Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:864

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
04-02-2016
Datum publicatie
04-02-2016
Zaaknummer
09/85765014
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte, toen 27 jaar, heeft ontuchtige handelingen gepleegd met een 12-jarig meisje dat hij via chatgesprekken had leren kennen. Tijdens twee van de drie ontmoetingen heeft de verdachte zich door het meisje laten pijpen en ook is hij bij één van de ontmoetingen met zijn vingers in de vagina van het meisje geweest. Verdachte heeft hiermee op ernstige wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke, psychische en seksuele integriteit van dit - kwetsbare - meisje. Ook heeft verdachte 36 foto’s met kinderporno in bezit gehad. Op twee van de foto’s stond het 12-jarig meisje afgebeeld. Verdachte heeft spijt betuigd en verklaard dat hij behandeld wil worden. De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en een werkstraf van 180 uren. Ook moet de verdachte zich gedurende de proeftijd melden bij de reclassering en zich ambulant laten behandelen bij een Forensisch Psychiatrische Polikliniek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
IR 2016/32, UDH:IR/13077 met annotatie van Onder redactie van Tina van der Linden – Smit en Kea Kroeks – de Raaij
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/857650-14

Datum uitspraak: 4 februari 2016

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag 1] 1987 te [geboorteplaats] ,

adres: [adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 21 januari 2016.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. S. Sleeswijk Visser en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. J.M. van der Linden, advocaat te Waddinxveen, en door verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2013 tot en met 1 oktober 2014 te Reeuwijk en/of Gouda, in ieder geval te Nederland, meermalen met [slachtoffer] (geboren op [geboortedag 2] 2001), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende hij, verdachte, (telkens):

- zijn penis in haar mond gebracht/geduwd en/of laten nemen en/of

- een of meer van zijn vinger(s) in haar vagina gebracht/geduwd en/of

- zijn penis in haar vagina gebracht/geduwd;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 september 2012 tot en met 20 januari 2015 te Gouda, althans in Nederland, een (aantal) afbeelding(en), te weten (ongeveer) 36 foto('s) en/of (een) gegevensdrager(s) (te weten één of meer computer(s) en/of (een) harddisk(s) en/of (een) cd-rom(s) en/of een telefoon bevattende (een) afbeelding(en) heeft verspreid en/of in bezit gehad, terwijl op die afbeeldinge(n) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn waarbij een of meer perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had(den) bereikt, was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken, welke voornoemde seksuele gedraging(en) bestonden uit (onder meer) en/of waren vastgelegd (onder meer)(op)

- Een foto van een poserend meisje, geschatte leeftijd tussen 10 en 12 jaar oud. Het meisje is geheel naakt en staat rechtop voor de camera. Door het camerastandpunt ligt de nadruk van de foto op het gezicht en de borsten van het meisje

[filename] en/of

- Een foto van een poserend meisje, geschatte leeftijd tussen de 7 en 10 jaar oud. Het meisje zit rechtop in kleermakerszit op een bed en is geheel naakt. Het camerastandpunt is recht voor het meisje waardoor haar vagina en borsten in beeld zijn

[filename] en/of

- Een foto van een poserend meisje, geschatte leeftijd tussen de 8 en 11 jaar oud. Het meisje is geheel naakt en ligt op haar rug op bed. Het meisje heft haar benen wijd gespreid. Met haar handen heeft ze haar schaamlippen gespreid. Het camerastandpunt is recht voor het meisje waardoor haar vagina, anus en borsten recht in beeld zijn

[filename] en/of

- Een foto van een poserend meisje, geschatte leeftijd tussen de 9 en 12 jaar oud. Het meisje is geheel naakt en ligt op haar rug op een bed. Het meisje steunt op haar ellebogen en heeft haar knieën opgetrokken. Haar knieën zitten tegen elkaar aan en haar voeten staan op het bed. Het camerastandpunt is recht voor het meisje waardoor de nadruk van de foto ligt op de blote vagina van het meisje

[filename] en/of

- Een foto van een poserend meisje, geschatte leeftijd tussen de 8 en 12 jaar oud. Het meisje zit in een bureaustoel en is gekleed in een wit hemdje en een vleeskleurige panty. Het meisje zit met haar benen over de armleuningen van de bureaustoel heen en daardoor zijn haar benen wijd gespreid. Het camerastandpunt is recht voor het meisje waardoor de nadruk van de foto ligt op het kruis van het meisje. Te zien is dat het meisje niets onder de panty aan heeft. Duidelijk is door de panty heen de blote vagina van het meisje te zien

[filename] en/of

- een foto van de onbedekte vagina close up van een meisje ( [slachtoffer] (geboren op [geboortedag 2] 2001)) geschatte leeftijd tussen de 11 en 14 jaar van (pagina 32 proces-verbaal foto VII) en/of een foto waarin de close-up van de (onbedekte) vagina van een meisje ( [slachtoffer] (geboren [geboortedag 2] 2001)), geschatte leeftijd tussen de 11 en 14 jaar aan de rechter bovenzijde van de foto is. Zichtbaar zijn ook de billen en een stukje van het rechter bovenbeen. De billen rusten op een rode stof (pagina 32 proces-verbaal foto X).

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding

Verdachte - toen 27 jaar - wordt verweten dat hij zich in of omstreeks de periode van
1 november 2013 tot en met 1 oktober 2014meermalen schuldig heeft gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met de 12-jarige [slachtoffer] , te weten het op meerdere manieren seksueel binnendringen van haar lichaam (feit 1). Voorts wordt hem verweten kinderpornografie te hebben verspreid en/of in zijn bezit te hebben gehad (feit 2). Verdachte heeft zowel bij de politie als ter terechtzitting de aan hem ten laste gelegde feiten bekend, met uitzondering van het brengen/duwen van zijn penis in haar vagina.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte de hem onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat naar het oordeel van de officier van justitie met betrekking tot feit 1 slechts de periode van 1 april 2014 tot en met 1 oktober 2014 bewezen kan worden verklaard, en met uitzondering van hetgeen hem onder feit 1, derde gedachtestreepje, is tenlastegelegd (“zijn penis in haar vagina gebracht/geduwd”).

3.3

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat feit 1 wettig en overtuigend bewezen kan worden, met uitzondering van het onder het derde gedachtestreepje tenlastegelegde (“zijn penis in haar vagina gebracht/geduwd”).

Ten aanzien van de pleegperiode is de raadsman van mening dat het dossier slechts bewijs bevat voor de periode van 1 juli 2014 tot en met 1 oktober 2014. Verdachte heeft zelf ter terechtzitting aangevoerd dat de hem onder 1 verweten feiten hebben plaatsgevonden na ongeveer juli 2014, toen hij een operatie aan zijn kaak had ondergaan.

Ten aanzien van feit 2

De verdediging heeft partiële vrijspraak bepleit ten aanzien van de onder feit 2, onder het zesde gedachtestreepje, tenlastegelegde foto’s VII en X, omdat niet is komen vast te staan dat de op die foto’s afgebeelde vagina daadwerkelijk van [slachtoffer] is, waardoor de genoemde afbeeldingen niet als kinderpornografie kunnen worden aangemerkt.

Voor het overige heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat het feit wettig en overtuigend kan worden.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging

Ten aanzien van feit 1 1

Partiële vrijspraak

Met betrekking tot de ten laste gelegde periode is de rechtbank van oordeel dat verdachte van de periode 1 november 2013 tot en met 31 juli 2014 vrijgesproken dient te worden. Voor deze periode is in het dossier onvoldoende bewijs voorhanden.

Met de officier van justitie en de raadsman acht de rechtbank op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het onder het derde gedachtestreepje tenlastegelegde (“zijn penis in haar vagina gebracht/geduwd”), zodat hij ook van dat deel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken.

Voor het overige

Met een opgave van bewijsmiddelen, als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering kan worden volstaan, nu verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend, hij nadien niet anders heeft verklaard en de raadsman geen vrijspraak heeft bepleit.

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 21 januari 2016;

  • -

    het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 21 januari 2015, inhoudende de verklaring van verdachte (blz. 108-116);

  • -

    het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 november 2014, met als bijlage een verslag van het verhoor van getuige [slachtoffer] d.d. 14 oktober 2014, inhoudende de verklaring van [slachtoffer] (blz. 49-83).

Ten aanzien van feit 2 2

Partiële vrijspraak

Met betrekking tot de ten laste gelegde periode is de rechtbank van oordeel dat verdachte van de periode 22 september 2012 tot en met 11 oktober 2013 vrijgesproken dient te worden. Voor deze periode is in het dossier onvoldoende bewijs voorhanden. Evenmin biedt het dossier enig aanknopingspunt voor de verspreiding van kinderporno. Ook van dit onderdeel van de tenlastelegging zal verdachte worden vrijgesproken.

Voor het overige

Met een opgave van bewijsmiddelen, als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering kan worden volstaan, nu verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend, hij nadien niet anders heeft verklaard en de raadsman slechts partiële vrijspraak heeft bepleit met betrekking tot de onder het zesde gedachtestreepje tenlastegelegde foto’s VII en X die van (de vagina van) [slachtoffer] zouden zijn. Op dit punt zal hieronder, na opgave van de bewijsmiddelen, verder worden ingegaan.

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen:

  • -

    de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 21 januari 2016;

  • -

    het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 24 april 2015, inhoudende de verklaring van verdachte (blz. 41-45);

  • -

    het proces-verbaal ‘Beschrijving kinderpornografisch materiaal’ d.d. 28 april 2015 (blz. 12-30), met als bijlagen:
    bijlage 1: de collectiescan, waarin de zichtbare (strafbare) elementen in de kinderpornografische afbeeldingen zijn weergegeven;

bijlage II: een overzicht van hoeveelheden aangetroffen foto’s per gegevensdrager;
bijlage III: een factsheet betreffende bronnen van kinderpornografie;
bijlage IV: proces-verbaal omschrijvingen;
bijlage V: bestandslijsten;

- het proces-verbaal van bevindingen ‘mobiele telefoon’ d.d. 28 april 2015 (blz. 31-32).

In aanvulling op voormelde opsomming van de bewijsmiddelen en in reactie op hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht ten aanzien van de onder het zesde gedachtestreepje tenlastegelegde foto’s VII en X, overweegt de rechtbank als volgt.

Op 24 april 2015 zijn de op de mobiele telefoon van verdachte aangetroffen foto’s VII en X aan verdachte getoond, waarop hij verklaarde dat op die foto’s [slachtoffer] te zien is.3

Gezien deze verklaring van verdachte en het gegeven dat [slachtoffer] veertien jaar was op het moment dat de politie de foto’s op de telefoon van verdachte aantrof, zoals gerelateerd in het proces-verbaal van bevindingen4, is de rechtbank van oordeel dat op de foto’s VII en X – tenlastegelegd onder het zesde gedachtestreepje – de minderjarige [slachtoffer] te zien is. Gelet op het voorgaande worden deze twee foto’s als kinderpornografisch geclassificeerd. Verdachte heeft zich derhalve ook ten aanzien van deze twee foto’s schuldig gemaakt aan bezit van kinderporno.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat verdachte:

1.

in de periode van 1 augustus 2014 tot en met 1 oktober 2014 te Gouda, meermalen met
[slachtoffer] (geboren op [geboortedag 2] 2001), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende hij, verdachte, telkens:

- zijn penis in haar mond gebracht/geduwd en/of laten nemen en

- een of meer van zijn vingers in haar vagina gebracht/geduwd;

2.

op tijdstippen in de periode van 12 oktober 2013 tot en met 20 januari 2015 te Gouda, een aantal afbeeldingen, te weten ongeveer 36 foto’s en gegevensdragers, te weten twee computers en een telefoon bevattende afbeeldingen in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn waarbij personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet hadden bereikt, waren betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit (onder meer) en/of waren vastgelegd (onder meer)(op)

- Een foto van een poserend meisje, geschatte leeftijd tussen 10 en 12 jaar oud. Het meisje is geheel naakt en staat rechtop voor de camera. Door het camerastandpunt ligt de nadruk van de foto op het gezicht en de borsten van het meisje

[filename] en

- Een foto van een poserend meisje, geschatte leeftijd tussen de 7 en 10 jaar oud. Het meisje zit rechtop in kleermakerszit op een bed en is geheel naakt. Het camerastandpunt is recht voor het meisje waardoor haar vagina en borsten in beeld zijn

[filename] en

- Een foto van een poserend meisje, geschatte leeftijd tussen de 8 en 11 jaar oud. Het meisje is geheel naakt en ligt op haar rug op bed. Het meisje heeft haar benen wijd gespreid. Met haar handen heeft ze haar schaamlippen gespreid. Het camerastandpunt is recht voor het meisje waardoor haar vagina, anus en borsten recht in beeld zijn

[filename] en

- Een foto van een poserend meisje, geschatte leeftijd tussen de 9 en 12 jaar oud. Het meisje is geheel naakt en ligt op haar rug op een bed. Het meisje steunt op haar ellebogen en heeft haar knieën opgetrokken. Haar knieën zitten tegen elkaar aan en haar voeten staan op het bed. Het camerastandpunt is recht voor het meisje waardoor de nadruk van de foto ligt op de blote vagina van het meisje

[filename] en

- Een foto van een poserend meisje, geschatte leeftijd tussen de 8 en 12 jaar oud. Het meisje zit in een bureaustoel en is gekleed in een wit hemdje en een vleeskleurige panty. Het meisje zit met haar benen over de armleuningen van de bureaustoel heen en daardoor zijn haar benen wijd gespreid. Het camerastandpunt is recht voor het meisje waardoor de nadruk van de foto ligt op het kruis van het meisje. Te zien is dat het meisje niets onder de panty aan heeft. Duidelijk is door de panty heen de blote vagina van het meisje te zien

[filename] en

- Een foto van de onbedekte vagina close up van een meisje ( [slachtoffer] (geboren op [geboortedag 2] 2001)) geschatte leeftijd tussen de 11 en 14 jaar (pagina 32 proces-verbaal foto VII) en een foto waarop de close-up van de (onbedekte) vagina van een meisje ( [slachtoffer] (geboren [geboortedag 2] -2001)), geschatte leeftijd tussen de 11 en 14 jaar, aan de rechter bovenzijde van de foto zichtbaar is. Zichtbaar zijn ook de billen en een stukje van het rechter bovenbeen. De billen rusten op een rode stof (pagina 32 proces-verbaal foto X).

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

- ten aanzien van feit 1:
met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

- ten aanzien van feit 2:
een afbeelding of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

5 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem onder 1 en 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, en als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een behandelverplichting, overeenkomstig het advies van de reclassering. De officier van justitie heeft bij het formuleren van zijn eis aansluiting gezocht bij de geldende richtlijn van het openbaar ministerie.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit aan verdachte een werkstraf voor de duur van 240 uren op te leggen, met daarnaast een stevige voorwaardelijke gevangenisstraf met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat de ontucht slechts tijdens twee ontmoetingen heeft plaatsgevonden en dat het onder verdachte aangetroffen kinderpornografisch materiaal gering in aantal was. Voorts heeft de raadsman erop gewezen dat verdachte geen strafblad heeft, dat de feiten langer geleden gepleegd zijn en dat verdachte oprecht spijt heeft betuigd en verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen. Verdachte heeft hulp gezocht en is bereid mee te werken aan de geadviseerde bijzondere voorwaarden, aldus de raadsman. Daarnaast heeft hij aangevoerd dat verdachte zijn leven op orde heeft en een baan heeft die hij mogelijk zal kwijtraken wanneer aan hem een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte, destijds 27 jaar, heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen, waaronder het seksueel binnendringen van het lichaam, met een 12-jarig meisje. Via chatgesprekken zijn verdachte en het slachtoffer met elkaar in contact gekomen. De gesprekken werden steeds intiemer en uiteindelijk hebben ze elkaar driemaal ontmoet. Tijdens de eerste ontmoeting had verdachte al kunnen en moeten zien dat het meisje erg jong was en in ieder geval nog niet de leeftijd van 16 jaar had bereikt. Dat heeft hem er echter niet van weerhouden om tijdens de tweede en de derde ontmoeting seksueel contact met haar te hebben. Hij heeft zich laten pijpen en ook is hij met zijn vingers in haar vagina geweest. Het slachtoffer, een kwetsbaar meisje dat onder meer vanwege de scheiding van haar ouders problemen had, zocht bij hem troost en aandacht. Verdachte, die op de hoogte was van deze omstandigheden, heeft daarvan op grove wijze misbruik gemaakt. Door het plegen van ontuchtige handelingen met dit jonge minderjarige meisje heeft de verdachte op ernstige wijze inbreuk gemaakt op haar lichamelijke, psychische en seksuele integriteit. De ervaring leert dat slachtoffers van seksueel misbruik nog langdurig psychische en emotionele gevolgen daarvan kunnen ondervinden. Ook kunnen dergelijke vormen van seksueel misbruik een ernstige verstoring van de seksuele ontwikkeling van de slachtoffers opleveren. Verdachte heeft echter telkens zijn eigen seksuele lustgevoelens laten prevaleren boven het welbevinden van dit jonge meisje.

Verder heeft verdachte kinderpornografische foto’s in zijn bezit gehad en heeft hij aldus de norm die strekt tot bescherming van jeugdigen tegen seksueel misbruik, in ernstige mate geschonden. Door het in bezit hebben van kinderporno blijft de vraag daarnaar bestaan en wordt de productie daarvan gestimuleerd en in stand gehouden. Voor deze productie worden jonge kinderen ernstig seksueel misbruikt en uitgebuit. Daardoor lopen deze kinderen psychische schade op die diepe sporen nalaat. Ook kunnen zij nog lange tijd achtervolgd worden door de gevolgen van de productie van de beelden. In de praktijk is immers gebleken dat een afbeelding die eenmaal op internet is aangetroffen, vrijwel onmogelijk blijvend van internet te verwijderen is en nog jarenlang kan opduiken.

Dat verdachte hieraan, als consument, een bijdrage levert, rekent de rechtbank hem zwaar aan. De rechtbank neemt evenwel in aanmerking dat op de aangetroffen bewezenverklaarde foto’s poserende kinderen staan en geen seksuele handelingen (zoals bijvoorbeeld penetratie) te zien zijn, zoals dat in andere zaken wel vaak het geval is.

Omtrent de persoon van de verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op het hem betreffende uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 22 december 2015, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld.

Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het advies van Reclassering Nederland d.d. 18 november 2015. Uit dit advies komt naar voren dat er bij verdachte in enige mate sprake lijkt te zijn van impulsiviteit en dat hij niet altijd op adequate wijze lijkt om te gaan met probleemsituaties. Hij zocht immers positieve aandacht, in een voor hem zware periode, bij een 12-jarig meisje met ernstige problemen. Het recidiverisico wordt laag/gemiddeld geschat. Gelet op het voorgaande wordt geadviseerd aan de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf, al dan niet in combinatie met een werkstraf, op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een ambulante behandelverplichting bij Forensisch Psychiatrische Polikliniek de Horst of soortgelijke instelling. Ter terechtzitting heeft verdachte kenbaar gemaakt dat hij graag behandeld wil worden en dat hij bereid is mee te werken aan deze voorwaarden.

Gelet op de ernst van de feiten kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals verzocht door de raadsman, maar is een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden.

Wel ziet de rechtbank in de volgende omstandigheden aanleiding om af te wijken van de eis van de officier van justitie.

Verdachte heeft van meet af aan een bekennende verklaring afgelegd en spijt betuigd. Ook heeft hij zich na zijn aanhouding aangemeld bij de Waag om inzicht te verkrijgen in zijn handelen. Hiermee heeft hij getoond aan zijn problemen te willen werken. Verdachte, die in de buurt van het slachtoffer woonde, is inmiddels verhuisd, heeft een baan en lijkt zijn leven op orde te hebben. Ook neemt de rechtbank het tijdsverloop in aanmerking. De feiten hebben medio 2014/begin 2015 plaatsgevonden en de zaak is pas een jaar later ter terechtzitting aangebracht.

Gelet op al het voorgaande zal aan verdachte een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf, alsmede een onvoorwaardelijke taakstraf worden opgelegd. Het voorwaardelijke gedeelte van de gevangenisstraf dient ertoe verdachte ervan te weerhouden zich wederom schuldig te maken aan soortgelijke of andere strafbare feiten. Aan deze voorwaardelijke straf zal de rechtbank de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden verbinden.

7 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

- 9, 14 a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 57, 240b en 245 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8. De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

- ten aanzien van feit 1:
met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

- ten aanzien van feit 2:
een afbeelding of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van die gevangenisstraf, groot 2 (twee) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd,

onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de hierbij op 3 (drie) jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ter vaststelling van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich binnen vijf dagen na het onherroepelijk worden van het vonnis meldt bij Reclassering Nederland te Maastricht en zich daarna gedurende de proeftijd op de door de reclassering te bepalen tijdstippen blijft melden bij de reclassering, zo frequent en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd onder behandeling stelt van de Forensisch Psychiatrische Polikliniek de Horst of soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, op de tijden en plaatsen als door of namens die zorginstelling aan te geven;

geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

veroordeelt de verdachte voorts tot:

een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de tijd van 180 (honderdtachtig) uren;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 90 (negentig) dagen

Dit vonnis is gewezen door

mr. W.N.L. Donker, voorzitter,

mr. E.C.M. Bouman, rechter,

mr. F.W. van Dongen, rechter,

in tegenwoordigheid van mrs. R. Moese en M. Abdain, griffiers,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 februari 2016.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2014311419, van de politie Eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 116).

2 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2015105315, van de politie Eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 45).

3 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 april 2015 (blz. 32), alsmede het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 24 april 2015 (blz. 44)

4 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 april 2015 (blz. 32).