Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:3231

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24-03-2016
Datum publicatie
28-04-2016
Zaaknummer
AWB - 15 _ 5113
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Anbistatus van stichting met als activiteit watersport (zeilen) met mensen met een beperking.

Eiseres heeft met hetgeen zij heeft aangevoerd aannemelijk gemaakt dat zij met haar feitelijke activiteiten het algemeen belang dient.

Haar activiteiten hebben als doel het bevorderen van het welzijn van mensen met een fysieke of verstandelijke beperking.

Het zeilen is daartoe het middel. Dat bij het zeilen plezier wordt gemaakt maakt niet dat zij niet als Anbi kan worden aangemerkt.

Beroep gegrond.

Wetsverwijzingen
Algemene wet inzake rijksbelastingen 5b
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2016/967
V-N 2016/27.2.3
FutD 2016-1145 met annotatie van Fiscaal up to Date
NTFR 2016/1540 met annotatie van dr. D. Molenaar
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 15/5113

uitspraak van de meervoudige kamer van 24 maart 2016 in de zaak tussen

Stichting [X] , gevestigd te [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. L.C. de Jager),

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [plaats], verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft bij beschikking van 23 februari 2015 eiseres niet langer aangemerkt als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 10 juni 2015 de beschikking gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Eiseres heeft nog nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 februari 2016.

Eiseres is vertegenwoordigd door [persoon A] , bijgestaan door de gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon B] en [persoon C] .

Overwegingen

Feiten

1. Eiseres is opgericht op 18 maart 2004 en organiseert watersportactiviteiten (zeilen) voor mensen met een lichamelijke en/of geestelijke beperking.

2. De statuten van eiseres luiden - voor zover hier van belang - als volgt:

Artikel 2

Doel

Het doel van de stichting is:
gehandicapten in de gelegenheid stellen om kennis te maken met de watersport en deze te beoefenen;

en voorts al hetgeen in de ruimste zin met het vorenstaande verband houdt of daaraan bevorderlijk kan zijn.
Middelen
De stichting tracht het doel onder meer te realiseren door middel van:

het organiseren van watersportevenementen voor gehandicapten.”

3. In het Beleidsplan 2014-2016 van eiseres is met betrekking tot het doel en de activiteiten van eiseres onder meer het volgende vermeld:

“1. Introductie [eiseres]:

Stichting [X] is een onafhankelijke non-profitorganisatie die wil voorzien in stimulerende (sportieve) activiteiten op het gebied van watersport voor mensen met een beperking.

Uit onderzoek (NOC/NSF, alsmede Richtlijn Sportdeelname Onderzoek, RSO) is gebleken dat met name het zeilen een zeer geschikte vorm van sportbeoefening is voor mensen met een beperking. Daarnaast is deze vorm van vrijetijdsbesteding ook goed voor de gezondheid en de sociale contacten. (…)

2. Het doel van [eiseres]
Deelnemers zijn mensen met een lichamelijke-, verstandelijke-, visuele- of andere beperking/ziekte in de leeftijd vanaf 5 jaar. (…). [X] is bestemd voor iedereen met een beperking die kennis wil maken met de watersport, (…). Onze watersportactiviteiten bieden wij gratis en zonder kosten aan.

4. Eiseres is op grond van haar aanvraag vanaf 1 juli 2007 aangemerkt als ANBI.

5. Bij brief van 14 januari 2015 heeft verweerder aangekondigd voornemens te zijn de ANBI-status van eiseres in te trekken. Bij beschikking van 23 februari 2015 is de ANBI- status met ingang van 31 januari 2015 ingetrokken.

Geschil
6. In geschil is of eiseres terecht niet langer wordt aangemerkt als ANBI.

6.1.

Eiseres stelt dat zij wel het algemeen belang beoogt te dienen en feitelijk ook voor minstens 90% dient. Eiseres brengt mensen met en zonder beperking samen in een zeilboot om op deze manier een zinvolle vrijetijdsbeleving te verzorgen. Het doel is het actief vergroten van het welzijn van de doelgroepen. De doelgroepen waar eiseres mee zeilt zijn mensen met een lichamelijke en/of geestelijke beperking, zeer moeilijk opvoedbare kinderen en ernstig zieke kinderen. Het vergroten van het gevoel van eigenwaarde, positieve beeldvorming en plezier zijn kernwoorden die als basis dienen. De doelstelling en de feitelijke werkzaamheden zijn bedoeld om bij te dragen aan de revalidatie, zelfredzaamheid, zelfvertrouwen, sociale integratie en het algeheel welbevinden van mensen met een beperking.

Eiseres heeft verder nog aangevoerd dat zij met haar activiteiten onder drie punten van de limitatieve opsomming van het derde lid van artikel 5b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) valt, te weten welzijn, gezondheidszorg en jeugd- en ouderenzorg.

Eiseres doet ten slotte een beroep op het vertrouwensbeginsel en zorgvuldigheidsbeginsel en verwijst daartoe naar een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 23 januari 2015. Eiseres had in de gelegenheid moeten worden gesteld om eventuele omissies in de statuten te herstellen. Dit geldt temeer nu verweerder benadrukt dat de feitelijke werkzaamheden en de statutaire doelstelling van eiseres niet overeenkomen.

6.2.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres niet (langer) kwalificeert als ANBI. Conform het statutaire doel biedt eiseres watersportactiviteiten aan voor mensen met een beperking, maar daarbij staan plezier en een zinvolle vrijetijdsbesteding voorop. De activiteiten van eiseres zien op ontspanning en gezellig verkeer, waardoor eiseres particuliere belangen dient. Verweerder verwijst daarbij naar het Minerva-arrest (HR 12 oktober 1960 (BNB 1960/296)).

Beoordeling van het geschil

7. Artikel 5b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

“1. Een algemeen nut beogende instelling is:

a. een instelling - niet zijnde een vennootschap met in aandelen verdeeld kapitaal, een coöperatie, een onderlinge waarborgmaatschappij of een ander lichaam waarin bewijzen van deelgerechtigdheid kunnen worden uitgegeven - die:

1. uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt;

2. voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden;

3. gevestigd is in het Koninkrijk, in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een bij ministeriële regeling aangewezen staat, en

4. door de inspecteur als zodanig is aangemerkt;

b. (…).

(…)

3. Als algemeen nut in de zin van dit artikel wordt beschouwd:

a. welzijn;
(…)
e. gezondheidszorg;
f. jeugd- en ouderenzorg;

(…)”

7.1.

Artikel 1a van de Uitvoeringsregeling luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

“1. Een instelling wordt door de inspecteur aangemerkt als een algemeen nut beogende instelling indien en zolang:

a. (…)

b. uit de regelgeving en de feitelijke werkzaamheden van de instelling blijkt dat de instelling uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen belang dient;”

8. De bewijslast voor de feiten en omstandigheden die tot het oordeel kunnen leiden dat eiseres voldoet aan de voorwaarden om als ANBI te kunnen worden aangemerkt, rust op eiseres. Eiseres dient aannemelijk te maken dat zij voor meer dan 90% het algemeen belang dient.

In de wet is geen definitie opgenomen van een algemeen nut beogende instelling. In de jurisprudentie (o.m. Hoge Raad 31 oktober 1979, nr. 19 464, BNB 1979/314; LJN:AX2630) wordt ervan uitgegaan dat voor de beantwoording van de vraag of een stichting kan worden aangemerkt als een algemeen nut beogende instelling, niet slechts moet worden gelet op de statutaire doelstelling van de stichting, doch ook op hetgeen zij middels haar feitelijke werkzaamheden in werkelijkheid nastreeft.

9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres met hetgeen zij heeft aangevoerd aannemelijk gemaakt dat zij met haar feitelijke activiteiten het algemeen belang dient. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Ter zitting is van de zijde van eiseres toegelicht dat haar activiteiten als doel hebben het bevorderen van het welzijn van mensen met een beperking en dat het zeilen daartoe het middel is. Dit wordt ook bevestigd door de door eiseres overgelegde verklaringen afkomstig van organisaties die actief zijn voor mensen met een beperking en een school voor speciaal onderwijs waarmee eiseres samenwerkt. Uit die verklaringen blijkt naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam dat de watersportactiviteiten van eiseres bijdragen aan het zelfvertrouwen en de sociale integratie en dat daarmee de verbetering van het welzijn van mensen met een beperking en sociaal zwakke kinderen wordt nagestreefd. De rechtbank betrekt bij dit oordeel voorts dat in de Memorie van Toelichting bij de ‘Geefwet’ (Vergaderjaar 2011-2012; Kamerstuk 33006, nr. 3, blz. 25 (regels 40 t/m 42) en blz. 26 (regel 1)) is uiteengezet dat organisaties die werkzaam zijn in de sportieve sfeer onder omstandigheden kunnen worden aangemerkt als ANBI. Daarbij moet, aldus de toelichting, worden gedacht aan organisaties die zich qua doelstelling richten op specifieke doelgroepen zoals jongeren in achterstandswijken of op gehandicapten, en die hun doel trachten te bereiken door middel van sportactiviteiten.

9.1.

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat eiseres met haar activiteiten (in elk geval) het in artikel 5b van de Awr, derde lid, onder a genoemde doel, welzijn, dient. In de Memorie van Toelichting wordt het begrip ‘welzijn’ omschreven als de toestand waarbij men in materieel en geestelijke opzicht voorspoedig, gelukkig is. Naar de rechtbank aannemelijk acht, bevorderen de activiteiten van eiseres, het zeilen, het welzijn van haar doelgroep. Dat bij het zeilen plezier wordt gemaakt is evident, maar maakt - anders dan verweerder meent - niet dat het geheel van de activiteiten van eiseres ziet op ontspanning en gezellig verkeer, waardoor eiseres niet het algemeen belang, maar particuliere belangen dient. Het bevorderen van het welzijn van de doelgroep staat immers voorop. Nu eiseres voorts onweersproken heeft gesteld dat zij geen watersportactiviteiten aanbiedt voor mensen die buiten haar doelgroep vallen, is de rechtbank van oordeel dat zij met haar activiteiten (nagenoeg) uitsluitend het algemeen belang dient.

9.2.

De statutaire doelomschrijving van eiseres doet aan het vorenstaande niet af. Zoals hiervoor onder 8. is overwogen moet immers niet slechts worden gelet op de statutaire doelstelling van de stichting, maar ook op hetgeen zij middels haar feitelijke werkzaamheden in werkelijkheid nastreeft. Daarbij komt dat de in 2004 in de statuten neergelegde doelomschrijving de huidige feitelijke activiteiten van eiseres geenszins beperkt of uitsluit. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook aannemelijk geworden dat alle feitelijke activiteiten van eiseres vallen onder haar doelstelling.

10. Uit het vorenstaande volgt dat verweerder ten onrechte de ANBI-status van eiseres heeft ingetrokken. De rechtbank zal daarom het beroep gegrond verklaren.

Proceskosten

11. De rechtbank vindt aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 496 (1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 496 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vernietigt de beschikking van 23 februari 2015 waarbij de ANBI-status van eiseres met ingang van 31 januari 2015 is ingetrokken;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 496;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 331 aan eiseres te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C.J.A. Huijgens, voorzitter, mr. E.E. Schotte en mr. J.W. van den Berge, leden, in aanwezigheid van mr. P.C. Stroebel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2016.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20021,

2500 EA Den Haag.