Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:5425

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
01-04-2016
Datum publicatie
22-08-2017
Zaaknummer
09/083734-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zware mishandeling van aangever tijdens een voetbalwedstrijd. Dit is een ernstig feit. Aangever heeft meerdere operaties ondergaan en heeft een langdurig revalidatietraject moeten doorstaan. De kans bestaat dat aangever nimmer volledig zal herstellen. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij tot op heden geen contact heeft gezocht met aangever om te vragen hoe het met hem gaat.

De rechtbank houdt rekening met de omstandigheid dat verdachte reeds tuchtrechtelijk/disciplinair is bestraft door de KNVB en tevens met de omstandigheid dat het een feit van al wat langer geleden betreft. Met het oog op het vorenstaande acht de rechtbank een taakstraf van na te melden duur passend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2017-0702
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/083734-15

Datum uitspraak: 1 april 2016

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats] ,

BRP-adres: [adres]

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 18 maart 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. S. Sleeswijk Visser en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. W. Suttorp, advocaat te Rotterdam, en door verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 30 november 2014 te Schoonhoven aan [slachtoffer]

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een dubbele beenbreuk van het

linkerbeen (kuitbeen en scheenbeen) en/of een scheurtje in het linker

enkelgewricht, heeft toegebracht door deze [slachtoffer] op/tegen het

linkerbeen te schoppen en/of te trappen en/of tegen het linkerbeen een sliding te maken;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 30 november 2014 te Schoonhoven [slachtoffer] heeft

mishandeld door deze [slachtoffer] op/tegen het linkerbeen te schoppen

en/of te trappen en/of tegen het linkerbeen een sliding te maken, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een dubbele beenbreuk van het linkerbeen (kuitbeen en scheenbeen) en/of een scheurtje in het linker enkelgewricht ten gevolge heeft gehad;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 30 november 2014 te Schoonhoven grovelijk, althans

aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam en/of nalatig (tijdens een

voetbalwedstrijd) met zijn, verdachtes, be(e)n(en) tegen de/het

(linker)be(e)n(en) van [slachtoffer] heeft geschopt en/of getrapt en/of is

aangegleden (tengevolge waarvan deze [slachtoffer] ten val kwam), waardoor

het aan zijn schuld te wijten is geweest dat deze [slachtoffer] zwaar

lichamelijk letsel, te weten een dubbele beenbreuk van het linkerbeen

(kuitbeen en scheenbeen) en/of een scheurtje in het linker enkelgewricht,

heeft bekomen, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke

ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de ambts- of

beroepsbezigheden van deze was ontstaan.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding1

Op 30 november 2014 vond om 11:00 uur een voetbalwedstrijd plaats op het voetbalveld van VV Schoonhoven te Schoonhoven. Het betrof een wedstrijd tussen VV Schoonhoven en Zwervers CCV uit Capelle aan den IJssel.

In de tweede helft krijgt [slachtoffer] , speler van VV Schoonhoven een trap tegen zijn linkerbeen van een speler van Zwervers CCV. Als gevolg daarvan breekt het linkerbeen van [slachtoffer] .

Verdachte wordt ervan verdacht dat hij opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht aan [slachtoffer] , althans [slachtoffer] heeft mishandeld met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg, dan wel dat het aan zijn schuld te wijten is dat [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.

3.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan.

De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat de handeling van verdachte wederrechtelijk was en dat verdachte deze handeling opzettelijk heeft gedaan, in de zin van voorwaardelijk opzettelijk.

3.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit verdachte integraal vrij te spreken. Er was geen opzet bij verdachte, ook niet in voorwaardelijke zin. Verdachte heeft een sliding gemaakt vanaf de zijkant van [slachtoffer] en wilde de bal wegspelen. De verklaringen van de getuigen lopen uiteen en niet is vast te stellen hoe de sliding precies is uitgevoerd, hoe hoog het been van verdachte was en waar aangever precies is geraakt. Hierdoor is niet gebleken van een aanmerkelijke kans op letsel. Tevens is geen sprake van aanmerkelijk onvoorzichtig handelen van verdachte. Een sliding komt veel voor in het voetbal, vaak zonder dat daarbij zwaar lichamelijk letsel wordt veroorzaakt. Er is sprake van een ongeluk met een ongelukkige afloop.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging

[slachtoffer] (hierna aangever) heeft verklaard op het voetbalveld tijdens een wedstrijd van achteren te zijn geraakt, waarbij hij zijn onderbeen op twee plaatsen heeft gebroken en een scheurtje in zijn enkelgewricht heeft opgelopen.2 Uit medische informatie van 17 maart en 9 mei 2015 is gebleken dat er sprake was van een dubbele breuk in het onderbeen, waaraan verdachte meerdere keren is geopereerd.3

Getuige [getuige] heeft verklaard dat een speler van Zwervers CCV vol op aangever af ging, aangever op dat moment nog niet in het bezit van de bal was en dat deze speler aangever met een sliding van achteren onderuit trapte.4 Getuige [getuige 3] , trainer van Zwervers CCV, heeft verklaard dat verdachte een sliding maakte en dat hij denkt dat die sliding niet helemaal per ongeluk was, immers als je een sliding van achteren maakt, neem je altijd een risico, aldus de getuige.5 De getuige [getuige 2] , scheidsrechter bij de betreffende wedstrijd, heeft verklaard dat in de 85ste minuut van de wedstrijd een overtreding werd gemaakt doordat een speler van de Zwervers CCV, naar later bleek verdachte, vanaf de achterkant een sliding maakte op een speler van VV Schoonhoven. De speler van VV Schoonhoven had de bal op dat moment niet aan zijn voet en was in een sprint. Na een eerdere overtreding in dezelfde wedstrijd, waarbij een speler van VV Schoonhoven een sliding had gemaakt op een speler van de Zwervers CCV, was een speler van VV Schoonhoven bij getuige [getuige 2] gekomen en vertelde dat verdachte had gezegd dat hij ook een dergelijke overtreding kon maken. [getuige 2] heeft verdachte daarop aangesproken. Verdachte ontkende dat hij iets dergelijks had gezegd.6

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij een sliding heeft gemaakt en daarbij aangever heeft geraakt.7 Zijn sliding kwam van de zijkant met de bedoeling om de bal weg te spelen.

Op grond van bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte op 30 november 2014 op een voetbalveld in Schoonhoven door middel van een sliding tegen het linkerbeen heeft getrapt van aangever.

Hierbij heeft aangever een dubbele beenbreuk opgelopen en een scheurtje in zijn enkelgewricht, hetgeen de rechtbank kwalificeert als zwaar lichamelijk letsel.

De vraag die de rechtbank vervolgens dient te beantwoorden, is of verdachte opzet heeft gehad, in voorwaardelijke zin, op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij aangever.

Uit de verklaringen van de getuigen leidt de rechtbank af dat verdachte een sliding heeft gemaakt van achteren en dat de bal op dat moment niet in de directe nabijheid was van verdachte en/of aangever. De kans dat, door een sliding op een dergelijke manier in te zetten, de persoon die aldus geraakt wordt zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht, is naar het oordeel van de rechtbank aanmerkelijk. Verdachte heeft deze kans, naar het oordeel van de rechtbank, ook bewust aanvaard. De sfeer op het veld was opgefokt en verdachte was al aangesproken door de scheidsrechter naar aanleiding van een opmerking dat hij ‘een dergelijke overtreding’ ook kon maken. Deze opmerking verwees naar een soortgelijke overtreding die eerder in de wedstrijd was gemaakt.

De rechtbank achter derhalve het primair tenlastegelegde bewezen.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

hij op 30 november 2014 te Schoonhoven aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een dubbele beenbreuk van het linkerbeen (kuitbeen en scheenbeen) en een scheurtje in het linker enkelgewricht, heeft toegebracht door deze [slachtoffer] tegen het

linkerbeen te trappen en tegen het linkerbeen een sliding te maken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het volgende strafbare feit op:

zware mishandeling

5 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis, wordt opgelegd.

6.2

Het standpunt van de verdediging

Indien tot strafoplegging wordt gekomen, vraagt de raadsman rekening te houden met het feit dat verdachte ook al door de KNVB is gestraft. Het is niet de bedoeling dat verdachte dubbel wordt gestraft en de raadsman verzoekt verdachte schuldig te verklaren zonder oplegging van straf. Daarnaast betreft het een al wat ouder feit en heeft verdachte geen justitiële documentatie.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank neemt hierbij het volgende in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zware mishandeling van aangever tijdens een voetbalwedstrijd. Dit is een ernstig feit. Aangever heeft meerdere operaties ondergaan en heeft een langdurig revalidatietraject moeten doorstaan. De kans bestaat dat aangever nimmer volledig zal herstellen. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij tot op heden geen contact heeft gezocht met aangever om te vragen hoe het met hem gaat.

Verdachte is blijkens een hem betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister, niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. De rechtbank houdt rekening met de omstandigheid dat verdachte reeds tuchtrechtelijk/disciplinair is bestraft door de KNVB en tevens met de omstandigheid dat het een feit van al wat langer geleden betreft. Met het oog op het vorenstaande acht de rechtbank een taakstraf van na te melden duur passend.

7 De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 12.492,79.

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 10.534,79 met toewijzing van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij voor het overige.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering gelet op de bepleite vrijspraak.

Subsidiair dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard, omdat de vordering een te grote belasting oplevert voor het strafproces en beter in een civiele setting past.

Meer subsidiair heeft de verdediging bepleit dat de gevorderde posten: aanvullende verzekering, medicijnen en hulpmiddelen onvoldoende zijn onderbouwd en dat de posten: reiskosten, parkeerkosten, acupunctuur, fitness en oppas niet voor vergoeding in aanmerking komen, omdat dit geen rechtstreekse schade betreft.

Ten aanzien van de immateriële schade heeft de verdediging verzocht deze te matigen.

7.3

Het oordeel van de rechtbank

Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het bewezen verklaarde feit.

De rechtbank zal het deel van de vordering dat ziet op het eigen risico van 2014 en 2015 toewijzen, omdat dit rechtstreekse schade betreft welke voldoende is onderbouwd.

De rechtbank zal tevens de post aanvullende verzekering 2015 en de twee zelf betaalde behandelingen in 2015 toewijzen, omdat dit rechtstreekse schade betreft welke voldoende is onderbouwd.

Voor wat betreft de aanvullende verzekering 2016 zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren, aangezien op zitting door de benadeelde is verklaard dat hij in 2016 geen fysiotherapie meer heeft waarvoor deze verzekering was afgesloten.

Met betrekking tot de gevorderde reiskosten overweegt de rechtbank als volgt.

Kosten welke de vrouw van de benadeelde partij heeft gemaakt voor bezoek en parkeren komen niet voor vergoeding in aanmerking. Dit betreffen geen rechtstreekse kosten die door de benadeelde zijn gemaakt.

De reiskosten die zijn gemaakt door de benadeelde in verband met operatie en controles (5 x 36,3 km x € 0,28) en het bezoek aan slachtofferhulp (1 x 94,6 km x € 0,28) zullen door de rechtbank worden toegewezen, evenals de bijbehorende parkeerkosten.

De rechtbank zal, voor zover de vordering betrekking heeft op de posten: Apotheek, Accupunctuur, Fitness en oppas, de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot schadevergoeding.

De kosten die zien op de post Apotheek zijn onvoldoende onderbouwd.

De posten Accupunctuur, Fitness en oppas komen niet voor vergoeding in aanmerking aangezien ze in een te ver verwijderd verband staan tot het gepleegde delict.

Tot slot zal de rechtbank de kosten ten aanzien van de post hulpmiddelen toewijzen.

Ter zake van de gevorderde immateriële schade zal de rechtbank naar billijkheid een bedrag van € 5.000,00 toewijzen.

De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 6.367,41.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, aangezien vast is komen te staan dat de schade met ingang van 30 november 2014 is ontstaan.

De rechtbank zal voor het overige deel van de vordering de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Dit brengt mee dat verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Aangezien verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 6.367,41, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 30 november 2014 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer] .

8 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:

- 9, 22c, 22d, 24c, 36f en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

zware mishandeling :

verklaart het bewezenverklaarde en verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte tot:

een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de tijd van 120 (honderdtwintig) uren;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 60 (zestig) dagen;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer] , een bedrag van € 6.367,41, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 30 november 2014 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

verklaart de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat hij dit deel van de vordering in zoverre bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 6.367,41 ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer] ;

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 66 dagen;

bepaalt dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. C.F. Mewe, voorzitter,

mr. V.J. de Haan , rechter,

mr. J.M.C. Louwinger-Rijk, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. F.E. van der Does, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 april 2016.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2014309022, van de politie eenheid Den Haag, district Alphen aan den Rijn-Gouda, basisteam Krimpenerwaard, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 48).

2 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer] , p. 7 en 8

3 Geneeskundige verklaring d.d. 17 maart 2015, p. 15 en Geneeskundige verklaring d.d. 9 mei 2015 (ongenummerd)

4 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige] , p. 16 en 17.

5 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] , p. 29 en 30.

6 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] , p. 19 en 20.

7 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 18 maart 2016.