Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:9597

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11-08-2016
Datum publicatie
16-08-2016
Zaaknummer
09/808521-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Jeugdstrafzaak; voorwaardelijke PIJ nu opname in de Catamaran ook in dat kader mogelijk is en de proeftijd van 2 jaar, eventueel te verlengen tot 3 jaar, voldoende moet zijn voor behandeling, indien de veroordeelde hieraan meewerkt. De motivatie om mee te werken zal naar verwachting groter zijn dan bij het opleggen van een onvoorwaardelijke PIJ. Als stok achter de deur blijft tenuitvoerlegging mogelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer 09/808521-15

Tul 09/901307-12

Datum uitspraak: 11 augustus 2016

(Verkort vonnis)

De rechtbank Den Haag, rechtdoende in jeugdstrafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] ,

thans preventief gedetineerd in RJJI De Hartelborgt te Spijkenisse.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen met gesloten deuren van 18 februari 2016,

12 mei 2016 en 28 juli 2016.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. B. van Elst, advocaat te Utrecht, is verschenen en gehoord.

Er hebben zich vier benadeelde partijen gevoegd.

De officier van justitie mr. C. van den Heuvel heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van de hem onder 1, 2, 3, 4 primair, 5 en 6 ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 6 maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, alsmede dat aan de verdachte wordt opgelegd de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, onvoorwaardelijk.

Ten aanzien van de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen heeft de officier van justitie geconcludeerd tot gehele, hoofdelijke, toewijzing, met wettelijke rente en oplegging van de maatregel tot schadevergoeding.

De officier van justitie heeft tot slot verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging van de eerder opgelegde voorwaardelijke straf inzake parketnummer 09/901307-12 toe te wijzen, nu de verdachte binnen de proeftijd van die zaak zich opnieuw schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten.

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 17 september 2015 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (in/uit een woning, gelegen aan de [adres 2] ) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

- een geldbedrag (ongeveer 360 euro),

- twee ringen,

- een mobiele telefoon (witte I-phone 5)

- een laptop (Acer),

- een spiegel (met farao afbeelding),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] en/of [school] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit

- het duwen van die [slachtoffer 1] en/of

- het tonen van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [slachtoffer 1] en/of

- het richten van dat op een vuurwapen gelijkende voorwerp op die [slachtoffer 1] en/of

- het (daarbij) tegen die [slachtoffer 1] zeggen: "Zal ik hem even laden" en/of "Beter blijf je stil";

2.

hij op of omstreeks 5 september 2015 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

- een schoudertasje (Louis Vutton),

- een paar schoenen (wit, met spikes aan de voorkant),

- een horloge (AenP, zwart bandje),

- een mobiele teklefoon (Apple I-phone 6),

- een pet (Burberry),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 6] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk

geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit

- het sluiten en/of op slot doen van een deur naar de gang (van de kamer waarin die [slachtoffer 6] zich bevond) en/of

- het vastgrijpen (bij de kraag) van die [slachtoffer 6] en/of

- het op/tegen de bank drukken van die [slachtoffer 6] en/of

- het meermalen slaan van die [slachtoffer 6] (tegen het gezicht/hoofd en/of de benen) en/of

- het overeind trekken en (over de grond) meeslepen van die [slachtoffer 6] en/of

- het tonen van een mes aan die [slachtoffer 6] en/of het tegen de keel en/of buik van die [slachtoffer 6] houden van een mes en/of

- het duwen van die [slachtoffer 6] en/of

- het in een wurggreep houden van die [slachtoffer 6] en/of

- tegen die [slachtoffer 6] zeggen "je moet niet fokken met antillianen" en/of "als je de

politie belt dan steek ik je dood" en/of dat hij zijn hoofd naar beneden moest houden omdat er camera’s hingen;

3.

hij op of omstreeks 4 november 2015 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg, om (ongeveer) 3.10 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aam de [adres 6] weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op of omstreeks 10 september 2015 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen (in/uit een portiek en/of woning, gelegen aan de [adres 3] een gouden ketting en/of hanger, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft door middel van een valse order en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het tegen de

deur van die woning duwen (waarachter die [slachtoffer 3] zich bevond) en/of (vervolgens) het van de nek/hals rukken en trekken van die gouden ketting en/of/hanger;

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[mededader] /een onbekend gebleven persoon op of omstreeks 10 september 2015 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen (in/uit een portiek en/of woning, gelegen aan de [adres 3] ) een gouden ketting en/of hanger, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [mededader] /onbekend gebleven persoon, waarbij die [mededader] /onbekend gebleven persoon zich de toegang tot de plaats van

het misdrijf heeft/hebben verschaft door middel van een valse order en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan die [mededader] /onbekend gebleven persoon hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het tegen de deur van die woning duwen (waarachter die [slachtoffer 3] zich bevond) en/of (vervolgens) het van de nek/hals rukken en trekken van die gouden ketting en/of hanger, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 10 september 2015 te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door die [slachtoffer 3] te observeren en/of het

wooncomplex waarin die portiek en/of woning gelegen is te verkennen en/of op de uitkijk te staan en te blijven staan en/of door de liftdeur open te houden;

meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden :

hij op of omstreeks 10 september 2015 te ’s-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een portiek en/of woning, gelegen aan de [adres 3] ) weg te nemen een gouden ketting met hanger en/of geld/goederen van hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar de woning van die [slachtoffer 3] zijn/is gegaan en/of het tegen de deur van die woning heeft geduwd (waarachter die [slachtoffer 3] zich bevond) en/of (vervolgens) aan die gouden ketting en/of hanger te rukken en trekken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meest subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[mededader] / een onbekend gebleven dader op of omstreeks 10 september 2015 te ’s-Gravenhage ter uitvoering van het door die [mededader] / onbekend gebleven dader voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een portie en/of woning, gelegen aan de [adres 3] ) weg te nemen een gouden ketting met hanger en/of geld/goederen van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, naar de woning van die [slachtoffer 3] is gegaan en/of tegen de deur van die woning heeft geduwd (waarachter die [slachtoffer 3] zich bevond) en/of (vervolgens) aan die gouden ketting en/of hanger heeft gerukt en getrokken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 10 september 2015 te ’s-Gravenhage en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door die [slachtoffer 3] te observeren en/of het wooncomplex waarin die portiek en/of woning gelegen is te verkennen en/of op de uitkijk te staan en/of de liftdeur open te houden;

5.

hij op of omstreeks 14 september 2015 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (in/uit een woning, gelegen aan de [adres 4] ) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- een IPad,

- een PlayStation 3 controller,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders;

6.

hij op of omstreeks 19 september 2015 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (in/uit een woning, gelegen aan de [adres 5] ) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- een huissleutel (behorende bij die woning),

- twee tablets (Samsung Galaxy Tab 3 en Samsung),

- twee laptops (Dell en Acer Travel Mate),

- een zilveren ketting,

- drie ringen,

- 2 paar oorbellen (waarvan één paar met witte zirconia),

- twee armbanden,

- twee horloges (waarvan één Danish Design),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de inhoud van de vorenstaande bewijsmiddelen – elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft – staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1, 2, 3, 4 primair, 5 en 6 vermelde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht dat

1.

hij op 17 september 2015 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met anderen, (in een woning, gelegen aan de [adres 2] ) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- een geldbedrag (ongeveer 360 euro),

- twee ringen,

- een mobiele telefoon (witte IPhone 5)

- een laptop (Acer),

- een spiegel (met farao afbeelding),

toebehorende aan [benadeelde] of [school] );

2.

hij op 5 september 2015 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- een schoudertasje (Louis Vuitton),

- een paar schoenen (wit, met spikes aan de voorkant),

- een horloge (AenP, zwart bandje),

- een mobiele telefoon (Apple IPhone 6),

- een pet,

toebehorende aan [slachtoffer 6] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 6] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit

- het op slot doen van een deur naar de gang (van de kamer waarin die [slachtoffer 6] zich bevond) en

- het vastgrijpen (bij de kraag) van die [slachtoffer 6] en

- het op de bank drukken van die [slachtoffer 6] en

- het meermalen slaan van die [slachtoffer 6] (tegen het gezicht/hoofd en/of de benen) en

- het overeind trekken en (over de grond) meeslepen van die [slachtoffer 6] en

- het tonen van een mes aan die [slachtoffer 6] en het tegen de keel en buik van die [slachtoffer 6] houden van een mes en

- het duwen van die [slachtoffer 6] en

- het in een wurggreep houden van die [slachtoffer 6] en

- tegen die [slachtoffer 6] zeggen "je moet niet fokken met Antillianen" en "als je de

politie belt dan steek ik je dood" en dat hij zijn hoofd naar beneden moest houden omdat er camera’s hingen;

3.

hij op 4 november 2015 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg, om (ongeveer) 3.10 uur gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning, gelegen aan de [adres 6] weg te nemen geld en/of goederen van hun gading, toebehorende aan [slachtoffer 7] , en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op 10 september 2015 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (in een woning, gelegen aan de [adres 3] een hanger, toebehorende aan [slachtoffer 3] , welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld bestond uit het tegen de deur van die woning duwen (waarachter die [slachtoffer 3] zich bevond) en vervolgens het van de nek/hals rukken en trekken van die hanger;

5.

hij op 14 september 2015 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met anderen (in een woning, gelegen aan de [adres 4] ) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een IPad en een PlayStation 3 controller, toebehorende aan [slachtoffer 4] ;

6.

hij op 19 september 2015 te Zoetermeer (in een woning, gelegen aan de [adres 5] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- een huissleutel (behorende bij die woning),

- twee tablets (Samsung Galaxy Tab 3 en Samsung),

- twee laptops (Dell en Acer Travel Mate),

- een zilveren ketting,

- drie ringen,

- 2 paar oorbellen (waarvan één paar met witte zirconia),

- twee armbanden,

- twee horloges (waarvan één Danish Design),

toebehorende aan [slachtoffer 5] .

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverwegingen

T.a.v. feit 1:

De rechtbank acht de ten laste gelegde geweldshandelingen niet wettig en overtuigend bewezen. Weliswaar is aannemelijk dat er een vuurwapen of daarop gelijkend voorwerp in de woning aanwezig is geweest en in handen is geweest van meerdere daders en dat er sprake is geweest van een vorm van intimidatie richting het [slachtoffer 1] , echter, naar het oordeel van de rechtbank kan er gelet op de verschillende verklaringen in het dossier niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat zij is bedreigd met het (nep)vuurwapen en dat het opzet van de verdachte en de medeverdachten erop was gericht om met behulp van het (nep)vuurwapen de diefstal van de goederen mogelijk te maken.

T.a.v. feit 2:

Door de verdediging is betoogd dat niet kan worden bewezen dat er bij de beroving van het slachtoffer [slachtoffer 6] een mes is gebruikt, nu alleen het slachtoffer dit verklaart. De rechtbank volgt de raadsman hier niet in. Het slachtoffer heeft consequent verklaard over wat hem is overkomen en een deel van zijn aangifte wordt door het opgelopen letsel onderbouwd. De verdachte heeft ook bekend dat er geweld is toegepast. Volgens het slachtoffer zou één van de daders hebben gezegd ’als je de politie belt, dan steek ik je dood’, hetgeen past bij het dreigen met een mes. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer, die voor het overige op belangrijke punten wordt ondersteund door de bewijsmiddelen. Het verweer wordt verworpen.

Strafmotivering.

Na te melden straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een zestal ernstige strafbare feiten, waarvan een vijftal zeer kort na elkaar in de maand september 2015 en een zesde enige weken later in november 2015.

Op 5 september heeft hij een jonge man uit zijn kennissenkring uitgezocht en deze naar een woning gelokt, alwaar deze door hem en twee anderen, nota bene nadat ze eerst zogenaamd gezellig met elkaar aan het chillen waren, is beroofd van zijn schoenen, tas, horloge, mobiele telefoon en pet. De verdachte was naar eigen zeggen jaloers op de dure merkspullen van het slachtoffer. Bij deze beroving is geweld niet geschuwd en is met een mes gedreigd. Uit de toelichting van het slachtoffer bij zijn vordering tot schadevergoeding en de schriftelijke slachtofferverklaring komt begrijpelijkerwijs naar voren dat dit voorval diepe impact op hem heeft gehad. Het leverde onder meer slaap- en concentratieproblemen op.

Op 10 september heeft de verdachte samen met een ander een oudere dame beroofd door aan haar ketting te trekken, waardoor zij de hanger kwijtraakte. Brutaalweg deden de verdachte en zijn mededader zich voor als personen die een brief kwamen brengen, waarna het slachtoffer de deur open deed en werd beroofd. Ook hier heeft de verdachte alleen gedacht aan zijn eigen gewin en niet bedacht wat een dergelijke beroving voor gevolgen kan hebben voor het slachtoffer.

Op 14 september heeft hij samen met anderen een IPad en een controller gestolen uit een woning. In de woning was aanvankelijk alleen een meisje aanwezig, dat niet wilde dat hij en de drie andere jongens binnenkwamen. Zij trokken zich hier niets van aan en gingen brutaal de woning binnen waarna de diefstal plaatsvond.

Op 17 september vond er een soortgelijke diefstal plaats, eveneens in een woning waar alleen een meisje aanwezig was. Eén jongen was door het meisje uitgenodigd, maar de verdachte en een aantal andere jongens gingen ook, wederom brutaalweg, de woning binnen, waarna het meisje werd geïntimideerd en er vanuit de woning spullen en geld werden meegenomen. Uit de toelichting bij haar vordering tot schadevergoeding blijkt de impact die de stresserende gebeurtenis op het slachtoffer heeft gehad.

Op 19 september vond wederom een soortgelijk delict plaats. Een meisje was alleen thuis en een groep jongens, waaronder de verdachte, kwam ongevraagd binnen. Ook hier heeft de verdachte diverse spullen gestolen.

Op 4 november tot slot heeft de verdachte samen met een ander geprobeerd in te breken in een woning, maar het bleef hier bij een poging omdat zij werden gestoord door de bewoner.

In al deze zaken valt de ongelooflijke brutaliteit van de verdachte en de mededaders op. De rechtbank neemt het de verdachte zeer kwalijk dat hij alleen aan zichzelf heeft gedacht en totaal geen rekening heeft gehouden met de gevoelens van zijn slachtoffers.

Voorts is komen vast te staan dat verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie, in het verleden reeds eerder is veroordeeld ter zake van strafbare feiten, waaronder een mishandeling, die zwaar lichamelijk letsel ten gevolge had. De thans bewezen verklaarde feiten zijn gepleegd, terwijl de verdachte in een proeftijd liep.

De rechtbank heeft acht geslagen op de rapportages van het psychiatrisch onderzoek en het psychologisch onderzoek Pro Justitia d.d. 9 april 2016 en 13 april 2016, ondertekend door H.S. Backer, respectievelijk I. van der Kooij.

In het psychiatrisch rapport onder meer het volgende naar voren:

De verdachte is opportunistisch en heeft nauwelijks oog gehad voor of stilgestaan bij de gevolgen van zijn slachtoffers. Er is sprake van een gebrekkig functionerend geweten dat nog verder verminderd wordt door alcoholgebruik. De manier waarop de diefstallen plaatsvonden past bij een anti sociale gedragsstoornis waarvan het gevaar is dat deze uitmondt in een anti sociale persoonlijkheidsstoornis. Er is sprake van een ziekelijke stoornis in de zin van ADHD en alcoholmisbruik, alsmede van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een intelligentie op beneden gemiddeld tot moeilijk lerend niveau, bij een jongen met zwakke probleemoplossende vaardigheden. Er is sprake van een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met anti sociale trekken. De recidivekans ten aanzien van geweldpleging wordt als sterk verhoogd ingeschat, beschermende factoren ontbreken. Ten aanzien van de ten laste gelegde feiten heeft de verdachte een zelfstandige actieve rol gehad waar groepsdruk niet aan de orde was maar wel sprake lijkt te zijn van beïnvloedbaarheid. Bij een aantal feiten is sprake van een zekere mate van planning. Geadviseerd wordt verdachte licht verminderd toerekeningsvatbaar te achten ten aanzien van feiten 2, 3 en 4 en verminderd toerekeningsvatbaar voor de overige feiten.

Er wordt geadviseerd een (onvoorwaardelijke) maatregel Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen (PIJ) op te leggen. Forensische behandeling en begeleiding is aangewezen. Er zijn weinig ontwikkelingsmogelijkheden, zorgen over het sociale netwerk en de ambulante behandelmogelijkheden zijn uiterst beperkt. De inschatting is dat een langdurige residentiële behandeling in het belang is van de ontwikkeling van de verdachte.

De ambulante behandelingen hebben tot nu toe niet kunnen voorkomen dat er een in ernst toenemende mate van delinquent gedrag zichtbaar is.

In het psychologisch rapport komt onder meer het volgende naar voren:

Er is sprake van een aandachttekort stoornis met hyperactiviteit, gecombineerde type, een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met anti sociale trekken en alcoholmisbruik. Geadviseerd wordt om verdachte als licht verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen ten aanzien van feit 3 en als verminderd toerekeningsvatbaar voor de overige feiten.

De verdachte heeft een positieve houding ten aanzien van in te zetten interventies en een positieve gerichtheid op werk en school. Zonder begeleiding en behandeling is het recidiverisico als hoog in te schatten. Ten aanzien van de delicten heeft hij schoon schip gemaakt maar zijn rol wel gebagatelliseerd. Hij beseft onvoldoende de ernst van de feiten.

Gesloten, forensische, klinische behandeling is nodig, waarin aandacht zal moeten zijn voor opgelopen trauma’s, het werken aan het wantrouwen, het iets beter leren hechten en daardoor ook identiteit, geweten en empathische vermogens iets verder ontwikkelen middels identificatie met op rijper ontwikkelingsniveau functionerende volwassene(n). In verband met zijn zeer beperkt probleeminzicht is te verwachten dat het een langdurig traject wordt.

Een gedwongen kader is noodzakelijk om zijn gedrag te beïnvloeden. Ingeschat wordt dat de kans op recidive door behandeling zal afnemen en dat een maatregel PIJ een laatste kans is om beter in de maatschappij terecht te komen.

Een voorwaardelijke PIJ-maatregel wordt niet wenselijk geacht, omdat is gebleken dat (semi-)ambulante begeleiding en behandeling geen effect sorteren, er geen passende klinische behandeling voor verdachte te vinden is anders dan in een justitiële jeugdinrichting en een behandeling van drie jaar mogelijk te kort is.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van de rapportages van de Raad voor de Kinderbescherming en in het bijzonder die van 4 mei 2016 en de aanvullende brief van 26 juli 2016 en van hetgeen ter terechtzitting door de deskundige van die Raad naar voren is gebracht. De Raad is van oordeel dat een (onvoorwaardelijke) maatregel PIJ aan de orde is en sluit zich aan bij de bevindingen en adviezen van uit de persoonlijkheidsonderzoeken. De behandelduur zal mogelijk langer dan drie jaar zijn en eerdere trajecten zijn mislukt, zodat een voorwaardelijk PIJ naar verwachting niet voldoende is. De Raad heeft een absolute voorkeur voor behandeling in De Catamaran, een gespecialiseerde GGZ setting, waar hij per 1 september 2016 zou kunnen starten, zowel in het kader van een onvoorwaardelijke als van een voorwaardelijke PIJ-maatregel.

De rechtbank neemt de conclusies uit voornoemd rapportages vrijwel volledig over en maakt deze tot de hare. Zij komt tot het oordeel dat de verdachte ten tijde van het plegen van de feiten (licht) verminderd toerekeningsvatbaar is geweest. De rechtbank zal ook het advies om de PIJ-maatregel op te leggen overnemen.

De rechtbank stelt daarbij vast dat de gepleegde feiten misdrijven zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. Op grond van hetgeen de psycholoog, de psychiater, de Raad voor de Kinderbescherming en de jeugdreclassering in hun rapporten vermelden, is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat bij de verdachte ten tijde van het begaan van de misdrijven een gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond en daarnaast de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen en goederen het opleggen van een maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna te noemen: PIJ-maatregel) eisen. Bovendien is deze maatregel in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van verdachte.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de PIJ-maatregel onvoorwaardelijk of voorwaardelijk dient te worden opgelegd. Hoewel de rechtbank zeker aarzelingen heeft, zal zij de maatregel niettemin voorwaardelijk opleggen. Zij overweegt daartoe als volgt.

Het opleggen van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel is een ultimum remedium. Nadrukkelijk is ter terechtzitting gebleken dat de beoogde in te zetten interventie, namelijk klinische, gesloten behandeling in De Catamaran, zowel in het kader van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel als in het kader van een voorwaardelijke PIJ-maatregel (met bijzondere voorwaarden) mogelijk is. Dit is anders dan waar de psycholoog in haar rapport vanuit ging. De rechtbank realiseert zich dat in het kader van een voorwaardelijke maatregel een proeftijd voor de duur van slechts 2 jaar kan worden vastgesteld nu hier het jeugdsanctierecht aan de orde is, zodat er slechts een gedwongen behandelkader in de instelling van in beginsel 2 jaar kan worden geschapen, hetgeen mogelijk niet voldoende is. Ter terechtzitting heeft psychiater H.S. Backer echter naar voren gebracht dat een daadwerkelijke behandelduur van 2 jaar voldoende zou moeten kunnen zijn om de verdachte te motiveren en zover te krijgen dat hij ook daarna aan in te zetten behandelingen zal meewerken. Voorts heeft de deskundige van de jeugdreclassering ter terechtzitting aangegeven mogelijkheden te zien in het voorwaardelijk opleggen van de maatregel. Betoogd is dat de verdachte van goede wil is, goed bezig is geweest en gemotiveerd is. De rechtbank overweegt voorts dat de wet de mogelijkheid biedt om, als daartoe een vordering is ingediend, de proeftijd met één jaar te verlengen (zodat een gedwongen behandelduur van maximaal drie jaar mogelijk is) en voorts bijzondere voorwaarden kunnen worden gewijzigd dan wel nieuwe voorwaarden kunnen worden gesteld, indien daartoe aanleiding is. De rechtbank wijst voorts op de in artikel 77cc, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht geschapen mogelijkheid om alsnog de tenuitvoerlegging van de PIJ-maatregel te bevelen indien een gestelde voorwaarde niet wordt nageleefd of anderszins het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen zulks eist.

Gezien de persoonlijkheid van de verdachte en hetgeen hij ter terechtzitting heeft verklaard, verwacht de rechtbank voorts dat zijn motivatie om mee te werken aan de dringend noodzakelijke behandeling groter is, indien de maatregel voorwaardelijk wordt opgelegd. Mocht de verdachte onverhoopt toch niet meewerken aan de in te zetten behandeling, dan kan een vordering tot tenuitvoerlegging toewijsbaar worden geacht, zodat er een flinke stok achter de deur is voor verdachte.

Naast de bijzondere voorwaarde dat hij zich zal moeten laten opnemen in De Catamaran en zich moeten laten behandelen, ziet de rechtbank aanleiding tevens een meldplicht bij de jeugdreclassering op te leggen alsmede een alcohol- en drugsverbod.

De verdachte heeft zich in deze zaak schuldig gemaakt aan meerdere misdrijven die zijn gericht tegen en gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen. Gelet op de bevindingen vanuit de persoonlijkheidsonderzoeken is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de hierna te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn, zodat een eventueel in te stellen appel de behandeling niet zal hoeven te frustreren.

De rechtbank overweegt dat, nu de voorwaardelijke PIJ-maatregel onder meer zal worden opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, in het geval van tenuitvoerlegging, verlenging van deze maatregel mogelijk is voor zover de maatregel daardoor de duur van zeven jaar niet te boven gaat.

Naast het opleggen van de voorwaardelijke PIJ-maatregel ziet de rechtbank aanleiding om ook straf aan de verdachte op te leggen. Zij acht de duur van de door de officier van justitie gevraagde jeugddetentie, te weten 6 maanden, te kort om recht te doen aan de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder zij zijn begaan, zoals hierboven omschreven. Zij zal de duur van de op te leggen jeugddetentie bepalen op 10 maanden. Dit staat er niet aan in de weg dat de in te zetten behandeling bij De Catamaran per 1 september 2016, zoals gepland, kan starten.

De vorderingen van de benadeelde partijen.

Feit 1, [slachtoffer 1] .

[slachtoffer 1] heeft zich, via haar wettelijke vertegenwoordiger [benadeelde] , als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 3.061,71. De vordering tot schadevergoeding bestaat uit materiële schade voor een bedrag groot € 61,71, zijnde de post reiskosten, en uit immateriële schade voor een bedrag groot € 3.000,--.

De vordering, voor zover deze betrekking heeft op de post reiskosten, is namens de verdachte niet betwist en is voldoende onderbouwd, zodat zij zal worden toegewezen.

De vordering, voor zover betrekking hebbend op immateriële schade is betwist. Betoogd is dat, nu niet kan worden bewezen dat er een wapen is gebruikt, de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. De rechtbank volgt de verdediging hierin niet. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende komen vast te staan dat het slachtoffer rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door het onder 1 bewezen verklaarde feit.

Gelet op de vrijspraak van de geweldshandelingen acht de rechtbank het gevorderde bedrag echter te hoog en zal zij een bedrag naar billijkheid, te weten € 1.000,--, toewijzen.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. De rechtbank zal derhalve de vordering, hoofdelijk, toewijzen tot een bedrag van € 1.061,71 en zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 17 september 2015.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Schadevergoedingsmaatregel.

Nu de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht en de verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1061,71, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 17 september 2015 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het [slachtoffer 1] .

Feit 2, [slachtoffer 6]

[slachtoffer 6] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 3.847,75. De vordering tot schadevergoeding bestaat uit materiële schade voor een bedrag groot € 2.847,75, bestaande uit de posten

- IPhone 6S Goud € 743,76

- Schoenen, Philipp Plein € 620,--

- Chelsea trainingspak € 97,99

- Schoudertas Louis Vuitton € 850,--

- Horloge A&P € 300,--

- Pet Gucci € 225,--

- Huissleutels € 11,--

en uit immateriële schade voor een bedrag groot € 1.000,--.

De vordering is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Daarnaast is uit het onderzoek ter terechtzitting vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde feit.

De raadsman heeft uitsluitend de post ”Schoudertas Louis Vuitton” betwist, nu de verdachte stelt dat deze tas nep was. De rechtbank ziet geen aanleiding om de vordering op dit punt niet-ontvankelijk te verklaren en acht voldoende aannemelijk, mede gezien de overige dure merkartikelen die van het slachtoffer zijn gestolen en de verklaring van de verdachte dat het verkrijgen van de dure merkartikelen ook het motief voor de beroving was, dat er bij de schoudertas sprake is geweest van een echt en niet een nep merkartikel.

De rechtbank zal de vordering derhalve geheel, hoofdelijk, toewijzen en zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 5 september 2015.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Schadevergoedingsmaatregel.

Nu de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 2 bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht en de verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 3.847,75, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 5 september 2015 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het [slachtoffer 6] .

Feit 5, [benadeelde partij] .

[benadeelde partij] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 183,07. De vordering tot schadevergoeding bestaat uit materiële schade, bestaande uit de post ”IPad” (€ 542,07 met aftrek van € 359,-- in verband met uitkering verzekering).

De vordering is niet betwist en voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Daarnaast is op grond van het onderzoek ter terechtzitting vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 5 bewezen verklaarde feit.

De rechtbank zal de vordering derhalve geheel, hoofdelijk, toewijzen en zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 14 september 2015.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Schadevergoedingsmaatregel.

Nu de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 5 bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht en de verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 183,07, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 14 september 2015 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij] .

Feit 6, [slachtoffer 5]

[slachtoffer 5] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 1.322,36. De vordering tot schadevergoeding bestaat uit materiële schade, zijnde de posten

- Laptop Dell € 207,90

- Laptop Acer Travel Mate € 262,50

- Tablet Samsung Galaxy Tab 3 € 189,--

- Samsung Galaxy Tab 3 Lite 8 GB € 100,--

- Nieuwe sloten € 153,97

- Horloge Danish Design € 139,--

- Oorbellen Lucardi € 19,99

- Overige sieraden € 250,--

De vordering is niet betwist en voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Daarnaast is op grond van het onderzoek ter terechtzitting vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 6 bewezen verklaarde feit.

De rechtbank zal de vordering derhalve geheel toewijzen en zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 19 september 2015.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Schadevergoedingsmaatregel.

Nu de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 5 bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht en de verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1.322,36, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 19 september 2015 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het [slachtoffer 5] .

Vordering tenuitvoerlegging

De rechtbank acht termen aanwezig voor verlenging van de proeftijd van het vonnis, bij welk de verdachte werd veroordeeld tot 1 maand jeugddetentie voorwaardelijk. Hoewel uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, doordat deze zich voor het einde van de proeftijd die bij voormeld vonnis was opgelegd, wederom heeft schuldig gemaakt aan een zestal strafbare feiten, acht zij de vordering tot tenuitvoerlegging niet toewijsbaar bezien in het licht van de dringend noodzakelijke behandeling die spoedig zal aanvangen. De rechtbank overweegt dat de executie van een maand jeugddetentie, die mogelijk niet aanstonds zal kunnen plaatsvinden, thans niet opportuun is omdat deze de behandeling zal kunnen doorkruisen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De artikelen:

36f, 45, 77a, 77g, 77h, 77i, 77s, 77x, 77y, 77z, 77za, 77aa, 77cc, 77ee, 77gg, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing.

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de hem bij dagvaarding onder 1, 2, 3, 4 primair, 5 en 6 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

t.a.v. feit 1, feit 5:

DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN, MEERMALEN GEPLEEGD;

t.a.v. feit 2:

DIEFSTAL, VOORAFGEGAAN, VERGEZELD EN GEVOLGD VAN GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN, GEMAKKELIJK TE MAKEN EN OM BIJ BETRAPPING OP HETERDAAD AAN ZICHZELF EN ZIJN MEDEDADERS HETZIJ DE VLUCHT MOGELIJK TE MAKEN, HETZIJ HET BEZIT VAN HET GESTOLENE TE VERZEKEREN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

t.a.v. feit 3:

POGING TOT DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN, GEDURENDE DE VOOR DE NACHTRUST BESTEMDE TIJD, IN EEN WONING, WAARBIJ DE SCHULDIGE ZICH DE TOEGANG TOT DE PLAATS VAN HET MISDRIJF HEEFT VERSCHAFT DOOR MIDDEL VAN BRAAK;

t.a.v. feit 4 primair (na wijziging tenlastelegging):

DIEFSTAL, VERGEZELD VAN GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL GEMAKKELIJK TE MAKEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

t.a.v. feit 6:

DIEFSTAL;

verklaart het bewezene en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte bij dagvaarding meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot

jeugddetentie voor de duur van 10 maanden;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het tijdstip waarop de in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd gelijk is geworden aan die van de opgelegde jeugddetentie;

legt de verdachte op de maatregel van

plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;

bepaalt dat deze maatregel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden;

stelt de proeftijd vast op 2 jaren onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd zal onthouden van het gebruik van alcohol en verdovende middelen en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek of urineonderzoek;

- zich gedurende de proeftijd, of zoveel korter als zijn behandelaars in overleg met de jeugdreclassering nodig achten, zal laten opnemen in De Catamaran, kliniek voor forensische jeugdpsychiatrie en orthopsychiatrie, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van de behandeling aldaar door of namens de (geneesheer)-directeur van die instelling zullen worden gegeven;

geeft opdracht aan Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, zijnde een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;

t.a.v. feit 1:

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] , gedeeltelijk, hoofdelijk, toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 1] , een bedrag van € 1.061,--, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 17 september 2015 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

verklaart de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk in de vordering;

legt aan de verdachte op de hoofdelijke verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1.061,--, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 17 september 2015 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 1] ;

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 6 dagen;

bepaalt dat voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat doet vervallen, alsmede dat voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij doet vervallen;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij dan wel aan de Staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

t.a.v. feit 2:

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 6] hoofdelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 6] , een bedrag van € 3.847,75, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 5 september 2015 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte op de hoofdelijke verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 3.847,75, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 5 september 2015 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 6] ;

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 14 dagen;

bepaalt dat voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat doet vervallen, alsmede dat voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij doet vervallen;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij dan wel aan de Staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

t.a.v. feit 5:

wijst de vordering tot schadevergoeding van de [benadeelde partij] hoofdelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [benadeelde partij] , een bedrag van € 183,07, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 14 september 2015, tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte op de hoofdelijke verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 183,07, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 14 september 2015 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde partij] ;

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 2 dagen;

bepaalt dat voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat doet vervallen, alsmede dat voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij doet vervallen;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij dan wel aan de Staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

t.a.v. feit 6:

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 5] toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 5] , een bedrag van € 1.322,36, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 19 september 2015 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 1.322,36, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 19 september 2015 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 5] ;

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 8 dagen;

bepaalt dat voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat doet vervallen, alsmede dat voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij doet vervallen;

t.a.v. 09/901307-12 (tul):

verlengt de proeftijd met één jaar.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Kramer, kinderrechter, voorzitter,

mr. H.M. Boone, kinderrechter,

en mr. J.B. Wijnholt, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. T.B. van Amen, griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 augustus 2016.

Mr. Boone is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.