Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:7079

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
06-07-2016
Datum publicatie
11-08-2016
Zaaknummer
4823132 RL EXPL 16-4499
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst tot levering van een haarwerk voor minderjarige dochter met haarziekte. Beroep op dwaling van de moeder slaagt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/2376
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats ’s-Gravenhage

FJ

Rolnr.: 4823132 RL EXPL 16-4499

6 juli 2016

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EchtHaar Kliniek B.V.,
woonplaats kiezende te Tilburg,
eisende partij,
gemachtigde: H.E.P.C. van Bladel-Hagen,

tegen

1 [gedaagde sub 1] ,

2. [gedaagde sub 2] ,

wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. B. Krijnen.

Partijen worden verder aangeduid als “EHK”, “ [gedaagde sub 1] ” en “ [gedaagde sub 2] ” dan wel (gedaagden gezamenlijk) als “de ouders.”

1 Procedure

1.1

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

  • -

    de dagvaarding van 4 februari 2016;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    de in het geding gebrachte producties.

1.2

Op 18 mei 2016 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden, waarbij zijn verschenen mevrouw [W] (hierna: [W] ) namens EHK, bijgestaan door mevrouw Van Bladel, en [gedaagde sub 2] in persoon, bijgestaan door mr. Krijnen. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt, die zich in het griffiedossier bevinden.

1.3

Vervolgens is de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2 Feiten

2.1

EHK is een bedrijf dat haarwerken levert aan mensen die kampen met kaalheid en haaruitval.

2.2

Maaike, de dochter van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] , lijdt aan de auto-immuunziekte “Alopecia Areata”. Door deze ziekte krijgt zij op wisselende plaatsen kale plekken op haar hoofd.

2.3

Op 21 augustus 2015 zou Maaike starten in de brugklas van de middelbare school. Omdat Maaike zich in dat verband zorgen maakte over de kale plekken op haar hoofd, hebben de ouders telefonisch een afspraak gemaakt met de heer [B] van EHK voor een vrijblijvend consult op 26 mei 2015 om zich te oriënteren op de mogelijkheden van een haarwerk voor Maaike. Desgevraagd hebben de ouders in dat telefoongesprek te kennen gegeven dat Maaike verzekerd is bij OHRA, met een uitgebreide polis. Daarop heeft de heer [B] verklaard dat de vergoeding van OHRA voor een haarwerk ongeveer € 1.475,- zou bedragen.

2.4

Uit de bevestiging die EHK van deze afspraak heeft gestuurd, blijkt dat in geval van annuleren van de afspraak binnen twee werkdagen vóór de datum van de afspraak € 150,- in rekening wordt gebracht. Hieruit hebben de ouders afgeleid dat zij dit bedrag mogelijk ook zouden moeten betalen als zij zouden besluiten om geen haarwerk aan te schaffen. Om die reden, en omdat het op dat moment beter ging met het haar van Maaike, hebben de ouders de afspraak afgezegd.

2.5

Omdat in juni 2015 de situatie van Maaike verslechterde, heeft [gedaagde sub 2] opnieuw een afspraak met EHK gemaakt voor een consult, ditmaal op 10 juni 2015, met [W] . Telefonisch heeft [gedaagde sub 2] er op aangedrongen dat de afspraak vrijblijvend zou zijn en er niet direct een besluit genomen zou hoeven worden. Dit is van de zijde van EHK telefonisch bevestigd.

2.6

Voorafgaand aan het consult werd de ouders de brochure van EHK toegezonden. In de brochure staat onder meer het volgende:

“(…) Soms komt het (…) voor dat het haar onverwacht en binnen zeer korte tijd uitvalt. Dan kan het gewenst zijn om direct nieuw haar te krijgen. Voor zulke omstandigheden houden wij altijd een voorraad aan van kant-en-klare haarreconstructies. (…) Sinds de invoering van de basisverzekering wordt door de meeste verzekeraars een vergoeding van uw haar toegekend van € 414,50 (op basis van een medische indicatie). Indien u ook een aanvullende verzekering hebt, kunt u ook nog in aanmerking komen voor een extra vergoeding. Deze bedragen zijn per verzekeraar verschillend en kunt u terugvinden in de verzekeringsvoorwaarden onder “aanvullingen/hulpmiddelen”. (…)”

2.7

Op de website van EHK staat voor zover van belang de volgende informatie over de vergoeding door de zorgverzekeraars:

“(…)Sinds de invoering van de basisverzekering wordt door de meeste verzekeraars een vergoeding van uw haarreconstructie, haarwerk, haaraanvulling, haarvervanging of pruik toegekend. In 2016 is de basisvergoeding verhoogd naar € 418,50. U heeft dus altijd recht op deze basisvergoeding ook al heeft u geen aanvullende verzekering. Indien u ook een aanvullende verzekering heeft, kunt u in aanmerking komen voor een extra vergoeding. Deze aanvullende vergoedingen kunnen per zorgverzekeraar behoorlijk verschillen. U kunt de vergoedingen voor haarwerken terugvinden in de verzekeringsvoorwaarden onder ‘aanvullingen / hulpmiddelen’.(…)”

2.8

Op de website van EHK is eveneens een rekenmodule beschikbaar aan de hand waarvan de mogelijke vergoeding van de zorgverzekeraar voor het haarwerk berekend kan worden. Ook is een Top 10 van de meest vergoedende zorgverzekeraars opgenomen. OHRA staat in deze Top 10 op de vierde plaats met een vergoeding van € 1418,50 in vier uitgebreide polissen.

2.9

Tijdens het consult op 10 juni 2015 met [W] heeft [gedaagde sub 2] een overeenkomst met EHK voor de levering van een haarreconstructie ten behoeve van Maaike voor een bedrag van € 3.995,- ondertekend. Op de overeenkomst zijn van toepassing de Algemene leverings- en betalingsvoorwaarden (hierna: AV) van EHK.

2.10

Op 11 juni 2015 om 01:00 uur heeft [gedaagde sub 2] per e-mail aan EHK bericht dat zij de opdracht voor dat moment “on-hold” wil zetten omdat zij het gevoel heeft dat zij de beslissing te snel heeft moeten nemen dan wel heeft genomen.

2.11

In de ochtend van 11 juni 2015 hebben partijen een telefoongesprek gevoerd waarin de heer [B] namens EHK heeft verklaard dat EHK de ouders aan de overeenkomst wil houden.

2.12

Vervolgens hebben de ouders per e-mail van 11 juni 2015 om 12:26 uur aan EHK bericht dat zij - voor zover nodig - de overeenkomst vernietigen op grond van dwaling en/of misleiding en wegens oneerlijke/agressieve handelspraktijken.

3 Vordering, grondslag en verweer

3.1

EHK vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de ouders veroordeelt tot betaling van € 4.519,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.995,- vanaf 18 juni 2015 tot de dag van algehele voldoening, met veroordeling van de ouders in de kosten van deze procedure.

3.2

EHK legt aan deze vordering, naast de vaststaande feiten, ten grondslag dat de ouders in gebreke zijn gebleven met betaling van de hoofdsom ad € 3.995,- en aldus ten opzichte van EHK zijn tekortgeschoten in de nakoming van hun verplichtingen uit de overeenkomst. EHK vordert de hoofdsom van € 3.995,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de ouders in verzuim zijn geraakt. Daarnaast vordert EHK vergoeding van de door haar gemaakte buitengerechtelijke kosten die zij stelt op een bedrag van € 524,50.

3.3

De ouders voeren gemotiveerd verweer, waarop hierna – voor zover van belang – zal worden ingegaan en concluderen tot afwijzing van de vordering.

4 Beoordeling

4.1

Beoordeeld dient te worden of de ouders gehouden zijn om de vordering van EHK te voldoen.

Overeenkomst tussen partijen?

4.2

De ouders hebben allereerst tot hun verweer aangevoerd dat geen overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. De prestatie of de kern van de overeenkomst is beschreven in het “behandelplan” opgesteld door [W] . Ten tijde van de ondertekening stond de inhoud van de overeenkomst nog niet vast. EHK schrijft zelf in haar brief van

12 juni 2015, overgelegd als productie 5 bij de dagvaarding, dat het behandelplan “indicatief” is en dient als briefing voor de (echte) haarspecialist die in een latere fase aan de opdracht zal werken. De inhoud kan nog wijzigen aan de hand van de situatie en dus ook nog resulteren in een ander product. EHK stelt zich aldus op het standpunt dat de door haar te leveren prestatie nog nader ingevuld kan worden terwijl de door de ouders te betalen prijs al vast staat. EHK verschaft zich daarmee een blanco cheque en ontneemt de ouders de mogelijkheid van een eerlijke onderhandeling over een ander product. Nu geen overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen, kan ook geen nakoming worden gevorderd door EHK.

4.3

EHK heeft beaamd dat de overeenkomst inhoudt dat de haarspecialist naderhand kan afwijken van wat aanvankelijk in het behandelplan is opgenomen maar het verweer van de ouders voor het overige weersproken.

4.4

Dit verweer van de ouders slaagt niet. Bepalend voor de inhoud van een (schriftelijke) overeenkomst zijn alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen. Het komt aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen van de overeenkomst mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Naar het oordeel van de kantonrechter blijkt uit de overgelegde schriftelijke stukken, en hetgeen partijen tijdens de comparitie hebben verklaard, dat partijen met elkaar hebben afgesproken dat EHK vier haarstukjes voor Maaike zou leveren, en dat het type haar, de lengte, de kleur, de haardichtheid en de wijze van bevestiging van het haarwerk op het hoofd waren bepaald. De inhoud van de overeenkomst was daarmee voldoende concreet. Denkbaar is, gelet op de aard van de haarziekte van Maaike, dat op een later moment aanpassingen nodig zouden blijken en de overeenkomst bood daarvoor ruimte. De kantonrechter is van oordeel dat die ruimte zo moet worden uitgelegd dat partijen in onderling overleg nog tot nadere of afwijkende afspraken met betrekking tot de te leveren haarstukjes zouden kunnen komen. De kantonrechter concludeert dat tussen partijen op

10 juni 2015 wel een overeenkomst tot stand is gekomen. De overeenkomst van partijen is een gemengde overeenkomst waarop ingevolge artikel 7:5 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) de regels van aanneming van werk en de regels van consumentenkoop naast elkaar van toepassing zijn en waarbij in geval van strijd tussen die regels de regels van consumentenkoop prevaleren.

Dwaling/misleiding?

4.5

De ouders hebben vervolgens tot hun verweer aangevoerd dat zij hebben gedwaald door mededelingen van EHK. Zij hebben de overeenkomst reeds op 11 juni 2015 op grond van dwaling vernietigd. De ouders hebben ten eerste gedwaald met betrekking tot de vergoeding van het haarwerk door zorgverzekeraar OHRA. Zowel in de brochure als op de website wordt door EHK aangegeven dat een vergoeding wordt gegeven door OHRA van

€ 1.414,50. Tijdens het maken van de afspraak voor het eerste consult heeft de heer [B] ook uit eigen beweging melding gemaakt van deze vergoeding. [W] heeft vervolgens de mogelijkheid om deze vergoeding te krijgen bevestigd in het consult. Geen van beiden heeft een voorbehoud gemaakt, laat staan dat ze hebben gemeld dat OHRA geen overeenkomst heeft met EHK. Vergoeding door OHRA is door het ontbreken van een contract met EHK vrijwel uitgesloten en volgt pas in een concreet geval na toestemming van OHRA. De toestemming voor vergoeding van een haarstukje bij EHK wordt niet gegeven door OHRA vanwege de vele klachten over de kwaliteit van het werk van EHK. Deze informatie was bij EHK bekend, of had bij haar bekend moeten zijn, en EHK had als professionele partij die informatie behoren te delen met de ouders, vooral omdat bekend was bij EHK dat de vergoeding door de zorgverzekering een belangrijk argument was voor de ouders om de overeenkomst aan te gaan. Daar komt bij dat de ouders geen gelegenheid meer hebben gehad om de vergoeding door OHRA nader te onderzoeken omdat ze onder druk zijn gezet om direct bij het consult de overeenkomst te ondertekenen. Als de ouders op dit punt daadwerkelijk een eigen onderzoeksplicht hadden, dan had EHK hiervoor de gelegenheid moeten bieden. Dit had in het uiterste geval gekund door de overeenkomst “onder voorbehoud van de vergoeding door de zorgverzekering” te laten tekenen. Overigens geldt dat vrijwel geen enkele zorgverzekering nog een vergoeding geeft voor een haarstukje van EHK omdat EHK is geroyeerd door de brancheorganisatie voor kappers en haarspecialisten ANKO en sinds 8 oktober 2014 geen erkenning meer heeft van de SEMH (Stichting erkenningsregeling medische hulpmiddelen). De mededelingen die EHK hierover doet, zijn dus misleidend. De ouders hebben in de tweede plaats gedwaald met betrekking tot het belastingvoordeel. Van het mogelijk belastingvoordeel is pas sprake boven een (hoog) drempelbedrag, en ook van deze drempel is geen melding gemaakt door [W] tijdens het consult. Tenslotte is er gedwaald met betrekking tot de wijze van aflevering. EHK heeft de suggestie gewekt dat er vier haarstukjes geleverd zouden worden. Bij navraag is gebleken dat er slechts één haarstukje zou worden geleverd, de andere drie zouden door EHK achtergehouden worden op de kliniek. Om de betreffende haarstukjes in handen te krijgen, dienden de ouders minimaal drie aanvullende consulten te betalen van circa € 100,- per consult. De ouders waren hierover vooraf niet geïnformeerd en hoefden dergelijke extra kosten ook niet te verwachten. Als de ouders op deze drie punten door EHK juist waren geïnformeerd, hadden zij de overeenkomst niet gesloten. De overeenkomst is daarom rechtsgeldig vernietigd op grond van artikel 6:228 BW zodat een grondslag voor de vordering van EHK ontbreekt.

4.6

EHK heeft het verweer van de ouders in zoverre weersproken dat zij heeft gesteld dat slechts door EHK is gezegd dat er mogelijk een vergoeding wordt verstrekt door de zorgverzekeraar en dat het op de weg van de ouders had gelegen om daar zelf nader onderzoek naar te doen. EHK heeft echter onweersproken gelaten dat zij in juni 2015 al was geroyeerd door de ANKO en niet langer erkend werd door de SEMH en dat om die redenen de ouders geen vergoeding van OHRA zouden kunnen krijgen. Ook heeft EHK niet weersproken dat [W] in het consult niet heeft gemeld dat voor een eventueel belastingvoordeel een hoog drempelbedrag geldt. Evenmin heeft EHK weersproken dat tijdens het consult niet is verteld dat slechts één haarstukje aan de ouders zou worden geleverd terwijl de andere drie door EHK achtergehouden zouden worden op de kliniek. Tijdens de comparitie heeft [W] verklaard dat zij heeft verteld dat voor consulten betaald moest worden. Daarop heeft [gedaagde sub 2] aangevoerd dat bij haar de indruk bestond dat er betaald moest worden voor het opnieuw laten bevestigen van een haarstuk dat Maaike reeds in gebruik had. Zij wist niet dat zij (ook) zou moeten betalen voor het op maat maken (verknippen) van de drie andere haarstukken. Ten slotte heeft EHK niet weersproken dat de ouders de overeenkomst niet hadden gesloten als zij op deze drie punten juist waren geïnformeerd. Om deze redenen slaagt het beroep op dwaling van de ouders. Dat brengt met zich mee dat de overeenkomst door de ouders op 11 juni 2015 buiten rechte is vernietigd en de ouders geen betalingsverplichting jegens EHK hebben. De vordering van EHK zal daarom worden afgewezen.

4.7

Gezien het vorenstaande zal hetgeen partijen over en weer verder hebben aangevoerd, onbesproken blijven.

4.8

EHK zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De nakosten zullen als na te melden worden toegewezen.

5 Beslissing

De kantonrechter:

- wijst de vordering af;

- veroordeelt EHK in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van de ouders vastgesteld op € 400,- als het aan de gemachtigde van de ouders toekomende salaris; en veroordeelt EHK tot betaling van € 100,- aan nasalaris, voor zover de ouders daadwerkelijk nakosten zullen maken, en voorts, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, te vermeerderen met de explootkosten van betekening van het vonnis;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. F.J. Verbeek en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juli 2016.