Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:6103

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-06-2016
Datum publicatie
14-06-2016
Zaaknummer
C/09/502023 / FA RK 15-9819
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

erkenning adoptie Zuidafrika. voldoende vast staat dat verzoeker ttv verzoek tot adoptie verblijfplaats had in Zuidafrika. Vast staat dat mj in Zuidafrika gewone verblijfplaats had. Rechtbank toetst niet aan 10:109 BW maar aan de bepalingen van 10:108BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 15-9819

Zaaknummer: C/09/502023

Datum beschikking: 1 juni 2016

Erkenning buitenlandse adoptie en vaststellen geboortegegevens

Beschikking op het op 18 december 2015 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker] ,

verzoeker,

wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. B. Wegelin te Amsterdam.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende te [woonplaats]

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,

zetelend te ’s-Gravenhage,

de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van:

- het verzoekschrift;

- de brief d.d. 29 januari 2016 van de zijde van de ambtenaar;

- de brief d.d. 12 februari 2016 van de zijde van verzoeker;

- de brief d.d. 11 maart 2016 van de zijde van de ambtenaar;

- de brief d.d. 17 maart 2016, met bijlagen, van de zijde van verzoeker;

- de brief d.d. 14 april 2016 van de zijde van de ambtenaar;

- de instemmingsverklaring van de moeder, getekend op 18 mei 2016.

De minderjarige [minderjarige] heeft schriftelijk haar mening kenbaar gemaakt.

Verzoek en verweer

Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank:

- primair: voor recht verklaart dat is voldaan aan de voorwaarden voor erkenning van de Zuidafrikaanse adoptie d.d. 8 oktober 2008 van [minderjarige] , oorspronkelijk genaamd [mj] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , Zuidafrika, door verzoeker, en dat deze adoptie vatbaar is voor inschrijving in het desbetreffende register van de burgerlijke stand;

subsidiair: de adoptie naar Nederlands recht uitspreekt van de minderjarige door verzoeker;

primair en subsidiair:

- de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage gelast de

buitenlandse geboorteakte van de minderjarige in te schrijven in het daartoe

bestemde register dan wel de geboortegegevens van de minderjarige vast te stellen;

- de ambtenaar gelast een vervangende geboorteakte op te maken en daarop een latere vermelding van de adoptie te plaatsen;

en voorwaardelijk - ingeval de adoptie in Zuidafrika niet tot gevolg heeft dat de voordien

bestaande familierechtelijke betrekkingen worden verbroken (zogenoemde zwakke adoptie)

– wordt verzocht de adoptie om te zetten in een adoptie naar Nederlands recht (zogenoemde

sterke adoptie).

De moeder stemt in met toewijzing van het verzoek.

De ambtenaar heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen de verklaring voor recht van de buiten Nederland uitgesproken adoptie, de erkenning van de bij die adoptie verkregen namen, de last tot plaatsen latere vermelding betreffende verklaring voor recht van een buitenlandse adoptie en de (nadere) vaststelling van de oorspronkelijke geboortegegevens.

Feiten

- Het verzoek betreft de minderjarige [minderjarige] , oorspronkelijk genaamd [mj] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , Zuidafrika.

- Verzoeker is op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , Zuidafrika, gehuwd met de moeder van de minderjarige.

- Op 8 oktober 2008 is naar Zuidafrikaans recht de adoptie uitgesproken van de minderjarige door verzoeker.

- Op [geboortedatum] kregen verzoeker en de moeder een zoon, [mj2] geboren te [geboorteplaats] , Zuidafrika.

- Sinds 25 december 2012 verblijven de minderjarige, de moeder, [mj2] en verzoeker gezamenlijk in Nederland.

- De minderjarige heeft de Zuidafrikaanse nationaliteit, verzoeker heeft de Nederlandse nationaliteit.

Beoordeling

Erkenning buitenlandse adoptie

Het Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie (Haags adoptieverdrag) (Trb 1993, 197) is niet van toepassing nu er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake is van een interlandelijke adoptie. Dit omdat de rechtbank aanneemt dat er geen sprake van is dat de minderjarige met het oog op adoptie van Zuid-Afrika naar Nederland is of zou worden overgebracht. Daarbij neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Verzoeker heeft aangegeven dat hij ten tijde van de adoptie feitelijk in Zuid Afrika woonde, met de moeder. Dit vindt onder meer steun in de omstandigheid dat verzoeker in 2006 in Zuid Afrika met de moeder is gehuwd en dat zij samen in 2009 in Zuid Afrika een kind hebben gekregen, [mj2] . Verder is de minderjarige pas ruim vier jaar na de adoptie naar Nederland gekomen.

Op grond van het bepaalde in artikel 10:108 lid 1, aanhef en onder a, BW wordt een buitenslands gegeven beslissing waarbij een adoptie tot stand is gekomen in Nederland van rechtswege erkend indien zij is uitgesproken door een ter plaatse bevoegde autoriteit van de staat waar de adoptiefouders en het kind zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak hun gewone verblijfplaats hadden. Ingevolge het tweede lid van genoemd artikel wordt aan een dergelijke adoptiebeslissing erkenning onthouden indien:

  • -

    aan die beslissing kennelijk geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan, of

  • -

    de erkenning van die beslissing kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde, hetgeen steeds het geval is indien die beslissing kennelijk betrekking heeft op een schijnhandeling.

Zoals hiervoor overwogen, neemt de rechtbank aan op grond van het door verzoeker gestelde, dat hij ten tijde van het verzoek tot adoptie en ten tijde van de uitspraak, zijn gewone verblijfplaats in Zuidafrika had. Vast staat ook dat de minderjarige zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak haar gewone verblijfplaats in Zuidafrika had. Anders dan verzoeker, toetst de rechtbank dan ook niet aan de bepalingen in artikel 10:109 BW, maar aan de bepalingen van artikel 10:108 BW.

Gezien de overgelegde stukken is de rechtbank van oordeel dat voldoende is gebleken dat voormelde Zuidafrikaanse adoptiebeslissing is te beschouwen als een beslissing van een ter plaatse bevoegde autoriteit en dat hieraan een behoorlijk onderzoek en een behoorlijke rechtspleging vooraf zijn gegaan.

Nu voorts geen omstandigheden zijn gesteld of gebleken waaruit zou kunnen volgen dat erkenning van de beslissing in strijd zou komen met de Nederlandse openbare orde is de rechtbank van oordeel dat de Zuidafrikaanse adoptiebeslissing voldoet aan de in artikel 10:108 genoemde voorwaarden voor erkenning van rechtswege.

Derhalve komt de rechtbank niet toe aan de beoordeling van het subsidiaire verzoek tot het uitspreken van een adoptie naar Nederlands recht.

De rechtbank gelast op de voet van artikel 10:109, derde lid, BW, dat een latere vermelding van adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte van de burgerlijke stand wordt toegevoegd.

Nu de minderjarige ten gevolge van de voormelde Zuidafrikaanse adoptie-uitspraak reeds de geslachtsnaam van verzoeker draagt, welke in zoverre op grond van artikel 10:24 BW dient te worden erkend in Nederland, en verzoeker geen wijziging van de geslachtsnaam heeft verzocht, komt aan artikel 1:5, derde lid, juncto 1:5, achtste lid, BW geen betekenis toe en behoudt de minderjarige de geslachtsnaam Smit.

De rechtbank is van oordeel dat uit de stukken genoegzaam blijkt dat de Zuidafrikaanse adoptie een sterke adoptie is zodat zij niet toekomt aan het voorwaardelijke verzoek de adoptie om te zetten naar een adoptie naar Nederlands recht.

Vaststellen geboortegegevens

Voldoende aannemelijk is gemaakt dat met betrekking tot de minderjarige niet kan worden beschikt over een overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte geboorteakte, althans dat niet kan worden beschikt over een overeenkomstig de voorschriften naar Nederlands recht opgemaakte geboorteakte. De overgelegde geboorteakte bevat immers de gegevens van de moeder en verzoeker als ouders van de minderjarige en geeft niet de situatie weer zoals deze gold op het moment van geboorte van de minderjarige.

De rechtbank is van oordeel dat uit de inhoud van de in het geding gebrachte stukken voldoende aanwijzingen zijn verkregen omtrent de omstandigheden waaronder en de datum waarop de geboorte van voornoemde minderjarige moet hebben plaatsgehad.

De rechtbank beslist, gelet op artikel 1:25c lid 3 BW, als volgt.

Het verzoek de ambtenaar te gelasten een vervangende geboorteakte op te maken wijst de rechtbank wegens gebrek aan belang af, nu dit reeds uit artikel 1:25f BW voortvloeit.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart voor recht dat de Order of Adoption, uitgesproken op 8 oktober 2008 door de Children’s Court for the District of Durban, Zuidafrika, waarbij de adoptie tot stand is gekomen van [mj] , thans genaamd [minderjarige] , van het vrouwelijk geslacht, geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , Zuidafrika, door [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , aan de in artikel 10:108 BW, genoemde voorwaarden voor erkenning voldoet;

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen;

stelt de volgende voor het opmaken van een geboorteakte noodzakelijke gegevens vast:

geslachtsnaam : [naam]

voornaam : [naam]

geboortedatum : [geboortedatum]

geboorteplaats : [geboorteplaats] , Zuidafrika

geslacht : F (vrouwelijk)

MOEDER

geslachtsnaam : [naam]

voornaam : [naam]

geboortedatum : [geboortedatum]

geboorteplaats : [geboorteplaats] , Zuidafrika

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.M. Westerhuis-Evers, kinderrechter, bijgestaan door P. Hillebrand als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting 1 juni 2016.