Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:6124

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
25-05-2016
Datum publicatie
06-06-2016
Zaaknummer
C/09/491116 / HA ZA 15-729
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

Verzekering o.a. tegen gevaren brand. Brand door explosie bij werkzaamheden meterkast. Fout van electricien. Verzekeraar ten onrechte uitkering geweigerd o.b.v. clausule dat elektrische installatie elke 5 jaar gecontroleerd en onderhouden moet worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2017/12

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/491116 / HA ZA 15-729

Vonnis van 25 mei 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HABRA HOLDING B.V.,

gevestigd te [plaats] ,

eiseres,

advocaat mr. E.J. Eijsberg te Rotterdam,

tegen

de naamloze vennootschap

REAAL SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Zoetermeer,

gedaagde,

advocaat mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Habra en Reaal genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 12 juli 2015, met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord van 5 augustus 2015;

  • -

    het tussenvonnis van 26 augustus 2015 waarin een comparitie van partijen is bepaald;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 27 november 2015 en het daarin genoemde gedingstuk.

1.2.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Habra is enig aandeelhoudster en bestuurster van Oranka Vluchtensappen B.V. (hierna: Oranka). Oranka exploiteert een groothandel in de im- en export van vruchtensappen en in verwante apparatuur en accessoires.

2.2.

Oranka huurt het bedrijfspand waarin zij haar bedrijfsactiviteiten verricht van Wageningse Vastgoed Combinatie. Het bedrijfspand is onderdeel van een Bedrijfsverzamelgebouw, waarin onder andere de bedrijven Naturalia, garagebedrijf Nieuwkamp en Hijsservice Twente gevestigd zijn.

2.3.

Habra en Oranka zijn verzekerd bij Reaal voor de risico’s die gepaard gaan met de exploitatie van dit bedrijf onder polisnummer 5164303940 (hierna: de polis). De polis biedt dekking voor onder meer het risico van inventaris-/goederen- en bedrijfsschade.

2.4.

Op de polis zijn een aantal clausules van toepassing, waaronder - onder meer - de volgende:

“R004 : Garanties

Indien niet voldaan wordt aan één of meer “garanties” dit deel van deze polis uitmaken, is de maatschappij ontheven van alle verplichting tot schadevergoeding tenzij verzekerde aannemelijk maakt dat de schade door het niet-nakomen van de garantie noch veroorzaakt noch vergroot is. (...)

(...)

R008 : Elektrische installaties (garantie)

De verzekerde gegarandeerd aan de maatschappij en deze verzekering geschiedt daarom ook op de uitdrukkelijke voorwaarde dat de elektrische installatie tenminste om de vijf jaar door een erkend elektrotechnisch bureau wordt gecontroleerd of de installatie voldoet aan de norm NEN 1010 (veiligheidsvoorschriften voor laagspanningsinstallaties). Voorts wordt de elektrische installatie onderhouden overeenkomstig NEN-EN 50110 (NEN 3140) waarbij geconstateerde gebreken direct worden hersteld. De maatschappij dient in het bezit te worden gesteld van een kopiecertificaat NEN-EN 50110 (NEN 3140).

(...)”i

2.5.

De schakel- en verdeelinrichting van het bedrijfspand bevindt zich in het door het garagebedrijf Nieuwkamp gehuurde deel van het Bedrijfsverzamelgebouw. Habra/Oranka hebben besloten een splitsing aan te brengen van de elektrische installatie zodat zij een eigen elektrische installatie zouden verkrijgen. Voor het splitsen van de elektrische installatie en de NEN 3140-keuring van hun eigen installatie hebben zij opdracht verstrekt aan Klussenbedrijf [D] v.o.f. (hierna: de elektricien).

2.6.

De elektricien is op zaterdag 1 november 2014 begonnen met de uitvoering van zijn werkzaamheden. Tijdens het werk in de verdeelinrichting heeft de elektricien een bout of schroef waarmee de kabel vast zat geprobeerd los te draaien, waarop een harde knal met een steekvlam is gevolgd en aansluitend brand. De elektricien is ernstig gewond geraakt en ook de medewerker van Oranka, de heer [A] , die bij de werkzaamheden aanwezig was, is gewond geraakt.

2.7.

Reaal heeft voor de vaststelling van de schade expertisebureau Advidex ingeschakeld en Habra/Oranka hebben ter zake een contra-expertise laten verrichten. De schade is tussen partijen vastgesteld bij akte van taxatie van 17 december 2014 op € 87.340,69.

2.8.

Door Reaal is EMN Forensic (hierna: EMN) ingeschakeld om een onderzoek naar de toedracht te verrichten. In haar rapport van 2 december 2014 is - onder meer - opgenomen:

“3 TECHNISCH ONDERZOEK

(…)

3.1

Brandonderzoek

De brand is ontstaan in de centrale meterkast welke is gesitueerd in het garagebedrijf [B] [adres] te [plaats] .

Voorafgaand aan het technisch onderzoek was de onderverdeelinrichting in de meterkast inmiddels vervangen. De brand is beperkt gebleven tot de meterkast en de directe omgeving van deze kast. Een onderzoek naar de oorzaak van de brand was niet meer mogelijk op de basis van de aangetroffen situatie.

(...)

Onderverdeelinrichting

(...)

Door mij werd op 14 november 2014 gesproken met de heer [C] . Hij deelde mij mede dat hij de verbrande onderverdeelinrichting had bekeken. Over de oorzaak van de brand kon hij niets mededelen. Wel heeft de heer [C] geconstateerd dat de brand aan de rechterbovenzijde van de onderverdeelinrichting is begonnen en dat daar een sluiting heeft plaatsgevonden. Ook trof hij de hoofdschakelaar van de onderverdeelinrichting in “aan” stand aan. Deze schakelaar werd door de monteur van [C] uitgeschakeld alvorens men de nieuwe onderverdeelinrichting ging installeren. Uit het vorenstaande concludeerde de heer [C] dat er voorafgaand aan de brand “spanning” heeft gestaan op de installatie. Uit hetgeen de heer [C] ter plaatse na de brand waarnam concludeerde hij eveneens dat er waarschijnlijk werkzaamheden aan de onderverdeelinrichting hadden plaatsgevonden en dat er onder spanning werd gewerkt. (...)

4 TACTISCH ONDERZOEK

(...)

Verklaring getuige

(...)

De heer [A] , (...) verklaarde als volgt:

“(...)

Op zaterdag 1 november 2014 was ik samen met de heer [D] aan het werk in het pand aan de [adres] te [plaats] . De heer [D] is eigenaar van het installatiebedrijf [D] uit [plaats] .

In het verleden kregen wij door uitbreiding van ons bedrijf een steeds groter gedeelte van het totale pand in gebruik als huurder. In die gedeeltes hebben in het verleden machines gestaan en om die af te koppelen heeft iemand gewoon de leidingen doorgeknipt in de meterkast.

Hierdoor was het in de meterkast een beetje een rommeltje. We wilden dit graag weer netjes hebben. De heer [D] heeft de opdracht gekregen om de meterkast bij de [adres] te fatsoeneren.

Verder heeft de heer [D] de opdracht gekregen om de stroomvoorziening van het bedrijf Naturalia, een bedrijf dat ook in dit pand zit, van onze meterkast af te halen en deze op hun eigen meterkast te zetten. In het verleden is dit kennelijk zo aangelegd om meer capaciteit te krijgen voor Naturalia.

Wij wilden alleen onze eigen zaken op deze meterkast hebben zodat we alleen voor onze eigen stroom zouden betalen.

(...)

We zijn die ochtend, (...) begonnen met het overzetten van de stroomvoorziening van Naturalia. Hier waren we omstreeks 11:30 uur mee klaar. We hebben, om deze werkzaamheden veilig uit te kunnen voeren, in het Enexishuisje dat voor het pand staat de stroom volledig van het gehele pand gehaald.

Daarna zijn we begonnen met het fatsoeneren van de meterkast. Er liepen diverse kabels naar verschillende plekken in het pand. Dit waren voornamelijk loze kabels en die hebben wij weggehaald. Op een gegeven moment hebben we het erover gehad dat de stroom er weer op kon in het Enexishuisje. Ik weet niet precies hoe laat het was. Maar zowel de heer [D] als ik wisten dat de stroom weer op de kast zat. We hebben de stroom er weer op gezet om te kunnen kijken of er nog verbruik was van stroom terwijl bij ons in het pand alle apparaten en stroomverbruikers uitstonden. Zo wilden we zien of er nog elders, wellicht bij buren, van onze meterkast stroom afgepakt werd omdat dit wellicht ooit zo aangelegd werd.

Dit bleek niet het geval te zijn. Vervolgens hebben we met behulp van een ampèretang in de meterkast gemeten hoeveel kiloWatt aan stroom er getrokken werd als we de verlichting in onze hallen aan zouden zetten.

Vervolgens zijn we weer verder gegaan met fatsoeneren van de meterkast. We hebben er toen niet meer over gesproken om de stroom er weer af te halen. Ik heb geen idee of [D] vergeten kan zijn om de stroom er weer af te halen.

Op het moment van het ongeval was [D] bezig met de stoppenkast rechts bovenin de meterkast. (...) [D] vertelde, vlak voordat de knal kwam, dat één van de kabels met een bout vast zat i.p.v. met een normale schroef. Ik zag dat hij vervolgens met een tang deze bout los wilde maken. Dit was een geïsoleerde tang. (...)

Vlak daarna volgde een harde knal en een steekvlam. (...)

Ik ben vervolgens direct naar het Enexishuisje gelopen en heb de hoofdschakelaar uitgezet omdat ik wist dat de hulpverlening zou komen en ze de brand zouden gaan blussen. Voor de veiligheid heb ik de stroom uitgeschakeld.

(...)

5 BESCHOUWING

Door verzekerde is niet voldaan aan de garantieclausule R008 Elektrische installatie. Verzekerde kon geen goedkeuringsrapport overleggen. De elektrische installatie is nooit gekeurd ingevolge NEN 3140.

De installateur [D] heeft niet voldaan aan de eisen met betrekking tot het werken aan een elektrische installatie die voorschrijft dat een elektrische installatie spanningsloos moet zijn. Als de onderverdeelinrichting spanningsloos was dan had de brand niet kunnen ontstaan. (...)

7 CONCLUSIE

Er werd niet voldaan aan de garantieclausule R008 (Elektrische installatie).

Door de heer [D] werd in strijd met de gelden regelgeving aan een elektrisch installatie gewerkt.

(...)”

3 Het geschil

3.1.

Habra vordert - samengevat - dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Reaal zal veroordelen:

I. om aan Habra een bedrag van € 86.840,96 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 januari 2015, althans vanaf 12 juni 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

II. om aan Habra buitengerechtelijke kosten te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

III. in de (na)kosten.

3.2.

Ter onderbouwing van haar vorderingen stelt Habra - verkort weergegeven - dat Reaal gehouden is de door Habra geleden schade ten gevolge van de brand op basis van de polisvoorwaarden aan haar te vergoeden.

3.3.

Reaal voert gemotiveerd verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Partijen zijn het erover eens dat Habra niet heeft voldaan aan de garantieclausule R008 (vergelijk onder 2.4). Tussen partijen is evenmin in geschil dat Habra derhalve in beginsel geen dekking onder de polisvoorwaarden toekomt, tenzij de schade niet het gevolg is van het niet nakomen van de garantieclausule R008 (vergelijk clausule R004 onder 2.4).

4.2.

Reaal betoogt dat vaststaat dat de elektrische aansluitingen in de meterkast niet in orde waren. De meterkast was rommelig en er waren loze, afgeknipte leidingen aanwezig en de onderhavige elektrische verbinding was aangelegd met een bout in plaats van met een schroef. Wanneer de garantieclausule R008 zou zijn nageleefd, dan zou het onderhavige gebrek tijdens de periodieke uit te voeren controle aan het licht zijn gekomen en conform de garantieclausule direct moeten zijn verholpen. Van een gevaarlijke situatie, die aangepast / verbeterd / in overeenstemming met de NEN 1010-norm gebracht moest worden, zou dan geen sprake zijn geweest. De door de elektricien uitgevoerde gewraakte handelingen zouden dan niet nodig zijn geweest en er zou dan ook geen brand zijn ontstaan. Dat betekent dat er wel degelijk een causaal verband tussen de overtreding van clausule R008 en het ontstaan van de brand is, aldus nog steeds Reaal.

4.3.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Zij is - met Habra - van oordeel dat het niet naleven van de garantieclausule R008 niets van doen heeft met het ontstaan van de onderhavige brand. Het mag zo zijn dat het in de onderhavige meterkast “rommelig” was (waarbij overigens de vraag is of dit valt onder, en zo ja, in strijd is met de onderhavige geldende NEN-normen) of dat een bout in plaats van een schroef is gebruikt bij een elektrische verbinding (waarbij dezelfde vraag aan de orde is), de brand is onmiskenbaar enkel ontstaan door een menselijke fout, te weten het verzuim van de elektricien om de spanning van de meterkast af te halen tijdens een deel van de door hem uit te voeren werkzaamheden. Doordat hij vervolgens met een tang de bout heeft geprobeerd los te schroeven, heeft zich een explosie met een steekvlam voorgedaan (vergelijk onder 2.8). Het verweer van Reaal dat de brand niet zou zijn ontstaan als het gebrek tijdens de periodieke uit te voeren controles aan het licht zou zijn gekomen en zou zijn verholpen, kan de rechtbank niet volgen. Immers, in dat geval hadden toentertijd vergelijkbare werkzaamheden moeten worden uitgevoerd en had dezelfde menselijke fout kunnen zijn gemaakt met dezelfde gevolgen. De onderhavige clausule is bedoeld voor de situaties waarin door gebrek aan controle niet meer aan de vereiste veiligheidsvoorschriften wordt voldaan en waarin de dientengevolge aanwezige gebreken de brand veroorzaken. Dat is in het onderhavige geval niet aan de orde. Bij deze uitkomst kunnen de overige door Reaal aangevoerde weren onbesproken blijven.

4.4.

Het voorgaande betekent dat Reaal op grond van de polis gehouden is de door Habra geleden schade te vergoeden. De vordering genoemd onder 4.1 I komt dan ook voor toewijzing in aanmerking, inclusief de vanaf 8 januari 2015 gevorderde - onweersproken gebleven - wettelijke rente, nu Reaal in ieder geval vanaf die datum in verzuim is met vergoeding van de door Habra geleden schade.

4.5.

Habra vordert buitengerechtelijke kosten, berekend op twee punten van het geldende liquidatietarief, op basis van rapport Voorwerk II, derhalve € 1.788. De rechtbank stelt voorop dat in dit kader rekening gehouden moet worden met de Wet normering van de vergoeding voor kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit), nu het verzuim van Reaal is ingetreden na 1 juli 2012. De onderhavige vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit van toepassing is. De rechtbank zal de vraag of buitengerechtelijke incassokosten zijn verschuldigd daarom toetsen aan de eisen voor dergelijke vorderingen zoals deze zijn geformuleerd in het Rapport BGK-integraal. Daarbij wordt voor de hoogte van de tarieven aan de wettelijke tarieven getoetst en niet aan de tarieven van Voorwerk II.

4.6.

Habra heeft geen nadere specificaties overgelegd waaruit blijkt welke werkzaamheden zijn verricht, maar wel een omschrijving gegeven van de verrichte buitengerechtelijke werkzaamheden. De rechtbank zal de buitengerechtelijke kosten conform de tarifering van het Besluit dan ook toewijzen tot een bedrag van € 1.665,95, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 12 juni 2015 (dag der dagvaarding).

4.7.

Reaal zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Habra worden begroot op totaal € 3.697, bestaande uit € 1.909 aan griffierecht en € 1.788 aan salaris van de advocaat (2 punten × tarief IV).

4.8.

Voor veroordeling in de gevorderde nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt Reaal tot betaling aan Habra van een bedrag van € 86.840,96, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 8 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening,

5.2.

veroordeelt Reaal tot betaling aan Habra van een bedrag van € 1.665,95 aan buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 12 juni 2015 tot aan de dag der algehele voldoening,

5.3.

veroordeelt Reaal in de proceskosten, aan de zijde van Habra tot op heden begroot op € 3.697,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. D. Nobel en in het openbaar uitgesproken op 25 mei 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.1

1 type:1555