Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:10337

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-09-2017
Datum publicatie
13-10-2017
Zaaknummer
AWB - 17 _ 1344
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Mondelinge uitspraak
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

Eiser woont in een monumentenpand. In geschil is of de uitgaven voor een terrasscherm en drie windscreens als onderhoudskosten van een monumentenpand aftrekbaar zijn.

De rechtbank oordeelt dat de uitgaven aftrekbaar zijn omdat het pand, toen eiser het kocht, was voorzien van een terrasscherm en screens en eiser die heeft vervangen omdat ze waren versleten. Het gaat dus om onderhoudskosten om het pand, zoals dat bij de aanvang van de desbetreffende werkzaamheden bestond, in bruikbare staat te houden. De stelling van verweerder dat de uitgaven niet aftrekbaar zijn omdat het terrasscherm en de screens geen monumentaal karakter hebben, wordt door de rechtbank verworpen, omdat deze eis in de tekst van artikel 6.31 van de Wet IB 2001 niet is te vinden. Beroep gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 13-10-2017
FutD 2017-2550

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 17/1344

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

1 september 2017 in de zaak tussen

[eiser], wonende te [woonplaats], eiser

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [plaats], verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 7 februari 2017 op het bezwaar van eiser tegen de voor het jaar 2013 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB).

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 augustus 2017.

Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn echtgenote. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon A] en [persoon B].

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraak op bezwaar;

  • -

    vermindert de belastingaanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 218.991 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 46 aan eiser te vergoeden.

Overwegingen

1. Gedurende het jaar 2013 woont eiser in een monumentenwoning als bedoeld in artikel 6.31, eerste en tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (de Wet IB). De woning is voor eiser een eigen woning als bedoeld in artikel 3.111 van de Wet IB 2001.

2. In zijn aangifte IB voor het jaar 2013 heeft eiser 80% van de uitgaven voor een terrasscherm van € 4.000 en voor drie Multilock Windvast Screens van in totaal € 1.000 als onderhoudskosten van een monumentenpand op zijn inkomen in aftrek gebracht. Bij het vaststellen van de aanslag heeft verweerder deze uitgaven niet in aftrek toegelaten. De aanslag is (na bezwaar) berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning (biww) van € 222.991.

3. In geschil is of de uitgaven voor het terrasscherm en de screens als onderhoudskosten van een monumentenpand aftrekbaar zijn. Volgens eiser is dit het geval omdat het oude en ernstig versleten zonnescherm is vervangen door een op maat gemaakt nieuw zonnescherm dat, evenals het oude, blijvend aan de muur is bevestigd. Hetzelfde geldt, aldus eiser, voor de screens. Eiser concludeert, naar de rechtbank begrijpt, uiteindelijk tot vermindering van de aanslag tot een, berekend naar een biww van € 218.991 (€ 222.991 -/- (80% van € 5.000)).

4. Volgens verweerder zijn de uitgaven niet aftrekbaar omdat het geen onderhoudskosten zijn die zijn aan te merken als uitgaven die dienen om een pand, zoals dit bij de stichting of latere verandering bestond, in bruikbare staat te houden en aldus voor achteruitgang en verval te behoeden. Subsidiair stelt verweerder dat de uitgaven niet aftrekbaar zijn omdat het gaat om uitgaven die in huurverhoudingen voor rekening komen van de huurder. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

5. Op grond van artikel 6.31 eerste lid, van de Wet IB 2001 kan 80% van de onderhoudskosten van een monumentenpand dat een eigen woning is als bedoeld in artikel 3.111 van de Wet IB, in aanmerking worden genomen als persoonsgebonden aftrek. Op grond van het vierde lid van dit artikel zijn onderhoudskosten van een monumentenpand de kosten van werkzaamheden daaraan voor zover die ertoe hebben gestrekt het pand, zoals dat bij de aanvang van de werkzaamheden bestond, in bruikbare staat te herstellen of te houden en voor zover die kosten in redelijkheid zijn gemaakt.

6. Vaststaat dat de woning een monumentenpand en een eigen woning is in de zin van de artikelen 6.31 en 3.111 van de Wet IB 2001. Naar eiser onweersproken heeft gesteld was het pand toen hij het kocht voorzien van een terrasscherm en van screens welke hij in 2013 heeft vervangen omdat ze waren versleten. Nu tussen partijen kennelijk niet in geschil is dat het terrasscherm en de screens bestanddelen zijn van de woning, is de rechtbank van oordeel dat het bij de uitgaven tot vervanging daarvan gaat om onderhoudskosten om het pand, zoals dat bij de aanvang van de desbetreffende werkzaamheden bestond, in bruikbare staat te houden. Gelet op het bepaalde in artikel 6.31, vierde lid, van de Wet IB komen de uitgaven daarom voor aftrek in aanmerking. De stelling van verweerder dat het terrasscherm en de screens geen monumentaal karakter hebben, brengt de rechtbank niet tot ander oordeel. Het vierde lid van artikel 6.31 van de Wet IB 2001 stelt immers slechts als eis dat sprake moet zijn van herstel of het behoud van de situatie die bij aanvang van de werkzaamheden bestond. Dat alleen uitgaven voor onderhoud of vervanging van monumentale bestanddelen van een pand voor aftrek in aanmerking zouden komen is in de tekst van dit artikellid niet terug te vinden. Dat sprake zou zijn van uitgaven die in huurverhoudingen ten laste van de huurder zouden komen heeft verweerder niet aannemelijk gemaakt. Het gelijk is dus aan eiser, zodat het beroep slaagt.

7. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding omdat gesteld noch gebleken is dat eiser kosten heeft gemaakt die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E. Schotte, rechter, in aanwezigheid van H. van Lingen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 september 2017.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302,

2500 EH Den Haag.