Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:6466

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
07-06-2016
Datum publicatie
10-06-2016
Zaaknummer
09/997104-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bedrieglijke bankbreuk v. rechtspersoon/Voorwerp(en) verborgen/verhuld wetend dat dit afkomstig was uit misdrijf

Vrijspraak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/1648
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/997104-13

Datum uitspraak: 7 juni 2016

Tegenspraak

(Verkort vonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1960 te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres] .

De terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 24 mei 2016.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadslieden mrs. P.J. Hoogendam en D.J.G.J. Cornelissen, advocaten te Den Haag, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr. W.J.V. Spek heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde en gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren.

De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

[bedrijf 1] welke vennootschap bij uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 8 augustus 2007 in staat van faillissement is verklaard op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2007 tot en met 23 juli 2007 te Leiderdorp en/of Rijpwetering en/of Alkemade en/of Kaag en Braassem en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met (een) (andere) (rechts)perso(o)n(en) en/of (een) perso(o)n(en), althans alleen, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van één of meer van de schuldeiser(s) van [bedrijf 1] (hetzij) lasten heeft verdicht, hetzij baten niet heeft verantwoord, hetzij enig goed aan de boedel heeft onttrokken en/of enig goed hetzij om niet, hetzij klaarblijkelijk beneden de waarde heeft vervreemd en/of ter gelegenheid van het faillissement en/of op een tijdstip waarop [bedrijf 1] wist dat het faillissement niet kon worden voorkomen, één of meer schuldeiser(s) op enige wijze heeft bevoordeeld,

door (onder meer):

-(van 4 juni 2007 t/m 13 juli 2007) - onverplicht, althans zonder (adequate) tegenprestatie - (een) geldbedrag(en) van (in totaal) 32.339 euro over te maken en/of over te boeken op (een) bankrekening(en) op naam van en/of ten gunste van verdachte (OPV, H.12.5 en/of D-109 en/of D-745 t/m D-757) en/of

-(op 17 juli 2007) - onverplicht, althans zonder (adequate) tegenprestatie- (een) geldbedrag(en) van (in totaal) 32.000 euro over te maken en/of over te boeken op (een) bankrekening(en) op naam van en/of ten gunste van [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] (OPV, H.12.3.a en/of D-471 en/of D-757) en/of

-(op 18 juli 2007) - onverplicht, althans zonder (adequate) tegenprestatie - (een) geldbedrag(en) van (in totaal) 260.000 euro over te maken en/of over te boeken op (een) bankrekening(en) op naam van en/of ten gunste van [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] (OPV, H.12.3.a en/of D-471 en/of D-757) en/of

-(op 23 juli 2007) - onverplicht, althans zonder (adequate) tegenprestatie - (een) geldbedrag(en) van (in totaal) 19.380 euro over te maken en/of over te boeken op (een) bankrekening(en) op naam van en/of ten gunste van [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] (OPV, H.12.3.a en/of D-472 en/of D-761) en/of

-(op 4 juni 2007) - onverplicht, althans zonder (adequate) tegenprestatie - (een) geldbedrag(en) van (in totaal) 22.750 euro over te maken en/of over te boeken op (een) bankrekening(en) op naam van en/of ten gunste van [betrokkene 3] (OPV, H.12.4.a en/of D-745) en/of

-(op 16 april 2007 en/of 10 mei 2007 en/of 18 mei 2007) een Mercedes SL500 cabriolet (met kenteken 40-RR-VX) (ter waarde van 66.500 euro) te kopen en/of dit voertuig -onverplicht, althans zonder (adequate) tegenprestatie- op 29 mei 2007 op naam van [betrokkene 4] te stellen (OPV, H.12.1 en/of AH-12 en/of D-741) en/of

aldus voornoemd(e) geldbedrag(en) en/of goed(eren) en/of voorwerp(en) en/of buiten de faillissementsboedel gebracht en/of (doen) brengen en/of uit het zicht en/of uit de macht van de curator gebracht en/of doen brengen en/of gehouden en/of doen houden

tot het plegen van welke bovenomschreven strafba(a)r(e) feiten verdachte - al dan niet tezamen en in vereniging met (een) ander(en) - (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven gedraging(en) verdachte - al dan niet tezamen en in vereniging met (een) ander(en) - (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

2.

[bedrijf 2] welke vennootschap bij uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 24 oktober 2007 in staat van faillissement is verklaard op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2007 tot en met 24 oktober 2007 te Leiderdorp en/of Rijpwetering en/of Alkemade en/of Kaag en Braassem en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met (een) (andere) (rechts)perso(o)n(en) en/of (een) perso(o)n(en), althans alleen, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van één of meer van de schuldeiser(s) van [bedrijf 2] (hetzij) lasten heeft verdicht, hetzij baten niet heeft verantwoord, hetzij enig goed aan de boedel heeft onttrokken en/of enig goed hetzij om niet, hetzij klaarblijkelijk beneden de waarde heeft vervreemd en/of ter gelegenheid van het faillissement en/of op een tijdstip waarop [bedrijf 2] wist dat het faillissement niet kon worden voorkomen, één of meer schuldeiser(s) op enige wijze heeft bevoordeeld,

door (onder meer):

-(op 2 mei 2007) - onverplicht, althans zonder (adequate) tegenprestatie - (een) geldbedrag(en) van (in totaal) 3.250 euro over te boeken en/of over te maken op de bankrekening ten name van en/of ten gunste van [betrokkene 5] (OPV, H.12.4.a en/of AH-10 en/of D-521) en/of

-(op 1 juni 2007) - onverplicht, althans zonder (adequate) tegenprestatie - (een) geldbedrag(en) van (in totaal) 4.000 euro over te boeken en/of over te maken op de bankrekening ten name van en/of ten gunste van verdachte (OPV, H12.5 en/of D-109 en/of D-523) en/of

-(op 23 juli 2007) - onverplicht, althans zonder (adequate) tegenprestatie - (een) geldbedrag(en) van (in totaal) 42.600 euro over te boeken en/of over te maken op de bankrekening ten name van en/of ten gunste van [betrokkene 6] (OPV, H12.6 en/of D-526 en/of D-088) en/of

-(op 20 juli 2007) divers materieel en/of roerende zaken van en/of in gebruik bij (onder anderen) [bedrijf 2] (ter waarde van ongeveer 192.450 euro, althans 156.800 euro) te verkopen en/of de (verkoop)prijs (van 156.800 euro) te verrekenen met een (niet bestaande en/of ongeldige) schuldbekentenis (D-059 t/m D-065) en/of materieel en/of roerende zaken van (onder anderen) [bedrijf 2] (ter waarde van ongeveer 11.800 euro) om niet over te laten nemen door verdachte (OPV, H12.6 en/of AH-20 en/of AH-35 en/of D-316 t/m D-319) en/of

aldus voornoemd(e) geldbedrag(en) en/of goed(eren) en/of voorwerp(en) buiten de faillissementsboedel gebracht en/of (doen) brengen en/of uit het zicht en/of uit de macht van de curator gebracht en/of doen brengen en/of gehouden en/of doen houden

tot het plegen van welke bovenomschreven strafba(a)r(e) feiten verdachte - al dan niet tezamen en in vereniging met (een) ander(en) - (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven gedraging(en) verdachte - al dan niet tezamen en in vereniging met (een) ander(en) - (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

3.

[bedrijf 3] welke vennootschap bij uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 19 mei 2009 in staat van faillissement is verklaard (en/of welke vennootschap de holding/moedermaatschappij was van [bedrijf 1] (waarin de bedrijfsactiviteiten plaatsvonden), welke vennootschap bij uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 8 augustus 2007 failliet is verklaard) op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 mei 2007 tot en met 19 juli 2007 te Leiderdorp en/of Rijpwetering en/of Alkemade en/of Kaag en Braassem en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met (een) (andere) (rechts)perso(o)n(en) en/of (een) perso(o)n(en), althans alleen, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van één of meer van de schuldeiser(s) van [bedrijf 3] (hetzij) lasten heeft verdicht, hetzij baten niet heeft verantwoord, hetzij enig goed aan de boedel heeft onttrokken en/of ter gelegenheid van het faillissement en/of op een tijdstip waarop [bedrijf 3] wist dat het faillissement niet kon worden voorkomen, één of meer schuldeiser(s) op enige wijze heeft bevoordeeld, door (onder meer):

-(op 30 mei 2007) - onverplicht, althans zonder (adequate) tegenprestatie - (een) geldbedrag(en) van (in totaal) 3.000 euro over te boeken en/of over te maken op de bankrekening ten name van en/of ten gunste van verdachte (OPV, H12.5 en/of D-109 en/of D-461) en/of

-(op 18 juli 2007) - onverplicht, althans zonder (adequate) tegenprestatie - (een) geldbedrag(en) van (in totaal) 122.500 euro over te boeken en/of over te maken op de bankrekening ten name van en/of ten gunste van [betrokkene 7] en/of [betrokkene 8] D-757 en/of D-462) (OPV, H12.2 en/of AH-42 en/of D-462) en/of

-(op 19 juli 2007) - onverplicht, althans zonder (adequate) tegenprestatie - (een) geldbedrag(en) van (in totaal) 50.000 euro over te boeken en/of over te maken op de bankrekening ten name van en/of ten gunste van verdachte (OPV, H12.5 en/of D-109 en/of D-462) en/of

-(op 19 juli 2007) - onverplicht, althans zonder (adequate) tegenprestatie - (een) geldbedrag(en) van (in totaal) 50.000 euro over te boeken en/of over te maken op de bankrekening ten name van en/of ten gunste van [betrokkene 5] (met als bestuurder [betrokkene 3] ) (OPV, H12.4.b en/of AH-17 en/of D-462) en/of

-(op 19 juli 2007) - onverplicht, althans zonder (adequate) tegenprestatie - (een) geldbedrag(en) van (in totaal) 5000 euro over te boeken en/of over te maken op de bankrekening ten name van en/of ten gunste van [betrokkene 9] (OPV, H12.7 en/of D-462) en/of

aldus voornoemd(e) geldbedrag(en) buiten de faillissementsboedel gebracht en/of (doen) brengen en/of uit het zicht en/of uit de macht van de curator gebracht en/of doen brengen en/of gehouden en/of doen houden

tot het plegen van welke bovenomschreven strafba(a)r(e) feiten verdachte - al dan niet tezamen en in vereniging met (een) ander(en) - (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven gedraging(en) verdachte - al dan niet tezamen en in vereniging met (een) ander(en) - (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

4

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2007 tot en met 11 november 2011 te Leiderdorp en/of Rijpwetering en/of Alkemade en/of Kaag en Braassem en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) (andere) perso(o)n(en) en/of (een) rechtsperso(o)n(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) van (een) voorwerp(en), te weten (een) Mercedes SL500 cabriolet (met kenteken [kenteken] ) (OPV, H.12.1 en/of AH-12 en/of D-741), althans (een) (ander(e)) voorwerp(en), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld dan wel heeft verborgen of verhuld wie de rechthebbende(n) op voornoemd(e) voorwerp(en) was/waren en/of voornoemd(e) voorwerp(en) voorhanden heeft gehad en/of dat/die voorwerp(en), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van dat/die voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij (verdachte) en/of zijn mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijven/misdrijf.

Vrijspraak feiten 1, 2 en 3

De feiten

Uit het onderzoek ter terechtzitting komt naar voren dat de verdachte omstreeks 2004/2005 door [betrokkene 10] (hierna: [betrokkene 10] ) en zijn zoons [betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 1] en [betrokkene 2] ) werd aangetrokken om te investeren in de bedrijven [bedrijf 1] , [bedrijf 2] en [bedrijf 3] , die op dat moment in financieel slecht weer verkeerden. De verdachte heeft vervolgens van 1 februari 2006 tot en met 1 januari 2007 ingeschreven gestaan in het handelsregister van de Kamer van Koophandel als algemeen directeur van alle drie de vennootschappen, welke in de praktijk functioneerden als één bedrijf. Het wijzigingsformulier voor de uitschrijving van de verdachte als algemeen directeur is op 22 maart 2007 bij de Kamer van Koophandel ontvangen.

De rechtbank acht aannemelijk dat de verdachte zich eind 2006 dan wel begin 2007 heeft teruggetrokken uit de vennootschappen om voor zijn zieke vrouw te zorgen. De verklaring van de verdachte daaromtrent vindt niet alleen bevestiging in diverse verklaringen in het dossier, maar past ook bij de uitschrijving uit het handelsregister en het opstellen van een ‘akte van schuldbetekenis’ als zekerheid voor een vordering van de verdachte van € 2.800.000 op onder meer de drie rechtspersonen, hetgeen in de eerste maanden van 2007 heeft plaatsgevonden. Vervolgens is de verdachte zich rond half april 2007 – toen het beter ging met zijn vrouw – weer op de vennootschappen gaan richten, maar dan met name op een mogelijke overname/voortzetting van de drie vennootschappen samen met [betrokkene 3] (hierna: [betrokkene 3] ), een broer van [betrokkene 10] , en [betrokkene 1] en [betrokkene 2] . Deze doorstart vond echter geen doorgang vanwege het terugtrekken van [betrokkene 3] en daarop is ook de verdachte afgehaakt.

[bedrijf 1] is op 8 augustus 2007 in staat van faillissement verklaard, [bedrijf 2] op 24 oktober 2007 en [bedrijf 3] op 19 mei 2009. In de maanden april tot en met juli 2007 zijn diverse geldbedragen van de bankrekeningen van de vennootschappen overgemaakt naar derden, onder wie de verdachte, en zijn goederen aangekocht dan wel verkocht. In de tenlastelegging zijn deze overboekingen en transacties aangemerkt als onttrekkingen aan de faillissementsboedel, dan wel als bevoordeling van schuldeisers.

Beoordelingskader feitelijk leidinggeven aan een gedraging van een rechtspersoon

In zijn arrest van 26 april 20161 heeft de Hoge Raad het beslissingskader dat zij eerder2 had gegeven ten aanzien van de vraag of een verdachte strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld ter zake van het feitelijke leidinggeven aan een door een rechtspersoon verrichte verboden gedraging, herhaald en als volgt uiteengezet.

Ten eerste dient te worden vastgesteld of de rechtspersoon een strafbaar feit heeft begaan (dat wil zeggen: een strafbaar feit heeft gepleegd of daaraan heeft deelgenomen). Ingeval die vraag bevestigend wordt beantwoord, komt de vraag aan de orde of kan worden bewezen dat de verdachte aan die gedraging feitelijke leiding heeft gegeven.

Om proceseconomische redenen passeert de rechtbank in onderhavige zaak de bewijsvraag of de rechtspersonen een strafbaar feit hebben begaan, omdat zij van oordeel is dat er in elk geval onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor het feitelijke leidinggeven (opdrachtgeven inbegrepen) door de verdachte.

De Hoge Raad heeft uiteengezet dat bij de beoordeling van de vraag of iemand als feitelijke leidinggever strafrechtelijk aansprakelijk is voor een door een rechtspersoon begaan strafbaar feit, moet worden vooropgesteld dat uit de taalkundige betekenis van het begrip feitelijk leidinggeven enerzijds voortvloeit dat de enkele omstandigheid dat de verdachte bijvoorbeeld bestuurder van een rechtspersoon is, niet voldoende is om hem aan te merken als feitelijke leidinggever aan een door die rechtspersoon begaan strafbaar feit. Maar anderzijds is een dergelijke juridische positie geen vereiste, terwijl ook iemand die geen dienstverband heeft met de rechtspersoon feitelijke leidinggever kan zijn aan een door de rechtspersoon begaan strafbaar feit.

In dat kader heeft de Hoge Raad vier omstandigheden uiteengezet waaruit het feitelijke leidinggeven kan worden herleid:

A) actief en effectief gedrag van de verdachte dat onmiskenbaar binnen de gewone betekenis van het begrip feitelijk leidinggeven valt;

B) indien de verboden gedraging het onvermijdelijke gevolg is van het algemene, door de verdachte (bijvoorbeeld als bestuurder) gevoerde beleid;

C) het door de verdachte leveren van een zodanige bijdrage aan een complex van gedragingen dat heeft geleid tot de verboden gedraging en het daarbij nemen van een zodanig initiatief dat de verdachte geacht moet worden aan die verboden gedraging feitelijke leiding te hebben gegeven;

D) indien door een meer passieve rol een verboden gedraging zodanig is bevorderd dat van feitelijk leidinggeven kan worden gesproken. Dat kan in het bijzonder het geval zijn bij de verdachte die bevoegd en redelijkerwijs gehouden is maatregelen te treffen ter voorkoming of beëindiging van verboden gedragingen en die zulke maatregelen achterwege laat.

De rol van de verdachte

De rechtbank ziet, evenals de officier van justitie, geen bewijs voor betrokkenheid van de verdachte bij de tenlastegelegde gedragingen die niet hebben geleid tot een directe bevoordeling van de verdachte (uitgezonderd de € 42.600 ter zake [betrokkene 6] (feit2)). De rechtbank beperkt zich in haar motivering dan ook tot de overboekingen van de geldbedragen € 32.339 (feit 1), € 4.000 en € 42.600 (feit 2), € 3.000 en € 50.000 (feit 3), en de aangekochte dan wel verkochte goederen, te weten de Mercedes SL500 (feit 1) en het materieel (feit 2).

De rechtbank stelt voorop dat de verdachte op de data waarop de gedragingen van de rechtspersonen zouden hebben plaatsgevonden geen formele betrokkenheid meer had bij de rechtspersonen. Alhoewel in de brief van 26 april 2007 is vermeld dat de verdachte weer onderdeel zou uitmaken van het bestuur, lijkt de daarop volgende brief van 15 juni 2007, door de zinsnede “per 26 april 2007 is de directie (…) ongewijzigd”, erop te wijzen dat dit enkel een voornemen is geweest dat zich (kennelijk door het terugtrekken van [betrokkene 3] ) niet heeft gerealiseerd, temeer nu deze wijziging in de directie niet is doorgevoerd in handelsregister. Deze brieven vormen dan ook onvoldoende grondslag om de verdachte in de tussenliggende periode als feitelijke leidinggever aan te merken.

Ad A.

Uit het onderzoek volgt voorts niet dat er sprake was van “actief en effectief gedrag van de verdachte dat onmiskenbaar binnen de gewone betekenis van het begrip feitelijk leidinggeven valt”. Ten aanzien van de overboekingen volgt uit het dossier dat niet de verdachte maar [betrokkene 10] de opdracht daartoe heeft gegeven. Van enige betrokkenheid van de verdachte daarbij is niet gebleken. Alleen in het kader van de overboeking van het bedrag van € 42.600 aan [betrokkene 6] op 23 juli 2007 (feit 2) komt de verdachte naar voren (D-427). De verdachte heeft dit echter weersproken en ook [betrokkene 9] (hierna: [betrokkene 9] ) heeft verklaard dat deze overboeking is gedaan in opdracht van [betrokkene 10] (en [betrokkene 1] en [betrokkene 2] ). Daarmee is de betrokkenheid van de verdachte bij deze overboeking niet komen vast te staan. De omstandigheid dat een aantal overboekingen wel aan hem ten goede is gekomen, doet aan het voorgaande niet af, zeker tegen de achtergrond dat de verdachte een aanzienlijke vordering op de vennootschappen had.

Ad B.

Dat er sprake was van enig door de verdachte gevoerd beleid in de ten laste gelegde periode, wordt evenmin ondersteund door enig bewijsmiddel. Zoals hiervoor is overwogen heeft de verdachte zich eind 2006 dan wel begin 2007 teruggetrokken en heeft hij zich na zijn terugkeer in april 2007 gericht op een overname. Dat de verdachte zich in die tijd inhoudelijk heeft bemoeid met de koers van de vennootschappen, is niet gebleken. Dat hij zo nu en dan, al dan niet op verzoek, door hem ingebrachte werken heeft nagelopen, is daarvoor onvoldoende. Hij is bijvoorbeeld ook niet betrokken geweest bij de overdracht van de aandelen van de vennootschappen in juli 2007.

Ad C.

In het kader van een bijdrage aan een complex van gedragingen en het nemen van initiatief zijn de aankoop van de Mercedes SL500 en de verkoop van het materieel van belang.

Ten aanzien van de Mercedes geldt dat de verdachte het initiatief heeft genomen tot de aankoop daarvan. Uit de verklaringen van de verdachte en [betrokkene 9] volgt echter dat de verdachte hiervoor toestemming had gekregen van [betrokkene 10] . Dat maakt dat de rol van de verdachte niet van zodanige aard was dat hij geacht moet worden aan die (luxe-)uitgave feitelijke leiding te hebben gegeven.

Ten aanzien van de verkoop van het materieel is de rechtbank van oordeel dat de verdachte bij deze transactie slechts als koper kan worden aangemerkt en niet tegelijkertijd ook als feitelijke leidinggever van de verkopende rechtspersoon/rechtspersonen. De omstandigheid dat hij het initiatief heeft genomen voor een taxatie van het materieel maakt dat niet anders, nu een dergelijk initiatief in het kader van een aankoop niet ongebruikelijk is.

Ad D.

Ten slotte biedt het dossier onvoldoende aanknopingspunten dat de verdachte in de positie was om de ‘onttrekkingen’ tegen te gaan en dit heeft nagelaten.

Conclusie

De rechtbank concludeert dan ook dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte aan de door de rechtspersonen verrichte gedragingen zoals in de tenlastelegging vermeld feitelijk leiding heeft gegeven, en zal de verdachte dan ook vrijspreken van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde.

Vrijspraak feit 4

De verdachte heeft verklaard dat hij de aankoop van de Mercedes SL500 met [betrokkene 10] heeft besproken, dat om fiscale redenen ervoor is gekozen om de auto op naam van [bedrijf 1] te zetten en dat het bedrag is afgeschreven in de rekening-courant van de verdachte. Gelet op deze gang van zaken, die door [betrokkene 9] wordt bevestigd en niet door andere bewijsmiddelen wordt weersproken, kan niet worden bewezen dat de verdachte wist dat de auto uit enig misdrijf afkomstig was (de rechtbank begrijpt: dat de verdachte wist dat de auto werd onttrokken aan de boedel, aangenomen dat van een onttrekking sprake was). De rechtbank zal de verdachte daarom ook vrijspreken van het onder 4 tenlastegelegde witwassen.

Het verzoek tot het horen van [betrokkene 9] als getuige

De rechtbank zal het verzoek van de verdediging om [betrokkene 9] als getuige te horen afwijzen. Nu de verdachte integraal zal worden vrijgesproken, heeft de verdediging geen rechtens te respecteren belang meer bij het horen van deze getuige.

De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

wijst af het verzoek om [betrokkene 9] als getuige te horen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H. Steenhuis, voorzitter,

mr. M.L. Ruiter, rechter,

mr. M. Enthoven, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. A.J. van Zelst, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 juni 2016.

1 ECLI:NL:HR:2016:733

2 ECLI:NL:HR:2003:AF7938