Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:6854

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
20-06-2016
Datum publicatie
21-06-2016
Zaaknummer
C/09/509434 / KG ZA 16-489
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Aanbesteding. Ontoelaatbare aanvulling motivering gunningsbeslissing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2016/202 met annotatie van mr. T. van Wijk en mr. drs. F.J.J. Cornelissen
Module Aanbesteding 2016/325
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/509434 / KG ZA 16-489

Vonnis in kort geding van 20 juni 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MULTI-DEUR SERVICE B.V.,

gevestigd te Zeewolde,

eiseres,

advocaat mr. J. Sinnige te Amsterdam,

tegen:

DE STAAT DER NEDERLANDEN,

(ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties),

zetelend te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. D. Wolters Rückert te Den Haag,

waarin zijn tussengekomen:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MATEX DEUREN B.V.,

gevestigd te De Meern,

2. de vennootschap onder firma

[VOF X] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

advocaat mr. M.W.J. Jongmans te 's-Hertogenbosch.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als 'Multi-Deur', 'de Staat', 'Matex' en ' [VOF X] '.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, met producties;

- de incidentele conclusies tot tussenkomst, dan wel voeging;

- de brieven van de Staat van 3 juni 2016, met producties;

- de op 6 juni 2016 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door Multi-Deur en de Staat pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De incidenten tot tussenkomst, dan wel voeging

2.1.

Matex en [VOF X] hebben primair gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Multi-Deur en de Staat en subsidiair zich te mogen voegen aan de zijde van de Staat. Ter zitting hebben Multi-Deur en de Staat verklaard geen bezwaar te hebben tegen toewijzing van de incidentele vorderingen. Matex en [VOF X] zijn vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk hebben gemaakt dat zij daarbij voldoende belang hebben. Voorts is niet gebleken dat de toewijzing van de incidentele vorderingen in de weg staat aan de vereiste spoed bij dit kort geding en de goede procesorde in het algemeen.

3 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

3.1.

Het Rijksvastgoedbedrijf - een onderdeel van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties - heeft op 6 november 2015 een aanbesteding aangekondigd ter zake van de inspectie en het preventief onderhoud van bedrijfsdeuren in gebouwen die in gebruik zijn bij 'Defensie'. De met het oog daarop opgestelde Inschrijvingsleidraad van 5 november 2015 (hierna 'de Leidraad') vermeldt voor zover hier van belang:

"1 Inleiding

(…)

De aanbesteder is voornemens, door middel van een Europese openbare aanbestedingsprocedure een servicecontract te sluiten voor Inspectie en/of onderhoud aan bedrijfsdeuren verdeeld over 4 percelen. De opdracht wordt per perceel gegund aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving. Er worden maximaal 2 percelen gegund per inschrijver. Om deze reden is het slechts toegestaan op maximaal 2 percelen in te schrijven. Ik verzoek u uw voorkeur(en) te vermelden op het document ID 11.

(…)

4.1

Openbare aanbesteding

De aanbesteder volgt in deze aanbesteding de Europese openbare procedure. Op de aanbesteding is de ARW 2012 van toepassing.

(…)

4.6

Sluitingsdatum en- tijdstip voor indiening inschrijving

Uw inschrijving dient uiterlijk 21 december 2015 om 10.00 uur te zijn ingediend op tenderned. De kluis van tenderned sluit exact op genoemde datum en tijdstip. Na dit tijdstip kan niets meer in de kluis worden toegevoegd of verwijderd. U wordt geadviseerd tijdig uw inschrijving op tenderned in te dienen.

Inschrijvingen in hard-copy, per fax en/of e-mail en niet-tijdige inschrijvingen worden niet in behandeling genomen.

Het risico van te late inschrijving ligt geheel bij de inschrijver(s).

(…)

5.3

Technische bekwaamheid of beroepsbekwaamheid (2.7 ARW 2012)

5.3.1

Ervaring

Om vast te kunnen stellen of inschrijver(s) ervaring hebben met de omschreven dienstverlening, wordt een opgave van referentie(s) verwacht (ID 6). Aanbesteder heeft 1 kerncompetentie benoemd.

Inschrijver(s) dienen per kerncompetentie één referentie te overleggen. Een referentie mag, als bij een opdrachtgever meerdere kerncompetenties zijn uitgevoerd, worden gebruikt voor de kerncompetentie.

Elk van de referentie(s) moet minimaal aan volgende eisen voldoen:

- Het betreft een opdracht voor de periode 2011 tot en met 2014. Het behoeft geen raamovereenkomst te zijn. Losse opdrachten bij één opdrachtgever zijn ook toegestaan.

- De opdrachten zijn naar de aard, omvang, opzet en uitvoering vergelijkbaar met de voorliggende opdracht, met een minimale aanneemsom of gefactureerd bedrag van € 30.000,- per jaar bij een of meerdere opdrachtgevers.

- Inschrijver(s) is in staat aan te tonen dat de opdracht is uitgevoerd conform de in de opdracht omschreven prestatie en de referentie is verifieerbaar bij de opdrachtgever.

- U dient de kerncompetentie aan te tonen met 1 of meerdere referentie(s).

- De model referentie(s) ID 6 dient voor inschrijvingsdatum te zijn ondertekend.

Kerncompetentie 1

Kennis van en ervaring met het inspecteren en preventief onderhouden van bedrijfsdeuren. Deze referentie dient ten minste te voldoen aan het eerdergenoemde en het volgende:

- Voor het inspecteren en preventief onderhouden van bedrijfsdeuren is een service overeenkomst afgesloten voor meerdere, ten minste 1000, bedrijfsdeuren, die geografisch verspreid zijn over tenminste 5 locaties. Genoemd aantal locaties binnen een provincie of gemeente of regio volstaat;

- Er vindt reguliere rapportage plaats richting opdrachtgever.

Bewijs:

Ten bewijze hiervan dient de economisch meest voordelige inschrijvers na de aanbesteding op schriftelijke aanvraag binnen 7 kalenderdagen opdrachtomschrijvingen en tevredenheidverklaringen van de opdrachtgevers inzake de goede uitvoering te overleggen.

(…)

Vaststellen economisch meest voordelige inschrijving

Van elke inschrijving zal aan de hand van bijgevoegd modelweging ID 7 een totaaloverzicht gemaakt worden t.b.v. het vaststellen van de economisch meest voordelige inschrijver.

De evaluatieprijs van de serviceovereenkomst vormt het beoordelingsbedrag van de aanbieder. De inschrijving met het laagste evaluatiebedrag is de economisch meest voordelige inschrijving."

3.2.

Multi-Deur heeft tijdig ingeschreven op de percelen II en IV.

3.3.

Het "proces-verbaal van Opening" d.d. 11 januari 2016 luidt als volgt:

"Op maandag 21 december 2015 vond de opening van de kluis, en daarmee de aanbesteding, inzake de Europese aanbesteding volgens openbare procedure betreffende de aanbesteding: "Inspectie en/of onderhoud aan bedrijfsdeuren" met projectnummer [nummer] plaats.

De aanbesteding is verdeeld in vier percelen:

Perceel 1 Regio [1]

Perceel 2 Regio [2]

Perceel 3 Regio [3]

Perceel 4 Regio [4]

Inschrijvingen zijn ontvangen van onderstaande partijen:

Alsta B.V.

ASSA ABLOY Entrance Systems Netherlands B.V.

[VOF X]

Multi-Deur Service B.V.

Verloo B.V.

Op 30 december 2015 is een verklaring van Tenderned ontvangen waarin is aangeven dat door hun toedoen, storing van dat account, Matex Deuren B.V . niet op tijd zijn inschrijving in de kluis kon uploaden. Door deze verklaring heeft aanbesteder de inschrijving van Matex Deuren B.V, in behandeling genomen.

De beoordeling van de inschrijvingen is uitgevoerd volgens de systematiek gunnen op waarde. De beoordeling heeft geleid tot de economisch meest voordelige inschrijving. De beoordeling van het kwalitatieve gedeelte is uitgevoerd door een beoordelingsteam bestaande uit drie materiedeskundigen. De beoordeling van het kwantitatieve gedeelte is uitgevoerd door de verwerver.

Tussen 21 december 2015 en 24 december 2015 en tussen 30 december 2015 en 6 januari 2016 heeft de beoordeling van het kwalitatieve gedeelte plaatsgevonden door het beoordelingsteam. Het beoordelingsteam was unaniem in zijn beslissing.

De Inschrijvingen zijn vervolgens beoordeeld op volledigheid. Vervolgens heeft op 24 december 2015 en 7 januari 2016 de kwantitatieve beoordeling plaatsgevonden, waarbij de economische meest voordelige inschrijving aan de hand van de laagste evaluatieprijs is vastgesteld.

Bijgevoegd treft u aan het wegingsmodel,

Er hebben zich tijdens de beoordelingen tweetal bijzonderheden voorgedaan. De inschrijvingen van Alsta B.V. en ASSA ABLOY Entrance Systems Netherlands BV zijn ongeldig verklaard.

Voor perceel 1 is in deze procedure Verloo B.V. als economisch meest voordelige inschrijver naar voren gekomen.

Voor perceel 2 en 4 is in deze procedure Multi-Deur Service B.V. als economisch meest voordelige inschrijver naar voren gekomen.

Voor perceel 3 is in deze procedure [VOF X] als economisch meest voordelige Inschrijver naar voren gekomen."

3.4.

Op 13 januari 2016 heeft het Rijksvastgoedbedrijf aan Multi-Deur - als winnaar van de percelen 2 en 4 - verzocht de bewijsmiddelen, zoals genoemd in de Leidraad, toe te zenden. Deze dienden uiterlijk op 20 januari 2016 om 17.00 uur te zijn ontvangen door het Rijksvastgoedbedrijf.

3.5.

Bij e-mailbericht van 21 januari 2016 heeft het Rijksvastgoedbedrijf het volgende bericht aan Multi-Deur:

"Uit de controle van de door u ingediende bewijsmiddelen is gebleken dat deze niet compleet zijn ingediend. Het betreft een te herstellen gebrek als bedoeld in artikel 2.12.7 ARW. U wordt hierbij alsnog in de gelegenheid gesteld de volgende gebrek te herstellen.

(…)

(…) Ik verzoek u deze ontbrekende stukken, te weten getekende Model opgave referentie en tevredenheidsverklaring, alsnog in te dienen.

Uw reactie dient uiterlijk twee werkdagen na heden (maandag 25 januari 2016 om 15:30 uur) via de "Berichten" module van Tenderned te zijn ontvangen."

3.6.

Vervolgens heeft Multi-Deur op 21 januari 2016 aan het Rijksvastgoedbedrijf doen toekomen een - op 16 december 2015 ondertekend - "Model opgave referentie" betreffende in de periode van 1 mei 2011 tot en met 30 april 2013 uitgevoerde opdrachten ten behoeve van het ministerie van Defensie en op 22 januari 2016 een - op 22 januari 2016 ondertekende - tevredenheidsverklaring betreffende die opdrachten.

3.7.

Bij brieven van 30 maart 2016 heeft het Rijksvastgoedbedrijf aan Multi-Deur bericht dat Multi-Deur wordt uitgesloten van verdere deelname aan de aanbestedingsprocedure, omdat de overgelegde tevredenheidsverklaring dateert van na de uiterste termijn voor het indienen van een inschrijving. Voorts maakt het Rijksvastgoedbedrijf kenbaar dat het voornemens is perceel 2 te gunnen aan Matex en perceel 4 aan [VOF X] .

3.8.

Bij brief van 1 juni 2016 heeft het Rijksvastgoedbedrijf het volgende medegedeeld aan Multi-Deur:

"Zoals u bekend heeft het Rijksvastgoedbedrijf uw inschrijvingen op de percelen 2 en 4 van de aanbesteding "inspectie en/of onderhoud aan bedrijfsdeuren" bij brief van 30 maart 2016 als ongeldig ter zijde gelegd. Perceel 2 is voorlopig gegund aan Matex Deuren B.V. en perceel 4 is voorlopig gegund aan [VOF X]

. Tegen deze gunningsbeslissingen heeft u bij dagvaarding van 19 april 2016 een kort geding aanhangig gemaakt. Kort gezegd bent u van mening dat uw inschrijving voor beide percelen voldoet aan de daaraan in de Aanbestedingsleidraad gestelde eisen.

Het Rijksvastgoedbedrijf heeft in uw dagvaarding geen aanleiding gezien op de ongeldigverklaring van uw inschrijvingen en voorlopige gunning van de percelen 2 en 4 aan respectievelijk Matex Deuren B.V. en [VOF X] terug te komen.

Ik licht u dat navolgend toe.

Geschiktheidseis ervaring

1. Om vast te kunnen stellen of een inschrijver voldoende ervaring heeft met de uitgevraagde dienstverlening, heeft het Rijksvastgoedbedrijf een kerncompetentie geformuleerd waarover inschrijvers dienen te beschikken. Te dien aanzien wordt een opgave van referentie conform model ID 6 vereist. De modelreferentie ID 6 diende vóór de inschrijvingsdatum te zijn ondertekend. Daarnaast diende een inschrijver in staat te zijn aan te tonen dat de referentieopdracht is uitgevoerd conform de in die opdracht omschreven prestatie en diende de referentie verifieerbaar te zijn bij de opdrachtgever door middel van een tevredenheidsverklaring.

(…)

2 Inschrijvers mochten bij inschrijving volstaan met de in de Eigen Verklaring op te nemen verklaring dat zij aan de in de aanbestedingsstukken opgenomen eisen met betrekking tot technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid voldoen. De economisch meest voordelige inschrijver per perceel diende dit aan te tonen door na de aanbesteding op schriftelijke aanvraag binnen zeven kalenderdagen de opdrachtomschrijving (model ID 6) en de tevredenheidsverklaring van de opdrachtgever inzake de goede uitvoering te overleggen.

Bewijs:

Ten bewijze hiervan dient de economisch meest voordelige inschrijvers na de aanbesteding op schriftelijke aanvraag binnen 7 kalenderdagen opdrachtomschrijvingen en tevredenheidverklaringen van de opdrachtgevers inzake de goede uitvoering te overleggen.

Beide documenten dienden dus uitdrukkelijk binnen die gestelde termijn van zeven dagen aan het Rijksvastgoedbedrijf te worden toegestuurd.

3 In uw Eigen Verklaring heeft u onder punt 5.2 en 5.3 verklaard aan voornoemde eisen uit paragraaf 5.3.1 van de Aanbestedingsleidraad te voldoen. In het op 11 januari 2016 opgestelde en aan inschrijvers verstrekte proces-verbaal heeft het Rijksvastgoedbedrijf opgenomen dat Multi-Deur B.V. voor wat betreft de percelen 2 en 4 de economisch meest voordelige inschrijving heeft gedaan. Daarop volgend heeft het Rijksvastgoedbedrijf u bij e-mail van 13 januari 2016 conform paragraaf 5.3.1 van de Aanbestedingsleidraad verzocht de bewijsmiddelen benoemd in de inschrijvingsleidraad ID1 toe te sturen. Gelet op de in de Aanbestedingsleidraad opgenomen uiterlijke termijn van zeven dagen waarbinnen de bewijsstukken moesten worden toegestuurd, diende het Rijksvastgoedbedrijf die op 20 januari 2016 om 17:00 uur te ontvangen. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft er bij wijze van waarschuwing nog op gewezen niet tot het laatste moment te wachten met het versturen van de bewijsmiddelen.

(…)

4 Na verloop van de termijn van zeven dagen heeft het Rijksvastgoed geconstateerd dat Multi-Deur B.V. de ondertekende referentie conform model ID 6 en de tevredenheidsverklaring niet had opgestuurd. Daarmee was uw inschrijving incompleet. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft u er bij bericht in TenderNed van 21

januari 2016 om 15:20 uur op gewezen dat de getekende Model opgave referentie en de tevredenheidsverklaring ontbraken en heeft u in uiterste coulance op grond van artikel 2.12.7 ARW in de gelegenheid gesteld binnen twee werkdagen - derhalve uiterlijk maandag 25 januari 2016 om 15:30 uur - de ontbrekende stukken als nog toe te sturen.

(…)

5. Op donderdag 21 januari 2016 heeft u de modelreferentie, ondertekend op 16 december 2015, toegestuurd. Op vrijdag 22 januari 2016 heeft u vervolgens een tevredenheidsverklaring van het Ministerie van Defensie toegestuurd. Die tevredenheidsverklaring is ondertekend op 22 januari 2016, dus na het moment van inschrijving en ook na afloop van de gestelde zeven dagen termijn waarbinnen de tevredenheidsverklaring opgestuurd diende te worden en dus beschikbaar diende te zijn.

6. In de gunningsbrieven voor perceel 2 en perceel 4 van 30 maart 2016 heeft de Staat u toegelicht dat uw inschrijving ongeldig is omdat, kort gezegd, de door u overgelegde tevredenheidsverklaring pas is ondertekend op 22 januari 2016.

7 In uw dagvaarding heeft u zich op het standpunt gesteld, althans zo begrijpt de Staat punt 15 van uw dagvaarding, dat uit de Aanbestedingsleidraad slechts volgt dat de modelreferentie ID 6 voor de inschrijvingsdatum ondertekend moet zijn, maar dat niet vereist is dat ook de tevredenheidsverklaring voor inschrijving ondertekend dient te zijn. Onder punt 17 van de dagvaarding stelt u dat een getekende tevredenheidsverklaring mag worden opgesteld en ingediend binnen de in paragraaf 5.3.1 genoemde nadere termijn voor het indienen van bewijsstukken. Conform die uitleg zou de tevredenheidsverklaring nog ondertekend mogen worden in de gestelde termijn van zeven dagen voor het indienen van de bewijsstukken.

8. Dit standpunt miskent dat uw tevredenheidsverklaring is ondertekend na verloop van de gestelde termijn van zeven dagen waarbinnen de tevredenheidsverklaring overeenkomstig paragraaf 5.3.1 toegestuurd diende te worden. De verklaring is immers niet binnen de gestelde termijn van zeven dagen ondertekend.

9 De herstelmogelijkheid op grond van artikel 2.12.7 ARW strekt er uitsluitend toe een kennelijke omissie of kennelijke geringe fout in de Eigen Verklaring of bewijsmiddelen te herstellen. In dit geval heeft de Staat u de mogelijkheid geboden de ontbrekende bewijsmiddelen die binnen de gestelde termijn van zeven dagen ingediend hadden moeten worden, alsnog binnen een termijn van twee dagen in te dienen. Zo kunnen documenten die reeds zijn opgesteld en zijn ondertekend, maar per abuis niet zijn opgestuurd alsnog worden ingediend. Vanzelfsprekend behelst de herstelmogelijkheid van artikel 2.12.7 ARW echter niet een verlenging van de termijn om de vereiste bewijsstukken nog bij de referenten voor elkaar te krijgen. Een dergelijke verlenging zou in strijd zijn met het aanbestedingsrechtelijke gelijkheids- en transparantiebeginsel. Het Rijksvastgoedbedrijf mag dan ook geen acht slaan op bewijsmiddelen waarvan objectief kan worden vastgesteld dat die dateren van na de termijn waarbinnen die bewijsmiddelen ingediend moesten worden. U diende uw bewijsmiddelen binnen de daartoe gestelde termijn van zeven dagen op orde te hebben. (…)

(…)

10 Een ondertekening van bewijsmiddelen na de gestelde termijn van zeven dagen is dan ook te laat zodat uw inschrijving voor de percelen 2 en 4 terecht ongeldig zijn verklaard.

11 Het Rijksvastgoedbedrijf geeft met deze brief een nadere toelichting op de reeds bij brief van 30 maart 2016 gegeven afwijzingsgrond. Indien u echter van mening bent dat deze toelichting een nieuwe afwijzingsgrond betreft, kunt u deze brief aanmerken als een nieuwe gunningsbeslissing waartegen u vanzelfsprekend opnieuw binnen twintig dagen na dagtekening van deze brief op kunt komen door een kort geding aanhangig te maken bij de Voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag. Het Rijksvastgoedbedrijf kan zich echter voorstellen dat u het reeds door u aanhangig gemaakte kort geding dat op 6 juni 2016 om 11:00 uur dient zal benutten om uw bezwaar te uiten. Zo u wenst zal de Staat in dat geval instemmen met een aanhouding van dat kort geding tot een nieuwe te plannen datum op korte termijn. Graag verneemt het Rijksvastgoedbedrijf uiterlijk donderdag 2 juni 2016 of u een nieuwe datum vraagt en binnen twintig dagen na dagtekening van deze brief wat uw bezwaren zijn tegen de nieuwe gunningsbeslissing. Bij gebreke van een tijdige reactie en aanhouding van het kort geding gaat het Rijksvastgoedbedrijf ervan uit dat u zich voldoende in de gelegenheid gesteld acht ook tegen deze nadere toelichting op te komen."

4 Het geschil

4.1.

Multi-Deur vordert, zakelijk weergegeven:

primair

I. het Rijksvastgoedbedrijf te veroordelen de beslissingen om perceel 2 te gunnen aan Matex en perceel 4 aan [VOF X] in te trekken;

II. het Rijksvastgoedbedrijf te gebieden de percelen 2 en 4 te gunnen aan Multi-Deur;

subsidiair

III. het Rijksvastgoedbedrijf te gebieden perceel 2 te heraanbesteden;

meer subsidiair

IV. in goede justitie een andere maatregel te treffen, die recht doet aan de belangen van Multi-Deur;

een en ander met veroordeling van de Staat in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

4.2.

Daartoe voert Multi-Deur - samengevat - het volgende aan.

Het Rijksvastgoedbedrijf heeft Multi-Deur ten onrechte uitgesloten van verdere deelname aan de onderhavige aanbestedingsprocedure (voor wat betreft de percelen 2 en 4). Anders dan in de brieven van 30 maart 2016 wordt aangegeven, behoefde de tevredenheidsverklaring niet te dateren van vóór de uiterste termijn van indiening van de inschrijving. Een dergelijke eis blijkt niet uit de aanbestedingsstukken. Uit de - onder 3.8 vermelde - brief 1 juni 2016 volgt dat het Rijksvastgoedbedrijf dat standpunt van Multi-Deur inmiddels ook inneemt. In die brief voert het Rijksvastgoedbedrijf een nog niet eerder opgevoerde afwijzingsgrond aan, te weten dat de tevredenheidsverklaring dient te zijn verstrekt door de betreffende opdrachtgever binnen de op 13 januari 2016 gegunde termijn van zeven dagen voor het indienen van bewijsstukken en dat daaraan niet is voldaan nu de tevredenheidsverklaring dateert van 22 januari 2016. Die nieuwe afwijzingsgrond moet echter buiten beschouwing blijven gelet op het arrest van de Hoge Raad van 7 december 2012 inzake Staat/KPN (ECLI:NL:HR:2012:BW9233). Overigens deugt ook de nieuwe afwijzingsgrond niet. De tevredenheidsverklaring mocht namelijk ook nog zijn afgegeven binnen de - bij e-mailbericht van 21 januari 2016 - gegunde hersteltermijn van twee werkdagen, waaraan is voldaan.

Bovendien volgt uit het proces-verbaal van opening van 11 januari 2016 dat Matex haar inschrijving te laat heeft ingediend. Gelet hierop en nu in de Leidraad uitdrukkelijk is bepaald dat het risico van een te late inschrijving geheel bij de betreffende inschrijver ligt, had haar inschrijving buiten beschouwing moeten worden gelaten. Voor zover moet worden geoordeeld dat de inschrijving van Multi-Deur terecht ongeldig is verklaard, brengt dat mee, dat met betrekking tot perceel 2 geen enkele geldige inschrijving is ontvangen zodat moet worden overgegaan tot heraanbesteding van dat perceel.

4.3.

De Staat, Matex en [VOF X] voeren gemotiveerd verweer, dat - voor zover nodig - hierna zal worden besproken.

4.4.

Matex en [VOF X] vorderen het Rijksvastgoedbedrijf te veroordelen om uitvoering te geven aan zijn (nieuwe) gunningsvoornemen.

4.5.

Verkort weergegeven stellen Matex en [VOF X] daartoe dat de inschrijving van Multi-Deur op goede gronden alsnog ongeldig is verklaard en dat het Rijksvastgoedbedrijf uitvoering moet geven aan zijn huidige voornemen om de percelen 2 en 4 te gunnen aan Matex respectievelijk [VOF X] .

4.6.

Voor zover nodig zullen de standpunten van Multi-Deur en de Staat met betrekking tot de vorderingen van Matex en [VOF X] hierna worden besproken.

5 De beoordeling van het geschil

5.1.

Ingevolge het door Multi-Deur opgevoerde arrest van de Hoge Raad van 7 december 2012 en de daaruit voortvloeiende vaste jurisprudentie moet een gunningsbeslissing in beginsel aanstonds volledig zijn gemotiveerd en is een latere aanvulling van de daarin vermelde gronden - behoudens bijzondere redenen en/of omstandigheden - in principe niet mogelijk.

5.2.

In de gunningsbeslissingen van 30 maart 2016 hanteerde het Rijksvastgoedbedrijf als (enige) argument voor het verder buiten beschouwing laten van de inschrijving van Multi-Deur dat de tevredenheidsverklaring dateert van na de uiterste termijn voor het indienen van een inschrijving. In zijn brief van 1 juni 2016 baseert het Vastgoedbedrijf de terzijdelegging van de inschrijving van Multi-Deur in feite enkel op de omstandigheid dat de tevredenheidsverklaring dateert van na de termijn van zeven dagen die Multi-Deur op 13 januari 2016 was gegund om de betreffende bewijsstukken te overleggen. Weliswaar geeft het Vastgoedbedrijf - in zowel de brief als zijn pleitnota, althans die van de Staat (onder 1.4) - niet, dan wel nauwelijks onderbouwd aan dat met de brief een nadere toelichting wordt verstrekt op de reeds bij brieven van 30 maart 2016 gegeven afwijzingsgrond, maar daarin kan het Vastgoedbedrijf niet worden gevolgd. Met Multi-Deur moet worden geconcludeerd dat sprake is van een 'nieuwe' reden voor het buiten beschouwing laten van de inschrijving van Multi-Deur. Dat is echter - zoals hiervoor onder 5.1 overwogen - in beginsel niet toegestaan. Bijzondere redenen en/of omstandigheden die een uitzondering op dat uitgangspunt zouden kunnen rechtvaardigen zijn gesteld noch gebleken. Te minder nu voor een dergelijke uitzondering geen aanleiding kan bestaan indien de nieuwe reden steun vindt in hetzelfde feitencomplex als aan de afwijzingsgrond zoals vermeld in de brieven van 30 maart 2016.

5.3.

Het Vastgoedbedrijf heeft - gelet op de inhoud van de brief van 1 juni 2016 en de pleitnota van de Staat - kennelijk (ernstig) rekening gehouden met de mogelijkheid dat de inhoud van de brief van 1 juni 2016 moet worden aangemerkt als een nieuwe afwijzingsgrond, waar het aangeeft dat de brief (ook) kan worden aangemerkt als een nieuwe gunningsbeslissing, waartegen binnen twintig dagen kan worden opgekomen middels een kort gedingprocedure. Op een dergelijke wijze - die zich ook nog eens leent voor herhalingen, willekeur en favoritisme - kan echter niet toch een nieuwe reden worden gehanteerd voor de terzijdelegging van de inschrijving van Multi-Deur. Daarmee zou worden voorbijgegaan aan de strekking van de onder 5.1 bedoelde (vaste) jurisprudentie.

5.4.

Het voorgaande betekent dat moet worden uitgegaan van de beslissingen, zoals geformuleerd in de brieven van het Rijksvastgoedbedrijf van 30 maart 2016. Met het oog daarop is van belang dat de Staat, Matex en [VOF X] in feite erkennen dat de tevredenheidsverklaring niet behoeft te dateren van op of vóór de uiterste termijn voor het indienen van een inschrijving (zie o.a. pleitnota van de Staat onder 1.2 en 2.7 tot en met 2.9 en de incidentele conclusies van Matex en [VOF X] onder 3.3). Gelet hierop moet ervan worden uitgegaan dat de in de brieven van 30 maart 2016 opgenomen beslissingen op onjuiste gronden zijn genomen. Bij die stand van zaken moet - als voor het overige onweersproken - worden aangenomen dat Multi-Deur dient te worden aangemerkt als de economisch meest voordelige inschrijver voor wat betreft de percelen 2 en 4.

5.5.

De slotsom is dat de primaire vorderingen van Multi-Deur zullen worden toegewezen op de hieronder in het dictum vermelde wijze. De kwestie met betrekking tot de niet-tijdige inschrijving van Matex kan verder buiten beschouwing blijven.

5.6.

Het voorgaande brengt mee dat de vorderingen van Matex en [VOF X] niet voor toewijzing in aanmerking komen.

5.7.

De vorderingen van Matex en [VOF X] richten zich tegen de Staat. Gelet op het vorenstaande zullen zij in dat kader worden veroordeeld in de kosten van de Staat. Deze zullen echter worden begroot op nihil, nu moet worden aangenomen dat de Staat geen (extra) kosten heeft moeten maken in verband met die vorderingen.

5.8.

Voor het overige zullen de Staat, Matex en [VOF X] - als de in het ongelijk gestelde partij - worden veroordeeld in de kosten van dit geding. Voor veroordeling in de nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).

6 De beslissing

De voorzieningenrechter:

6.1.

veroordeelt de Staat c.q. het Vastgoedbedrijf zijn voornemen om de percelen 2 en 4 te gunnen aan Matex, respectievelijk [VOF X] in te trekken;

6.2.

gebiedt de Staat c.q. het Vastgoedbedrijf de opdrachten ter zake van de percelen 2 en 4 te gunnen aan Multi-Deur, voor zover hij dienaangaande nog tot gunning wil overgaan;

6.3.

wijst de vorderingen van Matex en [VOF X] af;

6.4.

veroordeelt Matex en [VOF X] voor wat betreft de door hen ingestelde vorderingen jegens de Staat in de kosten van de Staat, tot dusver begroot op nihil;

6.5.

veroordeelt de Staat, Matex en [VOF X] in de overige proceskosten, tot dusverre aan de zijde van Multi-Deur begroot op € 1.512,75, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat, € 619,-- aan griffierecht en € 77,75 aan dagvaardingskosten (exclusief btw), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het uitspreken van dit vonnis;

6.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.P. van Ham en in het openbaar uitgesproken op 20 juni 2016.

jvl