Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:5053

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
04-05-2016
Datum publicatie
10-05-2016
Zaaknummer
16/8266
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

“Dublin Duitsland, geen reden twijfel gegevens Eurodac. Asielaanvraag Duitsland. Beroep op artikel 16, eerste lid slaagt niet. Geen sprake van afhankelijkheid van broer. Geen bijzondere feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 17 van de Verordening. Mondelinge uitspraak. Beroepen ongegrond, verzoeken afwijzen.”

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummers: AWB 16/8266, 16/8270, 16/8275 (beroepen) en AWB 16/8268, 16/8271, 16/8276 (verzoeken)

V-nummers: [v-nummers]

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter en de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 4 mei 2016 in de zaken tussen

[naam1] , eiser 1 en verzoeker 1,

[naam2], eiseres en verzoekster, en

[naam3], eiser 2 en verzoeker 2,

hierna gezamenlijk te noemen eisers,

gemachtigde mr. H.W.F. Klarenaar,

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

gemachtigde mr. A. Hadfy-Kovacs.

Procesverloop

Bij drie besluiten van 20 april 2016 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van eisers niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling ervan.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. Eisers hebben tevens voorlopige voorzieningen verzocht ter voorkoming van uitzetting hangende hun beroep.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 mei 2016. Eisers zijn ter zitting verschenen, bijgestaan door mr. M.B. van den Toorn-Volkers namens hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was ter zitting aanwezig M. Aleid, tolk in de Arabische taal. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De rechtbank doet na afloop van de zitting direct mondeling uitspraak. De rechtbank overweegt als volgt.

2. De rechtbank is van oordeel dat uit de gegevens van Eurodac genoegzaam is af te leiden dat eisers op 13 december 2015 asiel hebben aangevraagd in Duitsland. Duitsland heeft desgevraagd zijn verantwoordelijkheid bevestigd door het claimakkoord voor eisers van 18 februari 2016. De stelling van eisers dat zij geen asielaanvragen hebben ingediend en altijd de intentie hebben gehad naar Nederland te reizen om hier asiel aan te vragen, doet aan eerder genoemde verantwoordelijkheid van Duitsland niet af.

3. Ter beoordeling staat vervolgens of Nederland de verantwoordelijkheid voor de behandeling van de asielaanvragen van eisers aan zich had moeten trekken.

4. Met betrekking tot de gestelde afhankelijkheid van eiser 1 van zijn in Nederland wonende broer, wordt het volgende overwogen. Op grond van artikel 16, eerste lid, van de Verordening 2004/2013/EU (Dublinverordening) dient sprake te zijn van ernstige ziekte. Dat eiser 1 aan een ernstige ziekte lijdt is de rechtbank niet gebleken. Uit de door eisers ingebrachte brief van klinisch psycholoog J.W. Sepers van 12 april 2016 blijkt dat eiser 1 lijdt aan een posttraumatische stressstoornis. Uit dit stuk blijkt bovendien niet dat eiser 1 afhankelijker is van zijn broer dan van zijn ouders (eiser 2 en eiseres). Bovendien is er geen brief van eisers broer die de gestelde bereidheid om voor eiser 1 te zorgen bevestigt. Ook overigens is niet gebleken van heel bijzondere feiten en omstandigheden die ertoe hadden moeten leiden dat verweerder de aanvragen aan zich had moeten trekken op grond van artikel 17 van de Dublinverordening.

5. Verweerder heeft daarom terecht de asielaanvragen van eisers niet in behandeling genomen.

6. De beroepen zijn ongegrond. De verzoeken om een voorlopige voorziening worden afgewezen.

7. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank, in de zaken met nrs. AWB 16/8266, 16/8270 en 16/8275:

- verklaart de beroepen ongegrond.

De voorzieningenrechter, in de zaken met nrs. AWB 16/8268, 16/8271 en 16/8276:

- wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter en voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van S.A.K. Kurvink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2016.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak, voor zover deze betrekking heeft op het beroep, kan binnen een week na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.