Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:3225

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
31-03-2016
Datum publicatie
02-05-2016
Zaaknummer
AWB - 15 _ 7939
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

HAP II, loopbaanbeleid bevordering medewerker GGP naar senior medewerker GGP, hernieuwde openstelling eenheid Den Haag in 2014, terecht dat medewerkers die voldeden aan voorwaarden bij eerste openstelling niet kunnen meedoen hernieuwde openstelling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 15/7939

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 maart 2016 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: S.A.J.T. Hoogendoorn),

en

de Korpschef van Politie, verweerder

(gemachtigde: mr. M.W. Kolkman).

Procesverloop

Bij besluit van 19 maart 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiser om doorstroming van generalist Gebiedsgebonden politie (GGP) naar senior GGP afgewezen.

Bij besluit van 16 oktober 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 maart 2016.

Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij aanvraag van 28 oktober 2014 heeft eiser in het kader van de hernieuwde openstelling (voor de voormalige regiopolitie Haaglanden) van het loopbaanbeleid, neergelegd in Bijlage 6 van de Circulaire Harmonisatie arbeidsvoorwaarden politie, tweede tranche (HAP II), zoals nadien aangevuld, een aanvraag ingediend om door te stromen naar de functie van senior GGP. Eiser heeft bij zijn aanvraag een prestatie- en potentieelbeoordeling overgelegd over de periode van 1 maart 2010 tot en met 1 november 2011, die is bekrachtigd op 22 november 2011. Deze beoordeling heeft een gemiddelde score van 8 of hoger.

2. Verweerder heeft primair aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat eiser tijdens de eerste openstelling van HAP II voldeed aan de voorwaarde om een aanvraag om door te stromen naar senior GGP in te dienen, waardoor hij niet kan deelnemen aan de hernieuwde openstelling. Immers, om deel te nemen aan de hernieuwde openstelling is als voorwaarde gesteld dat de medewerker in de eerste openstelling niet aan de toen gestelde norm (beschikken over een beoordeling boven de norm, zijnde een beoordeling met gemiddeld het cijfer acht (8) of hoger) voldeed en zich daarom niet heeft aangemeld voor doorstroming naar de functie van senior GGP. Subsidiair stelt verweerder zich op het standpunt dat uit de prestatie- en potentieelbeoordeling van eiser nog niet de potentiële geschiktheid blijkt voor de functie van senior GGP.

3. Eiser voert de volgende gronden aan die zich richten tegen de beëindiging van het loopbaanbeleid van verweerder in het kader van HAP II met ingang van 1 januari 2013:

- beëindiging van de mogelijkheid om door te stromen van generalist GGP tot senior GGP leidt tot onevenwichtigheid of onbillijkheid zodat het formaliseren van het onderhandelingsakkoord jegens de generalisten GGP onrechtmatig is;

- het van kracht blijven van het loopbaanbeleid voor andere medewerkers leidt tot schending van het gelijkheidsbeginsel. Voornamelijk jongere lager opgeleide collega’s vervullen de functies van Assistent A GGP en medewerker GGP zodat verweerder handelt in strijd met het discriminatieverbod.

- beëindiging van het loopbaanbeleid is in strijd met het verbod van willekeur. Er heeft geen analyse van het loopbaanbeleid plaatsgevonden en eiser is hiervoor niet gecompenseerd. Het toekennen van OVW-periodieken staat los van het beëindigen van het loopbaanbeleid.

Voorts voert eiser aan dat verweerder ten onrechte stelt dat eiser niet kan meedoen bij de hernieuwde openstelling omdat hij bij de eerste openstelling aan de voorwaarden voldeed. Zijn beoordeling is niet opgemaakt in 2012. Eiser mocht meedoen aan de hernieuwde openstelling en uit de beoordeling blijkt dat eiser in potentie geschikt is om door te groeien naar een zwaardere functie, zijnde de functie senior GGP. Het is niet vereist dat eiser op 31 december 2012 geschikt was om door te stromen. Dat eiser over 2 of 3 jaar geschikt zou zijn voor de functie senior GGP, doet hier niet aan af. [persoon A] , de toenmalige leidinggevende van eiser, kan dit bevestigen. Dat in de beoordeling is aangevinkt dat eiser op termijn kan doorgroeien naar een zwaardere functie, kan niet worden opgevat als een potentieel inschatting en bevat geen uitspraak over de verwachte geschiktheid. Dit gebrek in de beoordeling komt voor rekening van verweerder. Andere eenheden hebben ervoor gekozen om bij een beoordeling zonder potentieel deel, de (oud) leidinggevende alsnog een advies te laten geven over de verwachte geschiktheid.

4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het in dit geval gaat om een hernieuwde openstelling van het HAP II loopbaanbeleid om door te stromen van generalist GGP naar senior GGP. Deze hernieuwde openstelling heeft plaatsgevonden omdat de eis van ‘een beoordeling boven de norm’ na bezwaren van de ondernemingsraad is gewijzigd van ‘gemiddeld het cijfer acht (8) of hoger’ naar ‘tenminste een zeven (7) op alle beoordelingsaspecten’. De hernieuwde openstelling was alleen bedoeld voor de groep medewerkers die ten tijde van de eerste openstelling niet aan de toen gestelde norm voldeden en zich daarom niet hebben aangemeld voor doorstroom naar senior GGP. Eiser heeft in de eerste openstelling geen aanvraag ingediend om door te stromen naar de functie senior GGP. Bij de hernieuwde openstelling heeft eiser een aanvraag ingediend met een beoordeling die ziet op de periode van 1 maart 2010 tot en met 1 november 2011 en die voldoet aan de voorwaarde dat de beoordeling een gemiddelde score heeft van 8 of hoger. Nu eiser aan de voorwaarde bij de eerste openstelling voldeed had hij destijds een aanvraag kunnen indienen om door te stromen naar de functie van senior GGP . Zijn aanvraag is in redelijkheid afgewezen. Subsidiair stelt verweerder zich op het standpunt dat uit de prestatie- en potentieelbeoordeling van eiser niet blijkt dat hij potentieel geschikt is voor de functie van senior GGP.

5. Wat betreft de gronden die zich richten tegen het beëindigen van het loopbaanbeleid, voor zover dat ziet op de doorstroom van generalist GGP naar senior GGP, en de effecten daarvan stelt de rechtbank vast dat de beëindiging van dit deel van het loopbaanbeleid onderdeel is van het Arbeidsvoorwaardenakkoord sector Politie (2012-2014), dat tot stand is gekomen in overleg met de vakorganisaties. Met verwijzing naar de uitspraken van de Centrale Raad van 24 februari 2005 (ECLI:NL:CRVB:2005:AS8562) en van 27 februari 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:662) overweegt de rechtbank dat aan een onderhandelingsproces inzake arbeidsvoorwaarden inherent is dat partijen over en weer geven en nemen en dat de uitkomst van zo’n proces ook niet met vrucht kan worden bestreden door enkel te wijzen op de voor de werknemer nadelige gevolgen ervan.

6. Met betrekking tot eisers stelling dat zijn aanvraag niet had mogen worden afgewezen omdat hij reeds bij de eerste openstelling voldeed aan de voorwaarden om een aanvraag in te dienen, overweegt de rechtbank het volgende.

6.1

Voor het toepasselijke beleid verwijst de rechtbank naar de weergave daarvan in het bestreden besluit. De rechtbank volstaat hier met het volgende. Het loopbaanbeleid van Bijlage 6 van HAP II is per 1 januari 2013 beëindigd, zodat ook bij de hernieuwde openstelling is vereist dat vóór 31 december 2012 aan de voorwaarden voor promotie is voldaan. Vereisten om in aanmerking te komen voor de functie van senior GGP zijn onder meer - voor zover thans van belang:

- de medewerker dient in het bezit te zijn van een prestatie- en/of potentieelbeoordeling die niet ouder is dan 1 november 2008 en de terugwerkende krachtregeling gaat niet verder terug dan tot 1 november 2010;

- de medewerker is in het bezit van een prestatie- en/of potentieelbeoordeling die uiterlijk is vastgesteld op 31 december 2012 of waarvan het gehele proces van beoordeling is doorlopen in 2012 en waarbij alleen de bekrachtiging door de beoordelingsautoriteit begin 2013 heeft plaatsgevonden;

- in voornoemde prestatie- en/of potentieelbeoordeling is voor ieder beoordelingsaspect ten minste het cijfer 7 gegeven;

- uit voornoemde prestatie- en/of potentieelbeoordeling blijkt bovendien dat de medewerker in potentie geschikt is voor een volgende loopbaanstap in het bijzonder senior GGP.

6.2

De rechtbank acht het beleid dat er een beoordeling moet worden overgelegd met een positieve potentieelbeoordeling die ziet op een periode gelegen tussen 1 november 2008 en 1 januari 2013, welke beoordeling uiterlijk begin januari 2013 moet zijn geformaliseerd, niet onredelijk.

6.3

Naast deze voorwaarden heeft verweerder in overleg met de ondernemingsraad bij de hernieuwde openstelling de voorwaarde gesteld dat aan de hernieuwde openstelling uitsluitend medewerkers mochten deelnemen die bij de eerste openstelling niet een beoordeling hadden die boven de norm was en die zich daarom destijds niet hebben aangemeld voor doorstroom naar senior GGP. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in redelijkheid deze voorwaarde heeft kunnen verbinden aan deelname aan de hernieuwde openstelling. De hernieuwde openstelling heeft uitsluitend plaatsgevonden omdat de ondernemingsraad bezwaar had tegen de invulling die verweerder heeft gegeven aan ‘een beoordeling boven de norm’, zijnde een beoordeling waarbij ‘de gemiddelde cijfer een 8 of hoger’ moest zijn. In overleg met de ondernemingsraad is de norm verlaagd naar ‘tenminste een 7 op alle beoordelingsaspecten’. Om te voorkomen dat medewerkers die geen aanvraag hadden ingediend, omdat zij een beoordeling hadden die niet voldeed aan de toen geldende (hogere) norm, benadeeld zouden worden heeft een hernieuwde openstelling plaatsgevonden.

6.4

Bij de hernieuwde openstelling heeft eiser een aanvraag ingediend met een beoordeling die ziet op de periode van 1 maart 2010 tot en met 1 november 2011 en die bekrachtigd is op 22 november 2011. Die beoordeling voldoet aan de voorwaarden die golden bij de eerste openstelling, te weten dat die beoordeling: niet ouder is dan 1 oktober 2008, uiterlijk op 31 december 2012 is vastgesteld en een gemiddelde score heeft van 8 of hoger. Anders dan eiser meent is bij die eerste openstelling niet de voorwaarde gesteld dat de beoordeling in 2012 moet zijn opgemaakt. Nu eiser bij de eerste openstelling voldeed aan de voorwaarden voor deelname, had hij destijds een aanvraag kunnen indienen om door te stromen naar de functie van senior GGP en is de rechtbank van oordeel dat verweerder in redelijkheid zijn aanvraag heeft kunnen afwijzen. Nu eiser reeds om die reden niet kon deelnemen aan de hernieuwde openstelling, komt de rechtbank niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de afwijzing van eisers verzoek om doorstroming naar senior GGP.

7. Ter zitting is gebleken dat eiser per 1 maart 2012 is overgeplaatst naar de functie van rechercheur A, schaal 7. Door verweerder is terecht opgemerkt dat eiser ook na zijn overplaatsing zijn leidinggevende had kunnen verzoeken om een beoordeling op te maken over de periode van 1 maart 2012 tot en met 31 december 2012 in de functie van rechercheur A. Met deze beoordeling had eiser bij de eerste openstelling, indien hij aan de overige voorwaarden voldeed, ook een aanvraag kunnen indienen. Verweerder heeft ter zitting bevestigd dat het feit dat eiser toen niet meer werkzaam was binnen de gebiedsgebonden politie niet in de weg stond aan het indienen en behandelen van een doorstromingsaanvraag voor de functie van senior GGP.

8. Het beroep is ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.S.G. Jongeneel, rechter, in aanwezigheid van mr. B.J. Platenburg, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2016.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hoger beroepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.