Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:7338

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
06-06-2016
Datum publicatie
01-07-2016
Zaaknummer
09/204539
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt er onder meer van verdacht voorwerpen die zodanig op een wapen gelijken dat zij voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn voorhanden gehad te hebben.

De raadsman stelt dat het bezit van de betreffende imitatievuurwapens niet strafbaar is omdat het speelgoed in de zin van de Speelgoedrichtlijn betreft.

De politierechter is van oordeel dat die ‘wapens’ merendeels niet vallen onder de Speelgoedrichtlijn en veroordeelt verdachte derhalve voor het voorhanden hebben daarvan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2016/169
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Politierechter

Parketnummer 09/204539

Datum uitspraak: 6 juni 2016

Tegenspraak

(Promis)

De politierechter in de rechtbank Den Haag heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990

adres: [adres] .

1 De terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 23 mei 2016.

De politierechter heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. R.R. Knobbout en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. W.F. Roelink, advocaat te Hoofddorp, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging


Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1
zij op of omstreeks 23 september 2015 te Gouda tezamen en in vereniging
met (een) ander(en), althans alleen, (een) wapen(s) als bedoeld in artikel 2,
eerste lid, categorie I onder 7° van de Wet wapens en munitie, zijnde (een)
voorwerp(en) vermeld op lijst a van de bij de Regeling wapens en munitie
behorende bijlage I, te weten een door de Minister van Justitie aangewezen
voorwerp dat zodanig op een wapen gelijkt dat het voor bedreiging of
afdreiging geschikt is, namelijk:
- 20, althans een of meer, veerdruk pisto(o)l(en) (merk: ES, model: ES-
2011K) en/of
- 20, althans een of meer, veerdruk pisto(o)l(en) (merk: C&L, model:
HY.729B) en/of
- 20, althans een of meer, veerdruk pisto(o)l(en) (merk: ES, model: ES-M23)
en/of
- 22, althans een of meer, veerdruk pisto(o)l(en) (merk: Fei Xiang, model:
MP 800), voorhanden heeft gehad;
De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden,
voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven,
geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;
( art 13 lid 1 Wet wapens en munitie )

2
zij op of omstreeks 23 september 2015 te Gouda, toen de aldaar
dienstdoende [aangever 1] (hoofdagent van politie Eenheid Den Haag)
en/of [aangever 2] (hoofdagent van politie Eenheid Den Haag) ter
inbeslagname (van diverse wapens) de attractie/kraam van verdachte
wilde(n) betreden, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde
opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van
haar/hun bediening, door opzettelijk gewelddadig te duwen en/of te
schoppen en/of te trappen, althans trappende bewegingen te maken en/of
met kracht zwaaiende bewegingen te maken naar/tegen bovengenoemde
opsporingsambtena(a)r(en);
( art 180 Wetboek van Strafrecht )

3
zij op of omstreeks 23 september 2015 te Gouda opzettelijk beledigend (een)
ambtena(a)r(en), te weten [aangever 1] (hoofdagent van politie
Eenheid Den Haag) en/of [aangever 2] (hoofdagent van politie Eenheid Den
Haag), gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van
haar/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid mondeling (in het
openbaar) heeft toegevoegd de woorden "kankerlijer" en/of "kankerhoer",
althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
( art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 267 ahf/sub 2 Wetboek van
Strafrecht )

Bewijsoverwegingen

2.1.

Inleiding

Op 23 september 2015 kwam bij de politiemeldkamer van de politie Eenheid Den Haag een melding binnen dat er nepvuurwapens te winnen waren op de kermis te Gouda. Ter plaatse zagen verbalisanten bij een kermisattractie een grote hoeveelheid nepvuurwapens liggen. Na overleg met de taakaccenthouder Wet wapens en munitie wilden zij die wapens in beslag nemen. De kermisexploitant, [verdachte] , belde daarop haar baas. Een van de verbalisanten kreeg een man aan de telefoon die zei dat hij [betrokkene] was en de baas was van de kermisattractie. [betrokkene] zei dat de wapens legaal waren en dat de politie ze niet mee mocht nemen. Nadat verdachte haar telefoon had teruggekregen hoorde een van de verbalisanten [betrokkene] tegen verdachte zeggen dat ze niets mee mocht geven. Verdachte heeft zich verzet tegen de inbeslagname van de nepvuurwapens en heeft daarbij de verbalisanten beledigd.

Over deze feiten en omstandigheden, waarvan onderdelen in de tenlastelegging zijn terug te vinden, heeft ter terechtzitting geen discussie plaatsgevonden. De politierechter is van oordeel dat deze feiten als vaststaand kunnen worden aangemerkt en dat de tenlastelegging in zoverre wettig en overtuigend kan worden bewezen. De politierechter grondt dat oordeel op de redengevende inhoud van de bewijsmiddelen waarnaar in de voetnoten is verwezen.

2.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten.

2.3.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de in beslaggenomen imitatievuurwapens weliswaar een sprekende gelijkenis vertonen met echte vuurwapens, doch dat het bezit daarvan niet strafbaar is omdat het speelgoed betreft in de zin van de Speelgoedrichtlijn. De CE markering op de verpakking geeft dat aan. Op grond hiervan wordt vrijspraak bepleit voor feit 1. Voor wat betreft de feiten 2. en 3. betwijfelt de raadsman of de verbalisanten in de rechtmatige uitoefening van hun bediening waren nu zij “legale imitatiewapens” in beslag wilden nemen.

2.4.

Beoordeling van de tenlastelegging.1

Op 23 september 2015 kwam bij de politiemeldkamer van de politie Eenheid Den Haag een melding binnen dat er nepvuurwapens te winnen waren op de kermis te Gouda. Ter plaatse zagen verbalisanten bij een kermisattractie een grote hoeveelheid nepvuurwapens liggen. Na overleg met de taakaccenthouder Wet wapens en munitie wilden zij die wapens in beslag nemen. De kermisexploitant, verdachte [verdachte] , belde daarop haar baas. Een van de verbalisanten kreeg een man aan de telefoon die zei dat hij [betrokkene] was en de baas was van de kermisattractie. [betrokkene] zei dat de wapens legaal waren en dat de politie ze niet mee mocht nemen. Nadat verdachte haar telefoon had teruggekregen hoorde een van de verbalisanten [betrokkene] tegen verdachte zeggen dat ze niets mee mocht geven.

Verbalisant [aangever 2] , hoofdagent van politie Eenheid Den Haag, vertelde verdachte dat zij de attractie in zou gaan om de wapens in beslag te nemen. Zij hoorde de dame zeggen dat dat niet ging gebeuren. Zij zag dat verdachte voor haar ging staan, waardoor verbalisant niet de attractie in kon lopen. Verbalisant heeft verdachte gezegd aan de kant te gaan, maar verdachte bleef staan. Verbalisant duwde verdachte iets opzij, waarop zij voelde dat verdachte tegenwerkte. Verbalisant zag dat verdachte op haar af liep en voelde dat zij haar opzij probeerde te duwen. Verdachte trok aan de hand van verbalisant.

[aangever 1] , hoofdagent van politie Eenheid Den Haag, probeerde verdachte daarop bij haar beide armen vast te pakken, waarop verdachte wild heen en weer begon te slaan en te schoppen. Verbalisant zag dat [aangever 1] verdachte nog bij één arm vasthield en zag de andere arm door de lucht zwaaien en zwaaiende bewegingen maakte in de richting van [aangever 1] . Zij zag dat verdachte een trappende beweging in haar richting maakte. Terwijl [aangever 1] probeerde om verdachte vast te houden, bewoog verdachte zich steeds heftiger heen en weer. Uiteindelijk moest verdachte naar de grond gebracht worden om haar onder controle te krijgen. Verbalisant hoor de verdachte tijdens de aanhouding schreeuwen, onder andere “kankerhoer”.2

[aangever 1] heeft gehoord dat verdachte tijdens de aanhouding luidkeels “kankerlijer” en “kankerhoer laat me los” heeft geroepen.3

Verdachte heeft ter terechtzitting de hiervoor beschreven feitelijke gang van zaken bevestigd.4

De volgende imitatie vuurwapens zijn onder verdachte in beslag genomen:

  1. 2 stuks Mp 900b, 6 mm, merk Fei Xiang

  2. 0 stuks Mp 800b, 6 mm, merk Fei Xiang

  3. 20 stuks ES-2011k, 6 mm

  4. 20 stuks ES-M23, 6 mm

  5. 20 stuks Hy 729b, 6mm merk Huan yu toys.5

De in beslag genomen imitatie vuurwapens zijn door materiedeskundige Groen, beschreven en beoordeeld:

  1. 20 stuks veerdrukpistolen van het merk C&L, model HY 729B. Het voorwerp vertoont een sprekende gelijkenis met een echt vuurwapen, namelijk een pistool Beretta, model 96 (compact). Op de verpakking staat onder meer de tekst ”Not for children under 18 years”, een verbodsbord met daarin de afbeelding van een gezicht en 0 – 18 en de letters CE. Materiedeskundige Groen is van mening dat de imitatiewapens geen speelgoed zijn in de zin van de Speelgoedrichtlijn;

  2. 2 stuks veerdrukpistolen van het merk Fei Xiang, model MP 800. Het voorwerp vertoont een sprekende gelijkenis met een echt vuurwapen, namelijk een pistool Beretta, model 90-Two. Op de verpakking staat onder meer de tekst ”Not for children under 18 years”, een verbodsbord met daarin de afbeelding van een gezicht en 0 – 18 en de letters CE. Materiedeskundige Groen is van mening dat de imitatiewapens geen speelgoed zijn in de zin van de Speelgoedrichtlijn.

  3. 20 veerdrukpistolen van het merk ES, model ES-M23. Het voorwerp vertoont een sprekende gelijkenis met een echt vuurwapen, namelijk een pistool Heckler en Koch, model P 10. Op de verpakking staat onder meer de tekst “Nicht für Kinder unter 36 Monaten geeignet” Kleinteile, Lösbar, Verschlukbar, Erstickungsgefahr!”, een verbodsbord met daarin een hoofd en de cijfers 0 – 3 en de letters CE. Materiedeskundige Groen is van mening dat de imitatiewapens wel speelgoed zijn in de zin van artikel 2, eerste lid van de Speelgoedrichtlijn, doch dat dit speelgoed niet voldoet aan de in bijlage II bij de Speelgoedrichtlijn vereiste Bijzondere Veiligheidseisen, waardoor het wapens zijn in de zin van artikel 2, eerste lid, categorie I onder 7 van de Wet wapens en munitie

  4. 20 stuks veerdrukpistolen van het merk ES, model ES-2011K. Het voorwerp vertoont een sprekende gelijkenis met een echt vuurwapen, namelijk pistool Colt, model Double Eagle. Op de verpakking staat de tekst “Kein Spielzeug! Nicht für Personen unter 14 Jahren!” en de letters CE. Materiedeskundige Groen is van mening dat de imitatiewapens geen speelgoed zijn in de zin van de Speelgoedrichtlijn.

2.5.

De Speelgoedrichtlijn

De politierechter acht het van belang eerst een kort overzicht te geven van het toepasselijke wettelijke kader:

a. Artikel 2 van de Wet wapens en munitie luidt – voor zover hier van belang – als volgt:

1 Wapens in de zin van deze wet zijn de hieronder vermelde of overeenkomstig dit artikellid aangewezen voorwerpen, onderverdeeld in de volgende categorieën.

…..

Categorie I

……

7°. andere door Onze Minister aangewezen voorwerpen die een ernstige bedreiging van personen kunnen vormen of die zodanig op een wapen gelijken, dat zij voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn.

Artikel 3 van de Regeling wapens en munitie luidt – voor zover hier van belang – als volgt:

Als voorwerpen van categorie I, onder 7°, die een ernstige bedreiging van personen kunnen vormen of die zodanig op een wapen gelijken dat zij voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn, worden aangewezen:

a. voorwerpen die voor wat betreft hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens of met voor ontploffing bestemde voorwerpen, met uitzondering van speelgoedvoorwerpen als bedoeld in de Richtlijn 2009/48/EG;

………

Artikel 13 van de Wet wapens en munitie luidt – voor zover hier van belang – als volgt:

1 Het is verboden een wapen van categorie I te vervaardigen, te transformeren, voor derden te herstellen, over te dragen, voorhanden te hebben, te dragen, te vervoeren, te doen binnenkomen of te doen uitgaan.

Toegespitst op het onderhavige geval blijkt uit deze opsomming dat de wet het voorhanden hebben van door de Minister aangewezen voorwerpen die een ernstige bedreiging van personen kunnen vormen of die zodanig op een wapen gelijken dat zij voor afdreiging geschikt zijn, verbiedt. Bij artikel 3 van de Regeling wapens en munitie zijn die voorwerpen aangewezen, namelijk voorwerpen die sprekend lijken op “echte” vuurwapens, met uitzondering van speelgoedvoorwerpen als bedoeld in de Speelgoedrichtlijn.

De politierechter gaat er met de officier van justitie en de verdediging vanuit dat de in beslag genomen voorwerpen imitatiewapens zijn die een sprekende gelijkenis vertonen met “echte” vuurwapens. De vraag is derhalve of het speelgoedvoorwerpen als bedoeld in de Speelgoedrichtlijn betreft.

De Speelgoedrichtlijn geeft in artikel 2 haar toepassingsgebied:

1. Deze richtlijn is van toepassing op producten die, al dan niet uitsluitend, ontworpen of bestemd zijn om door kinderen jonger dan 14 jaar bij het spelen te worden gebruikt (hierna „speelgoed” genoemd).

De in bijlage I vermelde producten worden niet als speelgoed in de zin van deze richtlijn beschouwd.

Bijlage 1 bij de Speelgoedrichtlijn luidt – voor zo ver van belang - als volgt:

Lijst van producten die, met name, niet als speelgoed in de zin van deze richtlijn worden beschouwd

(als bedoeld in artikel 2, lid 1)

…….

2. Producten voor verzamelaars, mits op het product of de verpakking ervan zichtbaar en leesbaar is aangegeven dat het bestemd is voor verzamelaars van 14 jaar en ouder. Voorbeelden van deze categorie zijn:

…….

e) imitaties van echte vuurwapens.

Artikel 1 van de Speelgoedrichtlijn bevat een aantal criteria aan de hand waarvan kan worden uitgemaakt of een product al dan niet binnen het toepassingsgebied van de richtlijn valt. Van belang in deze zaak is het criterium dat het product “ontworpen of bestemd is om door kinderen jonger van 14 bij het spelen te worden gebruikt”

Uit de beschrijving door verbalisant Groen van 20 stuks veerdrukpistolen van het merk C&L, model HY 729B, 22 stuks veerdrukpistolen van het merk Fei Xiang, model MP 800 en 20 stuks veerdrukpistolen van het merk ES, model ES-2011K blijkt uit opdrukken op de verpakkingen van deze imitatievuurwapens dat deze niet bestemd zijn om te worden gebruikt door kinderen jonger dan 14 jaar.

De verpakkingen zijn wel voorzien van een CE-markering. De vraag is of die markering bepalend is voor de vraag of een product onder de werking van de Speelgoedrichtlijn valt.

Artikel 16 van de Speelgoedrichtlijn bepaalt dat speelgoed dat op de markt wordt gebracht voorzien is van een CE-markering.

Artikel 3 van de Speelgoedrichtlijn bepaalt dat onder een CE-markering moet worden verstaan:

16. „CE-markering”: een markering waarmee de fabrikant aangeeft dat het speelgoed in overeenstemming is met alle toepasselijke eisen van de communautaire harmonisatiewetgeving die in het aanbrengen ervan voorziet;

Uit artikel 16, noch uit artikel 3, aanhef en sub 16 van de Speelgoedrichtlijn valt naar het oordeel van de politierechter af te leiden dat een product door een CE-markering onder de werking van die Richtlijn komt te vallen. Er blijkt wel uit dat speelgoed een CE-markering moet hebben, er blijkt niet uit dat een product met een CE-markering speelgoed is.

Een en ander leidt tot het oordeel dat de in beslag genomen voorwerpen, te weten 20 stuks veerdrukpistolen van het merk C&L, model HY 729B, 22 stuks veerdrukpistolen van het merk Fei Xiang, model MP 800 en 20 stuks veerdrukpistolen van het merk ES, model ES-2011K geen speelgoedvoorwerpen zijn in de zin van de Speelgoedrichtlijn. Nu vaststaat dat het wel voorwerpen die voor wat betreft hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens en als zodanig zijn aangewezen als voorwerpen die een ernstige bedreiging van personen kunnen vormen, is het voorhanden hebben daarvan verboden en strafbaar gesteld bij de Wet wapens en munitie.

Ten aanzien van de in beslaggenomen 20 veerdrukpistolen van het merk ES, model ES-M23, overweegt de politierechter dat uit de verpakking blijkt dat deze niet geschikt zijn voor kinderen tussen de 0 en 3 jaar. Materiedeskundige Groen relateert dat in de verpakking van het product in een klein plastic zakje ronde kunststof pellets zitten die door kinderen kunnen worden ingeslikt of in neus en oren kunnen worden gestopt. Het plastic zakje kan voor obstructie zorgen van de luchtstroom naar mond in keelholte. Dit is in strijd met de geldende Bijzondere veiligheidseisen als gesteld in bijlage II bij de Speelgoedrichtlijn, aldus Groen.

De politierechter overweegt dienaangaande als volgt.

Bijlage II bij de Speelgoedrichtlijn stelt bijzondere veiligheidseisen aan speelgoed. Paragraaf I handelt over fysische en mechanische eigenschappen. Artikel 4 luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

4. a) Speelgoed en onderdelen daarvan leveren geen risico van verwurging op.

b) Speelgoed en onderdelen daarvan mogen geen enkel risico van verstikking opleveren door afsluiting van de luchtstroom als gevolg van externe obstructie van de mond en neus.

c) De afmetingen van speelgoed en onderdelen daarvan moeten zodanig zijn dat zij geen enkel risico van verstikking opleveren door afsluiting van de luchtstroom als gevolg van obstructie door voorwerpen die in de mond of keelholte of bij de ingang van de lagere luchtwegen klem zitten.

d) Speelgoed dat kennelijk bestemd is voor gebruik door kinderen jonger dan 36 maanden, alsook de onderdelen en afneembare delen daarvan, zijn groot genoeg om niet te kunnen worden ingeslikt of ingeademd. Dit geldt ook voor ander speelgoed dat bestemd is om in de mond te worden gestopt, alsook voor de onderdelen en afneembare delen daarvan.

De vraag is of materiedeskundige Groen voldoende deskundig is om te oordelen over de vraag of een bepaald speelgoed voldoet aan bepaalde veiligheidseisen. De CE-markering geeft aan dat een speelgoed aan de daaraan te stellen eisen voldoet. Bovendien, geven de Richtsnoeren voor de toepassing van Richtlijn 2009/48/EG betreffende de veiligheid van Speelgoed6 als toelichting op het desbetreffende artikel:

“Voor kleine balletjes, knikkers en soortgelijke voorwerpen worden waarschuwingen momenteel als voldoende beschouwd om het gevaar tot een minimum te beperken indien het speelgoed bestemd is voor kinderen ouder dan 3 jaar. Voor ballonnen dient de waarschuwing te wijzen op het gevaar voor kinderen jonger dan 8 jaar. “

De politierechter concludeert dat onvoldoende vaststaat dat het imitatiewapen niet voldoet aan de gestelde bijzondere veiligheidseisen en dat het daardoor niet onder het toepassingsbereik van de Speelgoedrichtlijn valt.

Op grond van het vorengaande moet worden vastgesteld dat de imitatiewapens niet bestemd zijn voor kinderen onder de leeftijd van drie jaar en dat niet blijkt dat ze niet zijn bestemd voor kinderen onder de leeftijd van 14 jaar. Van andere geldende uitzonderingen is niet gebleken. Dat betekent dat de in beslag genomen 20 veerdrukpistolen van het merk ES, model ES-M23 speelgoedvoorwerpen zijn als bedoeld in de Speelgoedrichtlijn, waarvan het voorhanden hebben niet is verboden. Verdachte zal in zoverre worden vrijgesproken.

2.6.

De rechtmatige uitoefening

De raadsman heeft de vraag opgeworpen of de verbalisanten in de rechtmatige uitoefening van hun bediening waren toen zij, terwijl zij de goederen in beslag wilden nemen, door verdachte werden tegengewerkt en beledigd.

Los van de vraag of dit verweer is op te vatten als een uitdrukkelijk voorgedragen verweer als bedoeld in artikel 358 Wetboek van Strafvordering, is de politierechter van oordeel dat de verbalisanten, nadat zij zich ervan hadden vergewist dat het verboden imitatiewapens betrof, op grond van artikel 94 Wetboek van Strafvordering bevoegd waren tot inbeslagneming van de imitatiewapens, waarvan zij er op dat moment vanuit mochten gaan dat die vatbaar waren voor onttrekking aan het verkeer.

3 De bewezenverklaring

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - heeft de politierechter de overtuiging bekomen dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

1

zij op 23 september 2015 te Gouda, wapens als bedoeld in artikel 2, eerste lid, categorie I onder 7° van de Wet wapens en munitie, zijnde een door de Minister van Justitie aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen gelijkt dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is, namelijk:

- 20 veerdruk pistolen (merk: ES, model: ES-2011K) en

- 20 veerdruk pistolen (merk: C&L, model: HY.729B) en

- 22 veerdruk pistolen (merk: Fei Xiang, model: MP 800),

voorhanden heeft gehad;

2

zij op 23 september 2015 te Gouda, toen de aldaar dienstdoende [aangever 1] hoofdagent van politie Eenheid Den Haag) en [aangever 2] (hoofdagent van politie Eenheid Den Haag) ter inbeslagname van diverse wapens de attractie van verdachte wilden betreden, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, door opzettelijk gewelddadig trappende bewegingen te maken en met kracht zwaaiende bewegingen te maken naar bovengenoemde opsporingsambtenaren;

3

zij op 23 september 2015 te Gouda opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [aangever 1] (hoofdagent van politie Eenheid Den Haag) en [aangever 2] (hoofdagent van politie Eenheid Den Haag), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in dier tegenwoordigheid mondeling in het openbaar heeft toegevoegd de woorden "kankerlijer" en "kankerhoer".

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

1 Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

2 Wederspannigheid

3. Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat er evenmin feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. R.R. Knobbout heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten en veroordeling tot een taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, waarvan 30 uren, subsidiair 15 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft de officier van justitie onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen goederen gevorderd.

6.2

Het standpunt van de verdediging

Namens verdachte is aangevoerd dat de zaak voor haar van groot belang is omdat zij in geval van een veroordeling niet meer in aanmerking komt voor een VOG. Daarnaast heeft verdachte spijt van haar gedrag tijdens de inbeslagneming.

6.3

Het oordeel van de politierechter

Na te melden straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De politierechter neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Het voorhanden hebben van imitatievuurwapens die niet onder de Speelgoedrichtlijn vallen is een ernstig strafbaar feit. Imitatievuurwapens zijn in zijn algemeenheid geschikt voor bedreiging van personen of voor afdreiging. Ook wederspannigheid en belediging van politieambtenaren zijn op zich ernstige strafbare feiten.

De politierechter gaat er evenwel van uit dat verdachte meende dat zij deze imitatiewapens voorhanden mocht hebben; er heerst omtrent dit onderwerp veel verwarring. Zij had nog met haar baas overlegd en die had haar opgedragen de imitatiewapens niet mee te geven. De politierechter begrijpt dat verdachte zich daardoor in een moeilijke positie geplaatst voelde: enerzijds de opdracht van de baas, anderzijds de verbalisanten die de goederen in beslag wilden nemen. Zij had vanzelfsprekend zonder enig verzet de spullen moeten overhandigen en zich niet moeten verzetten tegen de inbeslagneming. Ook had zij de agenten niet mogen beledigen. De politierechter houdt rekening met deze omstandigheden en zal een deels voorwaardelijke geldboete opleggen om verdachte ervan te doordringen dat zij politieambtenaren ongehinderd hun werk moet laten doen en geweld en belediging onder geen enkele omstandigheid toelaatbaar zijn.

Bij de vaststelling van de vermogensstraf heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

7 Inbeslaggenomen voorwerpen.

De politierechter zal de op de beslaglijst onder 1, 2, 3 en 5 genummerde voorwerpen onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien met betrekking tot deze voorwerpen het onder 1 bewezenverklaarde feit is begaan en deze van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met de wet.

Nu het belang van de strafvordering zich daartegen niet verzet, zal de politierechter de teruggave aan rechthebbende gelasten van de op de beslaglijst onder 4 genummerde voorwerpen (20 veerdrukpistolen van het merk ES, model ES-M23).

De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:

- 14 a, 14b, 14c, 23, 24a, 24c, 36b, 36c, 36d, 57, 180, 266, 267 van het Wetboek van Strafrecht;

- 13, 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

De beslissing

De politierechter:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

1. Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

2 Wederspannigheid

3. Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een geldboete van € 900,- (NEGENHONDERD EURO)

bepaalt dat de geldboete bij gebreke van betaling en verhaal zal worden vervangen

door hechtenis voor de tijd van 18 dagen;

bepaalt dat een gedeelte van die geldboete, groot € 450,- (VIERHONDERDENVIJFTIG EURO), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 9 dagen, niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het eind van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

verklaart onttrokken aan het verkeer de op de beslaglijst onder 1, 2, 3 en 5 genummerde voorwerpen;

gelast de teruggave aan rechthebbende van de op de beslaglijst onder 4 genummerde voorwerpen (20 veerdrukpistolen van het merk ES, model ES-M23).

Dit vonnis is gewezen door

mr. Van Seventer, politierechter,

in tegenwoordigheid van mr. Van Schouwen, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de politierechter in deze rechtbank van 6 juni 2016.

1 1. Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2015280375, van de politie Eenheid Den Haag, doorgenummerd, pagina 1 - 68; 2. Wanneer hierna wordt verwezen naar de Speelgoedrichtlijn wordt bedoeld de Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de veiligheid van speelgoed;

2 Proces verbaal van bevindingen blz 5 e.v.

3 Proces-verbaal van bevindingen blz 8 e.v.

4 Proces-verbaal terechtzitting

5 Kennisgeving van inbeslagneming blz. 12 e.v.

6 In: Richtlijn 2009/48/EG betreffende de veiligheid van Speelgoed, Een toelichtend oriëntatiedocument, Rev. 1.7 datum: 13 december 2013, Europese Commissie, Directoraat-Generaal Ondernemingen en Industrie, blz 90 e.v.