Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:3720

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
07-04-2016
Datum publicatie
08-04-2016
Zaaknummer
NL16.59
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gambia kan voor eiseres als veilig derde land worden aangemerkt. Het beroep is ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummer: NL 16.59

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 april 2016 in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres,

mede namens haar minderjarige dochter [dochter]

(gemachtigde: mr. J.W.J. van den Broek),

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder

(gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen).

Procesverloop

Bij besluit van 7 januari 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 maart 2016. Eiseres is, in het gezelschap van haar dochter, verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen P. Oronsaye.

Overwegingen

1. Voor eiseres, geboren op [geboortedatum] 1987 en burger van Sierra Leone, en haar dochter, geboren op [geboortedatum] 2005 en burger van Sierra Leone, is op 11 oktober 2014 door haar echtgenoot, met wie eiseres op 28 december 2013 in Gambia is gehuwd, verzocht om afgifte van visa voor kort verblijf met als doel vakantie. Tegen de afwijzing van die aanvraag is bezwaar gemaakt en in dat kader is verzocht de “Vragenlijst visumaanvraag” in te vullen. Op de vragenlijst en in de toelichting hierop is aangegeven dat eiseres en haar dochter in gezelschap van de (half)zus van eiseres wonen in een compound in [woonplaats] te Gambia. Ter onderbouwing heeft eiseres een op 5 mei 2014 ingaand huurcontract voor een jaar overgelegd. Zij leven van de inkomsten uit de verkoop van zelfgemaakte kleding op de markt. In Gambia verblijft zij op basis van een verblijfsvergunning (een Permit B / Resident/Work Permit), geldig tot 31 december 2014, die ieder jaar wordt verlengd. Van die Gambiaanse vergunning is een kopie overgelegd. Hierop staat een datum in september 2009 vermeld als datum van binnenkomst. De dochter gaat in Gambia naar de basisschool. Van St.Therese’s Lower Basic School - Kanifing is een op 17 september 2014 gedateerde verklaring overgelegd, waarin is vermeld dat de dochter sinds december 2010 bij die instelling onderwijs volgt en zij in de vierde klas zit. De minister van Buitenlandse Zaken heeft vervolgens op 26 januari 2015 laten weten geen bezwaar te hebben tegen de afgifte van visa voor kort verblijf aan eiseres en haar dochter. Eiseres en haar dochter zijn op 17 maart 2015 Nederland ingereisd.

2. Op 29 mei 2015 heeft eiseres, mede namens haar dochter, een aanvraag tot het verlenen van verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 ingediend.

3. Op 1 juli 2015 heeft een eerste gehoor met eiseres plaatsgevonden. Eiseres heeft verklaard dat ze sinds april 2012 op verschillende plekken in Gambia heeft gewoond en ze niet in Gambia heeft gewerkt. Over haar verblijfsvergunning in Gambia heeft eiseres het volgende verklaard:

“Had u verblijfsrecht in Gambia?

Daar wonen veel mensen uit Sierra Leone. Het is moeilijk daar voor buitenlanders. We worden geïntimideerd. Je mag een verblijfsvergunning aanvragen. Of je werkt of niet. Je kunt het gewoon aanvragen.

Heeft u dat aangevraagd?

Ja.

Wanneer heeft u dat aangevraagd?

In 2013. Het is in het huis van mijn man. Ik heb het niet meteen aangevraagd omdat ik niet meteen geld had. Bij

de grens, omdat je lid bent van de Ecowas, mag je 90 dagen verblijven. Als je langer wilt blijven, kun je een

verblijfsvergunning aanvragen.

Hoe lang is de verblijfsvergunning geldig?

Een jaar.

U verklaarde dat de verblijfsvergunning die u in Gambia had, een jaar geldig was. Kon u deze

verblijfsvergunning verlengen?

Het hoort ieder jaar verlengd te worden. Soms kan je het niet betalen. Dan wordt je aangesproken door de politie.

Je wordt geïntimideerd en dan geef je geld om ze om te kopen. Dat blijf je doen tot je een nieuwe hebt

aangevraagd.

Wanneer heeft u de verblijfsvergunning voor de laatste keer verlengd?

Ik was vergeten voor de pauze te vertellen dat ik het in 2014 heb verlengd omdat ik naar Dakar moest voor de

procedure. Als je het niet hebt, kun je de procedure niet verder in. De laatste verblijfsvergunning is van 2014. De

eerste is van 2013 en de tweede van 2014.

In het paspoort van uw dochter staan een aantal stempels van Gambia. Kunt uitleggen waar die stempels van

zijn?

Het zijn stempels van de twee keren dat wij naar Dakar gereisd zijn. Van de uitreis van Gambia naar Dakar staat

een stempel in het paspoort. Van de terugreis is geen stempel omdat het paspoort bij de ambassade in Dakar lag.

Kon u zonder problemen terugreizen van Senegal naar Gambia zonder

paspoort?

Voordat ik uitreisde uit Gambia heb ik uitgelegd wat de situatie is. Waar ik heen ging en wat de situatie was. Dat

het document achter zou blijven. Er wordt naar geld gevraagd en er wordt een document gemaakt. Dat moet je

laten zien en dan is het prima. Op dat moment was een document niet belangrijk. Vanwege ebola werden mensen

uit Sierra Leone geïntimideerd. Ondanks dat je in Gambia verblijft mag je Senegal niet zo maar naar binnen.

Het kwam meer vanwege de ebola uitbraak, niet vanwege de documenten.”

4. Op 3 juli 2015 is eiseres tijdens een nader gehoor over haar asielmotieven gehoord. Eiseres heeft blijkens de samenvatting van het nader gehoor aangevoerd dat zij uit Sierra Leone is vertrokken vanwege de vrees dat haar dochter zou worden besneden. Gedurende haar daaropvolgende verblijf in Gambia ondervond eiseres problemen omdat zij uit Sierra Leone kwam. In Nederland zijn er door haar ex-echtgenoot naaktfoto’s van haar op internet gezet met een link naar pornografisch materiaal. Eiseres vreest bij terugkeer naar Gambia of Sierra Leone voor de gevolgen hiervan. Bovendien vreest zij dat ze haar dochter in zowel Gambia als Sierra Leone niet tegen besnijdenis kan beschermen.

5. Over haar verblijfsvergunning in Gambia heeft eiser tijdens het nader gehoor het volgende verklaard:

“U heeft een verblijfsvergunning voor Gambia. Op basis waarvan heeft u een verblijfsvergunning gekregen?

In Gambia is het zo dat we daar mogen verblijven met een verblijfsdocument. Dat krijgt iedereen. Als je wilt

reizen kan je dit document gebruiken om andere documenten te regelen, zoals bij mij.

Kunt u deze verblijfsvergunning steeds weer verlengen?

Ja.

Zijn daar bepaalde voorwaarden aan verbonden?

Er zijn twee verschillende documenten, permit a en permit b. Qua prijs is er weinig verschil. Bij a mag je niet

werken, bij b wel. Zoals haren vlechten. Als je a hebt en je bent aan het vlechten, krijg je problemen.

Welke permit had u?

Ik geloof b.”

6. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de aanvraag van eiseres met toepassing van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000 niet-ontvankelijk verklaard omdat verweerder een derde land, in dit geval Gambia, voor eiseres als veilig land heeft aangemerkt. Onder verwijzing naar de aan haar visumaanvraag ten grondslag gelegde stukken, haar verklaringen tijdens het eerste en nader gehoor en algemene informatie van de Economic Community Of West African States (ECOWAS), de Gambiaanse autoriteiten en de United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR) heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat eiseres en haar dochter kunnen terugkeren naar Gambia, waar zij reeds eerder heeft verbleven en waar zij (opnieuw) aanspraak kan maken op verlenging van de eerder aan haar toegewezen verblijfsvergunning. Bovendien wordt door Gambia, aldus verweerder, het Vluchtelingenverdrag en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) nageleefd en is niet gebleken dat eiseres en haar dochter, vanwege de positie van buitenlanders, de op internet geplaatste foto’s van eiseres en de vrees voor besnijdenis, er bij terugkeer te vrezen hebben voor vervolging dan wel een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. Tot slot acht verweerder de band van eiseres en haar dochter met Gambia zodanig dat het voor hen redelijk is om naar Gambia terug te keren.

7. Eiseres heeft in beroep bestreden dat Gambia voor haar en haar dochter als veilig derde land heeft te gelden. Verweerder gaat er daarbij ten onrechte van uit dat zij toegang tot Gambia zal krijgen en zij er weer in het bezit van een verblijfsvergunning zal worden gesteld. Voor zover dat standpunt is gebaseerd op informatie uit de visumprocedure kan daaraan, nu die informatie door de ex-echtgenoot is verstrekt, geen waarde worden toegekend. De verklaringen van eiseres tijdens de gehoren zijn op dit punt ten onrechte niet gecorrigeerd. Haar ex-echtgenoot heeft daarnaast het paspoort van eiseres weggenomen. Gambia is bovendien geen veilig land voor eiseres en haar dochter. Slechts aan een klein aantal vluchtelingen uit Sierra Leone is de vluchtelingenstatus toegekend en eiseres heeft er vanwege de op internet geplaatste foto’s van haar in ondergoed/badkleding, die zij benoemt als pornografische foto’s, te vrezen voor een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. Anders dan verweerder stelt, is eiseres voorts niet in staat om haar dochter tegen besnijdenis te beschermen. Gedurende haar verblijf in Gambia moest zij om die reden voortdurend verhuizen.

8. Bij brief van 25 maart 2016 heeft eiseres haar gronden van beroep aangevuld. Eiseres heeft ter onderbouwing van haar standpunt dat haar geen toegang tot Gambia zal worden verleend, verwezen naar het rapport “Nationality, Migration and Statelessness in West-Africa” van B. Manby van juni 2015. Volgens eiseres blijkt hieruit dat de protocollen van ECOWAS niet altijd (juist) zijn geïmplementeerd. Voorts heeft zij gesteld dat van haar als asielzoeker niet kan worden verlangd dat ze zich tot de Sierraleoonse autoriteiten wendt voor een nieuw paspoort. Bovendien worden Sierraleoonse asielzoekers die zonder paspoort naar Gambia reizen, met meer achterdocht bekeken en anders behandeld. Zo is bij een inreis met een vluchtelingenpaspoort een visum en toestemming van de Gambiaanse autoriteiten noodzakelijk. Dat Gambia niet als veilig land van herkomst kan worden aangemerkt, blijkt, aldus eiseres, eveneens uit het World Report 2016 van Human Rights Watch. Tot slot heeft eiseres, ter onderbouwing van haar standpunt dat zij in Gambia om besnijdenis van haar dochter te voorkomen moest verhuizen, een rapport van de laatste school van haar dochter overgelegd en getracht de door haar gestelde onbetrouwbaarheid van haar ex-echtgenoot te onderbouwen.

9. De rechtbank overweegt als volgt.

10. Ingevolge artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000, kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 niet-ontvankelijk worden verklaard in de zin van artikel 33 van de Richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (de Procedurerichtlijn), indien een derde land voor de vreemdeling als veilig derde land wordt beschouwd.

11. Ingevolge artikel 3.106a, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000) wordt de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd slechts niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 indien, naar het oordeel van verweerder, alle relevante feiten en omstandigheden in aanmerking nemend, de vreemdeling in het betrokken derde land overeenkomstig de volgende beginselen zal worden behandeld:

a. het leven en de vrijheid worden niet bedreigd om redenen van ras, religie, nationaliteit, lidmaatschap van een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging, en

b. er bestaat geen risico op ernstige schade als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onder b, van de Vw 2000;

c. het beginsel van non-refoulement overeenkomstig het Vluchtelingenverdrag wordt nageleefd, en

d. het verbod op verwijdering in strijd met het recht op vrijwaring tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandeling, zoals neergelegd in het internationaal recht, wordt nageleefd, en

e. de mogelijkheid bestaat om de vluchtelingenstatus te verzoeken en, indien hij als vluchteling wordt erkend, bescherming te ontvangen overeenkomstig het Vluchtelingenverdrag.

Op grond van het tweede lid van artikel 3.106a van het Vb 2000 wordt de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd slechts niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 indien de vreemdeling een zodanige band heeft met het betrokken derde land dat het voor hem redelijk zou zijn naar dat land te gaan. Bij die beoordeling worden op grond van het derde lid alle relevante feiten en omstandigheden betrokken, waaronder de duur en omstandigheden van het eerder verblijf.

In het vierde lid is bepaald dat bij ministeriele regeling nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste tot en met het derde lid.

12. Ingevolge artikel 3.37e, eerste lid, van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (VV 2000) moet de beoordeling of een derde land een veilig derde land is stoelen op een reeks informatiebronnen, waaronder in het bijzonder informatie uit andere lidstaten, het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO), de UNHCR, de Raad van Europa of andere relevante internationale organisaties.

Bij de beoordeling of de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000, niet-ontvankelijk wordt verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000, worden op grond van artikel 3.37e, tweede lid, van het Vv 2000 betrokken de verklaringen van de vreemdeling inhoudende dat:

a. hij in het derde land zal worden blootgesteld aan vervolging of ernstige schade;

b. de band tussen hem en het derde land niet zodanig is dat het voor hem redelijk zou zijn naar dat land te gaan.

13. Volgens het beleid van verweerder, neergelegd in paragraaf C2/6.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000), voor zover hier van belang, vormt bij de vraag of een veilig derde land voor de individuele vreemdeling als veilig moet worden beschouwd, het asielrelaas van de vreemdeling het uitgangspunt. Verweerder weegt mee of het betreffende land in de praktijk de verplichtingen uit de relevante mensenrechtenverdragen naleeft. Verweerder kan de presumptie van veilig derde land niet handhaven wanneer de vreemdeling aannemelijk maakt dat het betreffende derde land in zijn specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. In dat geval beoordeelt verweerder op de gebruikelijke wijze of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming. Verweerder en de vreemdeling hebben een gedeelde bewijslast op de vraag of een derde land als veilig kan worden aangemerkt, namelijk:

- de vreemdeling moet onderbouwen dat het derde land waarmee de vreemdeling een band heeft voor hem niet als veilig kan worden aangemerkt; en

- verweerder onderzoekt of het derde land waarmee de vreemdeling een band heeft voor hem niet als veilig kan worden aangemerkt.

Verweerder verklaart een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd alleen niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000 indien er redenen zijn om aan te nemen dat de vreemdeling wordt toegelaten tot het veilige derde land.

14. De rechtbank overweegt verder als volgt.

15. De rechtbank is van oordeel dat verweerder, reeds gelet op de hiervoor weergegeven verklaringen van eiseres tijdens haar eerste en nader gehoor, voldoende heeft onderbouwd dat eiseres en haar dochter (wederom) tot Gambia zullen worden toegelaten. Met name haar verklaringen dat iedereen een verblijfsdocument kan krijgen en die verblijfsvergunning steeds weer verlengd kan worden, weerspreken het standpunt van eiseres dat zij niet zal worden toegelaten tot Gambia of dat die toelating niet makkelijk zal zijn. Dat zij haar verklaringen, zoals eiseres stelt, had moeten corrigeren, betreft een omstandigheid die voor rekening van eiseres dient te komen. Bovendien acht de rechtbank, gelet op de veelvoud aan samenhangende verklaringen van eiseres die er op duiden dat haar toegang tot Gambia zal worden verleend, het weinig aannemelijk dat zij niet zou hebben verklaard zoals hierboven weergegeven. De (eenvoudige) toegang voor burgers van Sierra Leone tot Gambia wordt bovendien bevestigd door de ECOWAS, de UNHCR en de Gambiaanse autoriteiten. Op de site van ECOWAS staat, zo heeft verweerder in het voornemen opgenomen, het volgende vermeld:

ECOWAS is a vast and interesting region in Africa, from its ancient coastal cities to prehistoric monuments and sights in some of its landlocked countries, there is always so much to see and do while on a visit to the most populous part of Africa. In recognition of the utmost importance of movement of people both within and outside the region, the Community signed a Protocol on Free Movement, Right of Residence and Establishment, which has recorded some significant achievements as ECOWAS citizens continue to travel without visas within the region. Legal foundations for the right of residence and establishment have been instituted, and in many cases these rights have been implemented.

Het door eiseres genoemde rapport “Nationality, Migration and Statelessness in West-Africa” geeft de rechtbank geen aanleiding om ten aanzien van de toegang tot Gambia tot een ander oordeel te komen. Dat in de praktijk de protocollen niet altijd dan wel niet juist geïmplementeerd blijken te zijn, betekent naar het oordeel van de rechtbank immers niet dat eiseres bij terugkeer naar Gambia die problemen zal ervaren. Dit ligt ook niet voor de hand, nu eiseres in het verleden meerdere keren probleemloos in en uit Gambia is gereisd. Bovendien blijkt uit het door eiseres overgelegde rapport niet voor welke ECOWAS-landen de gesignaleerde problematiek geldt en blijft staan dat verweerder zijn standpunt tevens heeft gebaseerd op informatie van de UNHCR en de Gambiaanse autoriteiten. Dat eiseres thans niet meer over een paspoort beschikt, omdat haar ex-echtgenote dat zou hebben ingenomen, betekent niet dat eiseres niet opnieuw door de autoriteiten van Sierra Leone in het bezit van een dergelijk document kan worden gesteld. De rechtbank vermag niet in te zien waarom van eiseres niet zou kunnen worden verwacht dat zij zich voor het verkrijgen van een nieuw paspoort tot de Sierraleoonse autoriteiten wendt. Gesteld noch gebleken is immers dat eiseres in Sierra Leone problemen van de zijde van de autoriteiten heeft ondervonden. Bovendien is van belang dat eiseres voor haar dochter nog na haar vertrek naar Gambia in Sierra Leone een paspoort verkregen. Dat haar broer, die dit destijds voor haar zou hebben geregeld, geen contact meer met haar wil / heeft, ontbeert een onderbouwing, nog afgezien van de omstandigheid dat niet is gebleken dat eiseres met de hulp van iemand anders ter plaatse of zelf met verweerders hulp bij een vertegenwoordiging in het bezit kan worden gesteld van een (nieuw) paspoort. Nu reeds op grond van de verklaringen van eiseres in het kader van deze procedure en de openbare bronnen sprake is van een voldoende onderbouwing van de toegang tot en de mogelijkheid tot verblijf in Gambia, ziet de rechtbank geen aanleiding om nog te treden in het standpunt van eiseres dat het verweerder niet was toegestaan de door haar ex-echtgenoot in de visumprocedure gegeven informatie in deze procedure te gebruiken, noch in de tussen partijen aan de hand van verklaringen van de school gevoerde discussie over de duur van het verblijf van eiseres en haar dochter in Gambia.

16. De rechtbank ziet voorts geen aanleiding om verweerders standpunt dat de Gambiaanse autoriteiten handelen overeenkomstig de in artikel 3.106a, eerste lid, van het Vb 2000 genoemde beginselen in twijfel te trekken. Gambia is aangesloten bij de Vluchtelingenconventie van 1951 en de ECOWAS-evenknie daarvan (OAU Conventie van 1969). Bovendien blijkt uit het 2014 Country Reports on Human Rights Practices inzake Gambia dat in Gambia aan personen uit Sierra Leone de vluchtelingenstatus is toegekend. Op grond van artikel 3.106a, eerste lid, van het Vb 2000 is niet vereist dat eiseres in Gambia over de vluchtelingenstatus moet beschikken, noch is relevant het aantal personen uit Sierra Leone dat daadwerkelijk in het bezit is van die status in Gambia.

17. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres ook niet aannemelijk gemaakt dat Gambia in haar specifieke geval niet als veilig land kan worden beschouwd. De rechtbank volgt verweerder daarbij in zijn standpunt dat eiseres haar subjectieve vrees dat zij in Gambia ernstige problemen zal ondervinden vanwege de van haar op internet geplaatste foto’s, in objectieve zin niet heeft onderbouwd. Weliswaar is deelname aan en publicatie / verspreiding van pornografie in Gambia wettelijk strafbaar gesteld, niet is gebleken dat daarvan in het geval van eiseres, die schermafbeeldingen heeft overgelegd waarop zij te zien is in badkleding / ondergoed, sprake is. Ook is niet onderbouwd dat eiseres met de foto’s, die inmiddels van internet zijn verwijderd, bij terugkeer in Gambia maatschappelijke problemen zal ondervinden. De op de website www.accessgambia.com vermelde gedragslijn voor toeristen buiten de hotels en de dresscode voor vrouwelijke ambtenaren tijdens werktijd zien op een volstrekt andere situatie dan die van eiseres en kunnen reeds daarom niet als onderbouwing gelden voor het standpunt dat dergelijke foto’s in het islamitische Gambia zowel door de autoriteiten als de bevolking niet worden geaccepteerd en zelfs strafbaar zijn. Het World Report 2016 – Gambia vormt evenmin een grondslag voor het aannemen van een gerechtvaardigde vrees bij terugkeer. Eiseres behoort immers niet tot één van de in het rapport genoemde (bedreigde) groepen, te weten journalisten, opposanten van het regime en LGBT’s (Lesbian, Gay, Bisexual, Transgender). Met zijn verwijzing naar informatie van UNICEF, waaruit onbestreden naar voren komt dat op de dochter van eiseres alle voor besnijdenis risico verlagende omstandigheden van toepassing zijn, alsmede het feit dat eiseres haar dochter in ieder geval gedurende circa twee jaar heeft kunnen onttrekken aan besnijdenis, heeft verweerder, naar het oordeel van de rechtbank, reeds aannemelijk gemaakt dat de dochter van eiseres bij terugkeer naar Gambia niet een zodanig risico op besnijdenis loopt dat strijdigheid met artikel 3 van het EVRM moet worden aangenomen. Met de overgelegde stukken van diverse scholen van haar dochter onderbouwt eiseres niet dat zij voortdurend moest verhuizen om haar dochter een besnijdenis te besparen. Verweerders argument dat de omstandigheid dat eiseres en haar dochter vanwege niet-asielgerelateerde redenen naar Nederland zijn gereisd afbreuk doet aan hun vrees, kan dan ook buiten beschouwing blijven.

18. Tot slot heeft eiseres in haar gronden van beroep onbestreden gelaten dat de band tussen haar en Gambia niet zodanig is dat het voor haar onredelijk zou zijn om naar dat land te terug te gaan.

19. Het beroep is ongegrond.

20. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N.J.J. Derks-Voncken, rechter, in aanwezigheid van
mr. D.D.R.H. Lechanteur, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 april 2016.

w.g. D. Lechanteur,

griffier

w.g. N. Derks-Voncken,

rechter

Voor eensluidend afschrift:

de griffier,

Afschrift verzonden aan partijen op: 7 april 2016

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.