Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:9099

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
03-08-2016
Datum publicatie
03-08-2016
Zaaknummer
09/857672-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Art. 312 Sr. Woningoverval. Benadeelde partijen (grotendeels) niet-ontvankelijk vanwege uitkering door Schadefonds Geweldsmisdrijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/857672-15

Datum uitspraak: 3 augustus 2016

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats] ,

[adres 1] ,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Rotterdam, locatie De Schie te Rotterdam.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 12 mei 2016 (pro forma) en 20 juli 2016.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. F.A. Kuijpers en van hetgeen door de raadsvrouw van verdachte mr. C.C. Peterse, advocaat te Den Haag, en door de verdachte naar voren is gebracht.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 20 juli 2016 medegedeeld dat zij voornemens is een ontnemingsvordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 15 juli 2015 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne) en/of een telefoon (merk Nokia) en/of een Ipad en/of een laptop (merk Sony) en/of een playstation en/of een luidspreker (merk Bose) en/of een portemonnee met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- binnendringen van de woning van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

- roepen/zeggen "geld, geld" en/of "geld, ik wil geld" en/of "waar ligt het geld" en/of "waar zijn de drugs" en/of

- tonen van een (vuur)wapen aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

- beetpakken van de [slachtoffer 1] en/of op de grond duwen en/of vast tapen van de polsen en/of benen van die [slachtoffer 1] en/of

- duwen/drukken van een (vuur)wapen tegen het hofd van die [slachtoffer 1] en/of

(meermalen) slaan van die [slachtoffer 1] met een (vuur)wapen tegen het hoofd en/of

- ( meermalen) schoppen/trappen tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of

- weerloos maken van die [slachtoffer 1] en/of geven van een stroomstoot aan die [slachtoffer 1] met een stroomstootwapen (tegen de achterzijde van het been) en/of

- met een mes snijden in de (wijs)vinger van die [slachtoffer 1] en/of

- vastbinden/tapen van de handen en/of voeten en/of mond die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ;

2.

hij op of omstreeks 19 januari 2016 te Papendrecht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een laptop (Macbook) , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding1

Op 15 juli 2015 heeft er een overval plaatsgevonden in de woning gelegen aan de [adres 2] te Zoetermeer. Daarbij hebben twee daders zich de toegang tot de woning verschaft door vanuit de tuin de deur naar de woonkamer te openen. Op dat moment waren in die woonkamer aanwezig [slachtoffer 2] en haar dochter [slachtoffer 3] (toen 14 jaar oud). Zij werden overrompeld door de twee overvallers: een man met een donkere huidskleur en een man met een licht getinte huidskleur. De licht getinte man bleef vervolgens beneden om [slachtoffer 2] en haar dochter te bewaken en de donkere man, die een pistool bij zich had, rende naar boven, waar [slachtoffer 1] was.2 Die werd door de donkere man overrompeld.3

Tijdens de overval werden bij alle drie de slachtoffers hun ledematen met tape vastgebonden. Bij [slachtoffer 2] en haar dochter werd ook de mond met tape afgeplakt.4 Ook werd aan de drie slachtoffers een pistool getoond.5 [slachtoffer 1] is tegen de grond geduwd, heeft het pistool tegen zijn hoofd aangedrukt gekregen, is op zijn hoofd geslagen met het pistool en meermalen tegen het hoofd geschopt.6 Bij deze overval zijn in elk geval een hoeveelheid cocaïne en andere goederen gestolen.7

De verdachte wordt verweten dat hij betrokken was bij de overval (feit 1) en dat hij bij een andere gelegenheid een laptop heeft gestolen (feit 2). De verdachte heeft bekend dat hij één van de overvallers was, dat hij een daarbij gestolen telefoon (merk Nokia Lumia) en PlayStation heeft verkregen8, en voorts heeft hij de diefstal van de laptop bekend.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft partiële vrijspraak bepleit ten aanzien van feit 1.

Zij heeft in dit verband aangevoerd dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat bij de overval ook een iPad, laptop, luidspreker en portemonnee zijn weggenomen. De verdachte heeft dat steeds ontkend en deze goederen zijn ook niet onder hem of onder de andere verdachten aangetroffen. Voorts heeft de raadsvrouw aangevoerd dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat bij de overval ook een mes en een stroomstootwapen (‘taser’) zijn gebruikt. De verdachte heeft verklaard dat hij geen taser heeft gezien en dat hij niets weet van een mes. Bovendien zijn er geen relevante DNA-sporen op het beweerdelijk gebruikte stroomstootwapen gevonden; evenmin is een bebloed mes aangetroffen.

3.4

Het oordeel van de rechtbank

3.4.1

Feit 1: De woningoverval te Zoetermeer

Verklaringen van [verdachte] en [medeverdachte 1]

De verdachte (hierna ook ‘ [verdachte] ’) heeft bekend dat hij één van de overvallers is geweest, te weten de licht getinte overvaller die in het begin beneden bleef. Volgens hem wilden de overvallers drugs buitmaken die in de woning aanwezig zouden zijn. Nadat [verdachte] en zijn mededader “ [medeverdachte 2] ” aan [slachtoffer 1] hadden gevraagd waar de drugs waren, hebben zij de vervolgens door [slachtoffer 1] aangewezen drugs meegenomen, evenals andere goederen. Naast [medeverdachte 2] was ook medeverdachte [medeverdachte 1] bij de overval betrokken. Tijdens de overval was [medeverdachte 1] aan het wachten in een gereedstaande auto op een parkeerplek vlakbij de woning. Volgens [verdachte] had [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] de tip gegeven dat er drugs in de woning waren en had [medeverdachte 1] hen de woning aangewezen. [medeverdachte 1] wist dit omdat hij drugs kocht van de mannelijke bewoner van de woning.9

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij op de dag van de overval samen met [verdachte] en “ [medeverdachte 2] ” was. Hij is samen met [medeverdachte 2] vanuit Limburg naar [verdachte] in Rotterdam gegaan. Vervolgens zijn zij met zijn drieën in de grijze Ford Focus van [medeverdachte 2] naar

Zoetermeer gereden. [medeverdachte 1] wist dat ‘die mensen’ vanuit die woning drugs verkochten; hij was zelf ook een keer met [verdachte] naar de woning gegaan om wat te halen. [verdachte] had later een keer aan [medeverdachte 1] gezegd dat zij hen misschien een keer konden pakken.

Eenmaal aangekomen bij de woning in Zoetermeer, zijn [verdachte] en [medeverdachte 2] ” uitgestapt “en hun ding gaan doen” (de rechtbank begrijpt: het overvallen van de woning). De bedoeling was dat ze drugs zouden halen en terug zouden komen. Tijdens de overval bleef [medeverdachte 1] in de auto zitten en heeft hij [verdachte] gebeld om weer weg te gaan. Na de overval zijn [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [verdachte] met de auto naar de woning van laatstgenoemde gereden, en zijn de drugs verdeeld, waarna zij uit elkaar zijn gegaan. Uit de woning is 500 gram cocaïne, 100 gram skunk en 100 gram hasj weggenomen, die onder de overvallers zijn verdeeld. [medeverdachte 1] heeft aan zijn eigen verkoop van de drugs € 2.000,00 overgehouden. Over de voorbereiding van de woningoverval heeft [medeverdachte 1] verklaard dat [medeverdachte 2] begon te praten over het gemak waarmee een woningoverval kon worden gepleegd bij [slachtoffer 1] , dat [verdachte] dat hoorde en ook mee wilde doen. Voorts had [medeverdachte 1] met [medeverdachte 2] een pistool – hetzelfde dat later in zijn huis werd aangetroffen – geregeld voor de overval. Dit pistool en ook het eveneens later in zijn huis aangetroffen stroomstootwapen zijn gebruikt bij de overval.10

Betrokkenheid verdachte

Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat de verdachte de ‘licht getinte’ overvaller is geweest. De verdediging heeft dit ook niet betwist.

Weggenomen goederen

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat bij de overval cocaïne, een telefoon (merk Nokia Lumia), een iPad 3, een laptop (merk Sony Vaio), een PlayStation, een luidspreker (merk Bose) en een portemonnee met inhoud zijn weggenomen. Blijkens de ‘bijlage goederen’ die bij haar aangifte is opgenomen, zijn volgens [slachtoffer 2] bij de woningoverval de volgende goederen weggenomen: een telefoon (merk Nokia Lumia), een iPad 3 (merk Apple), een laptop (merk Sony Vaio), een PlayStation 4, een luidspreker (merk Bose) en een portemonnee met inhoud.11 De rechtbank ziet in de omstandigheid dat niet alle door aangevers genoemde goederen onder één van verdachten zijn aangetroffen onvoldoende aanleiding om te betwijfelen dat al deze goederen zijn weggenomen, nu aangeefster [slachtoffer 2] tijdens de 112-melding al in ieder geval direct had gemeld dat haar portemonnee bij de woningoverval was ontvreemd, daarvan op 17 juli 2015 door haar gedetailleerd opgave is gedaan, en verdachten pas na verloop van een half jaar (of later) zijn opgespoord.12 Dat [slachtoffer 2] een onwaarachtige opgave zou hebben gedaan kan ook overigens niet worden opgemaakt uit feiten of omstandigheden in het dossier. Dat de verdachte ontkent dat bepaalde goederen zijn weggenomen en dat deze goederen niet onder verdachte zelf zijn zijn aangetroffen, is daartoe in ieder geval onvoldoende. Bovendien heeft [verdachte] verklaard dat er tijdens de overval in verschillende kamers van de woning is gezocht en dat er goederen in een in de woning aangetroffen tas zijn gestopt, en dat die tas is meegenomen,13 terwijl hij ook heeft verklaard dat het de andere dader was die goederen had weggenomen en dat hij niet precies wist wat.14

Geweld door een stroomstootwapen en een mes?

De verdediging heeft betwist dat bij de overval een mes en een stroomstootwapen zijn gebruikt.

Over het stroomstootwapen heeft [slachtoffer 1] verklaard dat hij, terwijl hij was vastgebonden en een doek over zijn hoofd heen had gekregen, een knetterend geluid hoorde dat hij – omdat hij zoiets wel eens had gezien op de televisie – associeerde met een stroomstootwapen. Hij voelde dat het voorwerp tegen de achterzijde van zijn rechterbovenbeen werd gezet. Vervolgens hoorde hij weer het geluid, voelde daarop een kramp in zijn lichaam en voelde dat zijn lichaam begon te schokken.15 Zijn verklaring wordt ondersteund door de verklaring van [slachtoffer 2] , in die zin dat zij bij de “donkere overvaller” een stroomstootwapen had gezien, dat zij zag dat het blauw licht en geknetter voorbracht en dat zij had gezien dat [slachtoffer 1] door de donkere overvaller werd ’getaserd’.16

Ook de verklaring van [slachtoffer 3] ondersteunt voorgaande verklaringen: volgens haar hadden de daders een zaklamp met blauwe lampjes die een knetterend geluid maakte. Zij herkende het geluid van een ‘taser’. Zij had voorts gezien dat de donkere overvaller bij [slachtoffer 1] stond, dat [slachtoffer 1] vervolgens kreunde en dat zij dacht dat [slachtoffer 1] toen werd ‘getaserd’.17 Bovendien heeft medeverdachte [medeverdachte 1] verklaard dat door de verdachte en/of [medeverdachte 2] aan hem was verteld dat het later in zijn woning aangetroffen stroomstootwapen bij de overval was gebruikt.18 Dat op het stroomstootwapen enkele maanden na de overval geen DNA-sporen zijn aangetroffen ontkracht de voorgaande bewijsmiddelen in het geheel niet.

Over het mes heeft [slachtoffer 1] verklaard dat er in zijn vinger is gesneden door de donkere overvaller toen hij “even weg was” (de rechtbank begrijpt: toen hij het bewustzijn had verloren). Hij had het mes niet gezien, maar hij voelde het snijden wel.19

[slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] hebben verklaard dat de licht getinte overvaller beneden een mes is gaan pakken en dit vervolgens aan de donkerste dader heeft gegeven.20

[slachtoffer 2] zag daarna de donkere overvaller met het mes bij de handen van [slachtoffer 1] staan, zij hoorde [slachtoffer 1] vervolgens kreunen en “nee, nee” zeggen. Verder zag zij hem tegenstribbelen met zijn hand en dat het mes bij zijn hand was.21

[slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij na het afgeven van de mes aan donkerste man uit schrik niet durfde te kijken, maar dat zij wel [slachtoffer 1] hoorde kreunen en vermoedde ze dat de donkerste man iets bij hem had gedaan met het mes.22

Door ambulancepersoneel, ten slotte, is geconstateerd dat [slachtoffer 1] snijverwondingen had aan zijn linkerhand.23

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de donkere overvaller [slachtoffer 1] een stroomstoot met een stroomstootwapen heeft gegeven en hem met een mes – dat hem door de lichte overvaller was aangereikt – in een vinger heeft gesneden.

Conclusie.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, een en ander zoals verwoord in de bewezenverklaring.

3.4.2

Feit 2: Diefstal van een laptop

Nu de verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren – de diefstal van een laptop – heeft bekend, hij nadien niet anders heeft verklaard en zijn raadsvrouw hiervoor geen vrijspraak heeft bepleit, zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen, als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank bezigt de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 4] , p. 364 t/m 368;

  • -

    het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 305 t/m 322;

  • -

    de verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 20 juli 2016.

Conclusie

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte zich aan het tenlastegelegde heeft schuldig gemaakt, een en ander zoals verwoord in de volgende bewezenverklaring.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten aanzien van de verdachte bewezen dat:

1.

hij op 15 juli 2015 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid verdovende middelen (cocaïne) en een telefoon (merk Nokia) en een iPad en een laptop (merk Sony) en een PlayStation en een luidspreker (merk Bose) en een portemonnee met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het

- binnendringen van de woning van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en

- roepen/zeggen "waar zijn de drugs" en

- tonen van een vuurwapen aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en

- beetpakken van de [slachtoffer 1] en op de grond duwen en vast tapen van de polsen en benen van die [slachtoffer 1] en

- drukken van een vuurwapen tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] en

slaan van die [slachtoffer 1] met een vuurwapen tegen het hoofd en

- meermalen schoppen tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] en

- weerloos maken van die [slachtoffer 1] en geven van een stroomstoot aan die [slachtoffer 1] met een stroomstootwapen (tegen de achterzijde van het been) en

- met een mes snijden in de vinger van die [slachtoffer 1] en

- vastbinden van de handen en voeten en mond die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ;

2.

hij op 19 januari 2016 te Papendrecht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een laptop (Macbook), toebehorende aan [slachtoffer 4] .

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

ten aanzien van feit 1:

diefstal door twee of meer verenigde personen, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken;

ten aanzien van feit 2:

diefstal.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft matiging van de gevorderde straf bepleit. Daartoe heeft zij gewezen op de relatief beperkte rol van de verdachte bij de overval en aandacht gevraagd voor de omstandigheden waaronder de verdachte heeft besloten de overval te plegen. Voorts heeft de raadsvrouw erop gewezen dat de verdachte in een vroeg stadium openheid van zaken heeft gegeven, dat hij een beperkte justitiële documentatie heeft en dat hij zijn leven op het rechte pad wil voortzetten. Tot slot heeft de raadsvrouw verwezen naar de uitspraken bekend onder de nummers ECLI:NL:RBNNE:2015:4828 en ECLI:NL:RBLIM:2014:3860.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een buitengewoon gewelddadige woningoverval. Bij die woningoveral waren niet alleen een man en een vrouw slachtoffer, maar ook een kind van 14 jaar oud. Alle slachtoffers zijn vastgebonden en in bedwang gehouden. De man heeft onder meer een pistool tegen het hoofd gedrukt gekregen, is daar vervolgens mee geslagen, heeft stroomstoten gekregen met een stroomstootwapen, is met een mes in de vinger gesneden en heeft schoppen tegen het hoofd gekregen. Dit alles klaarblijkelijk om van hem de vindplaats van de door de overvallers gezochte drugs te vernemen. Hiervan zijn de vrouw en het kind getuigen geweest. Naast de drugs zijn er ook diverse andere goederen gestolen.

Het was de verdachte die samen met een andere overvaller de woning is binnengegaan om de overval te plegen, terwijl een derde dader in een auto buiten bleef wachten. Uit het dossier volgt genoegzaam dat het meeste geweld door de andere overvaller is toegepast en dat deze in de woning de leidende rol heeft gespeeld. Desalniettemin heeft de verdachte zeer actief bijgedragen aan de woningoverval door in ieder geval in het begin al de vrouw en het kind in bedwang te houden, hen boven vast te binden en de woning te doorzoeken. Ook volgt uit het dossier dat verdachte het mes is gaan halen dat later door de andere dader is gebruikt om in de vinger van de man te snijden. Dat verdachte de andere overvaller heeft gemaand om minder geweld te gebruiken is niet gebleken.

De verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan een diefstal van een laptop, door deze op een onbewaakt moment in een restaurant waar hij had gegeten weg te nemen.

In het voordeel van de verdachte weegt mee dat hij openheid van zaken heeft gegeven, zij het pas nadat de politie hem op het spoor was gekomen. Tot slot is verdachtes spijtbetuiging ter terechtzitting op de rechtbank gemeend overgekomen, te meer nu hij ook bij die gelegenheid weer open is geweest over zijn rol bij de overval.

De verdachte is – blijkens een hem betreffend uittreksel uit het documentatieregister

van 4 februari 2016 – de afgelopen vijf jaren niet veroordeeld voor enig strafbaar feit.

Uit het reclasseringsrapport van, 29 april 2016, opgesteld door reclasseringswerker P. Kenton, volgt het advies van de reclassering om de verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met meerdere bijzondere voorwaarden.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat – met name door de ernst van de woningoverval – een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden is. Omdat de duur van op te leggen gevangenisstraf die van twee jaren overstijgt kan de rechtbank op grond van artikel 14a Sr, eerste lid, geen voorwaardelijk strafdeel opleggen.

7. De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] en de schadevergoedingsmaatregel

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 375,00 (aan materiële schade) en € 3.000,00 (aan immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente.

7.1

De conclusie en de vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 3.375,00, ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 1] .

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de gevorderde materiele schade en heeft zich ten aanzien van de gevorderde immateriële schade gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Schade

Uit het schadeformulier volgt dat door het Schadefonds Geweldsmisdrijven reeds een uitkering ter zake letselgerelateerde schade aan de benadeelde partij heeft plaatsgevonden van € 5.000,00.

Artikel 6 lid 4 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven bepaalt dat de Staat voor het uitgekeerde bedrag in de rechten van het slachtoffer treedt die deze ten aanzien van door hem geleden schade tegenover derden heeft. Dit brengt mee dat de rechten die een slachtoffer heeft ten opzichte van een derde (zoals de verdachte) overgaan op de Staat wanneer en voor zover het Schadefonds een uitkering doet ten aanzien van door deze derde veroorzaakte schade. De gevorderde schade is in haar geheel letselgerelateerd. Daarmee heeft de benadeelde geen vordering meer en kan deze dus in een procedure als onderhavige niet worden ontvangen.

Dit brengt mee, dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

8. De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] en de schadevergoedingsmaatregel

[slachtoffer 2] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 736,45 (aan materiële schade) en € 2.000,00 (aan immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente.

8.1

De conclusie en de vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 2.736,45, ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 2] .

8.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde materiële schade onder de posten iPad, laptop, luidspreker, bankpas, soundmix en portemonnee dient te worden afgewezen, omdat niet kan worden vastgesteld dat die goederen zijn gestolen bij de woningoverval. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de door de benadeelde partij gevorderde schade geldt hetzelfde als hiervoor onder 7.3 overwogen, met dien verstande dat de gevorderde materiële schade – deze is immers niet letselgerelateerd – niet door het Schadefonds Geweldsmisdrijven is vergoed. Daarin kan de benadeelde partij dus wel worden ontvangen.

Materiële schade

De betwisting van de verdediging, dat enkele goederen die in de vordering zijn opgenomen daadwerkelijk zijn weggenomen, stuit af op de bewezenverklaring. Daarom zal de rechtbank het verweer van de verdediging verwerpen.

De vordering is ten aanzien van de gevorderde materiële schade voor het overige door de verdediging niet betwist en voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal derhalve de vordering hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 736,45.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente vanaf 15 juli 2015 toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van die datum is ontstaan.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Schadevergoedingsmaatregel

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 736,45, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 15 juli 2015 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 2] .

9. De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 3] en de schadevergoedingsmaatregel

[slachtoffer 3] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 2.000,00 (aan immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente.

9.1

De conclusie en de vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 2.000,00, ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 3] .

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de gevorderde schade gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de door de benadeelde partij gevorderde schade geldt hetzelfde als hiervoor onder 7.3. overwogen. Dit betekent dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Dit brengt mee, dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

10 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen:

- 24 c, 36f, 57, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

11. De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

diefstal door twee of meer verenigde personen, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken;

ten aanzien van feit 2:

diefstal;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in zijn vorderingen tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 1] in de kosten door de veroordeelde ter verdediging tegen de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

wijst de vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer 2] gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 2] , een bedrag van € 736,45 (aan materiële schade), vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 15 april 2015 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan,

bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel niet ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 736,45, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 15 april 2015 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 2] ;

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 14 dagen;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door

mr. R. Elkerbout, voorzitter,

mr. A.P. Ploeger, rechter,

mr. E.A. Lensink, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. A.J. van Zelst, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 augustus 2016.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer 2015212007, van de politie eenheid Den Haag, Districtsrecherche, District D, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 764).

2 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , p. 69.

3 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , p. 29.

4 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , p. 69.

5 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , p. 68; Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] , p, 103.

6 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , p. 30.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 173

8 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p.310.

9 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 juli 2016; Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 173 t/m 175, 184 en 185.

10 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 388 t/m 392, 396 t/m 398.

11 Bijlage goederen van 17 juli 2015, p. 47 t/m 49.

12 Proces-verbaal van bevindingen 112-gesprek, p. 111.

13 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 juli 2016.

14 Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 310.

15 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , p. 30.

16 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] , p. 69 en 70. Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 2] , p. 82 en 98.

17 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] , p. 104.

18 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 398.

19 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , p. 31.

20 Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 2] , p. 82 en 98. Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] , p. 104.

21 Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 2] , p. 82 en 83.

22 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] , p. 104.

23 Proces-verbaal van bevindingen, p. 61.