Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:6521

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13-06-2016
Datum publicatie
13-07-2016
Zaaknummer
AWB - 16 _ 11557
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

hc - 1e - ongegrond

Wetsverwijzingen
Vreemdelingenwet 2000 59
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN Haag

Bestuursrecht

zaaknummers: AWB 16/11556 en AWB 16/11557

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juni 2016, beroep vrijheidsontnemende maatregel in de zaak tussen

[eiseres 1] (eiseres 1) en [eiseres 2] (eiseres 2), V-nummers [v-nummer 1] en [v-nummer 2], eiseressen

(gemachtigde: mr. S. Wortel),

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder

(gemachtigde: mr. A.J. Hakvoort).

Procesverloop

Op 27 mei 2016 hebben eiseressen een beroepschrift ingediend bij de rechtbank. In het beroepschrift is tevens verzocht om schadevergoeding.

De openbare behandeling van de beroepen heeft plaatsgevonden op 6 juni 2016.

Beide partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde.

Overwegingen

1. Verweerder heeft eiser krachtens artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a in het belang van de openbare orde in bewaring gesteld omdat een risico bestaat dat eiseressen zich aan het toezicht zullen onttrekken en zij de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijken of belemmeren. Verweerder heeft zich daartoe gebaseerd op de gronden dat eiseressen:

(zware feiten)

3 b - zich in strijd met de vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen hebben onttrokken,

3 c - eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging hebben ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg hebben gegeven,

3 d - niet dan wel niet voldoende meewerken aan het vaststellen van hun identiteit en nationaliteit,

3 f - zich zonder noodzaak hebben ontdaan van reis- of identiteitsdocumenten,

in het Nederlandse rechtsverkeer gebruik heeft gemaakt van valse of vervalste documenten,

3 i - te kennen hebben gegeven dat zij geen gevolg zullen geven aan zijn/haar verplichting tot terugkeer.

(lichte feiten)

4 a - zich niet aan een of meer andere voor hen geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000) hebben gehouden,

4 c - geen vaste woon- of verblijfplaats hebben,

4 d - niet beschikken over voldoende middelen van bestaan,

1.1

Door eiseressen zijn alleen de gronden onder 3d, 3f, 3i en 4c bestreden. De overige – door eiseressen niet bestreden – gronden in onderlinge samenhang bezien, zijn naar het oordeel van de rechtbank reeds voldoende om de maatregel te dragen.

2 Eiseressen betogen dat verweerder had moeten volstaan met het opleggen van een lichter middel.

2.1

De rechtbank overweegt dat eiseressen sinds 3 maart 2016 op een vrijheidsbeperkende (gezins)locatie hebben verbleven. Eiseres 1 heeft in diverse vertrekgesprekken te kennen gegeven niet terug te willen keren naar haar land van herkomst. Het opleggen van een lichter middel heeft destijds niet tot een vrijwillige terugkeer geleid omdat eiseres 1 weigerde zelfstandig haar terugkeer te regelen met behulp van het IOM. De stelling van eiseres 1 dat zij weer een relatie heeft met de vader van eiseres 2 en dat zij bezig zijn met de erkenning van eiseres 2 door de vader en het regelen van gezamenlijk gezag is niet onderbouwd. Gelet op het vorenstaande overweegt de rechtbank dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat met een lichter middel dan de maatregel van bewaring niet kan worden volstaan.

3 De beroepen zijn derhalve ongegrond. Er is geen grond voor het toekennen van schadevergoeding.

4 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen ongegrond;

- wijst de verzoeken om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Sleeswijk Visser-de Boer, rechter, in aanwezigheid van mr. J.P. Brand, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2016.

Rechtsmiddel

Krachtens artikel 95 van de Vw 2000 staat tegen deze uitspraak voor partijen hoger beroep open.

De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt één week na verzending van de uitspraak door de griffier.

Bij het beroepschrift dient een kopie van deze uitspraak te worden overgelegd.

Het beroepschrift dient een of meer grieven tegen de uitspraak van de rechtbank te bevatten en moet geadresseerd worden aan de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC Den Haag. (Nadere informatie: www.raadvanstate.nl)