Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:6721

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13-06-2016
Datum publicatie
16-06-2016
Zaaknummer
C-09-510768-KG ZA 16-579
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding tegen de Staat. Vordering tot rectificatie van een persbericht van politie afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank den haag

Team handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/510768 / KG ZA 16/579

Vonnis in kort geding van 13 juni 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap

[eiseres] ,

gevestigd te [plaats] ,

eiseres,

advocaat mr. M.E. van der Werf te Amsterdam,

tegen:

De Staat der Nederlanden (Ministerie van Veiligheid en Justitie),

zetelende te Den Haag,

gedaagde,

advocaat mr. W. Heemskerk te Den Haag.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiseres] ’ en ‘de Staat’.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 8;

- de twee door de Staat overgelegde producties;

- de op 3 juni 2016 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

[eiseres] is een vennootschap die zich onder meer bezighoudt met de ontwikkeling en verkoop van beveiligde netwerkcommunicatie. Bestuurder van deze vennootschap is de besloten vennootschap [X] B.V., die op haar beurt wordt bestuurd door enig aandeelhouder de heer [A] (hierna: [A] ).

2.2.

[eiseres] exploiteert een netwerk waarop – zeer beknopt weergegeven – door een geselecteerde groep gebruikers met behulp van Blackberrytelefoons via e-mail versleuteld – en dus afgeschermd voor autoriteiten en/of andere derden – kan worden gecommuniceerd.

2.3.

[eiseres] verkoopt abonnementen die toegang verschaffen tot het afgeschermde netwerk en bijbehorende Blackberrytelefoons die zijn ontdaan van alle functionaliteiten – zoals telefoon, sms en internet – en waarop slechts de e-mailfunctie voor het afgeschermde netwerk resteert.

2.4.

Het Openbaar Ministerie verdenkt [eiseres] van betrokkenheid bij witwassen, valsheid in geschrift en belastingfraude. [A] verdenkt zij van witwassen en verboden vuurwapenbezit.

2.5.

Op 19 april 2016 heeft de politie het bedrijfspand van [eiseres] in [plaats] en de woning van [A] doorzocht. Verder heeft de politie die dag de servers van het netwerk (tijdelijk) afgesloten en de daarop aanwezige data gekopieerd.

2.6.

Op diezelfde dag heeft de politie een persbericht (hierna ook: het persbericht) gepubliceerd waarin integraal weergegeven het volgende staat vermeld:

“Groot crimineel communicatienetwerk uit de lucht

Driebergen - De politie en het Openbaar Ministerie (OM) hebben vandaag een groot versleuteld communicatienetwerk van Nederlandse en mogelijk buitenlandse criminelen uit de lucht gehaald. Een 36-jarige man uit [plaats] is aangehouden op verdenking van witwassen.

De politie heeft vandaag meerdere servers in Nederland gekopieerd. De aangehouden verdachte is eigenaar van een bedrijf in [plaats] . Zij bedrijf leverde aangepaste smartphones en de daarbij behorende communicatiediensten. Bij doorzoeking van zijn woning is een vuurwapen aangetroffen. In Canada is vandaag, in samenwerking met de Toronto Police, een server tijdelijk buiten gebruik gesteld. Ook van deze server is alle informatie gekopieerd.

Pretty Good Privacy

Het is bij politie en OM al langer bekend dat criminelen op uitgebreide schaal gebruik maken van de mogelijkheid om vertrouwelijk met elkaar te communiceren. Dat doen zij met behulp van aangepaste telefoons voorzien van specifieke encryptiesoftware, Pretty Good Privacy (PGP) genaamd. Communicatie tussen verdachten van georganiseerde misdaad is hierdoor voor opsporingsdiensten niet of nauwelijks zichtbaar. Dit bleek uit strafrechtelijke onderzoeken naar bijvoorbeeld liquidaties, OMG’s en verdovende middelenhandel.

Onderzoek

Dat was aanleiding voor de politie om onder het gezag van het Landelijk Parket een onderzoek te starten naar de grootste aanbieder van deze diensten in Nederland. Het bedrijf in [plaats] verkocht aangepaste telefoons voor ongeveer 1500 euro per toestel en had voor het afgeschermde dataverkeer specifieke ‘eigen’ servers in gebruik.

Lopende onderzoeken

Digitale experts van het Team High Tech Crime van de politie kregen in het onderzoek zicht op de servers waarop al het dataverkeer werd beheerd. Deze servers zijn vandaag uit de lucht gehaald en gekopieerd. Dat betekent dat politie en OM zicht verkrijgen op de onderlinge communicatie tussen leden van criminele groepen. De data uit de veiliggestelde servers wordt verder geanalyseerd en waar mogelijk gebruikt in lopende onderzoeken.

Criminele dienstverleners

Met het uit de lucht halen van de servers heeft de politie vermoedelijk het grootste versleutelde netwerk van crimineel Nederland veiliggesteld. Politie en OM hebben extra aandacht voor bedrijven die deze diensten aanbieden aan criminelen. Criminele dienstverleners worden regelmatig vervolgd voor witwassen. Politie en OM volgen de verschillende ontwikkelingen op het gebied van encryptie, S/MIME en OneBCcards, met grote belangstelling.

Toegang

Politie en OM doen er alles aan om de gegevens van criminele gebruikers van deze diensten veilig te stellen.Het OM heeft diverse bedrijven in Nederland bevolen justitie toegang te verlenen tot de digitale infrastructuur van het bedrijf. Daarbij moet bijvoorbeeld worden gedacht aan het verstrekken van wachtwoorden.

Bericht

Ongeveer 19.000 geregistreerden die het netwerk na de actie willen gebruiken, krijgen automatisch de boodschap dat het systeem door de politie gekopieerd en onderzocht wordt. Verder wordt in het bericht uitgelegd dat het onderzoek zich richt op personen die verdacht worden van ernstige misdrijven. Gebruikers die zich bijvoorbeeld kunnen beroepen op het verschoningsrecht kunnen zich melden op een in het bericht vermeld emailadres.”

2.7.

Op 23 april 2016 heeft het Openbaar Ministerie een vrijwel gelijkluidend persbericht gepubliceerd.

2.8.

[eiseres] heeft de Staat (onder meer bij brief van 29 april 2016) verzocht de persberichten te verwijderen en te rectificeren. [eiseres] is daarbij in het bijzonder opgekomen tegen de volgende passages in het persbericht:

“Groot crimineel communicatienetwerk uit de lucht”

en

“De politie en het Openbaar Ministerie (OM) hebben vandaag een groot versleuteld communicatienetwerk van Nederlandse en mogelijk buitenlandse criminelen uit de lucht gehaald.”

en

“Criminele dienstverleners

Met het uit de lucht halen van de servers heeft de politie vermoedelijk het grootste versleutelde netwerk van crimineel Nederland veiliggesteld. Politie en OM hebben extra aandacht voor bedrijven die deze diensten aanbieden aan criminelen.”

2.9.

De Staat heeft op dit verzoek van [eiseres] afwijzend gereageerd.

3 Het geschil

3.1.

Zakelijk weergegeven vordert [eiseres] dat de Staat wordt veroordeeld om binnen 24 uur na betekening van het te wijzen vonnis in een persbericht ondubbelzinnig afstand te nemen van de gewraakte, hiervoor in 2.8. vermelde uitlatingen en voorts mee te delen dat de Staat door het doen van deze uitlatingen jegens [eiseres] onrechtmatig heeft gehandeld.

3.2.

[eiseres] voert daartoe – samengevat – aan dat de bedoelde passages in het persbericht de onjuiste indruk wekken dat [eiseres] een criminele organisatie is en dat haar netwerk bestemd is en in stand wordt gehouden om criminelen met elkaar te laten communiceren. Deze onjuiste berichtgeving heeft de onderneming van [eiseres] ernstige schade toegebracht, omdat al haar ruim 19.000 klanten zijn vertrokken, aldus [eiseres] .

3.3.

De Staat voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

4.1.

Beoordeeld moet worden of het persbericht jegens [eiseres] onrechtmatig is. Daarbij geldt dat de maatschappelijke zorgvuldigheid meebrengt dat een mededeling die raakt aan de eer en goede naam van een ander slechts dan in het openbaar mag worden geuit indien daarvoor een voldoende feitelijke onderbouwing is. Het geschil spitst zich toe tot de in 2.8. geciteerde mededelingen over het netwerk, haar gebruikers en de aanbieders van versleutelde communicatiediensten in het algemeen, die volgens het persbericht crimineel zouden zijn.

4.2.

[eiseres] voert allereerst aan dat dit verwijt door de gemiddelde lezer wordt toegerekend aan [eiseres] , als zou [eiseres] zelf betrokken zijn bij criminele activiteiten van haar klanten. Dit terwijl de verdenking jegens [eiseres] niet meer omvat dan het verwijt dat zij van haar klanten contant geld heeft aangenomen dat verkregen zou zijn door het plegen van strafbare feiten. [eiseres] kan in dit betoog niet worden gevolgd, nu in het persbericht het onderscheid tussen het verwijt jegens [eiseres] enerzijds en de gebruikers van het netwerk anderzijds voldoende tot uitdrukking komt. Voor de mededeling dat het netwerk crimineel is of van criminelen is, is anders dan [eiseres] kennelijk betoogt op zichzelf niet vereist dat [eiseres] daarbij zelf in strafrechtelijke zin betrokken is. Een (communicatie)netwerk wordt immers, ook in het normale spraakgebruik, primair gevormd door haar gebruikers en niet door haar exploitant. Als blijkt dat het netwerk door criminelen wordt gebruikt om onderling te communiceren over criminele activiteiten, waarover hierna meer, is de kwalificatie ‘crimineel’ op zichzelf dus niet onjuist. Uit de door [eiseres] bestreden tussenkop ‘criminele dienstverleners’ blijkt gelet op haar context in het persbericht evenmin dat [eiseres] zelf strafrechtelijk betrokken is bij de aan haar klanten toegeschreven criminele activiteiten. In de alinea daaronder wordt deze kwalificatie namelijk geëxpliciteerd met de mededeling dat netwerkexploitanten zoals [eiseres] extra aandacht krijgen van politie en justitie en regelmatig worden vervolgd voor witwassen. De term ‘crimineel’ heeft in dit verband kennelijk uitsluitend betrekking op witwassen en die verdenking staat in dit kort geding niet ter discussie.

4.3.

[eiseres] voert daarnaast aan dat de gewraakte mededelingen over het netwerk en haar gebruikers feitelijk onjuist zijn. De Staat heeft in reactie hierop verwezen naar een door de Staat in het geding gebracht ‘proces-verbaal van verdenking’ van de Dienst Landelijke Recherche i.o. van de politie (hierna: het proces-verbaal). De voorzieningenrechter acht twee, op zichzelf niet weersproken, bevindingen in het proces-verbaal van belang. Allereerst dat in diverse strafrechtelijke onderzoeken naar (zeer) ernstige misdrijven, zoals liquidaties, (handel in) verdovende middelen en witwassen is gebleken dat verdachten (voor onderlinge communicatie) gebruikmaakten van de versleutelde Blackberrytelefoons van [eiseres] . Daarnaast dat veel van de afnemers van [eiseres] de aanschafsprijs, een bedrag tussen

€ 1.000,-- en € 1.500,-- per stuk, en de abonnementsprijs van circa € 600,-- per zes maanden contant betaalden, zonder dat (standaard) een factuur werd verstrekt en registratie in het klantenbestand plaatsvond. Dit is in het maatschappelijke verkeer bij de aanschaf van een smartphone en een bijbehorend data-abonnement zeer ongebruikelijk. Zonder concrete toelichting, die ontbreekt, valt door [eiseres] dan ook in redelijkheid niet vol te houden dat haar klanten voornamelijk bona fide particulieren en bedrijven zijn die uitsluitend vanwege de gevaren van cybercrime belang hechten aan vertrouwelijke communicatie. Het verweer van [eiseres] dat zij geen wetenschap heeft van eventuele criminele bedoelingen van haar klanten, vooral nu de bedoelde toestellen ook via een zogenoemde reseller kunnen zijn geleverd, is in dit verband niet relevant, nu dit verwijt haar in het persbericht ook niet wordt gemaakt. Zulks nog daargelaten dat de Staat onweersproken heeft aangevoerd dat [eiseres] haar klanten (onder meer) werft in het criminele milieu door middel van advertenties op een misdaadnieuwssite en folders in zogeheten growshops met daarop de expliciete aansporing om bij vermoedens van een telefoontap van politie en justitie gebruik te maken van het door [eiseres] geëxploiteerde afgeschermde netwerk. Het voorgaande, in samenhang bezien, maakt dat het persbericht in voldoende mate steun vindt in het beschikbare feitenmateriaal.

4.4.

Voor zover [eiseres] nog aanvoert dat de mededelingen over het netwerk en haar gebruikers geen redelijk doel dienden, en de berichtgeving had moeten worden beperkt tot de witwasverdenking jegens [eiseres] en [A] , wordt daaraan voorbij gegaan. Uit het persbericht zelf blijkt namelijk dat het onderzoek van politie en justitie zich niet alleen richt op de verdenking jegens [eiseres] en [A] maar dat de van de servers verkregen informatie waar mogelijk ook zal worden gebruikt in lopende strafrechtelijke onderzoeken naar de gebruikers van het netwerk. Daarmee is een redelijk doel gegeven.

4.5.

Slotsom is dat het persbericht jegens [eiseres] naar voorshands oordeel niet onrechtmatig is. Het gevorderde zal daarom worden afgewezen. [eiseres] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

wijst het gevorderde af;

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van de Staat begroot op € 1.435,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 619,-- aan griffierecht;

5.3.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.P. van Ham en in het openbaar uitgesproken op

13 juni 2016.

MvE