Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:7934

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
30-05-2016
Datum publicatie
28-07-2016
Zaaknummer
C/09/499922 / FA RK 15-8860
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verbetering geboorteakte - toepassing 10:17 lid 2 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2016/4956
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 15-8860

Zaaknummer: C/09/499922

Datum beschikking: 30 mei 2016

Verbetering akte register burgerlijke stand

Beschikking op het op 16 november 2015 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoekster] ,

verzoekster,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat: mr. A. Bozbey te Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,

met een onbekende woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland,

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [plaats] ,

zetelend te [plaats] ,

de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • -

    het verzoekschrift;

  • -

    de brief d.d. 4 december 2015 van de ambtenaar, met bijlage;

  • -

    de brief d.d. 4 januari 2016 van verzoekster, met bijlage.

Op 18 april 2016 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

  • -

    verzoekster, haar advocaat en [naam] , tolk in de Somalische taal;

  • -

    de ambtenaar in de persoon van [naam] .

De man is – hoewel in de Staatscourant (jaargang 2016, nr. [nummer] ) opgeroepen – niet ter terechtzitting verschenen.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot verbetering van de geboorteakte van de minderjarige, [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , nummer [nummer] van het jaar 2015, ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente [plaats] op [datum] , in die zin dat de vadergegevens in de geboorteakte van de minderjarige worden verwijderd.

De ambtenaar voert verweer, dat hierna voor zover nodig zal worden besproken.

Feiten

  • -

    Verzoekster is in juli 2012 als asielzoekster in Nederland gekomen.

  • -

    Verzoekster heeft in het eerste gehoor van de IND d.d. 5 september 2012 verklaard dat zij in [datum] te [plaats] (Somalië) is gehuwd met de man, dat zij de Somalische nationaliteit heeft en dat er geen familieleden met haar zijn meegereisd en dat er ook geen familieleden in Nederland woonachtig zijn.

  • -

    In het uittreksel uit het systeem ingevolge de wet Brp (hierna: het Brp) van verzoekster en de minderjarige staat vermeld dat zij een onbekende nationaliteit hebben. In het Brp staat voorts dat verzoekster is gehuwd met de man op [datum] .

  • -

    Uit verzoekster is de minderjarige, [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] .

  • -

    Op de geboorteakte van de minderjarige staan verzoekster en de man als ouders vermeld.

  • -

    Aan verzoekster en de minderjarige is een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend op grond van artikel 29, eerste lid, onder b, van de Vreemdelingenwet, met ingang van 5 september 2012 en geldig tot 5 september 2017.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

De rechtbank is van oordeel dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 3, sub a, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) rechtsmacht toekomt. Nu het verzoek strekt tot verbetering van een Nederlandse akte, is Nederlands recht van toepassing.

Verbetering van de geboorteakte

Ingevolge artikel 1:24, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan aanvulling van een register van de burgerlijke stand met een daarin ontbrekende akte of latere vermelding, doorhaling van een daarin ten onrechte voorkomende akte of latere vermelding, of verbetering van een daarin voorkomende akte of latere vermelding die onvolledig is of een misslag bevat, op verzoek van belanghebbenden of van het openbaar ministerie worden gelast door de rechtbank.

Verzoekster vraagt te gelasten dat de geboorteakte van de minderjarige wordt verbeterd, in die zin dat de vadergegevens in de geboorteakte van de minderjarige worden verwijderd. Zij voert hiertoe aan dat zij na juli 2012 geen enkel contact met de man heeft gehad en ook niet bekend is met zijn woon- of verblijfplaats, zodat hij niet de (biologische) vader van de minderjarige kan zijn.

De ambtenaar heeft verweer gevoerd tegen het verzoek. In de eerste plaats is de ambtenaar het niet eens met het door verzoekster toegepaste recht op de familierechtelijke betrekking tussen de man en de minderjarige. Voorts stelt de ambtenaar zich op het standpunt dat niet een verbetering van de geboorteakte, maar de gegrondverklaring van ontkenning van het vaderschap op grond van artikel 1:200 BW de aangewezen weg is om de man als vader uit de geboorteakte van de minderjarige te verwijderen. Indien de rechtbank toch van oordeel is dat Somalisch recht van toepassing is en dat de man als vader uit de geboorteakte moet worden verwijderd, dan refereert de ambtenaar zich aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank overweegt als volgt.

Teneinde te kunnen beoordelen of er aanleiding is de geboorteakte van de minderjarige te verbeteren, dient de rechtbank eerst een oordeel te geven over de vraag of de man de juridische vader is van de minderjarige.

De rechtbank stelt voorop dat zij er op grond van het door de vrouw overgelegde eerste gehoor en het Brp vanuit gaat dat verzoekster en de man met elkaar zijn gehuwd in [datum] .

Ingevolge artikel 10:92 BW wordt de vraag of een kind door geboorte in familierechtelijke betrekking komt te staan tot de vrouw uit wie het is geboren en de met haar gehuwde man, bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de man en de vrouw of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar de vrouw en de man elk hun gewone verblijfplaats hebben, of, indien dit ook ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Bij de beoordeling wordt aangeknoopt bij het moment van de geboorte van het kind.

Uit de overgelegde uittreksels Brp blijkt dat verzoekster en de minderjarige een onbekende nationaliteit hebben. De rechtbank heeft in het geheel geen verifieerbare gegevens met betrekking tot de persoonsgegevens en de nationaliteit van de man.

De rechtbank is ermee bekend dat de nationaliteit van personen als onbekend wordt geregistreerd indien een brondocument waaruit de nationaliteit blijkt, ontbreekt. De rechtbank houdt het er echter voor dat de vrouw en ook de man, zoals ter terechtzitting is gesteld, de Somalische nationaliteit hebben. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat verzoekster naar eigen zeggen en volgens de gegevens in de Brp in Somalië is geboren en dat verzoekster en de man zijn gehuwd in Somalië.

De rechtbank stelt voorts vast dat de vrouw de asielstatus (verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd) heeft.

Op grond van artikel 10:17 lid 1 BW wordt de persoonlijke staat van een vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning asiel (on)bepaalde tijd is verleend, beheerst door het recht van zijn woonplaats, of, indien hij geen woonplaats heeft, door het recht van zijn verblijfplaats.

Gelet hierop hadden de vrouw en de man ten tijde van de geboorte van de minderjarige niet dezelfde nationaliteit. Nu de vrouw en de man niet dezelfde woonplaats hebben, wordt het recht bepaald door de gewone verblijfplaats van het kind, zijnde het Nederlandse recht.

Echter het tweede lid van voormeld artikel 10:17 BW bepaalt dat de rechten welke deze vreemdeling vroeger heeft verkregen en welke uit de persoonlijke staat voortvloeien, in het bijzonder de rechten voortvloeiende uit het huwelijk, worden geëerbiedigd. De rechtbank dient dan ook te beoordelen of de door de vrouw vroeger – naar Somalisch recht – uit het huwelijk verkregen rechten, welke rechten uit de persoonlijke staat voortvloeien, dienen te worden geëerbiedigd.

Uit artikel 54 van het Somalisch personeel statuut volgt dat indien er gedurende een periode langer dan twaalf maanden geen contact tussen de echtgenoten is geweest, het vermoeden van vaderschap (van de man met betrekking tot het kind) ontkracht is. De rechtbank acht aannemelijk geworden dat het huwelijksleven van verzoekster en de man gedurende ten minste twaalf maanden voorafgaande aan de geboorte van de minderjarige is verhinderd.

Uit het verzoekschrift en het rapporten van eerste gehoor blijkt dat de moeder alleen, zonder de man, naar Nederland is gekomen, dat zij niet weet waar hij verblijft en dat het laatste contact met hem in ieder geval dateert uit juli 2012. De rechtbank stelt gelet hierop vast dat de moeder en de man gedurende meer dan twaalf maanden voor de geboorte van de minderjarige geen contact met elkaar hebben gehad, zodat naar Somalisch recht bij de geboorte van de minderjarige geen familierechtelijke betrekking is ontstaan tussen de minderjarige en de man. Hij is derhalve ten onrechte als vader van de minderjarige in de geboorteakte vermeld. Het verzoek is daarom mede gelet op het bepaalde in artikel 10:17 BW op de wet gegrond en op navolgende wijze voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank merkt ten overvloede op dat genoemde beslissing geen gevolg heeft voor de huidige (voor)naam van de minderjarige, want [de minderjarige] is de eigen naam van de minderjarige.

Beslissing

De rechtbank:

gelast de verbetering van de geboorteakte van de minderjarige, [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , nummer [nummer] van het jaar 2015, ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente [plaats] op [datum] , in dier voege dat de gegevens van de vader ( [de man] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , Somalia worden doorgehaald.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. Vink, bijgestaan door mr. R.A. Smit-Venema als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 mei 2016.