Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:3093

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18-03-2016
Datum publicatie
26-04-2016
Zaaknummer
AWB - 15 _ 8145
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ook in het geval eiseres de Belastingdienst heeft willen machtigen tot automatische incasso rust op haar de verplichting om tijdig de verschuldigde belasting te betalen en ontslaat haar niet van de verantwoordelijkheid dit zelf te bewaken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2016/944
V-N 2016/32.20.14
FutD 2016-1158
NTFR 2016/1491 met annotatie van mr. R.B.H. Beune
NTFR 2016/1490 met annotatie van mr. R.B.H. Beune
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 15/8145

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

18 maart 2016 in de zaak tussen

[eiseres], te [woonplaats], eiseres
(gemachtigde: W. Bakker NBA/RB),

en

de ontvanger van de Belastingdienst/Landelijk incassocentrum, locatie [plaats], verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 15 oktober 2015 op het bezwaar van eiseres tegen de in rekening gebrachte invorderingskosten inzake de voor het jaar 2015 opgelegde voorlopige aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 maart 2016.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon A]. Eiseres is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 16 februari 2016 aan de gemachtigde op het adres [adres], [postcode] te [woonplaats], onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Eiseres is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen. Nu uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief op 17 februari 2016 op genoemd adres is uitgereikt, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig op het juiste adres is aangeboden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Met dagtekening 31 januari 2015 heeft de inspecteur aan eiseres een voorlopige aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen ten bedrage van € 4.593 opgelegd (de aanslag). De eerste vervaldatum daarvan was 28 februari 2015. Met de aanslag is een formulier “Doorlopende machtiging Inkomstenbelasting en Premie volksverzekeringen” meegezonden.

2. Omdat op 28 februari 2015 de eerste termijn nog niet was betaald, is op 17 maart 2015 aan eiseres een aanmaning verzonden. Hierbij is € 7 aan aanmaningskosten in rekening gebracht. Eiseres heeft op 27 maart 2015 € 424 betaald (het termijnbedrag van € 417 plus de aanmaningskosten).

3. De tweede termijn van de aanslag verviel op 31 maart 2015 en de derde termijn op 30 april 2015. Ook die termijnen heeft eiseres niet tijdig betaald.

4. Verweerder heeft eiseres met dagtekening 27 mei 2015 een aanmaning gezonden voor de tweede en derde termijn. Verweerder heeft daarbij € 15 aan aanmaningskosten in rekening gebracht.

5. Verweerder ontving op 8 april 2015 een machtiging van eiseres tot automatische incasso voor de aanslag. Omdat eiseres op dat moment een betalingsachterstand had, is daar geen uitvoering aan gegeven.

6. Op 17 juni 2015 is voor de tweede en derde termijn een dwangbevel betekend aan eiseres. De kosten van het dwangbevel zijn € 90. Op 29 juni 2015 is een bedrag van € 1.668 betaald. Van dit bedrag heeft verweerder € 105 toegerekend aan de kosten van de aanmaning en het dwangbevel. Het restant van € 1.563 (€ 1.668 - € 105) is afgeboekt op de aanslag.

7. Op 8 juli 2015 ontving verweerder opnieuw een machtiging tot automatische incasso van eiseres. Ook op dat moment bestond een betalingsachterstand. Immers, per 1 juli 2015 moest € 2.087 (5/11 van € 4.593) zijn betaald en er was betaald € 1.980 (€ 1.563 + € 417). Ook aan deze machtiging werd daarom geen gevolg verbonden.

8. Vaststaat dat eiseres de termijnen waarvoor de aanmaningen en het dwangbevel zijn uitgevaardigd niet tijdig heeft betaald. Ingevolge de artikelen 2 en 3 van de Kostenwet invordering rijksbelastingen heeft verweerder daarom terecht en tot het juiste bedrag de kosten in rekening gebracht. Dat eiseres verweerder heeft willen machtigen tot automatische incasso, maakt niet dat zij mocht menen dat zij de reeds vervallen termijnen niet hoefde te betalen. Verweerder valt weliswaar te verwijten dat hij niet heeft meegedeeld dat aan een machtiging tot automatische incasso geen gevolg wordt gegeven als er een betalingsachterstand bestaat, maar dat verandert echter niets aan de verplichting van eiseres om tijdig de verschuldigde belasting te betalen en ontslaat haar evenmin van de verantwoordelijkheid dit zelf te bewaken. De rechtbank ziet daarin dan ook geen aanleiding om het beroep gegrond te verklaren.

9. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond verklaard.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J. Ebbeling, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Scholte, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2016.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.