Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:9511

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
10-08-2016
Datum publicatie
12-08-2016
Zaaknummer
C/09/512582 / HA ZA 16-676
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Verstek
Inhoudsindicatie

Verstekvonnis. Afwijzing gevorderde verklaring voor recht dat gedaagde zich jegens eiser uit hoofde van onrechtmatige daad heeft verbonden doordat gedaagde in strijd met de waarheid heeft verklaard dat eiser de vader van haar destijds nog ongeboren kind zou zijn. In relationele sfeer geuite onwaarheden kunnen slechts in zeer uitzonderlijke gevallen tot aansprakelijkheid leiden. Het handelen van gedaagde kan onder de gegeven omstandigheden niet als onrechtmatig worden aangemerkt. Een gesprek tussen eiser en gedaagde over het gebeurde is in rechte niet afdwingbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/512582 / HA ZA 16-676

Vonnis van 10 augustus 2016

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats 1],

eiser,

advocaat mr. J.M. Vervoorn te Nieuwkoop,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 2],

gedaagde,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

  • -

    het vonnis van de kantonrechter van deze rechtbank van 28 april 2016 waarbij de zaak is verwezen naar de gewone burgerlijke rechter van deze rechtbank en de daarin genoemde stukken;

  • -

    het exploit van 26 mei 2016, waarbij voornoemd vonnis van de kantonrechter aan gedaagde is betekend en waarbij zij is opgeroepen tegen de rolzitting van 15 juni 2016;

  • -

    het tegen gedaagde verleende verstek.

1.2.

De datum voor dit verstekvonnis is nader bepaald op vandaag.

2 De beoordeling

2.1.

Voor de ingestelde vorderingen en de daartoe gestelde feiten verwijst de rechtbank gelet op art. 230 lid 2 Rv kortheidshalve naar de aan dit verstekvonnis gehechte en gewaarmerkte kopie van de dagvaarding. Nu de door eiser bij de kantonrechter ingediende eiswijziging niet aan gedaagde is betekend, zal de rechtbank hieraan voorbijgaan. Tegen gedaagde is verstek verleend.

2.2.

De gevorderde verklaring voor recht dat gedaagde zich jegens eiser uit onrechtmatige daad heeft verbonden doordat gedaagde in strijd met de waarheid heeft verklaard dat eiser de vader van haar destijds nog ongeboren kind zou zijn, zal worden afgewezen. Daartoe is het volgende redengevend.

2.3.

De aan gedaagde verweten gedragingen betreffen het vertellen van een leugen in de relationele sfeer, het volhouden van die leugen tijdens de zwangerschap en het – na het uitkomen van de waarheid – niet geven van een verklaring voor het vertellen van de leugen. Alhoewel de rechtbank begrijpt dat eiser emotioneel geraakt is door de handelwijze van gedaagde tijdens haar zwangerschap en na het bekend worden van de uitslag van de DNA-test, acht de rechtbank de handelwijze van gedaagde jegens eiser onder de gegeven omstandigheden niet onrechtmatig. Daarbij neemt de rechtbank tot uitgangspunt dat in de relationele sfeer geuite onwaarheden slechts in zeer uitzonderlijke gevallen tot aansprakelijkheid kunnen leiden. In casu was sprake van een eenmalig seksueel contact tussen partijen. Gedaagde, die nog jong is, heeft kennelijk vaker een dergelijk contact gehad, waardoor zij mogelijk zelf niet wist wie de vader van het kind is waarvan zij zwanger was. Haar leugen moet dan ook worden gezien in die ook voor haar belastende context, waarbij zij kennelijk blij was met de hulp die zij tijdens de zwangerschap van eiser ontving. Bovendien heeft gedaagde blijkens de stellingen van eiser na haar bevalling zo spoedig als mogelijk meegewerkt aan het verrichten van een DNA-test. Onder die omstandigheden kan het handelen van gedaagde niet als onrechtmatig worden aangemerkt.

2.4.

Ten overvloede merkt de rechtbank op dat als de verweten gedragingen al zouden kwalificeren als een onrechtmatige daad van gedaagde jegens eiser de door eiser gevorderde schadevergoeding in andere vorm dan betaling van een geldsom (te weten: gedaagde op straffe van verbeurte van een dwangsom te verplichten eiser met een uitleg van haar handelwijze tegemoet te komen) zou worden afgewezen. De rechtbank begrijpt dat het voor eiser frustrerend is dat gedaagde hem over het gebeurde niet te woord heeft willen staan, maar een dergelijk gesprek is niet in rechte afdwingbaar.

2.5.

De gevorderde veroordeling tot betaling van € 225,- binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis zal wel worden toegewezen, nu die berust op niet nakoming van een overeenkomst. De gevorderde wettelijke rente over dit bedrag zal worden toegewezen met ingang van de zevende dag na betekening van dit vonnis, aangezien gedaagde pas vanaf dat moment in verzuim is.

2.6.

Nu de vorderingen onder I en II worden afgewezen en ten aanzien van de vordering onder III niet is gesteld of gebleken dat eiser gedaagde eerder om betaling van dit bedrag heeft verzocht, zal de rechtbank bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1.

veroordeelt gedaagde om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis aan eiser te betalen € 225,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van de zevende dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening;

3.2.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.3.

bepaalt dat ieder der partijen de eigen proceskosten draagt;

3.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Hoekstra - van Vliet en in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2016.1

1 type: 1881