Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:9444

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
05-08-2016
Datum publicatie
10-08-2016
Zaaknummer
C-09-512962-KG ZA 16-741
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Als uitgangspunt moet worden genomen dat de Europese Octrooi Organisatie (EOO) op grond van artikel 8 Europees Octrooi Verdrag en artikel 3 lid 1 van het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten van de EOO voor de vervulling van haar werkzaamheden immuniteit van jurisdictie geniet. Deze volkenrechtelijke immuniteit vormt een uitzondering op het recht op toegang tot de nationale rechter. Immuniteit van internationale organisaties is gebaseerd op de gedachte dat dergelijke organisaties onafhankelijk moeten kunnen functioneren.

Bij de beantwoording van de vraag of toekenning van immuniteit van jurisdictie aan een internationale organisatie in het kader van een geding bij de overheidsrechter geoorloofd is, is van belang of de rechtzoekende beschikt over redelijke alternatieve middelen om de door het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) aan hem toegekende rechten effectief te kunnen beschermen en komt het er op aan of, gelet op die alternatieve middelen, de immuniteit van jurisdictie het wezen van iemands recht op toegang tot de rechter aantast.

De voorzieningenrechter is niet bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen van VEOB c.s., nu voor de individuele werknemers van EOO en hun personeelsvertegenwoordigers voor in tuchtrechtelijke procedures genomen besluiten een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang bij ILOAT ter beschikking staat om de door het EVRM aan hen toegekende rechten effectief te kunnen beschermen en, gelet op die alternatieve middelen, de immuniteit van jurisdictie het wezen van hun recht op toegang tot de rechter niet aantast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/2398

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/512962 / KG ZA 16-741

Vonnis in kort geding van 5 augustus 2016

in de zaak van

1 Vakbondsunie van het Europees Octrooibureau (VEOB, afdeling Den Haag)

gevestigd te Rijswijk,

2. Staff Union of the European Patent Office (SUEPO),

gevestigd te Den Haag,

eiseressen,

advocaten: mrs. L. Zegveld en C.C. Oberman te Amsterdam,

tegen:

de internationaal publiekrechtelijke rechtspersoon

Europese Octrooi Organisatie,

gevestigd te München (Duitsland) alsmede te Rijswijk,

gedaagde,

advocaat: mr. G.R. den Dekker te Den Haag.

Eiseressen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘VEOB’, ‘SUEPO’ en gezamenlijk als ‘VEOB c.s.’. Gedaagde wordt aangeduid als ‘EOO’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 21 juni 2016, met (72) producties;

- de bij brief van 11 juli 2016 van mr. Zegveld toegezonden aanvullende producties 73 en 74;

- de bij brief van 13 juli 2016 van mr. Zegveld aanvullende producties 75 en 76

- de door mr. Den Dekker bij brief van 13 juli 2016 toegezonden (6) producties;

- de op 15 juli 2016 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is de datum voor vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

EOO is een internationale publiekrechtelijke rechtspersoon met vestigingen in verschillende Europese landen. EOO is in 1973 opgericht bij het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (Europees Octrooi Verdrag, EVO), dat op 7 oktober 1977 voor Nederland in werking is getreden. De hoofdvestiging van EOO is in München. EOO heeft nevenvestigingen in Rijswijk, Wenen en Brussel. EOO is belast is met de uitvoering van het EOV.

2.2.

VEOB is een vakbond voor werknemers die werkzaam zijn bij de vestiging in Rijswijk. Zij houdt zich bezig met het uitoefenen van haar recht op collectieve onderhandelingen ter verbetering van de arbeidsomstandigheden bij het Europees Octrooibureau, de arbeids- en pensioenvoorwaarden en de uitkeringen aan (voormalige) werknemers, hun gezinnen en hun rechtsopvolgers.

2.3.

SUEPO is de overkoepelende vakbond voor werknemers van EOO. Zij heeft afdelingen in Den Haag, München, Berlijn en Wenen. VEOB en SUEPO werken nauw samen en zijn nauw met elkaar en met andere lokale vakbonden verbonden.

2.4.

EOO bestaat uit twee organen: de Administrative Council (AC) waarin de lidstaten zitting hebben en die verantwoordelijk is voor het beleid, en het European Patent Office (EPO), het uitvoerend orgaan met als eindverantwoordelijke de president, sinds juli 2010 de heer [A] .

2.5.

Artikel 8 EOV luidt als volgt:

“The Protocol on Privileges and Immunities annexed to this Convention shall define the conditions under which the Organisation, the members of the Administrative Council, the employees of the European Patent Office, and such other persons specified in that Protocol as take part in the work of the Organisation, shall enjoy, in each Contracting State, the privileges and immunities necessary for the performance of their duties.”

2.6.

Bij het EOV behoort het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten van de Europese Octrooiorganisatie (hierna: het Protocol). In artikel 3 van het Protocol is – voor zover hier van belang – het volgende bepaald:

(1) Within the scope of its official activities the Organisation shall have immunity from jurisdiction and execution, except

( a) to the extent that the Organisation shall have expressly waived such immunity in a particular case;

( b) in the case of a civil action brought by a third party for damage resulting from an accident caused by a motor vehicle belonging to, or operated on behalf of, the Organisation, or in respect of a motor traffic offence involving such a vehicle;

( c) in respect of the enforcement of an arbitration award made under Article 23. (….)

(4) The official activities of the Organisation shall, for the purposes of this Protocol, be such as are strictly necessary for its administrative and technical operation, as set out in the Convention”

2.7.

De arbeidsvoorwaarden van het personeel van EOO zijn neergelegd in de “Service Regulations for Permanent Employees” (hierna: het Dienstreglement). Het dienstreglement voorziet in een interne beroepsprocedure voor het beslechten van geschillen tussen (voormalige) personeelsleden van EOO en EOO. Een personeelslid kan tegen een jegens hem genomen besluit op grond van het Dienstreglement bezwaar maken bij de president van EOO. Indien het bezwaar niet wordt gehonoreerd wordt de zaak voorgelegd aan het Internal Appeals Committee (hierna: IAC), welke commissie advies uitbrengt aan de president. Tegen de beslissing van de president kan op grond van artikel 13 EOV beroep worden ingesteld bij the International Labour Organisation Administrative Tribunal (hierna: ILOAT). In artikel 13 EOV is het volgende bepaald:

Article 13. Disputes between the Organisation and the employees of the European Patent Office

1. Employees and former employees of the European Patent Office of their successors in title may apply to the Administrative Tribunal of the International Labour Organisation in the case of disputes with the European Patent Organisation, in accordance with the Statute of the Tribunal and within the limits and subject to the conditions laid down in the Service Regulations for permanent employees or the Pension Scheme Regulations or arising from the conditions of employment of other employees.

2. An appeal shall only be admissible if the person concerned has exhausted such other means of appeal as are available to him under the Service Regulations, the Pension Scheme Regulations or the conditions of employment.

2.8.

Op 1 januari 2013 heeft EOO de volgende circulaires aangenomen:circulaire 341: Policy on the prevention of harassment and the resolution of conflicts at the EOO” en circulaire 342: ‘Guidelines for investigations at the EOO’. De tweede circulaire introduceert de mogelijkheid van intern onderzoek naar vermeend wangedrag van werknemers van EOO.

2.9.

VEOB c.s. hebben EOO in kort geding gedagvaard voor deze rechtbank en onder meer gevorderd EOO te gebieden de schendingen op het recht op het staken en het recht op collectief onderhandelen te beëindigen en VEOB c.s. te erkennen als sociale partners en hen toe te laten tot collectieve onderhandelingen betreffende het personeel van EOO.

2.10.

Bij vonnis van 14 januari 2014 heeft de voorzieningenrechter – met verwerping van het beroep van EOO op immuniteit van jurisdictie – de vorderingen van VEOB c.s. afgewezen. VEOB c.s. hebben tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

2.11.

Bij arrest van 17 februari 2015 van het Gerechtshof Den Haag is EOO veroordeeld VEOB c.s. onbelemmerde toegang tot het e-mailsysteem van EOO te geven, EOO te verbieden artikel 30a lid 2 en lid 10 van het Dienstreglement, voor zover deze bepaling de President de bevoegdheid verleent een maximumduur van de staking te bepalen, toe te passen en VEOB c.s. toe te laten tot collectieve onderhandelingen. Dit arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

2.12.

EOO heeft tegen het arrest van 17 februari 2015 beroep in cassatie ingesteld. De Staat heeft zich bij incidentele conclusie van 22 mei 2015 in de cassatieprocedure aan de zijde van EOO gevoegd.

2.13.

Bij exploot van 19 februari 2015 is het arrest van 17 februari 2015 aan EOO te Rijswijk betekend. EOO heeft het arrest van het Gerechtshof Den Haag niet uitgevoerd.

2.14.

Op 23 februari 2016 heeft de Minister van Veiligheid en Justitie een aanzegging gedaan op grond van artikel 3a lid 2 van de Gerechtsdeurwaarderswet, waarin de Minister onder meer het volgende heeft verklaard:

“(…)

Ik acht zowel deze ambtshandeling, als de in deze ambtshandeling aangekondigde executiemaatregelen, na consultatie van mijn ambtsgenoot van Buitenlandse Zaken, in strijd met de volkenrechtelijke verplichtingen van de Nederlandse Staat. Meer in het bijzonder acht ik de ambtshandeling en de aangekondigde maatregelen in strijd met de onschendbaarheid en immuniteit van executie die de Europese Octrooiorganisatie hier te lande geniet.

(…..)

Op grond van artikel 3a, tweede en vijfde lid, van de Gerechtsdeurwaarderswet, zeg ik bovengenoemde gerechtsdeurwaarder en zijn kantoorgenoten aan dat de voornoemde ambtshandelingen strijdig zijn met de volkenrechtelijke verplichtingen van de Nederlandse Staat en dat uitvoering daarvan moet worden geweigerd. (…) ”

2.15.

EOO heeft na het arrest van het gerechtshof Den Haag verschillende onderzoeken gestart naar vermeend wangedrag door individuele bestuursleden van onder meer VEOB en SUEPO.

2.16.

Tijdens de vergadering op 16 maart 2016 heeft de AC van EOO een resolutie aangenomen. De tekst van deze resolutie (CA/26/16) luidt als volgt:

“The AC,

in its capacity as supervisory organ of the EPOrg –

having repeatedly expressed its deep concerns about the social unrest within the EPOffice;

having repeatedly urged the EPOffice President and the trade unions to reach a consensus on an MOU (Memorandum of Understanding, toevoeging rechtbank) which would establish a framework for negotiation between social partners;

noting that disciplinary sanctions and proceedings against staff or trade union representatives have, among other reasons, made it more difficult to reach such a consensus;

noting that these disciplinary sanctions and proceedings are widely being questioned in the public opinion;

recalling the importance and the urgency of the structural reform of the BOA (Boards of Appeal, toevoeging rechtbank);

recognizing the important institutional role of the AC and its dependence on a well-resourced and independent secretariat;

Calls on both parties to the social dialogue to recognize their responsibilities and to work diligently and in good faith to find a way forward, and:

Requests the EPOffice President –

to ensure that disciplinary sanctions and proceedings are not only fair but also seen to be so, and to consider the possibility of involvement of an external reviewer or of arbitration or mediation

pending the outcome of this process and before further decisions in disciplinary cases are taken, to inform the AC in appropriate detail and make proposals that enhance confidence in fair and reasonable proceedings and sanctions;

to submit to the AC a draft revision of the Staff Regulations which incorporates investigation guidelines (including the investigation unit) and disciplinary procedures which have been reviewed and amended;

to achieve, within the framework of the tripartite negotiations, an MOU simultaneously with both trade unions, which would have no pre-conditions or exclude any topics form future discussions;

to submit proposals to the AC at its June 2016 meeting, after discussion in B28, for immediate implementation of the structural reform of the BOA, on the lines of the 5 points agreed by the AC at its December 2015 meeting and of the legal advice given by Prof. [X] , and taking into account comments from the Presidium of the BOA;

to submit proposals to the AC at its June 2016 meeting, after discussion in B28, for reinforcement of the AC secretariat and a clarification of its position in terms of governance.

Requests the staff representation and the Trade Unions –

tot acknowledge the importance of firm and fair disciplinary procedures; and to respond constructively to the initiatives set out above, in particular to work rapidly to an agreement on Union recognition without preconditions.”

2.17.

Om het sociale klimaat binnen EOO grondig te onderzoeken en waar nodig te verbeteren zijn er verschillende onderzoeken door externe partijen, waaronder PriceWaterhouseCoopers, gestart. In oktober 2016 zal een Social Conference plaatsvinden waarin de uitkomst van de Social Study, die aan alle werknemers van EOO ter beschikking zal worden gesteld, zal worden besproken.

3 Het geschil

3.1.

VEOB c.s. vorderen – zakelijk weergegeven – :

  • -

    a) EOO op te dragen een externe onafhankelijke deskundige in te schakelen om de lopende en voorgenomen onderzoeken van de Investigative Unit en de lopende en voorgenomen tuchtrechtelijke procedures tegen de bestuursleden van VEOB c.s. te toetsen aan de eisen van een eerlijke en redelijke procesgang en erop toe te zien dat deze het vakbondswerk niet onnodig belemmeren;

  • -

    b) EOO op te dragen mee te werken aan bemiddeling door een door de voorzieningenrechter aan te wijzen mediator in het conflict tussen EOO en VEOB c.s.;

  • -

    c) EOO op te dragen om gedurende het proces van externe beoordeling van de onderzoeken van de Investigative Unit en tuchtrechtelijke procedures tegen de bestuurders van VEOB c.s. als bedoeld onder (a) dan wel gedurende het proces van bemiddeling in het conflict tussen EOO en VEOB c.s. als bedoeld onder (b) de onderzoeken en tuchtrechtelijke procedures gericht tegen de bestuurders van VEOB c.s. te staken;

een en ander conform de door de AC op 16 maart 2016 aangenomen resolutie;

  • -

    d) EOO op te dragen toestemming van de AC te vragen alvorens een nieuw onderzoek van de Investigative Unit en/of tuchtrechtelijke procedure tegen een of meerdere bestuursleden van VEOB c.s. te entameren en alvorens een of meer lopende onderzoeken en/of tuchtrechtelijke procedures tegen de bestuursleden van VEOB c.s. voort te zetten;

  • -

    e) EOO te gebieden om de bestuursleden van VEOB c.s. te ontheffen van hun geheimhoudingsplicht zoals opgenomen in artikel 4 van circulaire 342 van 30 november 2012 betreffende de tegen hen ingestelde onderzoeken en tuchtrechtelijke procedures;

  • -

    f) EOO te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

Daartoe voeren VEOB c.s. – verkort samengevat – het volgende aan.

3.2.1.

EOO weigert het arrest van het gerechtshof Den Haag van 17 februari 2015 uit te voeren. Het conflict tussen EOO en VEOB c.s. is sindsdien verder geëscaleerd. De EOO maakt het werk van de vakbonden onmogelijk door individuele bestuursleden op intimiderende wijze te betrekken in onderzoeken naar vermeend wangedrag en tuchtrechtelijke procedures tegen hen in te stellen. De onderzoeken richten zich vooral tegen bestuursleden van de vakbonden in Rijswijk en München en tegen SUEPO.

Het e-mailverkeer tussen VEOB c.s. en de werknemers van EOO is in verdergaande mate beperkt. Uit de wijze waarop de onderzoeken worden uitgevoerd – onder meer werknemers het recht van rechtsbijstand ontzeggen – blijkt dat EOO niet als een goed werkgever handelt. Van collectieve onderhandelingen tussen de vakbonden en EOO is geen sprake. VEOB c.s. ondervinden ernstige schade van het handelen van EOO, omdat de belangen van hun leden niet meer vrijelijk kunnen worden behartigd.

3.2.2.

EOO maakt inbreuk op de rechten van de vakbonden op de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in artikel 10 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (hierna: EVRM) en de vrijheid van vereniging en vergadering als bedoeld in artikel 11 lid 1 EVRM door de bestuursleden van de vakbonden voorwerp van onderzoek te maken en hen te schorsen of te ontslaan vanwege activiteiten die direct met hun vakbondswerk te maken hebben en daarmee ook gelegitimeerd zijn. Het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op vergadering en vereniging zijn geen rechten die via een individuele rechtsgang kunnen worden beschermd. De vakbonden hebben geen andere rechtsingang om de naleving van deze rechten te verzekeren en hun voortbestaan te beschermen. Er is ook geen rechtsgang voor de individuele leden van de vakbonden die worden onderworpen aan een onderzoek naar vermeend wangedrag. Deze kunnen hooguit tegen de opgelegde sancties in tuchtrechtelijke procedures opkomen bij ILOAT. Deze mogelijkheid staat niet open voor VEOB c.s. in hun hoedanigheid van collectiviteiten. Indien de Nederlandse rechter geen rechtsingang biedt zullen de door de artikelen 6 en 13 EVRM gewaarborgde rechten van VEOB c.s. op respectievelijk toegang tot de rechter en een daadwerkelijk rechtsmiddel voor een nationale instantie worden geschonden.

3.3.

EOO voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

Immuniteit van rechtsmacht

4.1.

EOO heeft voor alle weren aangevoerd dat zij als internationale organisatie immuniteit van jurisdictie geniet, zodat de Nederlandse rechter, in dit geval de voorzieningenrechter, niet bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen. EOO stelt dat de immuniteit het autonoom en onafhankelijk functioneren van de organisatie beschermt en waarborgt tegen de eenzijdige beïnvloeding door (de overheidsrechter van) een enkele lidstaat, het gastland in het bijzonder. Volgens EOO voldoet de Nederlandse rechter met het respecteren van de immuniteit aan geschreven en ongeschreven volkenrechtelijke verplichtingen. VEOB c.s. hebben het beroep op onbevoegdheid bestreden.

4.2.

In dit kort geding ligt de vraag voor in hoeverre een nationale rechter, in dit geval de voorzieningenrechter, bevoegd is om in een concreet geval uitspraak te doen over de vraag of een internationale organisatie rechtsplichten heeft geschonden.

4.3.

VEOB c.s. stellen zich op het standpunt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft om te oordelen over hun arbeidsrechtelijk geschil met EOO, omdat het toekennen van immuniteit van jurisdictie aan EOO het recht van VEOB c.s. op toegang tot de rechter en het recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel voor een nationale instantie zoals gewaarborgd door de artikelen 6 en 13 EVRM in de kern aantast. VEOB c.s. betogen dat zij geen andere rechtsingang hebben om de naleving van hun rechten op vrijheid van vergadering en vereniging en op vrijheid van meningsuiting te verzekeren en hun voortbestaan te beschermen.

4.4.

In dit geding moet als uitgangspunt worden genomen dat EOO op grond van artikel 8 EOV en artikel 3 lid 1 van het Protocol voor de vervulling van haar werkzaamheden immuniteit van jurisdictie geniet. Deze volkenrechtelijke immuniteit vormt een uitzondering op het recht op toegang tot de nationale rechter. Immuniteit van internationale organisaties is gebaseerd op de gedachte dat dergelijke organisaties onafhankelijk moeten kunnen functioneren. Uit de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) volgt dat het verlenen van immuniteit van rechtsmacht aan internationale organisaties in het kader van de beperking van het recht op toegang tot de rechter in de zin van artikel 6 EVRM een legitiem doel dient. Bij de beantwoording van de vraag of toekenning van immuniteit van jurisdictie aan een internationale organisatie in het kader van een geding bij de overheidsrechter geoorloofd is, acht het EHRM van belang of de rechtzoekende beschikt over redelijke alternatieve middelen om de door het EVRM aan hem toegekende rechten effectief te kunnen beschermen en komt het er op aan of, gelet op die alternatieve middelen, de immuniteit van jurisdictie het wezen van iemands recht op toegang tot de rechter aantast1. De Hoge Raad heeft bij arrest van 18 december 2015 in de zaak tussen Leone c.s. en European Space Agency geoordeeld dat het gerechtshof Den Haag, die deze maatstaf ook had toegepast, bij zijn beoordeling een juiste maatstaf heeft aangelegd.2

4.5.

De voorzieningenrechter dient in het licht van eerdergenoemde jurisprudentie te beoordelen of de rechtzoekende een alternatieve rechtsgang ter beschikking staat om de door het EVRM aan hem toegekende rechten effectief te kunnen beschermen en, gelet op die alternatieve middelen, de immuniteit van jurisdictie het wezen van zijn recht op toegang tot de rechter aantast. Voldoende aannemelijk is dat individuele werknemers van EOO en hun vertegenwoordigers bij VEOB c.s. voor besluiten die in tuchtrechtelijke procedures zijn genomen toegang tot de rechtsgang bij ILOAT hebben. Onvoldoende weersproken is dat werknemers bij ILOAT, naast individuele beslissingen die hen rechtstreeks raken, de rechtmatigheid kunnen bestrijden van de algemene regels waarop die beslissingen zijn gebaseerd. EOO heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat vertegenwoordigers van de werknemers van EOO in die hoedanigheid bij ILOAT kunnen klagen over regels van algemene strekking die alle werknemers van EOO gemeenschappelijk aangaan. De voorzieningenrechter overweegt dat niet gebleken is dat de alternatieve rechtsgang bij ILOAT zodanige gebreken vertoont dat het wezen van de door artikel 6 EVRM gewaarborgde rechten van VEOB c.s. op toegang tot de rechter wordt aangetast respectievelijk of de aan hen in de alternatieve rechtsgang verleende bescherming kennelijk ontoereikend is. Dit betekent dat voor de werknemers van EOO en hun vertegenwoordigers een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang bij ILOAT ter beschikking staat.

4.6.

De door VEOB c.s. geuite zorgen over het respecteren van hun rechten hebben geleid tot de op 16 maart 2016 door de AC van EOO aangenomen resolutie. Inmiddels zijn er omvangrijke processen in gang gezet om het sociale klimaat en de werkomstandigheden binnen EOO grondig te onderzoeken en waar nodig te verbeteren. Eén van de onderzoeken – een zogenaamde Social Study - is uitgevoerd door PriceWaterhouseCoopers, waarvan een staff survey deel uitmaakt. Daarin hebben meer dan 4000 werknemers geparticipeerd. Onderdeel van dat onderzoek is de invoering van fundamentele werknemersrechten binnen EOO. Daarnaast voeren andere externe partijen een Occupational Health and Safety Assessment uit waarvoor 1000 willekeurige werknemers van EOO zijn gevraagd een bijdrage te leveren. EOO heeft ter zitting naar voren gebracht dat de personeelsvertegenwoordiging (Staff Committees en Central Staff Committee) bij deze projecten betrokken is en daarin constructief heeft geparticipeerd tezamen met de vakbond FFPE-EPO. In oktober 2016 zal de uitkomst van de Social Study aan alle werknemers van EOO ter beschikking worden gesteld en door de vertegenwoordigers van de werknemers met het management van EOO in een speciaal hiervoor georganiseerde Social Conference worden besproken. Op de agenda van de vergadering van de AC staat ook de evaluatie van de procedures van circulaires 341 en 342.

4.7.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de Nederlandse rechter in deze zaak geen rechtsmacht heeft. De voorzieningenrechter zal zich daarom onbevoegd verklaren om van de vorderingen van VEOB c.s. kennis te nemen.

4.8.

VEOB c.s. zullen hoofdelijk, als de in het ongelijk gestelde partijen, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

verklaart zich onbevoegd tot kennisneming van de vorderingen tegen EOO;

5.2.

veroordeelt VEOB c.s. hoofdelijk in de kosten van dit geding, aan de zijde van EOO begroot op € 1.435,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 619,-- aan griffierecht;

5.3.

verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.P. van Ham en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2016.

CJ

1 EHRM 18 februari 1999, nr. 26083/94, Waite & Kennedy/Duitsland en EHRM 6 januari 2015, nr. 415/07 Klausecker/Duitsland

2 Hoge Raad 18 december 2015, ECLI:HR:2015:3609