Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2017:10121

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
06-09-2017
Datum publicatie
08-09-2017
Zaaknummer
C/09/513279 / HA ZA 16-741
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Tussentijds hoger beroep opengesteld. Bijzondere omstandigheid: provisionele maatregel gelast in zelfde tussenvonnis waartegen hoger beroep wordt ingesteld. Proceseconomie gebaat bij gelijktijdige behandeling appèl in hoofdzaak. Hoofdzaak was al geschorst

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

Zittingsplaats Den Haag

zaaknummer / rolnummer: C/09/513279 / HA ZA 16-741

Vonnis van 6 september 2017

in de zaak van

de vennootschap naar vreemd recht

CARL ZEISS MEDITEC AG,

gevestigd te Jena, Duitsland,

eiseres in conventie,

verweerster in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. J.A. Dullaart te Naaldwijk,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VSY BIOTECHNOLOGY B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de rechtspersoon naar vreemd recht

VSY BIYOTEKNOLOJI VE ILAC SANAYI A.S.,

gevestigd te Istanbul, Turkije,

3. de rechtspersoon naar vreemd recht

VSY VARLIBASLAR SAGLIK YATIRIMLARI VE HIZMETLERI,

gevestigd te Istanbul, Turkije,

4. de rechtspersoon naar vreemd recht

VSY OPHTALMOLOGY SPAIN SL (tevens h.o.d.n. VSY BIOTECHNOLOGY IBERICA),

gevestigd te Barcelona,

gedaagden in conventie,

eiseressen in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. W.J.G. Maas te Eindhoven.

Partijen zullen hierna Carl Zeiss en VSY c.s. genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 7 juni 20171 (hierna ook: het tussenvonnis);

  • -

    het verzoek van Carl Zeiss tot openstelling van tussentijds hoger beroep, ingekomen ter griffie op 24 augustus 2017;

  • -

    de reactie van VSY c.s., ingekomen ter griffie op 30 augustus 2017;

  • -

    het verzoek van de rechtbank om aanvullende informatie van VSY c.s. van 1 september 2017;

  • -

    de schriftelijke reactie daarop van VSY c.s. van 1 september 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

in conventie en reconventie

2.1.

Carl Zeiss verzoekt dat op de voet van artikel 337, lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) wordt bepaald dat tussentijds hoger beroep kan worden ingesteld tegen het tussenvonnis. VSY c.s. verzet zich tegen toewijzing van het verzoek.

2.2.

Bij het nemen van de beslissing op het verzoek wordt in aanmerking genomen dat het verzoek ertoe strekt een uitzondering te maken op de in artikel 337 lid 2 Rv neergelegde hoofdregel dat hoger beroep van tussenvonnissen slechts is toegestaan tegelijk met het hoger beroep tegen het eindvonnis. Uit de wetsgeschiedenis van deze bepaling kan worden afgeleid dat het de bedoeling is om bij het toestaan van tussentijds beroep een grote mate van terughoudendheid te betrachten en dat de beslissing daartoe afhankelijk is van de vraag of in het voorliggende geval sprake is van bijzondere omstandigheden die afwijking van de in artikel 337 lid 2 Rv neergelegde hoofdregel doelmatiger maken.

2.3.

In de onderhavige zaak heeft Carl Zeiss onder meer gesteld dat VSY c.s. inbreuk maakt op het Nederlandse deel van haar octrooi dat nader is beschreven in r.o. 2.2 van het tussenvonnis (hierna: ‘EP 493’). De rechtbank heeft Carl Zeiss met betrekking tot die octrooi-inbreuk in de hoofdzaak in het gelijk gesteld voor zover het Nederlandse deel van EP 493 betreft en toewijzing van haar vorderingen voor zover die op dat deel zijn gebaseerd in het vooruitzicht gesteld. De beslissing daarop is aangehouden omdat diezelfde vorderingen zich ook uitstrekken tot buitenlandse delen van EP 493 en er, alvorens de rechtbank daarop kan beslissen, duidelijkheid dient te zijn over de geldigheid van die buitenlandse delen. Vanwege die aanhouding en de gestelde voortdurende inbreuk heeft de rechtbank in het zelfde vonnis, in het incident tot het treffen van een provisionele voorziening, aan de verschillende gedaagden (verschillende) verboden opgelegd om voor de duur van het geding in de hoofdzaak inbreuk te maken op EP 493 in Nederland en/of andere in het octrooi gedesigneerde landen. Desgevraagd heeft VSY c.s. op 1 september 2017 verklaard hoger beroep in te stellen tegen die incidentele beslissing.

2.4.

Met name vanwege het instellen van hoger beroep door VSY c.s. tegen de incidentele beslissing in het tussenvonnis is de rechtbank van oordeel dat in dit geval sprake is van bijzondere omstandigheden die een uitzondering op de hiervoor in 2.2 weergegeven hoofdregel rechtvaardigen. In het hoger beroep in het incident zullen immers grotendeels dezelfde materiële geschilpunten aan de orde komen als aan de orde in de hoofdzaak. Door het openstellen van tussentijds hoger beroep kunnen die gelijktijdig worden beoordeeld in de hoofdzaak en het incident. Daarmee is de procedurele doelmatigheid gediend. Dat het openstellen van tussentijds hoger beroep de procedure zal vertragen, vormt in dit geval geen reden om van het toestaan daarvan af te zien, omdat de procedure al is geschorst in afwachting van buitenlandse beslissingen. Die beslissingen kunnen nog geruime tijd op zich laten wachten.

2.5.

VSY c.s. heeft bezwaar gemaakt tegen openstelling van het hoger beroep. Nu zij zelf echter hoger beroep in zal stellen van het vonnis in het incident tot het treffen van een provisionele voorziening, wordt op de in 2.4 beschreven gronden aan die bezwaren voorbij gegaan.

2.6.

Gelet op dit een en ander zal de rechtbank het verzoek tot openstellen van tussentijds beroep honoreren.

3 De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

3.1.

bepaalt dat van het op 7 juni 2017 tussen Carl Zeiss en VSY c.s. gewezen tussenvonnis tussentijds hoger beroep zal kunnen worden ingesteld;

3.2.

houdt iedere verdere beslissing aan;

3.3.

verwijst de zaak hangende het hoger beroep in afwachting van de procedure in hoger beroep naar de parkeerrol van woensdag 4 april 2018.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M. Bus, mr. M. Knijff en mr. P. Burgers en in het openbaar uitgesproken op 6 september 2017.

1 ECLI:NL:RBDHA:2017:6136