderd. Gelet op deze uitkomst zal de vordering tot verklaring voor recht van niet-inbreuk worden afgewezen.

Reconventie

4.27.

Nu het Nederlandse deel van EP 159 wordt vernietigd,+ brengt dit mee dat de inbreuk- en nevenvorderingen in reconventie – die eveneens zijn beperkt tot Nederland – worden afgewezen.

Proceskosten in conventie en reconventie

4.28.

In conventie en in reconventie zal Dover, als (overwegend) in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten. Partijen zijn overeengekomen dat de proceskosten aan de zijde van SPG in totaal € 225.000 bedragen, waarvan 70% moet worden toegerekend aan de procedure in conventie en 30% aan de reconventie. Gelet op uitgangspunt 4 bij de Indicatietarieven in IE-zaken en nu niet anders is aangegeven, gaat de rechtbank ervan uit dat in het overeengekomen bedrag verschotten en griffierecht begrepen zijn. De rechtbank begroot de totale proceskosten in conventie en reconventie aan de zijde van SPG dan ook op respectievelijk € 157.500 en € 67.500. Voor veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze kosten een executoriale titel oplevert4.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

vernietigt het Nederlandse deel van EP 2 643 159 B1;

5.2.

veroordeelt Dover in de proceskosten tot op heden aan de zijde van SPG vastgesteld op € 157.500;

5.3.

wijst af het meer of anders gevorderde;

in reconventie

5.4.

wijst de vorderingen af;

5.5.

veroordeelt Dover in de proceskosten tot op heden aan de zijde van SPG vastgesteld op € 67.500;

in conventie en reconventie

5.6.

verklaart de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.F. Brinkman, mr. A.M. Brakel en mr. M.E. Kokke en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2017.

1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

2 Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, inwerkingtreding: 9-1-2013, PB EU 2012, L 351/1 (de ‘herschikte EEX-Verordening’)

3 Rijksoctrooiwet 1995

4 vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237