Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:1895

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
25-02-2016
Datum publicatie
25-02-2016
Zaaknummer
09/997145-10 en 09/993002-11 (ter terechtzitting gevoegd)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mega Family House: Promisvonnis. Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 maanden voor (medeplegen van/doen plegen van) grootschalige kinderopvangtoeslagfraude en uitkeringsfraude (WW-uitkering) met zijn gastouderbureau Family House, ten laste gelegd als valsheid in geschrift, oplichting en witwassen. Bewijsuitsluitingsverweer ex art. 359a Sv verworpen; niet gezegd kan worden dat met een onvoldoende voorbereiding door de verhorende ambtenaren en/of een eenzijdige insteek van het onderzoek, wat daarvan ook zij, een belangrijk strafvorderlijk vormvoorschrift is geschonden, zodat bewijsuitsluiting op grond van artikel 359a Sv niet aan de orde is. Naar het oordeel van de rechtbank zijn dit bij uitstek aspecten die een rol spelen bij de bewijswaardering van de afzonderlijke verklaringen. De overige door de raadsvrouw aangevoerde verzuimen, onder meer de door de verhorende ambtenaren onjuist voorgehouden informatie, de door hen uitgeoefende ontoelaatbare druk en het tijdens de verhoren tolken door een onbeëdigde tolk, kunnen naar het oordeel van de rechtbank evenmin tot bewijsuitsluiting leiden (Schutznorm). Bewijsoverwegingen m.b.t. o.m. betrouwbaarheid verklaringen medeverdachten

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2016-0604
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 09/997145-10 en 09/993002-11 (ter terechtzitting gevoegd)

Datum uitspraak: 25 februari 2016

Tegenspraak

(Promisvonnis)

De rechtbank Den Haag heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1968 te [geboorteplaats] ,

[adres 1] .

1 Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen op de grondslag van de tenlastelegging, met inachtneming van het arrest van het gerechtshof Den Haag van 12 november 2014 en naar aanleiding van:

  • -

    het onderzoek op de terechtzittingen van deze rechtbank (23 mei 2011, 29 juni 2011, 6 september 2011, 31 oktober 2011, 11 april 2012, 14 november 2012, 12 december 2012, 14 december 2012 en 7 januari 2013);

  • -

    (na terugwijzing van de zaak door het gerechtshof Den Haag) het onderzoek op de terechtzittingen van deze rechtbank op 1 februari 2016 (behandeling feiten en persoonlijke omstandigheden), 2 februari 2016 (requisitoir), 8 februari 2016 (pleidooi), 9 februari 2016 (repliek, dupliek en laatste woord) en 11 februari 2016 (sluiting).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie mr. C.A.M. van den Brand en mr. W.J.V. Spek en van hetgeen door de raadsvrouw van de verdachte mr. R.E. van Zijl, advocaat te Amsterdam, en door de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

Bij vonnis van 18 januari 2013 heeft deze rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in zijn vervolging. Tegen dit vonnis is de officier van justitie in hoger beroep gegaan. Bij arrest van 12 november 2014 heeft het gerechtshof Den Haag het vonnis van de rechtbank vernietigd, het Openbaar Ministerie ontvankelijk verklaard in de vervolging en de zaak teruggewezen naar deze rechtbank.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de aangehechte bijlage met de

volledige tekst van de tenlastelegging. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

3 Bewijsoverwegingen

3.1

Inleiding
De strafzaak tegen de verdachte komt voort uit een onderzoek dat bekend staat onder de naam ‘ [bedrijf 1] ’. Dat onderzoek heeft zich gericht op (kort gezegd) het met valse stukken aanvragen van WW-uitkeringen bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (hierna: UWV) en het door oplichting en valsheid in geschrift verkrijgen van kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) bij de Belastingdienst.

Het onderzoek heeft geleid tot een strafdossier met daarin een groot aantal verdachte personen. Het Openbaar Ministerie heeft tegen een aantal personen – onder wie de verdachte – een vervolging ingesteld.

De verdenking jegens de verdachte komt erop neer dat hij:

ter zake van de dagvaarding met parketnummer 09/997145-10:

- zich in de periode van 12 februari 2006 tot en met 31 januari 2011, alleen of samen met anderen, onder meer in Den Haag schuldig heeft gemaakt aan oplichting en valsheid in geschrift door, al dan niet handelend uit hoofde van het [bedrijf 1] , ter verkrijging van KOT aanvragen en antwoordformulieren valselijk op te maken (feit 1 en 2);

- in de periode van 1 februari 2006 tot en met 11 februari 2011, alleen of samen met anderen, een gewoonte heeft gemaakt van het witwassen van geldbedragen, tot een totaalbedrag van ruim 2 miljoen euro (feit 3);

- zich in de periode van 18 november 2008 tot en met 19 oktober 2009, alleen of samen met anderen, onder meer in Den Haag schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift dan wel toeslagfraude door ten onrechte KOT aan te vragen in verband met de opvang van twee van zijn eigen kinderen (feit 4);

ter zake van de dagvaarding met parketnummer 09/993002-11:

- in de periode van september 2009 tot en met 4 januari 2010, alleen of samen met anderen, in Den Haag een aantal arbeidsovereenkomsten en salarisspecificaties van aanvragers van een WW-uitkering valselijk heeft opgemaakt (feit 1);

- feitelijk leiding heeft gegeven aan het plegen van valsheid in geschrift door [bedrijf 1] , te weten het valselijk opmaken van een aantal formulieren van het UWV in januari 2010 in Den Haag (feit 2).

De rechtbank ziet zich thans, na de terugwijzing door het gerechtshof Den Haag, gesteld voor de vraag of de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.

3.2

Het standpunt van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle (primair) ten laste gelegde feiten, met uitzondering van:

  • -

    dagvaarding 09/997145-10, feit 1, de bestanddelen die zien op “4.1.3.11. [Medeverdachte 3] ”;

  • -

    dagvaarding 09/997145-10, feit 2, onderdeel “A3. (4.1.3.11) een digitaal formulier “Aanvragen Kinderopvangtoeslag” betreffende de aanvrager en/of ouder [Medeverdachte 3] Datum ontvangst 18-03-2009; (Bijlage D/382-D/388)”;

  • -

    dagvaarding 09/997145-10, feit 2, onderdeel “C4. (4.1.3.11) een brief jaaroverzicht 2008 kinderopvang gedateerd 3 juli 2009 gericht aan [Familienaam Medeverdachte] waarop ingevuld en/of vermeld als gastouder(s) [Medeverdachte 1] en/of [Medeverdachte 2] en/of als gegevens kinderen [betrokkene 2] (1200 uren) en/of [betrokkene 3] (1200 uren) en/of [betrokkene 4] (1200 uren) (bijlage D/392)”;

  • -

    dagvaarding 09/997145-10, feit 4, onderdelen “een antwoordformulier gericht aan [medeverdachte 4] gedateerd 28.11.2008 (bijlage D/250-D/25 1) en/of een brief gericht aan [Familienaam verdachte] gedateerd 18 november 2008 betreffende een jaaroverzicht kinderopvang 2007 (bijlage D/252)” en “ [verdachte] en/of [Betrokkene 9] ”;

  • -

    dagvaarding 09/993002-11, feit 1, de onderdelen die “ [Medeverdachte 5] ” betreffen.

3.3

Het standpunt van de verdediging

Door en namens de verdachte is op diverse gronden integrale vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit.

3.4

De beoordeling van de tenlastelegging 1

3.4.1

Bewijsmiddelverweer

Door de raadsvrouw van de verdachte is uitsluiting van het bewijs van alle door medeverdachten/getuigen bij het UWV en de FIOD afgelegde verklaringen bepleit, op grond van de volgende onherstelbare vormverzuimen in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (Sv):

  • -

    het onderzoek is onvoldoende voorbereid, met name de kennis van de KOT-regeling bij de verhorende ambtenaren schoot tekort;

  • -

    het onderzoek is van begin tot eind eenzijdig ingestoken, zonder oog voor eventueel ontlastend materiaal;

  • -

    er is tijdens de verhoren bewust onjuiste informatie voorgehouden aan de verdachten/getuigen, zowel feitelijk als juridisch;

  • -

    er is tijdens de verhoren ontoelaatbare druk op de verdachten/getuigen uitgeoefend;

  • -

    er is bij diverse verhoren getolkt door een onbeëdigde tolk;

  • -

    er is gehandeld in strijd met de verbaliseringsplicht;

  • -

    door de FIOD-verhoorders zijn op ambtseed en/of -belofte onjuiste processen-verbaal opgesteld;

  • -

    het OM heeft het door de rechtbank bevolen onderzoek niet of onvoldoende uitgevoerd.

Volgens de raadsvrouw is sprake van een opeenstapeling van vormverzuimen. Met een onderzoek dat zo eenzijdig en onzorgvuldig is opgezet, wordt een ieder in de maling genomen. Er is een beeld gecreëerd dat geen recht doet aan de waarheid en de feitelijke gang van zaken. Dat kan achteraf niet meer ongedaan worden gemaakt, ook niet als de verdediging de gelegenheid krijgt onderzoek te (laten) verrichten. Er is dus ontegenzeggelijk een belangrijk rechtsbeginsel in aanzienlijke mate geschonden. De verdachte is hierdoor in zijn belangen geschaad, zijn nadeel staat buiten kijf.

De rechtbank overweegt omtrent dit verweer als volgt. Artikel 359a Sv geeft de wettelijke basis voor rechterlijke sanctionering van vormverzuimen, waarbij onder een vormverzuim wordt verstaan het niet naleven van strafprocesrechtelijke geschreven en ongeschreven vormvoorschriften in het voorbereidend onderzoek. Bewijsuitsluiting kan als een op grond van artikel 359a, eerste lid, Sv voorzien rechtsgevolg uitsluitend aan de orde komen indien het bewijsmateriaal door het onherstelbare verzuim is verkregen, en komt in aanmerking indien door de onrechtmatige bewijsgaring een belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden (vgl. HR 19 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY5321, NJ 2013/308 en HR 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2533, NJ 2004/376). Bij de beoordeling is van belang of en in hoeverre de verdachte door het verzuim daadwerkelijk in zijn belang is geschaad, in die zin dat door de onrechtmatige bewijsgaring zijn recht op een eerlijk proces is geschonden (de zogenoemde ‘Schutznorm’). Daarbij geldt dat het om een bevoegdheid van de rechter gaat, waarvan de uitoefening in de eerste plaats moet worden beoordeeld in het licht van de wettelijke beoordelingsfactoren van artikel 359a, tweede lid, Sv en van de omstandigheden van het geval.

Uit het voorgaande volgt dat de eerste twee door de raadsvrouw genoemde gebreken niet onder de werkingssfeer van artikel 359a Sv vallen. Niet gezegd kan worden dat met een onvoldoende voorbereiding door de verhorende ambtenaren en/of een eenzijdige insteek van het onderzoek, wat daarvan ook zij, een belangrijk strafvorderlijk vormvoorschrift is geschonden, zodat bewijsuitsluiting op grond van artikel 359a Sv niet aan de orde is. Naar het oordeel van de rechtbank zijn dit bij uitstek aspecten die een rol spelen bij de bewijswaardering van de afzonderlijke verklaringen.

De volgende door de raadsvrouw aangevoerde verzuimen, te weten de door de verhorende ambtenaren onjuist voorgehouden informatie, de door hen uitgeoefende ontoelaatbare druk en het tijdens de verhoren tolken door een onbeëdigde tolk, kunnen naar het oordeel van de rechtbank evenmin tot bewijsuitsluiting leiden. Daartoe geldt allereerst dat de voorschriften die verband houden met het verhoren van de medeverdachten en getuigen het (verdedigings)belang van die gehoorden beogen te beschermen. Een schending van deze voorschriften tast daardoor niet het verdedigingsbelang van de verdachte aan. Overigens geldt dat, zo er sprake zou zijn geweest van vormverzuimen, niet gezegd kan worden dat deze niet konden of kunnen worden hersteld in de zin van artikel 359a Sv, nu de medeverdachten en getuigen op verzoek van de verdediging bij de rechter-commissaris zijn gehoord of hadden kunnen worden gehoord. Hiermee zijn de procedurele rechten van de verdediging naar het oordeel van de rechtbank voldoende gerespecteerd.

Ten aanzien van de UWV-verhoren geldt nog in het bijzonder dat deze verhoren hebben plaatsgevonden in het kader van een onderzoek jegens de diverse aanvragers van de WW-uitkering zelf, en niet in het kader van het voorbereidend onderzoek jegens de verdachte. Ook om die reden is artikel 359a Sv op beweerdelijk in die verhoren begane verzuimen niet van toepassing. Niet valt immers in te zien hoe hiermee het recht van de verdachte op een eerlijk proces zou zijn geschonden.

In het licht van het vorenstaande dienen de door de raadsvouw aangevoerde punten ten aanzien van de betreffende verhoren in het kader van de bewijswaardering te worden beoordeeld, en niet in het kader van artikel 359a Sv.

Voorts heeft de raadsvrouw gesteld dat is gehandeld in strijd met de verbaliseringsplicht, doordat de UWV- en FIOD-verhoorders onvolledige of onjuiste processen-verbaal hebben opgesteld. De rechtbank vindt evenwel voor hetgeen is aangevoerd op dit punt geen steun in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting, nu daaruit niet is gebleken van aantoonbaar opzettelijk onvolledig of onjuist verbaliseren door de verhoorders. De stelling dat [Medeverdachte 5] bij de FIOD, en ook later bij de rechter-commissaris en ter terechtzitting, heeft verklaard dat haar UWV-verklaring niet klopt en het feit dat dit wordt bevestigd door de verklaringen van [Medeverdachte 5] , haar echtgenoot, is voor een dergelijke conclusie onvoldoende. Ook de stelling dat sommige medeverdachten/getuigen bij de rechter-commissaris op hun verklaringen bij het UWV zijn teruggekomen, is in dit verband onvoldoende. Bovendien geldt ook hier dat de rechtbank van oordeel is dat de gestelde verzuimen geen schending van het belang van de verdachte opleveren en dat dit slechts een rol kan spelen bij de bewijswaardering.

Ten aanzien van de gestelde verzuimen na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting (onjuist opgemaakte processen-verbaal door de FIOD-verhoorders en het niet voldoen door het Openbaar Ministerie aan de opdracht van de rechtbank) overweegt de rechtbank dat dit alles niet heeft plaatsgevonden tijdens het voorbereidend onderzoek, zodat artikel 359a Sv niet van toepassing is. Reeds op die grond faalt het verweer.

Ten overvloede overweegt de rechtbank dat de raadsvrouw geen verzoek om herstel van de door haar gestelde gebreken heeft gedaan, zodat hoe dan ook geen sprake is van onherstelbare verzuimen. Overigens ziet de rechtbank ambtshalve geen noodzaak voor aanvullend onderzoek op de door de verdediging genoemde punten.

Het hiervoor overwogene leidt tot de conclusie dat in het voorbereidend onderzoek jegens de verdachte geen sprake is geweest van (onherstelbare) vormverzuimen die aanleiding dienen te geven tot algehele bewijsuitsluiting (en evenmin tot strafvermindering). De processen-verbaal van verhoor die door het UWV en de FIOD zijn opgemaakt kunnen daarom voor het bewijs worden gebezigd, met dien verstande dat bij de beoordeling van het bewijs de bezwaren van de verdediging zullen worden betrokken.

Bij de beoordeling van de tenlastelegging gaat de rechtbank uit van de hierna te bespreken feiten en omstandigheden. Deze vormen de redengevende inhoud van de bewijsmiddelen waarnaar in de voetnoten wordt verwezen.

3.4.2

Algemeen

De eenmanszaak Gastouderbemiddelingsbureau [bedrijf 1] , actief van 1 januari 2006 tot 1 januari 2009 en met als eigenaar mevrouw [medeverdachte 15] , is gevestigd geweest aan de [adres 2] te Den Haag en de [adres 3] te Den Haag. Per 1 januari 2009 is sprake van een rechtspersoon in oprichting. Op 16 maart 2009 is [bedrijf 1] – statutaire zetel te Den Haag, gevestigd te Kerkrade – opgericht. Bestuurder van [bedrijf 1] . was aanvankelijk [bedrijf 2] (directeur: [medeverdachte 15] ) en vanaf 1 oktober 2009 [medeverdachte 4] .2

Tot eind 2007 heeft de verdachte gewoond op het adres [adres 1] .3 Vanaf 17 maart 2008 stond hij ingeschreven op het adres [adres 4] .4

De verdachte heeft verklaard dat hij [bedrijf 1] voor zijn rekening heeft gedreven en dat hij voor alles verantwoordelijk is en niet mevrouw [medeverdachte 15] . Hij heeft zich met de administratieve en financiële zaken beziggehouden.5

[bedrijf 1] is op 30 december 2008 met terugwerkende kracht tot 26 januari 2006 ingeschreven in het Kinderopvangregister van de gemeente Den Haag.

3.4.3

Ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 09/997145-10 (kinderopvangtoeslag/FIOD)

3.4.3.1 Algemeen

In Heerlen en Utrecht bevinden zich belastingkantoren die zich met toeslagen bezighouden. De schriftelijke aanvraag komt binnen bij het kantoor in Heerlen en wordt aldaar ingescand en digitaal beschikbaar gesteld voor het kantoor in Utrecht.6 Dat geldt kennelijk ook voor de antwoordformulieren.7

3.4.3.2 Ten aanzien van de feiten 1 en 2

Vraagouder: [Medeverdachte 6] (4.1.3.2)

Op naam van [Medeverdachte 6] is op 27 maart 2008 een aanvraag kinderopvangtoeslag ingediend.8 Voorts is op 24 november 2008 een antwoordformulier kinderopvangtoeslag op naam van [Medeverdachte 6] ingediend. Als gastouders zijn [Medeverdachte 7] en [Medeverdachte 8] vermeld. Tevens is vermeld dat [Medeverdachte 9] in 2007 636 uren opvang genoten heeft, [Medeverdachte 10] 400 uren en [Betrokkene 7] 400 uren. Deze gegevens komen overeen met die op het jaaroverzicht van [bedrijf 1] .9

[Medeverdachte 6] , destijds wonende te Zwijndrecht, heeft verklaard dat zij niet heeft gewerkt voor [bedrijf 1] en dat zij altijd op haar eigen kinderen heeft gepast. De verdachte had haar verteld dat gezinnen met kinderen geld konden krijgen wanneer zij iemand lieten oppassen op de kinderen. Na haar ‘ontslag’ heeft zij ineens een map met papieren toegestuurd gekregen. De gegevens op de papieren kloppen niet. De papieren zijn door de verdachte opgemaakt, opdat zij een uitkering van het UWV kon krijgen. Ze wist dat ze ten onrechte een uitkering van het UWV ontving, omdat zij nooit gewerkt had. Ook de contracten met betrekking tot de kinderen op wie zij zou passen, zijn vals. Zij ontving maandelijks loon van de verdachte, maar heeft hiervoor nooit gewerkt. Haar arbeidsovereenkomst van 3 oktober 2007, die niet door haar is ondertekend, heeft zij nog nooit gezien. De antwoordformulieren kinderopvangtoeslag heeft zij op verzoek van de verdachte ondertekend, toen hij vroeg of zij en haar man “zogenaamd” voor hem wilden werken. Bij ondertekening waren de namen van de kinderen nog niet ingevuld.10 De papieren zijn door haar thuis ondertekend.11

Bij de rechter-commissaris heeft [Medeverdachte 6] deze verklaring herhaald en bevestigd. Ze is niet onder druk gezet bij haar eerdere verhoor. Er is nooit met haar erover gesproken dat zij reserve-oppas zou kunnen zijn.12

[Medeverdachte 7] en [Medeverdachte 8] hebben verklaard niet op de kinderen van [Medeverdachte 6] te hebben gepast.13

De man van [Medeverdachte 6] , [medeverdachte 11] , heeft zowel bij het UWV als bij de FIOD verklaard dat het dienstverband van zijn vrouw op papier bestond, maar dat zij nooit daadwerkelijk heeft gewerkt.14 In zijn verhoor bij de rechter-commissaris heeft hij verklaard dat hij bij deze verklaringen blijft.15

Vraagouder: [medeverdachte 12] (4.1.3.3)

Op naam van [medeverdachte 12] is op 5 april 2006 een aanvraag kinderopvangtoeslag ingediend. Als ingangsdatum is daarbij 1 januari 2006 vermeld. Bij elementen 26 en 27 is bij de vragen “partner.werktGeheelofGedeeltelijkInD(ienstbetrekking)” een “J” ingevuld en bij “partner.jaarinkomen” “6000”.16

[medeverdachte 13] , de echtgenote van [medeverdachte 12] , destijds wonende te Bergen op Zoom, heeft op 18 maart 2010 verklaard dat zij nooit heeft gewerkt voor [bedrijf 1] . Zij had een uitkering van de sociale dienst. Van de sociale dienst moest zij gaan werken, maar dat kon zij niet. De verdachte heeft haar toen aangeboden om papieren klaar te maken; hij zou haar € 950 per maand uitkeren. Ze heeft maandelijks geld ontvangen van [bedrijf 1] , maar niet gewerkt. Een paar weken voor dit verhoor is de verdachte nog bij haar thuis geweest en heeft hij haar verteld dat zij, als ze met vragen zouden komen over haar werkzaamheden bij [bedrijf 1] , moest vertellen dat ze schoonmaakwerk op kantoren deed. Als haar een arbeidscontract wordt getoond, verklaart [medeverdachte 13] dat er geen belletjes gaan rinkelen, hoewel zij haar handtekening ziet staan. Als zij voor de verdachte haar handtekening moest zetten, kreeg ze altijd maar één velletje, terwijl het arbeidscontract uit drie velletjes bestaat. Wanneer zij iets moest ondertekenen, kwam de verdachte altijd bij haar thuis. Zij heeft haar kinderen nooit bij iemand anders ondergebracht en altijd voor haar eigen kinderen gezorgd.17

Bij de rechter-commissaris heeft ze bevestigd dat zij niet heeft gewerkt en verklaard dat ze achter haar eerder afgelegde verklaring staat.18

De gastouders, zoals vermeld op het antwoordformulier 2007 (D202 t/m D204, p. 1127 t/m 1129) en het jaaroverzicht 2008 (D208, p. 1133), hebben verklaard niet op de kinderen van de [medeverdachte 13] te hebben gepast.19

Vraagouder: [medeverdachte 14] (4.1.3.15)

Op naam van [medeverdachte 14] is op 10 april 2007 een aanvraag kinderopvangtoeslag ingediend met terugwerkende kracht tot 1 augustus 2006.20 Voorts zijn op 27 november 2008, 10 oktober 2009 en 15 september 2010 antwoordformulieren kinderopvangtoeslag over respectievelijk 2007, 2008 en 2009 op naam van [medeverdachte 14] ingediend. Als gastouders zijn vermeld [betrokkene 5] (2007 en 2008), [betrokkene 6] (2008 en 2009) en [betrokkene 7] (2009). Deze gegevens komen overeen met die op de jaaropgaven van [bedrijf 1] .21

[medeverdachte 14] , destijds wonende te Rotterdam, heeft verklaard dat de verdachte, via maatschappelijk werker [betrokkene 8] , in april 2007 een auto bij hem heeft gekocht. Op dat moment zei de verdachte dat hij een stichting had die mensen hielp die weinig verdienen. De verdachte kon [medeverdachte 14] ook helpen. [medeverdachte 14] moest zijn kinderen aan anderen geven en zijn vrouw moest op andere kinderen gaan passen, dan zou hij recht hebben op een vergoeding. Nadien is de verdachte bij hem thuis gekomen met vrouwen die hij nog niet kende. De verdachte zei dat [medeverdachte 14] deze vrouwen zou kunnen benaderen als hij oppas voor zijn kinderen nodig zou hebben. Ook kwam [betrokkene 8] op zijn bedrijf met een blanco formulier. [medeverdachte 14] moest gegevens over zichzelf, zijn vrouw en kinderen geven, evenals zijn DigiD-code. [medeverdachte 14] heeft verklaard dat het een 100% spelletje was. Hij en zijn vrouw hebben nooit op kinderen gepast of iets aangevraagd bij de Belastingdienst. De verdachte heeft alles geregeld. De ingangsdatum die vermeld is in de aanvraag kinderopvangtoeslag, namelijk 1 augustus 2006, klopt niet, want hij kent de verdachte pas sinds april 2007. Ten aanzien van de gastouders [betrokkene 5] en [betrokkene 6] heeft de verdachte verklaard dat zij sinds 2009 bij hem thuis kwamen.22

Bij de rechter-commissaris heeft [medeverdachte 14] verklaard bij de FIOD de waarheid te hebben gesproken. Hij en zijn vrouw hebben nooit opgepast.23

Ter terechtzitting van 1 februari 2016 heeft de verdachte verklaard dat hij op 27 december 2006 een auto bij [medeverdachte 14] heeft gekocht. De verdachte heeft bevestigd dat [bedrijf 1] pas vanaf januari 2007 een opgave heeft verstrekt en niet vanaf augustus 2006. De eigen bijdrage die moest worden betaald is verrekend met het loon en niet met leningen of een korting op de auto.24

Vraagouder: [medeverdachte 16] (4.1.3.9)

Op naam van [medeverdachte 16] is omstreeks 11 augustus 2009 een antwoordformulier kinderopvangtoeslag d.d. 17 juli 2009 bij de Belastingdienst ontvangen. Op dit formulier zijn als gastouders [medeverdachte 17] en [medeverdachte 13] vermeld. Voorts is vermeld dat [Betrokkene 10] over 2008 1280 uur kinderopvang genoten heeft. Deze gegevens komen overeen met die op het jaaroverzicht 2008 van [bedrijf 1] , waarin bovendien is vermeld dat het gaat om 160 uur per maand over de periode 1 mei 2008 tot en met 31 december 2008.25

[medeverdachte 16] , destijds wonende te Bergen op Zoom, heeft verklaard dat zij eind april 2008, via [Betrokkene 11] , met de verdachte in contact is gekomen. De verdachte vertelde dat er een regeling was voor kinderoppas en vroeg of zij daar gebruik van wilde maken. In die periode paste zij, als het nodig was, op de kinderen van de [medeverdachte 17] en omgekeerd. Zij heeft toen [medeverdachte 17] gebeld en gevraagd of zij gebruik van de regeling voor kinderoppas wilde maken. Dat wilde [medeverdachte 17] wel. In maart 2009 kwam de verdachte bij [medeverdachte 16] thuis. Hij had een draagbare computer bij zich en heeft allerlei informatie over haarzelf, haar man en haar kinderen gevraagd, evenals een DigiD-code. Er is niet gesproken over het aantal uren oppas en het uurtarief.26

[medeverdachte 17] heeft verklaard dat [medeverdachte 16] in het voorjaar van 2008 aan haar heeft gevraagd of zij op haar kind [betrokkene 10] wilde passen. [medeverdachte 16] werkte 24 uur per week in ploegendienst. Op momenten dat [medeverdachte 17] thuis was, heeft zij opgepast, ongeveer 20 uur per week. De oppas was flexibel, afhankelijk van het rooster van [medeverdachte 16] . In juli 2008 is [medeverdachte 17] bevallen van haar tweede kind. Zij wilde in oktober weer gaan werken, maar kreeg te maken met ziekte waardoor zij niet meer in staat was om op haar eigen kinderen te passen.27

[medeverdachte 13] heeft verklaard dat zij nooit als gastouder heeft gewerkt voor [bedrijf 1] .28 Het is nooit de bedoeling geweest dat zij daadwerkelijk op kinderen zou gaan passen.29

Vraagouder: [Medeverdachte 18] (4.1.3.8)

Op naam van [Medeverdachte 19] is omstreeks 30 januari 2009 een antwoordformulier kinderopvangtoeslag d.d. 25 november 2008 bij de Belastingdienst ontvangen. Op dit antwoordformulier is als totaal genoten kinderopvang over 2007 1284, 1284, 802 en 802 uur vermeld en als gastouders [Medeverdachte 20] en [Medeverdachte 5] . Deze gegevens komen overeen met die op het jaaroverzicht 2007 van [bedrijf 1] .30

De bemiddelingsovereenkomst tussen de vraagouders [Medeverdachte 19] en [Medeverdachte 18] en de gastouder [Medeverdachte 5] vermeldt dat de overeenkomst (tot bemiddeling) van kinderopvang ingaat per 1 januari 2008 voor onbepaalde tijd.31

[Medeverdachte 18] , destijds wonende te Vlissingen, heeft verklaard dat de verdachte haar begin 2007, in het bijzijn van haar broer [betrokkene 11] , thuis heeft bezocht. De verdachte vroeg of zij wilde gaan werken in de kinderopvang en heeft bij haar thuis bepaalde gegevens ontvangen betreffende de kinderen, haar man en haarzelf en tevens de DigiD-codes van haar en haar man. De gegevens over het benodigde aantal uren opvang heeft zij niet aan [verdachte] doorgegeven. Het antwoordformulier over 2007 was al ingevuld. [Medeverdachte 5] is pas vanaf eind 2008 op haar kinderen ging passen.32

Bij de rechter-commissaris heeft [Medeverdachte 18] verklaard dat zij blijft bij de verklaringen die zij tot dusver heeft afgelegd.33

[Medeverdachte 20] heeft verklaard dat zij nooit voor [bedrijf 1] heeft gewerkt en nooit op andere kinderen heeft gepast. Er was sprake van een fictief gebeuren.34

Bij de rechter-commissaris heeft [Medeverdachte 20] haar verklaring herhaald en bevestigd.35

De rechtbank verwijst voorts naar de feiten en omstandigheden uit de verklaring van [Medeverdachte 20] , zoals hierna vermeld onder ‘Vraagouder: [Medeverdachte 20] ’.

Vraagouder: [Medeverdachte 20] (4.1.3.18)

Op 17 juli 2009 is een antwoordformulier kinderopvangtoeslag op naam van [Medeverdachte 20] ontvangen bij de Belastingdienst, waarop het totaal aantal genoten uren kinderopvang over het jaar 2008 vermeld is. Als gastouders zijn [Medeverdachte 18] en [Medeverdachte 5] vermeld. Deze gegevens komen overeen met die op het jaaroverzicht 2008 van [bedrijf 1] .36

[Medeverdachte 20] , destijds wonende te Vlissingen, heeft verklaard dat zij gehoord had van de broer van haar toenmalige echtgenoot, [Betrokkene 11] , dat ze recht zou hebben op een vast bedrag per kind van € 125 per maand. Ze woont sinds 2005 in Nederland en beheerst de Nederlandse taal niet. [Betrokkene 11] kwam een of twee weken later bij haar thuis met allerlei papieren die ze moest tekenen. Ze weet niet meer wat voor papieren dat waren. In augustus of september 2009 kwam [Betrokkene 11] met de verdachte bij haar thuis. Zij heeft nooit voor [bedrijf 1] gewerkt en er is nooit op haar kind gepast noch heeft zij op andere kinderen gepast. Er was sprake van een fictief gebeuren. Ze werkt niet en kan zelf op haar baby passen.37

[Medeverdachte 20] heeft voorts verklaard dat haar zwager, [Betrokkene 11] , haar had opgebeld en gezegd dat zij tegen het UWV moest vertellen dat zij op de vier kinderen van haar schoonzus, [Medeverdachte 18] , had gepast, gedurende ongeveer drie uur per dag. Nadat ze haar verklaring bij het UWV had afgelegd en had verteld dat het allemaal fictief was, heeft [Betrokkene 11] haar gezegd dat zij haar verklaring moest intrekken. Hij had van de advocaat van de verdachte gehoord wat zij had verklaard. [Betrokkene 11] vertelde dat iedereen had verteld dat zij hadden gewerkt en dat zij dat ook moest gaan vertellen. Zij werd onder druk gezet door [Betrokkene 11] die zei dat de verdachte van de maffia was en dat ze haar kind ook wat zouden kunnen aandoen. [Betrokkene 11] kwam ook aan de deur en schreeuwde dat door haar toedoen 40 families ten onder zouden gaan. Onder druk van [Betrokkene 11] heeft zij uiteindelijk een formulier ondertekend.38

Bij de rechter-commissaris heeft [Medeverdachte 20] deze verklaring herhaald en bevestigd.39

De op het antwoordformulier vermelde gastouder [Medeverdachte 5] heeft verklaard niet op het kind van de [familienaam medeverdachte] te hebben gepast.40

Vraagouder: [medeverdachte 21] (4.1.3.7)

Op naam van [medeverdachte 21] is omstreeks 18 oktober 2010 een antwoordformulier kinderopvangtoeslag d.d. 14 september 2010 bij de Belastingdienst ontvangen. Op dit antwoordformulier is als totaal genoten kinderopvang over 2009 1760 uur per kind (in totaal twee) vermeld en als gastouder [medeverdachte 13] . Deze gegevens komen overeen met die op de jaaropgaven 2009 van [bedrijf 1]41

[medeverdachte 21] , destijds wonende te Bergen op Zoom, heeft verklaard dat de verdachte in januari of februari 2009 bij hem thuis is geweest en toen ter plekke op zijn computer allerlei gegevens heeft ingevoerd die [medeverdachte 21] hem gaf. Het betroffen gegevens over [medeverdachte 21] zelf, zijn vrouw, zijn kinderen en het aantal uur dat hij kinderopvang nodig had. Gemiddeld zouden ze 25 uur per week nodig hebben, maar feitelijk hadden ze dat op vrijwillige basis bij diverse personen. Op een gegeven moment was alles ingevoerd en heeft [medeverdachte 21] zelf zijn DigiD-code ingevoerd. De verdachte vertelde dat daarmee de aanvraag kinderopvangtoeslag in orde was. Op een gegeven moment heeft [medeverdachte 21] een blanco antwoordformulier kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst ontvangen dat hij moest invullen en waarbij hij jaaropgaven moest voegen. Op zijn verzoek heeft de verdachte dergelijke jaaropgaven toegestuurd. [medeverdachte 21] zag dat er gegevens niet klopten, zoals de naam van zijn kind, de naam van de gastouder en het aantal uren dat er opvang zou zijn geweest. De verdachte zou toen nieuwe jaaropgaven sturen, maar het te hoge aantal uren zou volgens hem geen probleem zijn. [medeverdachte 21] heeft het antwoordformulier aan de hand van de nieuwe jaaropgaaf ingevuld en daarop ook aangegeven dat er zou zijn opgepast door [medeverdachte 13] . Dat klopt niet, want deze persoon heeft nooit opgepast. Er is volgens [medeverdachte 21] opgepast door [medeverdachte 16] .42

[medeverdachte 13] heeft verklaard dat zij nooit als gastouder heeft gewerkt voor [bedrijf 1] .43 Het is nooit de bedoeling geweest dat zij daadwerkelijk op kinderen zou gaan passen.44

Vraagouder: [medeverdachte 22] (4.1.3.14)

Omstreeks 19 oktober 2010 is een antwoordformulier kinderopvangtoeslag d.d. 14 september 2010 op naam van [medeverdachte 22] ontvangen bij de Belastingdienst. Als gastouders zijn [medeverdachte 16] en A. [medeverdachte 13] vermeld. Het totaal aantal genoten uren aan kinderopvang zou in 2009 1920 uur per kind (in totaal twee: [betrokkene 12] en [betrokkene 13] ) hebben bedragen. Deze gegevens komen overeen met die op de jaaropgaven 2009 van [bedrijf 1] ten aanzien van het kind [betrokkene 13] . Op deze jaaropgaven is vermeld dat dit kind 960 uur gastouderopvang heeft ontvangen van [medeverdachte 16] en 960 uur van [medeverdachte 13] .45

[medeverdachte 22] , destijds wonende te Bergen op Zoom, heeft verklaard dat zij via [medeverdachte 16] en [Betrokkene 11] de verdachte heeft leren kennen. Zij wilde op andere kinderen gaan passen. De verdachte is bij haar thuis geweest en deelde mee dat [medeverdachte 13] een oppas zocht. Hij had ook contracten bij zich waarop zowel haar naam als de naam van [medeverdachte 13] stond. [medeverdachte 22] heeft die contracten getekend. [medeverdachte 13] zou contact met haar opnemen, maar dat is er nooit van gekomen. Vanaf augustus 2008 tot september 2009 heeft [medeverdachte 16] op haar kinderen gepast. Op een gegeven moment kwam de verdachte bij haar thuis. De aanvraag kinderopvangtoeslag is tot stand gekomen doordat zij allerlei gegevens over haarzelf, haar man en haar kinderen aan de verdachte heeft verstrekt, waaronder haar DigiD-code. De antwoordformulieren heeft zij wel ondertekend, maar niet ingevuld. De gegevens op de antwoordformulieren kloppen niet, [medeverdachte 13] heeft nooit op haar kinderen gepast en het aantal uren klopt niet. Ze had behoefte aan slechts 20 uur opvang per week tussen augustus 2008 en september 2009.46

[medeverdachte 13] heeft verklaard dat zij nooit als gastouder heeft gewerkt voor [bedrijf 1] .47 Het is nooit de bedoeling geweest dat zij daadwerkelijk op kinderen zou gaan passen.48

3.4.3.3 Ten aanzien van feit 3

Naar aanleiding van deze en andere aanvragen en antwoordformulieren kinderopvangtoeslag heeft de Belastingdienst tussen 1 februari 2006 en 20 september 2010 diverse geldbedragen uitbetaald op rekeningnummer 1497265 ten name van [bedrijf 1] , in totaal € 2.241.721.49 Tussen 21 september 2010 en 31 januari 2011 is nog een bedrag van € 15.278 aan kinderopvangtoeslag uitbetaald op voornoemde rekening.50

Voorts is op 21 september 2009 een bedrag van € 21.390 aan kinderopvangtoeslag uitbetaald aan [medeverdachte 23] , welk bedrag vervolgens is overgemaakt naar de rekening van [bedrijf 1] .51

Ten slotte is op 19 april 2007 een bedrag van € 28.152 aan kinderopvangtoeslag uitbetaald aan [medeverdachte 24] , welk bedrag vervolgens is overgemaakt naar rekeningnummer 3336.47.084 ten name van de verdachte.52

Van het totaal ontvangen bedrag is een deel overgemaakt aan derden. Voorts zijn diverse bedragen van de rekening van [bedrijf 1] overgemaakt naar binnen- en buitenlandse privérekeningen ten name van de verdachte (waaronder een Duitse bankrekening), de school van zijn dochter [verdachte] en zijn andere vennootschappen.53

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij geldbedragen als salaris overboekte naar zijn rekening in Duitsland om daarvan zijn woon- en leefkosten te betalen.54

3.4.3.4 Ten aanzien van feit 4

Omstreeks 19 oktober 2009 is een antwoordformulier kinderopvangtoeslag op naam van [medeverdachte 4] , op 14 oktober 2009 te Dordrecht ondertekend, ontvangen bij de Belastingdienst, waarop het totaal aantal genoten uren kinderopvang (1200 uur voor ieder kind, te weten [betrokkene 14] en [betrokkene 15] ) over het jaar 2008 vermeld is. Als gastouder is onder meer [Medeverdachte 8] vermeld. Deze gegevens komen overeen met die op het jaaroverzicht 2008 van [bedrijf 1] , ondertekend door [medeverdachte 15] .55

[Medeverdachte 8] heeft verklaard dat zij in 2008 zeker niet op de kinderen van de [Familienaam verdachte] heeft gepast.56

3.4.4

Ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 09/993002-11 (UWV)

3.4.4.1 Ten aanzien van feit 1

Bij het kantoor van het UWV te Breda57 zijn ten aanzien van de volgende personen aanvragen voor een WW-uitkering binnengekomen:

- [medeverdachte 13] , geregistreerde dienstverbanden:

[medeverdachte 15] 01-01-2006 – 30-11-2006,

[medeverdachte 15] 01-01-2007 – 31-03-2007,

[medeverdachte 4] 01-04-2008 – 31-05-2008,

[medeverdachte 15] 01-06-2008 – 15-03-2009 en

[bedrijf 1] 16-03-2009 – heden.

Aanvang WW-uitkering 2-11-2009 – niet toegekend;

- [medeverdachte 25] , geregistreerde dienstverbanden:

[medeverdachte 15] 24-05-2007 – 15-03-2009 en

[bedrijf 1] 16-03-2009 – 31-10-2009.

Aanvang WW-uitkering 2-11-2009 – niet toegekend;

- [medeverdachte 26] , geregistreerde dienstverbanden:

[medeverdachte 15] 24-05-2007 – 15-03-2009 en

[bedrijf 1] 16-03-2009 – 31-10-2009.

Aanvang WW-uitkering 2-11-2009 – niet toegekend;

- [medeverdachte 11] , geregistreerde dienstverbanden:

[medeverdachte 15] 03-10-2007 – 15-03-2009 en

[bedrijf 1] 16-03-2009 – 31-10-2009.

Aanvang WW-uitkering 2-11-2009 – einde uitkering 01-02-2010;

- [Medeverdachte 6] , geregistreerde dienstverbanden:

[medeverdachte 15] 03-10-2007 – 15-03-2009 en

[bedrijf 1] 16-03-2009 – 31-10-2009.

Aanvang WW-uitkering 2-11-2009.

- [medeverdachte 27] , geregistreerde dienstverbanden:

[medeverdachte 15] 01-02-2009 – 15-03-2009 en

[bedrijf 1] 16-03-2009 – 31-10-2009.

Aanvang WW-uitkering 2-11-2009 – niet toegekend;

- [medeverdachte 28] , geregistreerde dienstverbanden:

[medeverdachte 15] 24-05-2007 – 15-03-2009 en

[bedrijf 1] 16-03-2009 – 31-10-2009.

Aanvang WW-uitkering 2-11-2009 – niet toegekend;

- [medeverdachte 29] , geregistreerde dienstverbanden:

[medeverdachte 15] 24-05-2007 – 15-03-2009 en

[bedrijf 1] 16-03-2009 – 31-10-2009.

Aanvang WW-uitkering 2-11-2009 – niet toegekend.58

In de bijbehorende WW-dossiers betreffende deze personen bevonden zich diverse administratieve bescheiden die betrekking hadden op een dienstverband met gastouderbureau [bedrijf 1] ,59 waaronder arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Op deze door “werknemer” en “werkgever” ( [bedrijf 1] , gevestigd en kantoorhoudende aan de [adres 2] ; mevrouw [medeverdachte 15] , directeur) ondertekende (tenzij anders vermeld) arbeidsovereenkomsten stond vermeld dat:

- mw. [medeverdachte 13] in dienst is getreden van [bedrijf 1] met ingang van 1 juni 2008 tot 1 november 2009 in de functie van gastouder60 en dat de overeenkomst was opgemaakt op 1 juni 2008;61

- mw. [medeverdachte 25] in dienst is getreden van [bedrijf 1] met ingang van 24 mei 2007 tot 1 november 2009 in de functie van gastouder62 en dat de overeenkomst was opgemaakt op 24 mei 2007;63

- dhr. [medeverdachte 26] in dienst is getreden van [bedrijf 1] met ingang van 24 mei 2007 tot 1 november 2009 in de functie van chauffeur64 en dat de overeenkomst was opgemaakt op 24 mei 2007;65

- dhr. [medeverdachte 11] in dienst is getreden van [bedrijf 1] met ingang van 3 oktober 2007 tot 1 november 2009 in de functie van chauffeur66 en dat de overeenkomst, die niet door [medeverdachte 11] is ondertekend, was opgemaakt op 3 oktober 2007;67

- mw. [Medeverdachte 6] in dienst is getreden van [bedrijf 1] met ingang van 3 oktober 2007 tot 1 november 2009 in de functie van gastouder68 en dat de overeenkomst, die niet door [Medeverdachte 6] is ondertekend, was opgemaakt op 3 oktober 2007;69

- mw. [medeverdachte 30] in dienst is getreden van [bedrijf 1] met ingang van 1 februari 2009 tot 1 november 2009 in de functie van gastouder70 en dat de overeenkomst was opgemaakt op 1 februari 2009;71

- dhr. [medeverdachte 28] in dienst is getreden van [bedrijf 1] met ingang van 24 mei 2007 tot 1 november 2009 in de functie van chauffeur72 en dat de overeenkomst was opgemaakt op 24 mei 2007;73

- mw. [medeverdachte 29] in dienst is getreden van [bedrijf 1] met ingang van 24 mei 2007 tot 1 november 2009 in de functie van gastouder74 en dat de overeenkomst was opgemaakt op 24 mei 2007.75

Naast arbeidsovereenkomsten hebben genoemde personen kopieën van salarisspecificaties, afgegeven door [bedrijf 1] te Den Haag, overgelegd van het loon dat zij maandelijks van [bedrijf 1] zouden hebben ontvangen,76 waaronder kopieën van salarisspecificaties op naam van:

- ( (de heer [sic]) [medeverdachte 13] over de maand juni 2008, waarop vermeld staat dat [medeverdachte 13] 21,83 loondagen en 127,51 loonuren heeft gewerkt in de functie van schoonmaakster voor [bedrijf 3]77 en

- de heer [medeverdachte 26] over de maand juni 2009, waarop vermeld staat dat hij 21,74 loondagen en 41 loonuren heeft gewerkt in de functie van chauffeur voor [bedrijf 1] .78

3.4.4.2 Ten aanzien van feit 2

Naar aanleiding van voornoemde aanvragen voor een WW-uitkering en door genoemde personen verstrekte bescheiden heeft [inspecteur] , inspecteur DHH van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) te Breda, bij schrijven van 9 december 2009 bij de werkgever [bedrijf 1] informatie gevraagd omtrent de dienstverbanden en verzocht om op grond van artikel 54 SUWI een vragenlijst/formulier looninformatie in te vullen en kopieën te verstrekken van onder meer jaaropgaven, betalingsoverzichten, overeenkomsten tussen [bedrijf 1] en ouders bij wie de verzekerde gastouders zijn geweest en overeenkomsten van opdracht tussen gastouder en ouder.79 Op 4 januari 2010 heeft de verdachte aan [inspecteur] per e-mail de gevraagde informatie verstrekt.80 Op deze vragenformulieren/formulieren looninformatie van het UWV, alle gedateerd op 4 januari 2010, was onder meer ingevuld dat de hierna te noemen personen – op [Medeverdachte 20] na – tot 31 oktober 2009 een dienstverband bij [bedrijf 1] hadden gehad en dat:

- [medeverdachte 25] (registratienummer [nummer] ) 31,01 uur per week werkte en haar vaste brutoloon € 1.085,12 bedroeg;81

- [Medeverdachte 20] (registratienummer [nummer] ) tot 31 augustus 2009 (opmerking rechtbank: verbeterd, mogelijk uit 31 oktober 2009) een dienstverband heeft gehad, 13,79 uur per week werkte en haar vaste brutoloon € 482,28 bedroeg;82

- [medeverdachte 30] (registratienummer [nummer] ) 20,23 uur per week werkte en haar vaste brutoloon € 707,34 bedroeg;83

- [medeverdachte 29] (registratienummer [nummer] ) 28,97 uur per week werkte en haar vaste brutoloon € 1.012,78 bedroeg;84

- [medeverdachte 31] (registratienummer [nummer] ) 40 uur per week werkte en haar vaste brutoloon € 1.398,60 bedroeg.85

3.4.4.3 Ten aanzien van de feiten 1 en 2

[medeverdachte 13] , destijds wonende te Bergen op Zoom, heeft verklaard dat zij nooit heeft gewerkt voor [bedrijf 1] . Zij had een uitkering van de sociale dienst. Van de sociale dienst moest zij gaan werken, maar dat kon zij niet. De verdachte heeft haar toen aangeboden om papieren klaar te maken; hij zou haar € 950 per maand uitkeren. Ze heeft maandelijks geld ontvangen van [bedrijf 1] , maar niet gewerkt. Een paar weken voor dit verhoor is de verdachte nog bij haar thuis geweest en heeft hij haar verteld dat zij, als ze met vragen zouden komen over haar werkzaamheden bij [bedrijf 1] , moest vertellen dat ze schoonmaakwerk op kantoren deed. Als haar een arbeidscontract wordt getoond, verklaart [medeverdachte 13] dat er geen belletjes gaan rinkelen, hoewel zij haar handtekening ziet staan. Als zij voor de verdachte haar handtekening moest zetten, kreeg ze altijd maar één velletje, terwijl het arbeidscontract uit drie velletjes bestaat. Wanneer zij iets moest ondertekenen, kwam de verdachte altijd bij haar thuis. Zij heeft haar kinderen nooit bij iemand anders ondergebracht en altijd voor haar eigen kinderen gezorgd.86

Bij de rechter-commissaris heeft ze bevestigd dat zij niet heeft gewerkt en verklaard dat ze achter haar eerder afgelegde verklaring staat.87

[medeverdachte 25] , destijds wonende te Breda, heeft verklaard dat zij door [bedrijf 1] is ontslagen en van de verdachte te horen kreeg dat zij recht had op een WW-uitkering. Zij paste met haar schoonzus, nichtje en vriendin op elkaars kinderen wanneer het nodig was en heeft daar geen tijden van bijgehouden. Er zat geen vast patroon in. Er was geen toezicht vanuit [bedrijf 1] en zij heeft nooit met iemand van [bedrijf 1] gesproken. Als een van hen ziek was, regelden ze zelf wel iets. Dit kon makkelijk, omdat geen van hen werkte. Ze heeft de arbeidsovereenkomst op verzoek van haar man ondertekend. Ze past al jaren op deze kinderen. Het enige verschil is dat ze er vroeger geen geld voor kreeg en later wel. Het is beslist niet waar dat iemand anders op haar kind, [kind] , zou hebben gepast voor 180 uren per week (de rechtbank begrijpt: maand). Zij heeft ten slotte verklaard dat zij tijdens haar verhoor goed behandeld is.88

Bij de rechter-commissaris heeft [medeverdachte 25] verklaard dat zij eerder naar waarheid heeft verklaard en bij die verklaring blijft. Er was geen verschil tussen de situatie voordat ze haar handtekening onder het contract had gezet en de situatie daarna. Tijdens haar eerdere verhoor is ze niet slecht behandeld.89

[medeverdachte 26] , destijds wonende te Breda, heeft verklaard dat zijn vrouw en hij niet hebben gewerkt voor [bedrijf 1] . De verdachte heeft de kinderopvangtoeslag aangevraagd. [medeverdachte 26] heeft de aanvraag wel ondertekend, maar begreep niet waar hij voor tekende. Zijn vrouw en hij hebben helemaal geen arbeidscontract gehad. Ze kregen het contract plus de stapel papieren in één keer overhandigd om een WW-uitkering aan te vragen. De verdachte had dat klaargemaakt en zei: “Ga hiermee naar de WW.” Hij bracht die papieren bij [medeverdachte 26] en zijn broer thuis. [medeverdachte 26] moest ze ondertekenen. De papieren zijn een week later door de verdachte opgehaald en [medeverdachte 26] mocht het contract met de handtekening van [bedrijf 1] houden. In 2007 heeft hij dus geen contract ondertekend.90

Bij de rechter-commissaris heeft [medeverdachte 26] verklaard dat hij naar waarheid heeft verklaard en bij die verklaring blijft. Er werd niet volgens een vast schema op elkaars kinderen gepast en niet gedurende hele dagen.91

[medeverdachte 11] , destijds wonende te Zwijndrecht, heeft bij het UWV verklaard dat hij vanaf oktober 2007 ongeveer een maand als chauffeur heeft gewerkt en daarna niet meer. Hij heeft met een bestelbus/koelwagen bestellingen vanuit een kippenbedrijf naar klanten gebracht. Hij heeft als chauffeur geen kinderen weggebracht. De verdachte heeft dit alles bedacht. De verdachte ontving toeslagen voor kinderopvang, [medeverdachte 11] en zijn vrouw [Medeverdachte 6] kregen een klein bedrag omdat zij op idee van de verdachte op papier werkzaam waren. De verdachte had [medeverdachte 11] en zijn vrouw de tip gegeven om na hun “ontslag” een WW-uitkering aan te vragen bij het UWV. In oktober 2007 was de verdachte bij hen thuis geweest en heeft hij al hun gegevens opgenomen. Verder zou hij alles regelen. [medeverdachte 11] heeft zijn arbeidsovereenkomst gekregen toen hij de ontslagpapieren van de verdachte ontving. [medeverdachte 11] heeft geweigerd deze te ondertekenen, omdat hij zich belazerd voelde. De salarisspecificaties kreeg hij achteraf, met een hele stapel tegelijk. Zijn vrouw is nooit werkzaam geweest als gastouder. Haar dienstverband bestond, net als het zijne, op papier. De arbeidsovereenkomsten tussen [bedrijf 1] en [medeverdachte 11] en zijn vrouw zijn vals opgemaakt. [medeverdachte 11] heeft voorts verklaard zijn verhoor als prettig te hebben ervaren en niet onder druk te zijn gezet.92

[medeverdachte 11] heeft bij de FIOD verklaard dat hij, toen de verdachte om hun persoonlijke gegevens vroeg, ook vroeg om hun DigiD-code. Die heeft [medeverdachte 11] hem toen gegeven. De verdachte heeft toen op een draagbare computer allerlei gegevens ingevoerd. Pas in september 2009 kwam de verdachte bij hen thuis met een mapje papieren, waarvan sommige gedateerd waren in 2007. Hij vroeg hun die te ondertekenen. Dat hebben zij toen niet gedaan, omdat ze de verdachte niet meer vertrouwden.93

[medeverdachte 11] heeft bij de rechter-commissaris verklaard bij deze verklaringen te blijven en heeft zijn verklaring herhaald en bevestigd.94

[Medeverdachte 6] , destijds wonende te Zwijndrecht, heeft verklaard dat zij niet heeft gewerkt voor [bedrijf 1] en dat zij altijd op haar eigen kinderen heeft gepast. De verdachte had haar verteld dat gezinnen met kinderen geld kunnen krijgen wanneer zij iemand laten oppassen op de kinderen. Na haar ‘ontslag’ heeft zij ineens een map met papieren toegestuurd gekregen. De gegevens op de papieren kloppen niet. De papieren zijn door de verdachte opgemaakt, opdat zij een uitkering van het UWV kon krijgen. Ze wist dat ze ten onrechte een uitkering van het UWV ontving, omdat zij nooit gewerkt had. Ook de contracten met betrekking tot de kinderen op wie zij zou passen, zijn vals. Zij ontving maandelijks loon van de verdachte, maar heeft hiervoor nooit gewerkt. Haar arbeidsovereenkomst van 3 oktober 2007, die niet door haar is ondertekend, heeft zij nog nooit gezien. De antwoordformulieren kinderopvangtoeslag heeft zij op verzoek van de verdachte ondertekend, toen hij vroeg of zij en haar man “zogenaamd” voor hem wilden werken. Bij ondertekening waren de namen van de kinderen nog niet ingevuld.95

Bij de rechter-commissaris heeft [Medeverdachte 6] deze verklaring herhaald en bevestigd. Ze is niet onder druk gezet bij haar eerdere verhoor. Er is nooit met haar erover gesproken dat zij reserve-oppas zou kunnen zijn.96

[medeverdachte 30] destijds wonende te Breda, heeft verklaard dat zij niet heeft opgepast en er ook geen anderen op haar kinderen hebben gepast. De contracten uit 2007 en 2008 heeft zij pas in 2009 ontvangen in een mapje, samen met het kinderdiploma.97

Bij de rechter-commissaris heeft [medeverdachte 30] verklaard bij haar verklaring te blijven en nader toegelicht dat zij niet weet waar zij haar handtekening onder heeft gezet. Alles was op papier geregeld en ze heeft op niemands kinderen gepast, ook niet op die van familieleden. Zij heeft nooit voor [bedrijf 1] gewerkt.98

[medeverdachte 28] , destijds wonende te Breda, heeft verklaard dat hij zijn arbeidsovereenkomst pas heeft ontvangen nadat hij en zijn echtgenote van de verdachte een brief hadden gekregen waarin hun werd verteld dat de verdachte geen gebruik meer van hun diensten wilde maken. Toen heeft hij pas de arbeidsovereenkomst ondertekend. Hij wist ook niet dat hij als chauffeur zou hebben gewerkt, want hij heeft nooit met de verdachte gesproken over de werkzaamheden die hij zou moeten doen. Hij begrijpt dat de arbeidsovereenkomst niet echt is, omdat hij nooit gewerkt heeft. Voor zijn echtgenote is ook een arbeidsovereenkomst op papier geregeld. Zij heeft wel op kinderen van anderen gepast, maar dat was voor haar een normale zaak, omdat dat bij hen gewoon is. Het enige verschil ten opzichte van vroeger was dat zij er een vergoeding voor kreeg. [medeverdachte 28] heeft ten slotte verklaard dat hij het verhoor als een goed gesprek heeft ervaren.99

Bij de rechter-commissaris heeft [medeverdachte 28] aangegeven bij zijn afgelegde verklaring te blijven. Hij heeft verder verklaard dat de verdachte in de periode dat [medeverdachte 28] zich voor de WW ging melden, een contract ten behoeve van de WW en een ontslagbrief heeft opgesteld. Op de vraag of hij de kinderen wel eens ophaalde als er onderling werd opgepast, heeft de verdachte geantwoord: “Wat bedoelt u precies met wegbrengen? We wonen in dezelfde straat. Het was zo dichtbij.”100

[medeverdachte 29] heeft verklaard dat zij af en toe oppaste, soms voor twee of drie uur, en dat het de ene week elke dag kon zijn en de andere week niet. Het klopt niet dat er 100 tot 180 uur op elkaars kinderen is gepast. Na de bevalling van haar kind in 2004 heeft zij niet meer gewerkt. Ze kent haar arbeidsovereenkomst niet, althans kan die zich niet herinneren. Ook haar loonstroken herkent ze niet. De verdachte stuurde papieren toe en zei dat ze daarmee een WW-uitkering kon gaan aanvragen. Ze weet niet wat [bedrijf 1] is. Ze is tijdens haar verhoor goed behandeld.101

Bij de rechter-commissaris heeft [medeverdachte 29] aangegeven naar waarheid te hebben verklaard.102

[Medeverdachte 20] , destijds wonende te Vlissingen, heeft verklaard dat zij gehoord had van de broer van haar toenmalige echtgenoot, [betrokkene 11] , dat ze recht zou hebben op een vast bedrag per kind van € 125 per maand. Ze woont sinds 2005 in Nederland en beheerst de Nederlandse taal niet. [betrokkene 11] kwam een of twee weken later bij haar thuis met allerlei papieren die ze moest tekenen. Ze weet niet meer wat voor papieren dat waren. In augustus of september 2009 kwam [betrokkene 11] met de verdachte bij haar thuis. Zij heeft nooit voor [bedrijf 1] gewerkt en er is nooit op haar kind gepast noch heeft zij op andere kinderen gepast. Er was sprake van een fictief gebeuren. Ze werkt niet en kan zelf op haar baby passen. Ze beschikt over een mapje met bescheiden, dat haar per post is toegezonden of dat zij van [betrokkene 11] heeft gekregen.

[familienaam medeverdachte] heeft voorts verklaard dat haar zwager, [betrokkene 11] , haar had opgebeld en gezegd dat zij tegen het UWV moest vertellen dat zij op de vier kinderen van haar schoonzus, [naam schoonzus] had gepast, ongeveer drie uur per dag. Nadat ze haar verklaring bij het UWV had afgelegd en had verteld dat het allemaal fictief was, heeft [betrokkene 11] haar gezegd dat zij haar verklaring moest intrekken. Hij had van de advocaat van de verdachte gehoord wat zij had verklaard. [betrokkene 11] vertelde dat iedereen had verteld dat zij hadden gewerkt en dat zij dat ook moest gaan vertellen. Zij werd onder druk gezet door [betrokkene 11] die zei dat de verdachte van de maffia was en dat ze haar kind ook wat zouden kunnen aandoen. [betrokkene 11] kwam ook aan de deur en schreeuwde dat door haar toedoen 40 families ten onder zouden gaan. Onder druk van [betrokkene 11] heeft zij uiteindelijk een formulier ondertekend.103

Bij de rechter-commissaris heeft [Medeverdachte 20] deze verklaring herhaald en bevestigd.104

[betrokkene 16] , destijds wonende te Breda, heeft bij het UWV verklaard dat ze niet op een bepaalde tijd op de kinderen heeft gepast en dat er geen structuur in zat. De [verdachte] vertelde haar en haar man dat zij recht hadden op een vergoeding voor het oppassen op kinderen. Als zij op elkaars kinderen zouden passen dan was dit werken en konden zij een arbeidscontract krijgen. Zo is het ook gebeurd. Alles wat nodig was om dit dienstverband te kunnen realiseren regelde [verdachte] . Ondanks dat zij haar handtekening herkent op een overeenkomst van opdracht tussen gastouder en ouder van 1 april 2008, heeft zij nooit daadwerkelijk op de twee kinderen van de [betrokkene] te Breda gepast. Zij heeft ten slotte verklaard dat zij tijdens haar verhoor correct is behandeld. Zij heeft haar verklaring niet ondertekend.105

Bij de rechter-commissaris heeft zij verklaard niet bij haar verklaring te blijven dat zij heeft gewerkt. Eigenlijk was het meer zo dat zij als vriendinnen elkaars kinderen hebben verzorgd. Verder zitten er bij haar weten geen fouten in haar verklaring. Ze heeft tijdens haar verhoor bij het UWV volgehouden dat ze had gewerkt, omdat ze er vanaf wilde zijn. Zij heeft haar verklaring bij het UWV niet ondertekend, omdat er enkele onjuistheden in zaten.106

De WW-dossiers bevatten een brief van [bedrijf 1] van 16 oktober 2009 aan de hiervoor genoemde werknemers waarin onder meer staat dat het arbeidscontract voorlopig niet zou worden verlengd en vanaf 1 augustus 2009 sprake was van geen of onvolledige loonbetalingen, doordat de Belastingdienst de toeslagen aan de vraagouders had stopgezet. Als gevolg daarvan kon [bedrijf 1] acuut de betalingen aan zijn werknemers niet meer op eigen kracht voortzetten. In de brief staat voorts dat [bedrijf 1] bereid is om een nieuw arbeidscontract aan te bieden mits de persoon via een nog te volgen opleidingstraject kan aantonen dat hij/zij voor 1 januari 2011 gaat voldoen aan de nieuwe opleidingseisen voor gastouders.107

Diverse gastouders hebben verklaard te zijn ontslagen bij [bedrijf 1] , omdat zij niet meer aan de (bij nieuwe, strengere wet) aan gastouders gestelde eisen voldeden, bij gebrek aan bepaalde diploma’s en beheersing van de Nederlandse taal.108

De verdachte heeft over de chauffeurs verklaard dat hij zijn werknemers niet controleert.109 Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij aan al deze werknemers een setje papieren heeft afgegeven waarmee zij een WW-uitkering konden aanvragen. Voorts heeft hij verklaard dat [medeverdachte 11] en [Medeverdachte 6] hun arbeidsovereenkomsten niet wilden tekenen vanwege het verbreken van de verloving van hun zoon met de dochter van de verdachte rond 2009.110

3.4.5

Partiële vrijspraken

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting en in lijn met de standpunten van de officieren van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de verdachte van de volgende onderdelen van de tenlastelegging moet worden vrijgesproken bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs:

  • -

    dagvaarding 09/997145-10, feit 1, de bestanddelen die zien op “4.1.3.11. [Medeverdachte 3] ”;

  • -

    dagvaarding 09/997145-10, feit 2, onderdeel “A3. (4.1.3.11) een digitaal formulier “Aanvragen Kinderopvangtoeslag” betreffende de aanvrager en/of ouder [Medeverdachte 3] Datum ontvangst 18-03-2009; (Bijlage D/382-D/388)”;

  • -

    dagvaarding 09/997145-10, feit 2, onderdeel “C4. (4.1.3.11) een brief jaaroverzicht 2008 kinderopvang gedateerd 3 juli 2009 gericht aan [Familienaam Medeverdachte] waarop ingevuld en/of vermeld als gastouder(s) [Medeverdachte 1] en/of [betrokkene 17] en/of als gegevens kinderen [betrokkene 2] (1200 uren) en/of [betrokkene 3] (1200 uren) en/of [betrokkene 4] (1200 uren) (bijlage D/392)”;

  • -

    dagvaarding 09/997145-10, feit 4, onderdelen “een antwoordformulier gericht aan [medeverdachte 4] gedateerd 28.11.2008 (bijlage D/250-D/25 1) en/of een brief gericht aan [Familienaam verdachte] gedateerd 18 november 2008 betreffende een jaaroverzicht kinderopvang 2007 (bijlage D/252)” en “ [verdachte] en/of [betrokkene 6] ”;

  • -

    dagvaarding 09/993002-11, feit 1, de onderdelen die “ [Medeverdachte 5] ” betreffen.

Voorts acht de rechtbank het opzet op het met terugwerkende kracht aanvragen van kinderopvangtoeslag tot vóór de opname van [bedrijf 1] in het kinderopvangregister per 26 januari 2006 niet wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat het gaat om een verschil van slechts enkele weken, dat [bedrijf 1] volgens de verdachte vanaf 1 januari 2006 actief was en dat pas op 30 december 2008 schriftelijk aan [bedrijf 1] is medegedeeld dat [bedrijf 1] met terugwerkende kracht tot 26 januari 2006 alsnog is opgenomen in het kinderopvangregister. De verdachte zal daarom op dit punt – zoals nader uitgewerkt in de feiten 1 en 2 van dagvaarding 09/997145-10 – worden vrijgesproken.

3.4.6

Nadere bewijsoverwegingen en bespreking bewijsverweren

3.4.6.1 Bruikbaarheid verklaringen UWV en FIOD

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft betoogd dat aan de verklaringen die de vraag- en gastouders en chauffeurs bij het UWV en de FIOD hebben afgelegd geen bewijswaarde kan worden gehecht, gelet op de verzuimen als vermeld onder 3.4.1.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de beoordeling van dit verweer gaat het om de waardering van iedere verklaring afzonderlijk. Uit het dossier is ook gebleken dat de gehoorde personen de verhoren verschillend hebben ervaren.

Alle gehoorde gastouders en chauffeurs (zie onder 3.4.4.3) hebben hun eerder bij het UWV afgelegde verklaringen tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris bevestigd, met uitzondering van [betrokkene 18] maar zij heeft bij de rechter-commissaris in meer belastende zin verklaard. Ook een groot deel van de vraagouders (zie onder 3.4.3.2) heeft de bij de FIOD afgelegde verklaring bij de rechter-commissaris herhaald. Om die reden acht de rechtbank al deze verklaringen, voor zover hiervoor weergegeven, dan ook bruikbaar voor het bewijs.

Voor zover de vraagouders niet bij de rechter-commissaris zijn gehoord ( [medeverdachte 16] , [medeverdachte 21] en [medeverdachte 22] , is de rechtbank van oordeel dat uit hetgeen de raadsvrouw heeft aangevoerd niet is gebleken dat de verklaringen van deze vraagouders over de feitelijke situatie niet betrouwbaar kunnen worden geacht. Ook deze verklaringen kunnen daarom, voor zover hiervoor weergegeven, voor het bewijs worden gebezigd.

Ten aanzien van vraagouder [medeverdachte 14] heeft de raadsvrouw gewezen op het feit dat [medeverdachte 14] bij de FIOD zonder tolk is gehoord en dat hij onder druk is gezet. De rechtbank overweegt als volgt.

De omstandigheid dat [medeverdachte 14] zonder tolk is gehoord doet niet af aan de betrouwbaarheid van zijn verklaring. Niet alleen heeft [medeverdachte 14] bij de FIOD verklaard dat hij de Nederlandse taal redelijk beheerst, ook heeft de verhorende [verbalisant] verklaard dat [medeverdachte 14] zo goed Nederlands sprak dat een tolk, die wel was geregeld maar al was vertrokken omdat [medeverdachte 14] te laat was, niet nodig was geweest. Het proces-verbaal van verhoor bevat geen aanwijzingen voor het tegendeel; het enkele feit dat [medeverdachte 14] bij de RC met tolk is gehoord is onvoldoende voor een andersluidende conclusie. Bovendien is de rechtbank, anders dan de verdediging, van oordeel dat de verklaring van [medeverdachte 14] bij de RC niet op cruciale punten verschilt van zijn verklaring bij de FIOD. [medeverdachte 14] blijft erbij dat hij en zijn vrouw niet op kinderen hebben gepast en dat er wel door twee vrouwen op zijn kinderen is gepast, zij het dat [medeverdachte 14] bij de FIOD heeft verklaard dat dit in 2009 was en dat hij dit bij de RC niet meer precies weet. Voorts is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende steun biedt voor de stelling dat [medeverdachte 14] bij zijn verklaring dat het 100% een spelletje is, onder druk is gezet, laat staan dat op hem ontoelaatbare druk is uitgeoefend. Ook de verklaring van [medeverdachte 14] bij de FIOD, voor zover hiervoor weergegeven, kan daarom voor het bewijs worden gebruikt.

Ten aanzien van [medeverdachte 13] is de rechtbank van oordeel dat niet is gebleken dat zij ten tijde van het afleggen van haar verklaringen, waaronder een verhoor bij de RC, door een psychische stoornis niet in staat was naar waarheid te verklaren. Dat zij in 2012 onder curatele is gesteld wegens een geestelijke stoornis, maakt niet zonder meer dat zij niet in staat was om een verklaring af te leggen of zij wel of niet als gastouder heeft gewerkt. Ook haar verklaringen, voor zover hiervoor weergegeven, zullen daarom voor het bewijs worden gebezigd.

Ten aanzien van [Medeverdachte 6] . en [medeverdachte 11] is de rechtbank van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat zij (enkel) vanuit een verstoorde familierelatie belastend hebben verklaard. De rechtbank acht hun verklaringen betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs en verwijst in dit verband naar hetgeen hieronder onder 3.4.6.2 ten aanzien van de antedatering van de arbeidsovereenkomsten zal worden overwogen.

3.4.6.2 De feiten in het algemeen

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van dagvaarding 09/997145-10 heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit op met name de volgende gronden:

  • -

    ten aanzien van feit 1 ontbreekt het oogmerk op wederrechtelijke bevoordeling;

  • -

    ten aanzien van feit 2 kan niet worden bewezen dat de verdachte de geschriften valselijk heeft (doen) opmaken, omdat de informatie niet in strijd met de waarheid was;

  • -

    ten aanzien van feit 3 geldt, voor zover het witwassen wel bewezen wordt geacht, dat het gaat om een veel lager bedrag en dat van gewoontewitwassen geen sprake is;

  • -

    ten aanzien van feit 4 geldt dat [Medeverdachte 8] als achterwacht kon fungeren.

Ten aanzien van dagvaarding 09/993002-11 heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit op met name de volgende gronden:

  • -

    primair: het oogmerk om de geschriften als echt en onvervalst te gebruiken (oogmerk tot misleiding) kan niet worden bewezen;

  • -

    subsidiair: er is geen sprake geweest van opzet op het ‘valselijk’ opmaken;

  • -

    meer subsidiair: er is geen sprake van ‘vals opgemaakte’ stukken.

Materieel komt het standpunt van de verdediging erop neer dat de verdachte binnen het kader van de destijds geldende wetten en regels omtrent kinderopvangtoeslag reeds bestaande kinderopvang tussen diverse gezinnen heeft geformaliseerd, waardoor deze gezinnen in aanmerking kwamen voor kinderopvangtoeslag. Door dit te doen heeft hij hun ook werk in de kinderopvang weten te verschaffen, namelijk als gastouder en chauffeur voor minimaal acht uur per week. Dit maakt dat er geen sprake kan zijn van valsheid van de door de verdachte opgemaakte arbeidsovereenkomsten en salarisspecificaties.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank volgt de lezing van de verdachte niet en overweegt daartoe als volgt.

De rechtbank acht de zaken van de vraagouders [Medeverdachte 6] (en [medeverdachte 11] ) en [medeverdachte 12] ( en [medeverdachte 13] ) exemplarisch voor het bewijs van een schijnconstructie die de verdachte heeft opgetuigd. Uit de verklaringen van beide vrouwen, [Medeverdachte 6] en [medeverdachte 13] , komt naar voren dat het nooit de bedoeling is geweest dat zij als gastouder zouden gaan werken. Daarmee valt de basis onder alles weg. Aan de ene kant volgt hieruit immers dat hun arbeidsovereenkomst en de salarisspecificaties vals zijn, evenals de stukken die bij de WW-aanvraag zijn gebruikt, aan de andere kant betekent dit dat er voor deze ouders geen recht op kinderopvangtoeslag bestond en dat alle formulieren die zijn gebruikt om die kinderopvangtoeslag te verkrijgen vals zijn.

Voorts overweegt de rechtbank dat uit de afzonderlijk van elkaar afgelegde verklaringen een bepaalde werkwijze van de verdachte ten aanzien van de kinderopvang naar voren komt. De verdachte benaderde de vraag- en gastouders met het voorstel om kinderopvangtoeslag aan te vragen en vulde, met behulp van de door de vraagouders verschafte gegevens, de aanvraag kinderopvangtoeslag in. Over het gewenste aantal uren kinderopvang werd niet gesproken, dat bepaalde de verdachte. Aan de hand van de door de verdachte verstrekte jaaroverzichten, opgesteld zonder dat navraag bij de vraag- of gastouders werd gedaan, vulden de vraagouders de antwoordformulieren kinderopvangtoeslag in dan wel ondertekenden zij het reeds ingevulde antwoordformulier.

Hieruit leidt de rechtbank af dat de verdachte van begin tot eind de regie in handen had. Hij verzorgde de aanvraag voor kinderopvangtoeslag en hij zorgde voor een verantwoording van de uren richting de Belastingdienst. Het ‘valse’ element is er hier met name in gelegen dat de verdachte zich er niet om bekommerde of de opvang daadwerkelijk had plaatsgevonden, voor hoeveel uren dat was gebeurd en door wie.

Ook ten aanzien van de arbeidsovereenkomsten bespeurt de rechtbank een bepaalde werkwijze. Verscheidene ‘werknemers’ hebben verklaard dat zij pas achteraf, ten tijde van hun ‘ontslag’, een arbeidsovereenkomst hebben ontvangen en al dan niet hebben getekend. De verdachte heeft verklaard dat hij aan elke ‘werknemer’ een setje papieren heeft afgegeven waarmee zij een WW-uitkering konden aanvragen. Het verweer van de verdachte dat het slechts ging om een kopie van de arbeidsovereenkomst en dat de ‘werknemers’ bij aanvang van hun werkzaamheden hun arbeidsovereenkomst al hadden ontvangen en getekend, verwerpt de rechtbank op basis van deze verklaringen. De rechtbank acht deze verklaringen betrouwbaar, nu de ‘werknemers’ daarmee ook zichzelf belast hebben; zij hebben zich immers met het ondertekenen van deze geantedateerde arbeidsovereenkomst zelf ook schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift. Daarbij komt dat het opmerkelijk is dat alle arbeidsovereenkomsten, ondanks verschillen in begindata, eindigen op dezelfde datum (31 oktober 2009). De verklaring van de verdachte dat de tijdelijke arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd zijn aangegaan in verband met het voornemen om de bedrijfsvoering opnieuw tegen het licht te houden bij een voorgenomen verandering van eenmanszaak in B.V. na ongeveer drie jaar, is niet zonder meer begrijpelijk, nu de B.V. reeds op 16 maart 2009 is opgericht, de ‘werknemers’ vervolgens bij de B.V. in dienst zijn gekomen en pas na ruim zeven maanden zijn ontslagen. De datum van het ontslag lijkt veel meer ingegeven door de verandering in de regelgeving ten aanzien van het gastouderschap, waarbij de ‘werknemers’ niet zouden voldoen aan de nieuwe eisen. Aangezien deze verandering niet jaren van tevoren kenbaar kan zijn geweest, vormt ook het feit dat zoveel arbeidsovereenkomsten eindigen op 31 oktober 2009 een aanwijzing voor de antedatering van de arbeidsovereenkomst. Ten slotte kent de rechtbank in dit verband gewicht toe aan de verklaring van de verdachte ter terechtzitting over de reden waarom [medeverdachte 11] en [Medeverdachte 6] hun arbeidsovereenkomst niet wilden ondertekenen, namelijk vanwege het verbreken van de verloving van hun zoon met de dochter van de verdachte rond 2009. Dat verdraagt zich niet met het opmaken en ondertekenen van de arbeidsovereenkomst op 3 oktober 2007. Toen hadden zij immers nog geen reden om niet te tekenen, aangezien de verloving nog niet verbroken was.

3.4.6.3 Specifieke elementen uit de lezing van de verdachte

Door en namens de verdachte is nog gewezen op een aantal elementen die zijn verklaring dat hij binnen de kaders van de wet heeft gehandeld zouden moeten ondersteunen

Achterwacht

De verdachte heeft verklaard dat een aantal personen – onder wie [Medeverdachte 6] , [medeverdachte 13] en [Medeverdachte 8] – die (in bepaalde periodes) niet daadwerkelijk hebben opgepast, wel als achterwacht hebben gefungeerd en daarvoor zijn betaald.

De rechtbank stelt voorop dat geen van de in de tenlastelegging genoemde gastouders heeft verklaard dat zij als achterwacht hebben gefungeerd. [Medeverdachte 6] heeft bij de RC zelfs expliciet verklaard dat er nooit met haar erover is gesproken dat zij ‘reserve-oppas’ zou zijn. Ook de vraagouders hebben hierover niet verklaard; zij kenden de vermeende achterwacht-gastouders zelfs niet. Dit spoort niet met de verklaring van de verdachte dat de inzet van de ouders door de (achterwacht)gastouders en vraagouders onderling moest worden geregeld. Dat toch is onmogelijk als ze niet van het bestaan van de achterwacht op de hoogte waren, terwijl de achterwacht op haar beurt ook zou moeten weten wanneer zij beschikbaar moest zijn. Ook de verklaring van de verdachte dat enkele achterwachten ziek waren en daarom niet hebben gewerkt, is onaannemelijk, nu de verdachte ondanks deze (langdurige) ziekte geen vervangende medewerkers als achterwacht heeft geregeld.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat de verklaring van de verdachte over de achterwacht innerlijk tegenstrijdig en ongeloofwaardig is.

Administratieve vereisten

De verdediging heeft erop gewezen dat voor de gastouders Verklaringen Omtrent het Gedrag zijn aangevraagd, dat zij cursussen hebben gevolgd en dat er eerstedagsmeldingen zijn gedaan.

De rechtbank kan hieraan geen doorslaggevende waarde toekennen, omdat het voldoen aan deze administratieve vereisten evengoed kan zijn geschied om de constructie van fictieve dienstverbanden te maskeren.

Tussenpersonen

De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte niet steeds rechtstreeks contact heeft gehad met de vraagouders en gastouders. Hij maakte veelal gebruik van bemiddelaars, zoals [medeverdachte 11] en [medeverdachte 12] , die ook voor de vertaling in het Turks en Arabisch moesten zorgen. Ook was volgens hem sprake van een ‘gedelegeerde gezagsverhouding’, waarbij het gastouderbureau zorgde dat de randvoorwaarden in orde waren en de vraag- en gastouders in onderling overleg de praktische aspecten regelden.

Naar het oordeel van de rechtbank doet het gebruik van bemiddelaars niet af aan de rol van de verdachte in het geheel. De verdachte heeft immers de constructie in gang gezet, hij is – via mevrouw [medeverdachte 15] – een gastouderbureau gestart en hij regelde de administratieve en financiële zaken. Daaruit volgt dat de verdachte een wezenlijke bijdrage aan de ten laste gelegde feiten heeft geleverd. Ook de omstandigheid dat de ouders zelf een bepaalde verantwoordelijkheid hadden, wat er van het ‘delegeren’ van verantwoordelijkheden ook zij, doet hieraan niet af.

3.4.6.4 Tussenconclusie

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er wettig en overtuigend bewijs is voor bestanddelen als ‘wederrechtelijk’, ‘valselijk’, ‘in strijd met de waarheid’, ‘ten onrechte’, ‘oogmerk’ en ‘opzet’.

3.4.6.5 De feiten afzonderlijk

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, behoeven veel (bewijs)verweren geen bespreking meer. Ten aanzien van enkele onderdelen van de tenlastelegging overweegt de rechtbank nog het volgende.

Dagvaarding 09/997145-10, feit 1

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte door zich ten onrechte als werkgever te presenteren een valse hoedanigheid heeft aangenomen.

Dagvaarding 09/997145-10, feiten 1 en 2

Ten aanzien van vraagouder [medeverdachte 14] (4.1.3.15) geldt dat uit de bewijsmiddelen volgt dat de ingangsdatum van 1 augustus 2006 niet klopt. Dat er verwarring zou zijn ontstaan met de [familienaam] en slechts sprake zou zijn van een ‘foutje’, zoals de verdediging heeft aangevoerd, is naar het oordeel van de rechtbank, in het licht van de door de verdachte gehanteerde constructie om ten onrechte kinderopvangtoeslag te verkrijgen, niet aannemelijk geworden.

Voorts is er door [medeverdachte 14] in het geheel geen eigen bijdrage betaald. De rechtbank overweegt dat met een eigen bijdrage wordt bedoeld dat een deel van de kosten van kinderopvang voor rekening van de vraagouder blijft, zoals volgt uit de wetsgeschiedenis van de Wet kinderopvang. De verdachte heeft aangevoerd dat de eigen bijdrage is verrekend met de loonbetalingen aan [vrouw van medeverdachte 14] , de vrouw van [medeverdachte 14] . Uit de bewijsmiddelen volgt echter dat [vrouw van medeverdachte 14] niet heeft opgepast. De rechtbank verwerpt – onder verwijzing naar wat hiervoor onder 3.4.6.3 is overwogen – het verweer dat [vrouw van medeverdachte 14] achterwacht was. Uit die overweging volgt tevens het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling. Van verrekening van de eigen bijdrage op andere wijze is niet gebleken. Dat de eigen bijdrage in 2010 wel wordt geacht te zijn betaald, zoals de verdediging heeft aangevoerd, is niet relevant, nu het in deze zaak gaat over de jaren vóór 2010, gelet op de in de tenlastelegging aangeduide antwoordformulieren.

Ten aanzien van vraagouder [medeverdachte 17] (4.1.3.9) geldt dat de vermelding van [medeverdachte 13] het antwoordformulier vals maakt en dat reeds daarom ook het aantal uren opvang niet klopt. Daarnaast geldt dat ook het aantal oppasuren door gastouder [medeverdachte 17] evident niet klopt – ook niet als van de berekeningswijze van de verdachte wordt uitgegaan – gelet op het feit dat [medeverdachte 17] in juli 2008 is bevallen van haar tweede kind en in oktober 2008 ziek is geworden. Dat het aantal uren fictief is, wordt nog bevestigd door de verklaring van [medeverdachte 16] dat zij daarover niet met de verdachte heeft gesproken.

Ten aanzien van de vraagouders [Medeverdachte 18] (4.1.3.8) en [Medeverdachte 20] (4.1.3.18) geldt dat de rechtbank meer geloof hecht aan de verklaring van [Medeverdachte 20] dan aan die van [Medeverdachte 18] . De rechtbank ziet – de lezing van de verdachte over de vermeende problematiek en moeizame familierelaties van [Medeverdachte 20] ten spijt – niet in waarom [Medeverdachte 20] zou verzinnen dat en waarom zij bedreigd wordt door de [familienaam 2] om haar verklaring te wijzigen én waarom zij dit ook bij de RC nog zou volhouden, temeer nu zij met die verklaring ook zichzelf belast. Zij bekent immers mee te hebben gewerkt aan een fictief gebeuren. De rechtbank gaat er daarom, overeenkomstig de verklaring van [Medeverdachte 20] , van uit dat [Medeverdachte 20] en [Medeverdachte 18] niet op elkaars kinderen hebben gepast. Voorts geldt dat er wisselende verklaringen zijn afgelegd over het moment waarop [Medeverdachte 5] op de kinderen van [Medeverdachte 18] is gaan passen. De rechtbank gaat er, op grond van de verklaring van [Medeverdachte 18] in combinatie met de bemiddelingsovereenkomst, van uit dat dit in 2007 nog niet het geval is geweest, zodat het antwoordformulier over 2007 ook op dit punt vals is.

Dagvaarding 09/997145-10, feit 3

Nu de rechtbank komt tot een bewezenverklaring van – eenvoudig uitgedrukt – toeslagfraude, kan ook het witwassen van de met deze fraude verkregen gelden worden bewezen. De verdachte heeft immers verklaard dat hij een deel van deze gelden heeft doorgestort en gebruikt om woon- en leefkosten van te betalen, hetgeen wordt bevestigd door overboekingen naar diverse bankrekeningen die aan de verdachte gelieerd zijn.

De verdediging heeft gemotiveerd verweer gevoerd ten aanzien van de hoogte van het bedrag. Gelet op dit verweer en het summiere dossier op dit punt, acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de in de tenlastelegging genoemde specifieke geldbedragen heeft witgewassen. De bewezenverklaring zal daarom worden beperkt tot niet nader gespecificeerde ‘geldbedragen’.

Anders dan de verdediging heeft betoogd, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van gewoontewitwassen. Daartoe is redengevend dat de verdachte op structurele basis en over een periode van meerdere jaren uit misdrijf afkomstige substantiële geldbedragen heeft ontvangen, doorgestort en/of opgenomen.

Dagvaarding 09/993002-11, feiten 1 en 2

De rechtbank verwijst allereerst naar wat zij heeft overwogen over de geantedateerde arbeidscontracten (zie onder 3.4.6.2). Voor zover uit de bewijsmiddelen niet volgt wanneer een arbeidsovereenkomst is ondertekend, gaat de rechtbank er op grond van de door de verdachte gehanteerde werkwijze van uit dat ook die arbeidsovereenkomst is geantedateerd.

Voorts leidt de rechtbank uit de verklaringen van alle ‘werknemers’ af dat zij niet hebben gewerkt voor [bedrijf 1] . Sommige ‘werknemers’ hebben verklaard in het geheel geen werkzaamheden te hebben verricht. Voor zover gastouders wel hebben opgepast en chauffeurs wel hebben gereden, is dit naar het oordeel van de rechtbank niet gebeurd binnen het kader van een dienstbetrekking met [bedrijf 1] . Voor zo’n dienstbetrekking is op z’n minst vereist dat de werknemers van deze dienstbetrekking en de daarmee gepaard gaande rechten en plichten op de hoogte zouden zijn geweest en wisten en ervoeren dat zij arbeid ten behoeve van hun werkgever verrichtten. Uit de verklaringen volgt dat dit niet het geval is geweest. Bovendien is niet gebleken van een gezagsverhouding tussen de verdachte als werkgever enerzijds en de gastouders en de chauffeurs als werknemers anderzijds. Uit de verklaring van de verdachte volgt dat hij de chauffeurs niet controleerde en het toezicht op de praktische aspecten van het oppaswerk aan de ouders overliet. Dat wordt bevestigd door de gastouders. De verklaring van [medeverdachte 25] is daarvoor illustratief, namelijk dat zij al jaren op kinderen paste en dat het enige verschil is dat zij daar eerst geen geld voor kreeg en later wel.

De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat [bedrijf 1] enerzijds en de gastouders en chauffeurs anderzijds nooit de bedoeling hebben gehad om een gezagsverhouding zoals die bestaat in een relatie werkgever-werknemer aan te gaan. Het enkele behalen van een EHBO-certificaat en de inspectie van de woning is daarvoor onvoldoende. De rechtbank gaat dan ook voorbij aan het verweer dat de gezagsverhouding kan worden afgeleid uit de omstandigheid dat [bedrijf 1] opdrachten en aanwijzingen had kunnen geven (‘latente uitoefening van gezag’); dat is eenvoudigweg nooit de bedoeling geweest.

Dat er geen sprake was van arbeid en loon uit dienstbetrekking, wordt nog bevestigd door het feit dat de constructie kennelijk volledig afhankelijk was van het uitkeren van kinderopvangtoeslag: toen dat in 2009 stopte, stopten ook de ‘loonbetalingen’ (zie de brief van [bedrijf 1] van 16 oktober 2009, hiervoor onder 3.4.4.2 geciteerd), terwijl niet is gebleken dat de feitelijke situatie was veranderd.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de in de tenlastelegging vermelde arbeidsovereenkomsten, salarisspecificaties en vragenformulieren alle vals zijn. Het opzet van de verdachte op de ten laste gelegde handelingen volgt uit de door hem gehanteerde schijnconstructie.

3.5

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, in dier voege dat:

parketnummer 09/997145-10

Feit 1

hij -al dan niet handelend onder de handelsnaam (eenmanszaak) [bedrijf 1] - op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 februari 2006 tot 31 januari 2011, te 's-Gravenhage en/of Dordrecht en/of Kerkrade en/of elders in Nederland en/of in Duitsland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) (en/of met de rechtspersoon [bedrijf 1] (vanaf 16 maart 2009)), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de Belastingdienst, en/althans de Staat der Nederlanden, heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) (totaal euro 2.306.541,-- (euro 2.241.721 en/of euro 15.278 en/of euro 21.390 en/of euro 28.152)), te weten een of meer geldbedrag(en) in het kader van (kinderopvang)toeslag op grond van de Wet kinderopvang, in elk geval een of meer geldbedrag(en), hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid gepresenteerd en/of voorgedaan aan de hand van en/of door (digitale) verzending en/of toezending aan de Belastingdienst (Toeslagen) van

--(een) (digita(a)l(e)) formulier(en) "Aanvragen kinderopvangtoeslag" ten name van (de aanvrager(s)) en/of ouder(s)

4.1.3.2. [medeverdachte 11] (bijlage(n) D/175-D/182) en/of

4.1.3.3. [medeverdachte 12] (bijlage(n) D/190-D/197) en/of

4.1.3.12. [Medeverdachte 7] (bijlage(n) D/393-D/400) en/of

4.1.3.15. [medeverdachte 14] (bijlage(n) D/448-D/454) en/of

en/of

(vervolgens)

-voor de opgave van het gebruik en/of de (gemaakte) (opvang)kosten van kinderopvang-

door verzending en/of toezending aan de Belastingdienst Toeslagen van

--(een) zogenaamd(e) bij de Belastingdienst Toeslagen in gebruik zijnd(e) formulier(en) “Antwoordformulier (kinderopvangtoeslag)” en/of (een) jaaroverzicht(en) kinderopvang en/of (een) jaaropgaaf/jaaropgaven Kosten Kinderopvang ten name van (de aanvrager(s)) en/of ouder(s)

4.1.3.2. [Medeverdachte 6] (bijlage(n) D/183-D/189) en/of

4.1.3.3. [medeverdachte 12] (bijlage(n) D/202-D/204, D/208) en/of

4.1.3.12. [Medeverdachte 7] (bijlage(n) D/401-D/406) en/of

4.1.3.15. [medeverdachte 14] (bijlage(n) D/455-D/470) en/of

dat (die) aanvrager(s) en/of ouder(s) aanspraak had(den) op (een) kinderopvangtoeslag

en/of

dat de gastouderopvang plaatsvindt en/of gaat plaatsvinden en/of had plaatsgevonden (aanvraag toeslag met terugwerkende kracht) door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau als bedoeld in artikel 5 Wet Kinderopvang, immers was gastouderbureau [bedrijf 1] op/per 26 januari 2006 aangemeld als gastouderbemiddelingsbureau en/of opgenomen in het Kinderopvangregister

en/of

was op naam van de vraagouder(s) en/of aanvrager(s) [medeverdachte 12] (4.1.3.3.) en/of [Medeverdachte 7] (4.1.3.12) met terugwerkende kracht (ingangsdatum 1 januari 2006) kinderopvangtoeslag gevraagd zonder dat in die (gehele) periode voorafgaand aan de datum ontvangst door de Belastingdienst Toeslagen van de/die aanvra(a)g(en) bemiddeling en/of begeleiding heeft plaatsgevonden door en/of door tussenkomst van het gastouderbureau [bedrijf 1]

en/of

was op naam van de vraagouder(s) en/of aanvrager(s) [medeverdachte 14] (4.1.3.15) met terugwerkende kracht kinderopvangtoeslag gevraagd zonder dat in die (gehele) periode voorafgaand aan de datum ontvangst door de Belastingdienst Toeslagen van de/die aanvra(a)g(en) bemiddeling en/of begeleiding heeft plaatsgevonden door en/of door tussenkomst van het gastouderbureau [bedrijf 1]

en/of

dat aanvrager(s) en/of partner(s) op grond van artikel 6 Wet Kinderopvang -al dan niet met terugwerkende kracht- aanspraak had(den) op en/of aanspraak maakt(en) op een tegemoetkoming in de door die ouder(s) en/of hun/zijn/haar partner(s) te betalen kosten van kinderopvang

immers

verrichtte(n) [Medeverdachte 6] (4.1.3.2.) en/of [medeverdachte 13] (4.1.3.3.) in werkelijkheid geen werk en/of geen arbeid voor en/of in dienst van de eenmanszaak [bedrijf 1] en/of [medeverdachte 15] en/of [bedrijf 1],

in elk geval werd door genoemde [Medeverdachte 6] (4.1.3.2.) [medeverdachte 13] (4.1.3.3.) geen (tegenwoordige) arbeid verricht waaruit inkomen uit werk in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 werd genoten,

en/of

was/waren (een) fictieve dienstbetrekking(en) gecreëerd tussen (enerzijds) de eenmanszaak [bedrijf 1] en/of [medeverdachte 15] en/of [bedrijf 1] en/of (anderzijds) [Medeverdachte 6] (4.1.3.2.) en/of [medeverdachte 13] (4.1.3.3.)

en/of

dat kinderopvang als bedoeld in de Wet Kinderopvang had plaatsgevonden en/of dat die kinderopvang onder de voorwaarden en/of eisen van de Wet Kinderopvang zou gaan plaatsvinden en/of had plaatsgevonden, bestaande die eis(en) en/of voorwaarde(n) (onder meer) hierin dat

de vraagouder(s) zelf steeds een eigen bijdrage moet(en) voldoen aan de gastouder

(artikel 5 en/of 7 van de Wet kinderopvang jo. Artikel 8 Besluit tegemoetkoming kosten kinderopvang en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang),

immers werd door [medeverdachte 14] (4.1.3.15) in het geheel geen eigen bijdrage betaald,

waardoor (telkens) de Belastingdienst en/of de Staat der Nederlanden werd(en) bewogen tot de afgifte van bovenbedoeld(e) goed(eren)/geldbedrag(en);

Feit 2

hij -al dan niet handelend onder de handelsnaam (eenmanszaak) [bedrijf 1] - op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 februari 2006 tot 31 januari 2011, te ‘s-Gravenhage en/of Dordrecht en/of Zwijndrecht en/of Bergen op Zoom en/of Goes en/of Vlissingen en/of Rotterdam en/of Heerlen en/of Utrecht en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) (en/of met de rechtspersoon [bedrijf 1] (vanaf 16 maart 2009)), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van en/of ((een) medewerk(st)er(s) van) de Belastingdienst Toeslagen gebruik heeft doen maken van

A.

(een) vals(e) en/of vervalst(e) (digita(a)l(e) formulier(en) “Aanvragen Kinderopvangtoeslag”

te weten

A1.(4.1.3.3)

een digitaal formulier “Aanvragen Kinderopvangtoeslag”

betreffende de aanvrager en/of ouder

[medeverdachte 12]

Datum ontvangst 05-04-2006;

(Bijlage D/190-D/197)

en/of

A3. (4.1.3.11)

een digitaal formulier “Aanvragen Kinderopvangtoeslag”

betreffende de aanvrager en/of ouder

[Medeverdachte 3]

Datum ontvangst 18-03-2009;

(Bijlage D/382-D/388)

en/of

A4. (4.1.3.15)

een digitaal formulier “Aanvragen Kinderopvangtoeslag”

betreffende de aanvrager en/of ouder

[medeverdachte 14]

Datum ontvangst 10-04-2007;

(Bijlage D/448-D/454)

en/of

B.

(een) vals(e) en/of vervalst(e) “antwoordformulier(en)” voor de kinderopvangtoeslag

te weten

B1. (4.1.3.2)

een antwoordformulier gericht aan [Medeverdachte 6] (kenmerk TKG 07)

datum ondertekening 24-11-2008

waarop ingevuld en/of vermeld

gegevens van de gastouders

te weten [Medeverdachte 7] en/of [Medeverdachte 8]

en/of

gegevens van de kinderen en/of de uren opvang

te weten [medeverdachte 29] (636 uren) en/of [medeverdachte 26] (400 uren) en/of

[medeverdachte 26] (400 uren)

(bijlage D/183-D/184)

en/of

B3. (4.1.3.9)

een antwoordformulier kinderopvangtoeslag 2008

gericht aan [medeverdachte 16]

datum ondertekening 17 -07-2009

waarop ingevuld en/of vermeld

gegevens van de gastouders

te weten [medeverdachte 17] en/of [medeverdachte 13]

en/of

gegevens van het kind en/of de uren opvang

te weten [Betrokkene 10] (1280 uur)

(bijlage D/356-D/358)

en/of

C.

(een) vals(e) en/of vervalst(e) brief/brieven jaaroverzicht kinderopvang

te weten

C1. (4.1.3.8)

een brief jaaroverzicht 2007 kinderopvang gedateerd 18 november 2008

gericht aan [familienaam 3]

waarop ingevuld en/of vermeld als gastouder(s)

[Medeverdachte 20] en/of [Medeverdachte 5]

(bijlage D/346)

en/of

C4. (4.1.3.11)

een brief jaaroverzicht 2008 kinderopvang gedateerd 3 juli 2009

gericht aan [Familienaam Medeverdachte]

waarop ingevuld en/of vermeld als gastouder(s)

[Medeverdachte 1] en/of [Medeverdachte 2]

en/of als gegevens kinderen

[betrokkene 2] (1200 uren) en/of [betrokkene 3] (1200 uren) en/of

[betrokkene 4] (1200 uren)

(bijlage D/392)

en/of

C6. (4.1.3.18)

een brief jaaroverzicht 2008 kinderopvang gedateerd 3 juli 2009

gericht aan [familienaam medeverdachte]

waarop ingevuld en/of vermeld als gastouder(s)

[Medeverdachte 18] en/of [Medeverdachte 5]

(bijlage D/522)

en/of

D.

(een) vals(e) en/of vervalst(e) geschrift(en) “Jaaropgaaf Kosten Kinderopvang”

te weten

D1 (4.1.3.7)

een geschrift jaaropgaaf 2009 Kosten Kinderopvang

gericht aan Heer [medeverdachte 21]

waarop vermeld aantal opvanguren gastouderopvang 1760,00 uren en/of

als gastouder [medeverdachte 13]

(bijlage D/335)

en/of

D3 (4.1.3.14)

een geschrift jaaropgaaf 2009 Kosten Kinderopvang

gericht aan mevrouw [medeverdachte 17]

waarop vermeld aantal opvanguren gastouderopvang 960,00 uren en/of

als gastouder [medeverdachte 13]

(bijlage D/441)

zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

als waren dat/die geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst,

bestaande dat (doen) gebruikmaken (telkens) hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s) die/dat genoemde geschrift(en) heeft/hebben overgelegd en/of toegezonden en/of doen toekomen aan de Belastingdienst Toeslagen voor de aanvraag van kinderopvangtoeslag en/of de beoordeling van het recht op en/of de aanspraak op (een) kinderopvangtoeslag(en) en/of de voortzetting daarvan

en

bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

-zakelijk weergegeven-

(A.)

op/in die/dat onder A1. en/of A3. en/of A4. genoemde formulier(en) (telkens) een onjuiste (geantedateerde) ingangsdatum aanvraag was/waren vermeld en/of geschreven en/of opgenomen,

immers

was gastouderbureau [bedrijf 1] op/per 26 januari 2006 aangemeld als gastouderbemiddelingsbureau en/of opgenomen in het Kinderopvangregister en/of

was met terugwerkende kracht kinderopvangtoeslag gevraagd zonder dat in die (gehele) periode en/of in een gedeelte van die periode voorafgaand aan de datum (van) ontvangst door de Belastingdienst Toeslagen bemiddeling en/of begeleiding had plaatsgevonden door en/of door tussenkomst van het [bedrijf 1]

en/of

in werkelijkheid geen kinderopvang zou gaan plaatsvinden

en/of

op/in het onder A1. genoemde formulier

bij de vraag (element 26) “partner.werktGeheelOfGedeeltelijkInD(ienstbetrekking)” “J” en/of

bij de vraag (element 27) partner.jaarinkomen “6000”

was vermeld en/of geschreven en/of opgenomen,

terwijl [medeverdachte 13] geen dienstbetrekking had en/of die [medeverdachte 13] een fictieve (gecreëerde) dienstbetrekking had bij de eenmanszaak Family House en/of geen inkomen (uit werk) had,

en/of

(B.)

op/in het onder B1. genoemde antwoordformulier als gastouder(s)

[Medeverdachte 7] en/of [Medeverdachte 8] ,

en/of

op/in het onder B3. genoemde antwoordformulier als gastouder(s)

[medeverdachte 17] en/of [medeverdachte 13] ,

was/waren vermeld en/of geschreven en/of opgenomen,

terwijl de op/in het/de onder B1. en/of B3. genoemde antwoordformulier(en) opgenomen gastouder(s) in werkelijkheid niet als gastouder(s) voor deze vraagouder(s) heeft/hebben gewerkt,

en/of

op/in het/de onder B1. en/of B3. genoemde antwoordformulier(en)

een fictief en/of te hoog aantal uren opvang en/of opvanguren,

was/waren vermeld en/of geschreven en/of opgenomen,

en/of

(C.)

op/in de onder C1. genoemde brief als gastouder(s)

[Medeverdachte 20] en/of [Medeverdachte 5]

en/of

op/in de onder C4. genoemde brief als gastouder(s)

[Medeverdachte 1] en/of [Medeverdachte 2]

en/of

op/in de onder C6. genoemde brief als gastouder(s)

[Medeverdachte 18] en/of [Medeverdachte 5]

was/waren vermeld en/of geschreven en/of opgenomen,

terwijl de op/in de onder C1. en/of C4. en/of C6. genoemde brief/brieven jaaroverzicht kinderopvang opgenomen gastouder(s) in werkelijkheid niet als gastouder(s) voor deze vraagouder(s) heeft/hebben gewerkt,

en/of

op/in de onder C1. en/of C4. en/of C6. genoemde brief/brieven jaaroverzicht kinderopvang een fictief en/of te hoog aantal uren opvang en/of opvanguren,

was/waren vermeld en/of geschreven en/of opgenomen,

en/of

(D.)

op/in het onder D1. genoemde geschrift als gastouder [medeverdachte 13]

en/of

op/in het onder D3. genoemde geschrift als gastouder [medeverdachte 13]

was/waren vermeld en/of geschreven en/of opgenomen,

terwijl de op/in het/de onder D1 en/of D3. genoemde geschrift(en) “Jaaropgaaf Kosten Kinderopvang” opgenomen gastouder in werkelijkheid niet als gastouder voor deze vraagouder(s) heeft gewerkt,

en/of

op/in het/de onder D1 en/of D3. genoemde geschrift(en) “Jaaropgaaf Kosten Kinderopvang” een fictief en/of te hoog aantal uren opvang en/of opvanguren,

was/waren vermeld en/of geschreven en/of opgenomen,

en/of

(telkens) opzettelijk bovenbedoelde/genoemde vals(e) of vervalst(e) geschrift(en) voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben afgeleverd en/of heeft/hebben doen afleveren bij de Belastingdienst Toeslagen

terwijl hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) wist(en) en/of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dit/deze geschrift(en) bestemd was/waren voor gebruik als waren zij echt en onvervalst;

Feit 3

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 februari 2006 tot en met 11 februari 2011,

te ‘s-Gravenhage en/of Dordrecht en/of Kerkrade en/of Krabbendijke en/of elders in Nederland en/of in Duitsland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

een of meer voorwerpen, te weten een of meer geldbedrag(en) (totaal) euro 2.306.541,--

(euro 2.241.721 en/of euro 15.278 en/of euro 21.390 en/of euro 28.152)),

althans euro 968.014 (euro 490.774 en/of euro 105.005 en/o euro 349.310 en/of euro 22.925) of daaromtrent, in elk geval een of meer geldbedrag(en), heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, althans

van een of meer voorwerpen, te weten een of meer geldbedrag(en) (totaal) euro 2.306.541,--

(euro 2.241.721 en/of euro 15.278 en/of euro 21.390 en/of euro 28.152)),

althans euro 968.014 (euro 490.774 en/of euro 105.005 en/o euro 349.310 en/of euro 22.925) of daaromtrent, in elk geval een of meer geldbedrag(en), heeft gebruik gemaakt,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en)/geldbedrag(en)

- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) van het plegen van witwassen een gewoonte gemaakt;

Feit 4

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 november 2008 tot en/met 19 oktober 2009,

te ‘s-Gravenhage en/of Dordrecht en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

een antwoordformulier kinderopvangtoeslag 2008 gericht aan [medeverdachte 4] gedateerd 14.10.2009

(bijlage D/253-D/255)

en/of

een brief gericht aan [Familienaam verdachte] gedateerd 3 juli 2009 betreffende een jaaroverzicht kinderopvang 2008

(bijlage D/256)

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

(telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk heeft/hebben doen en/of laten opmaken en/of doen en/of laten vervalsen door (een) ander(en),

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven- op/in dat/die geschriften als gastouder(s) van de/het kind(eren) [Familienaam verdachte] de persoon [Medeverdachte 8] en/of als het aantal oppasuren (telkens) 1200 uren per jaar vermeld en/of geschreven en/of opgenomen, en/althans door die ander(en) doen en/of laten vermelden en/of schrijven en/of opnemen, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

parketnummer 09/993002-11

Feit 1

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van september 2009 tot en met 4 januari 2010, in elk geval in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 4 januari 2010, te 's-Gravenhage en/of Bergen op Zoom en/of Breda en/of Goes en/of Zwijndrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans dan wel alleen, meermalen, althans eenmaal,

A.

(telkens) (een) "arbeidsovereenkomst(en) voor bepaalde tijd" waarin (telkens) als "werkgever" was vermeld [bedrijf 1] , gevestigd en kantoorhoudende aan de [adres 2] en/of waarin als "werknemer" en/of duur en/of functie was/waren vermeld

a. mevrouw [medeverdachte 13]

in dienst met ingang van 01-06-2008 tot 1 november 2009

in functie van gastouder (blz. 480-482906-908) en/of

b. mevrouw [medeverdachte 25]

in dienst met ingang van 24-05-2007 tot 1 november 2009

in functie van gastouder (blz. 883-885) en/of

c. mevrouw [Medeverdachte 5]

in dienst met ingang van 24-05-2007 tot 1 november 2009

in functie van gastouder (blz. 466-468) en/of

d. de heer [medeverdachte 26]

in dienst met ingang van 24-05-2007 tot 1 november 2009

in functie van chauffeur (blz. 484-486) en/of

e. de heer [medeverdachte 11]

in dienst met ingang van 03-10-2007 tot 1 november 2009

in functie van chauffeur (blz. 789-791) en/of

f. mevrouw [Medeverdachte 6]

in dienst met ingang van 03-10-2007 tot 1 november 2009

in functie van gastouder (blz. 912-914) en/of

g. mevrouw [medeverdachte 30]

in dienst met ingang van 01-02-2009 tot 1 november 2009

in functie van gastouder (blz. 481-483) en/of

h. de heer [medeverdachte 28]

in dienst met ingang van 24-05-2007 tot 1 november 2009

in functie van chauffeur (blz. 869-871) en/of

i. mevrouw [medeverdachte 29]

in dienst met ingang van 24-05-2007 tot 1 november 2009

in functie van gastouder (blz. 886-888),

en/of

B.

(telkens) (een) salarisspecificatie(s) van Family House (waaronder) te weten

I. een salarisspecificatie van [bedrijf 1]

gericht aan [medeverdachte 13]

loon juni 2008 (blz. 876)

en/of

II. een salarisspecificatie van [bedrijf 1]

gericht aan de heer [medeverdachte 26]

loon juni 2009

(blz. 489),

zijnde (telkens) een "arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd" en/of een "salarisspecificatie" (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, en/althans valselijk heeft doen en/of laten opmaken en/of vervalsen door (een) ander(en),

A.

immers betroffen de in die arbeidsovereenkomst(en) voorgedane dienstbetrekkingen niet bestaande en/of fictieve dienstbetrekkingen

en/of

heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven-

(telkens) die "arbeidsovereenkomst(en) voor bepaalde tijd" geantedateerd en/of doen antedateren door het (telkens) -in strijd met de waarheid- (doen) vermelden en/of (doen) opnemen in die arbeidsovereenkomst(en) van (een) eerder gelegen en/of onjuiste data/datum van opmaken en/of ondertekenen, te weten met betrekking tot die arbeidsovereenkomst(en) onder

a. (opgemaakt 01-06-2008) en/of

b. (opgemaakt 24-05-2007) en/of

c. (opgemaakt 24-05-2007) en/of

d. (opgemaakt 24-05-2007) en/of

e. (opgemaakt 03-10-2007) en/of

f. (opgemaakt 03-10-2007) en/of

g. (opgemaakt 01-02-2009) en/of

h. (opgemaakt 24-05-2007) en/of

i. (opgemaakt 24-05-2007),

en/of

(telkens) in die arbeidsovereenkomst een fictieve dienstbetrekking en/of arbeidsverhouding en/of een onjuiste arbeidsduur vermeld en/of opgenomen en/of doen vermelden en/of doen opnemen,

immers was/waren de onder a. en/of b. en/of c. en/of d. en/of e. en/of f. en/of g. en/of h. en/of i. genoemde perso(o)n(en) en/of werknemer(s) in werkelijkheid niet (als gastouder en/of chauffeur) in dienstbetrekking bij [bedrijf 1] en/of [bedrijf 1]

en/of

bestond geen arbeidsverhouding (er was in feite geen gezagsverhouding en/of privaatrechtelijke dienstbetrekking) tussen [bedrijf 1] en/of [bedrijf 1] en de onder a. en/of b. en/of c. en/of d. en/of e. en/of f. en/of g. en/of h. en/of i. genoemde perso(o)n(en) en/of werknemer(s),

en/of

werd(en) de werkzaamheden en/of die dienstbetrekking(en) van/als gastouder en/of chauffeur niet verricht op de wijze en/of in de omvang als vermeld in die arbeidsovereenkomst(en),

en/of

B.

immers bestond tussen [bedrijf 1] en/of [bedrijf 1] en/of die [medeverdachte 13] en/of [medeverdachte 26] geen arbeidsverhouding (er was in feite geen gezagsverhouding en/of privaatrechtelijke dienstbetrekking)

en/of

heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven-

in die onder I. bedoelde salarisspecificatie vermeld en/of opgenomen en/of doen vermelden en/of doen opnemen dat die [medeverdachte 13] als schoonmaakster bij/voor [bedrijf 3] werkzaamheden had verricht en/of 21,83 loondagen en/of 127,51 loonuren heeft gewerkt

en/of

in die onder II. bedoelde salarisspecificatie vermeld en/of opgenomen en/of doen vermelden en/of doen opnemen dat die [medeverdachte 26] als chauffeur 21,74 loondagen en/of 41 loonuren heeft gewerkt,

zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

en/of

(telkens) opzettelijk een of meer van bovenbedoelde/genoemde vals(e) of vervalst(e) geschrift(en)

(te weten de/het geschrift(en)

(onder A.) a. en/of b. en/of en/of c. en/of f. en/of i. en/of

(onder B.) II.)

heeft/hebben voorhanden gehad en/of afgeleverd en/of heeft/hebben doen afleveren bij ((een) kanto(o)r(en) van) het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), terwijl hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) wist(en) en/of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dit/deze geschrift(en) bestemd was/waren voor gebruik als waren het zij echt en onvervalst;

Feit 2

[bedrijf 1] op of omstreeks 04 januari 2010, in elk geval op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de maand januari 2010, te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (een) (zogenaamd) vragenformulier(en), zijnde een en/of formulier looninformatie van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), te weten

1. een formulier m.b.t. [medeverdachte 25] (registratienummer [nummer] )

gedateerd 04-01-2010

(blz. 523-524)

en/of

2. een formulier m.b.t. [Medeverdachte 20] (registratienummer [nummer] )

gedateerd 04-01-2010

(blz. 529-530)

en/of

3. een formulier m.b.t. [medeverdachte 30] (registratienummer [nummer] )

gedateerd 04-01-2010

(blz. 521-522)

en/of

4. een formulier m.b.t. [medeverdachte 29] (registratienummer [nummer] )

gedateerd 04-01-2010

(blz. 525-526),

en/of

5. een formulier m.b.t. [betrokkene 16] (registratienummer [nummer] )

gedateerd 04-01-2010

(blz. 527-528),

zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk heeft doen en/of laten opmaken en/of vervalsen door (een) ander(en), immers heeft/hebben genoemde rechtspersoon en/of haar mededader(s) toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid, -zakelijk weergegeven-

in/op die formulier(en) vermeld en/of opgenomen en/of doen vermelden en/of doen opnemen dat de onder 1. en/of 2. en/of 3. en/of 4. en/of 5. genoemde perso(o)n(en) tot 31 oktober 2009 een dienstverband bij [bedrijf 1] had(den) gehad

en/of

in/op het onder 1. bedoelde formulier ( [medeverdachte 25] )

ten aanzien van

vraag 3. Zo ja, hoeveel uur per werkt(e) bovengenoemde?

heeft/hebben geantwoord en/of doen antwoorden

en/of heeft geschreven en/of doen schrijven "31,03"

en/of

vraag 4. Wat is/was het vaste bruto loon?

heeft/hebben geantwoord en/of doen antwoorden

en/of heeft geschreven en/of doen schrijven "euro 1.085,12"

en/of

in/op het onder 2. bedoelde formulier ( [Medeverdachte 20] )

ten aanzien van

vraag 3. Zo ja, hoeveel uur per werkt(e) bovengenoemde?

heeft/hebben geantwoord en/of doen antwoorden

en/of heeft geschreven en/of doen schrijven "13,79"

en/of

vraag 4. Wat is/was het vaste bruto loon?

heeft/hebben geantwoord en/of doen antwoorden

en/of heeft geschreven en/of doen schrijven "euro 482,28"

en/of

in/op het onder 3. bedoelde formulier ( [medeverdachte 30] )

ten aanzien van

vraag 3. Zo ja, hoeveel uur per werkt(e) bovengenoemde?

heeft/hebben geantwoord en/of doen antwoorden

en/of heeft geschreven en/of doen schrijven "20,23"

en/of

vraag 4. Wat is/was het vaste bruto loon?

heeft/hebben geantwoord en/of doen antwoorden

en/of heeft geschreven en/of doen schrijven "euro 707,34"

en/of

in/op het onder 4. bedoelde formulier ( [medeverdachte 29] )

ten aanzien van

vraag 3. Zo ja, hoeveel uur per werkt(e) bovengenoemde?

heeft/hebben geantwoord en/of doen antwoorden

en/of heeft geschreven en/of doen schrijven "28,97"

en/of

vraag 4. Wat is/was het vaste bruto loon?

heeft/hebben geantwoord en/of doen antwoorden

en/of heeft geschreven en/of doen schrijven "euro 1.012,78"

en/of

in/op het onder 5. bedoelde formulier ( [betrokkene 18] )

ten aanzien van

vraag 3. Zo ja, hoeveel uur per werkt(e) bovengenoemde?

heeft/hebben geantwoord en/of doen antwoorden

en/of heeft geschreven en/of doen schrijven "40"

en/of

vraag 4. Wat is/was het vaste bruto loon?

heeft/hebben geantwoord en/of doen antwoorden

en/of heeft geschreven en/of doen schrijven "euro 1.398,60",

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht gegeven en/of feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en).

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

parketnummer 09/997145-10

ten aanzien van feit 1:

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2 primair:

medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd

en

medeplegen van opzettelijk een geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht afleveren en voorhanden hebben, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd

en

medeplegen van doen plegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd

en

medeplegen van doen plegen van opzettelijk een geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht afleveren, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 3:

medeplegen van van het plegen van witwassen een gewoonte maken;

ten aanzien van feit 4 primair:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

en (ten aanzien van D-256) tevens:

doen plegen van valsheid in geschrift;

parketnummer 09/993002-11

ten aanzien van feit 1:

medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

en

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

en

medeplegen van doen plegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2:

valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd, terwijl hij opdracht heeft gegeven tot en feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging

en

doen plegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd, terwijl hij opdracht heeft gegeven tot en feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officieren van justitie

De officieren van justitie hebben gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig (30) maanden onvoorwaardelijk met aftrek van het ondergane voorarrest.

6.2

Het standpunt van de verdediging

Door en namens de verdachte is verzocht hem geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op te leggen langer dan de duur die hij reeds in voorarrest heeft doorgebracht.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

De verdachte heeft zich met zijn gastouderbureau [bedrijf 1] over een periode van enkele jaren tezamen met anderen schuldig gemaakt aan toeslagfraude en uitkeringsfraude. Hij heeft een constructie opgezet waarbij met behulp van valse documenten ten onrechte kinderopvangtoeslag is uitgekeerd. Er zijn aanzienlijke bedragen door de Belastingdienst/Toeslagen uitgekeerd op rekeningen waarover de verdachte de beschikking had. Voorts heeft hij met behulp van valse documenten (waaronder geantedateerde arbeidsovereenkomsten) voorgespiegeld dat diverse personen bij het gastouderbureau in dienst waren geweest, waardoor zij aanspraak hebben gemaakt op een WW-uitkering. Enkele aanvragen zijn ook gehonoreerd.

Het handelen van de verdachte is kwalijk te noemen. Via het gastouderbureau heeft hij op grote schaal misbruik gemaakt van een toeslagregeling, die bedoeld was om ouders te ondersteunen bij de opvang van hun kinderen en hun tegemoet te komen in de daarmee gepaard gaande kosten. De verdachte heeft daarbij misbruik gemaakt van het systeem van de Belastingdienst dat is ingesteld om grote aantallen aanvragen zo snel mogelijk te kunnen verwerken. De Belastingdienst gaat daarbij in beginsel uit van de juistheid van de ingediende aanvragen om de aanvragers niet lang in onzekerheid te laten verkeren. De verdachte heeft het vertrouwen, dat de basis vormt van het door de Belastingdienst gehanteerde systeem, ondergraven. De Belastingdienst moet immers kunnen uitgaan van de juistheid van stukken die ter onderbouwing van een aanvraag worden toegestuurd. Overigens is deze toeslagregeling, mede naar aanleiding van dit soort fraude, aanzienlijk versoberd.

Hetzelfde geldt voor de uitkeringsfraude. Het valselijk aanspraak maken op een uitkering ondermijnt het stelsel van sociale zekerheid, dat bedoeld is om mensen die hun inkomen hebben verloren te ondersteunen.

De verdachte heeft bij het plegen van deze fraude misbruik gemaakt van het vertrouwen van een groep sociaal zwakkere personen die de taal niet goed beheersten, de van belang zijnde regelingen nauwelijks kenden en niet overzagen waar zij aan meewerkten. Niet de verdachte, maar de vraagouders zijn in eerste instantie de dupe geworden, doordat zij de ten onrechte verstrekte toeslagen en uitkeringen over het algemeen weer moeten terugbetalen. Dat wringt des te meer, nu de toeslagen buiten hun zicht en controle om op de bankrekening van het gastouderbureau zijn gestort en zij geen idee hadden van de hoogte van de bedragen.

Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van de met de toeslagfraude verkregen geldbedragen en heeft hij hiervan een gewoonte gemaakt. Witwassen vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan.

De verdachte heeft op geen enkel moment getoond het laakbare van zijn handelen in te zien. Ondanks alles wat in het onderzoek naar voren is gekomen, is hij bij het standpunt gebleven dat hij te allen tijde binnen de kaders van de wet heeft geopereerd en dat hem geen blaam treft. De verdachte presenteert zichzelf als een altruïstische persoon die mensen met een bijstandsuitkering aan het werk wilde krijgen in de kinderopvang om hen zo meer te laten deelnemen aan de maatschappij. De rechtbank kan niet uitsluiten dat altruïstische motieven ook een rol hebben gespeeld, maar moet tegelijkertijd vaststellen dat de verdachte volledig miskent dat de hele constructie bij uitstek voor hemzelf een lucratieve onderneming is geweest, terwijl de vraagouders veelal zijn opgezadeld met flinke terugvorderingen van de Belastingdienst. Dat rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan.

Op grond van de aard en de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat – uit een oogpunt van normhandhaving en generale preventie – alleen een vrijheidsbenemende straf in aanmerking komt.

Met betrekking tot de persoonlijke omstandigheden van de verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op het op zijn naam staand Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 21 december 2015, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw omtrent zijn persoonlijke omstandigheden naar voren is gebracht, waaronder de gevolgen die dit jarenlange proces voor de verdachte heeft gehad en de deels onjuiste en negatief getinte berichten die over de verdachte in de media zijn verspreid.

Hoewel formeel geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn, houdt de rechtbank in het voordeel van de verdachte in sterke mate rekening met het bijzonder lange verloop van deze zaak – de feiten stammen van tien jaar geleden en het eerste verhoor van de verdachte in deze zaak vond bijna zes jaar geleden plaats. Voorts dienen de inperking van de tenlastelegging en de diverse deelvrijspraken strafmatigend te werken. De rechtbank zal daarom een lagere gevangenisstraf opleggen dan door de officieren van justitie is geëist.

7 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 47, 51, 56, 57, 225, 326 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding met parketnummer 09/997145-10 onder 1, 2 primair, 3 en 4 primair en de bij dagvaarding met parketnummer 09/993002-11 onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

parketnummer 09/997145-10

ten aanzien van feit 1:

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2 primair:

medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd

en

medeplegen van opzettelijk een geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht afleveren en voorhanden hebben, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd

en

medeplegen van doen plegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd

en

medeplegen van doen plegen van opzettelijk een geschrift als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht afleveren, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 3:

medeplegen van van het plegen van witwassen een gewoonte maken;

ten aanzien van feit 4 primair:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

en (ten aanzien van D-256) tevens:

doen plegen van valsheid in geschrift;

parketnummer 09/993002-11

ten aanzien van feit 1:

medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

en

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

en

medeplegen van doen plegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2:

valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd, terwijl hij opdracht heeft gegeven tot en feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging

en

doen plegen van valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd, terwijl hij opdracht heeft gegeven tot en feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van TWINTIG (20) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E. Rabbie, voorzitter,

mr. M.L. Ruiter, rechter,

mr. Y.C. Bours, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. A.M.A. Beckers, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 februari 2016.

BIJLAGE: DE TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is - laatstelijk na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 1 februari 2016 - ten laste gelegd dat:

09/997145-10

Feit 1

hij -al dan niet handelend onder de handelsnaam (eenmanszaak) Gastouderbemiddelingsbureau [bedrijf 1] - op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 februari 2006 tot 31 januari 2011, te 's-Gravenhage en/of Dordrecht en/of Kerkrade en/of elders in Nederland en/of in Duitsland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) (en/of met de rechtspersoon [bedrijf 1] B.V. (vanaf 16 maart 2009)), althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de Belastingdienst, en/althans de Staat der Nederlanden, heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) (totaal euro 2.306.541,-- (euro 2.241.721 en/of euro 15.278 en/of euro 21.390 en/of euro 28.152)), te weten een of meer geldbedrag(en) in het kader van (kinderopvang)toeslag op grond van de Wet kinderopvang, in elk geval een of meer geldbedrag(en), hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid gepresenteerd en/of voorgedaan aan de hand van en/of door (digitale) verzending en/of toezending aan de Belastingdienst (Toeslagen) van

--(een) (digita(a)l(e)) formulier(en) "Aanvragen kinderopvangtoeslag" ten name van (de aanvrager(s)) en/of ouder(s)

4.1.3.2. [Medeverdachte 6] (bijlage(n) D/175-D/182) en/of

4.1.3.3. [medeverdachte 12] (bijlage(n) D/190-D/197) en/of

4.1.3.11. [Medeverdachte 3] (bijlage(n) D/382-D/388) en/of

4.1.3.12. [Medeverdachte 7] (bijlage(n) D/393-D/400) en/of

4.1.3.15. [medeverdachte 14] (bijlage(n) D/448-D/454) en/of

en/of

(vervolgens)

-voor de opgave van het gebruik en/of de (gemaakte) (opvang)kosten van kinderopvang-

door verzending en/of toezending aan de Belastingdienst Toeslagen van

--(een) zogenaamd(e) bij de Belastingdienst Toeslagen in gebruik zijnd(e) formulier(en) “Antwoordformulier (kinderopvangtoeslag)” en/of (een) jaaroverzicht(en) kinderopvang en/of (een) jaaropgaaf/jaaropgaven Kosten Kinderopvang ten name van (de aanvrager(s)) en/of ouder(s)

4.1.3.2. [Medeverdachte 6] (bijlage(n) D/183-D/189) en/of

4.1.3.3. [medeverdachte 12] (bijlage(n) D/202-D/204, D/208) en/of

4.1.3.11. [Medeverdachte 3] (bijlage(n) D/389-D/392d) en/of

4.1.3.12. [Medeverdachte 7] (bijlage(n) D/401-D/406) en/of

4.1.3.15. [medeverdachte 14] (bijlage(n) D/455-D/470) en/of

dat (die) aanvrager(s) en/of ouder(s) aanspraak had(den) op (een) kinderopvangtoeslag

en/of

dat de gastouderopvang plaatsvindt en/of gaat plaatsvinden en/of had plaatsgevonden (aanvraag toeslag met terugwerkende kracht) door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau als bedoeld in artikel 5 Wet Kinderopvang, immers was gastouderbureau [bedrijf 1] op/per 26 januari 2006 aangemeld als gastouderbemiddelingsbureau en/of opgenomen in het Kinderopvangregister

en/of

was op naam van de vraagouder(s) en/of aanvrager(s) [medeverdachte 12] (4.1.3.3.) en/of [Medeverdachte 7] (4.1.3.12) met terugwerkende kracht (ingangsdatum 1 januari 2006) kinderopvangtoeslag gevraagd zonder dat in die (gehele) periode voorafgaand aan de datum ontvangst door de Belastingdienst Toeslagen van de/die aanvra(a)g(en) bemiddeling en/of begeleiding heeft plaatsgevonden door en/of door tussenkomst van het gastouderbureau [bedrijf 1]

en/of

was op naam van de vraagouder(s) en/of aanvrager(s) [Medeverdachte 3] (4.1.3.11.) en/of [medeverdachte 14] (4.1.3.15) met terugwerkende kracht kinderopvangtoeslag gevraagd zonder dat in die (gehele) periode voorafgaand aan de datum ontvangst door de Belastingdienst Toeslagen van de/die aanvra(a)g(en) bemiddeling en/of begeleiding heeft plaatsgevonden door en/of door tussenkomst van het gastouderbureau [bedrijf 1]

en/of

dat aanvrager(s) en/of partner(s) op grond van artikel 6 Wet Kinderopvang -al dan niet met terugwerkende kracht- aanspraak had(den) op en/of aanspraak maakt(en) op een tegemoetkoming in de door die ouder(s) en/of hun/zijn/haar partner(s) te betalen kosten van kinderopvang

immers

verrichtte(n) [Medeverdachte 6] (4.1.3.2.) en/of [medeverdachte 13] (4.1.3.3.) in werkelijkheid geen werk en/of geen arbeid voor en/of in dienst van de eenmanszaak [bedrijf 1] en/of [medeverdachte 15] en/of [bedrijf 1] B.V. ,

in elk geval werd door genoemde [Medeverdachte 6] (4.1.3.2.) [medeverdachte 13] (4.1.3.3.) en/of [Medeverdachte 3]

(4.1.3.11.) geen (tegenwoordige) arbeid verricht waaruit inkomen uit werk in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001 werd genoten,

en/of

was/waren (een) fictieve dienstbetrekking(en) gecreëerd tussen (enerzijds) de eenmanszaak [bedrijf 1] en/of [medeverdachte 15] en/of [bedrijf 1] B.V. en/of (anderzijds) [Medeverdachte 6] (4.1.3.2.) en/of [medeverdachte 13] (4.1.3.3.) en/of [Medeverdachte 3] (4.1.3.11.)

en/of

dat kinderopvang als bedoeld in de Wet Kinderopvang had plaatsgevonden en/of dat die kinderopvang onder de voorwaarden en/of eisen van de Wet Kinderopvang zou gaan plaatsvinden en/of had plaatsgevonden, bestaande die eis(en) en/of voorwaarde(n) (onder meer) hierin dat

de vraagouder(s) zelf steeds een eigen bijdrage moet(en) voldoen aan de gastouder

(artikel 5 en/of 7 van de Wet kinderopvang jo. Artikel 8 Besluit tegemoetkoming kosten kinderopvang en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang),

immers werd door [Medeverdachte 3] (4.1.3.11) en/of [medeverdachte 14] (4.1.3.15) in het geheel geen eigen bijdrage betaald,

waardoor (telkens) de Belastingdienst en/of de Staat der Nederlanden werd(en) bewogen tot de afgifte van bovenbedoeld(e) goed(eren)/geldbedrag(en);

Feit 2

Hij -al dan niet handelend onder de handelsnaam (eenmanszaak) Gastouderbemiddelingsbureau [bedrijf 1] - op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 februari 2006 tot 31 januari 2011, te ‘s-Gravenhage en/of Dordrecht en/of Zwijndrecht en/of Bergen op Zoom en/of Goes en/of Vlissingen en/of Rotterdam en/of Heerlen en/of Utrecht en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) (en/of met de rechtspersoon [bedrijf 1] B.V. (vanaf 16 maart 2009)), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van en/of ((een) medewerk(st)er(s) van) de Belastingdienst Toeslagen gebruik heeft doen maken van

A.

(een) vals(e) en/of vervalst(e) (digita(a)l(e) formulier(en) “Aanvragen Kinderopvangtoeslag”

te weten

A1.(4.1.3.3)

een digitaal formulier “Aanvragen Kinderopvangtoeslag”

betreffende de aanvrager en/of ouder

[medeverdachte 12]

Datum ontvangst 05-04-2006;

(Bijlage D/190-D/197)

en/of

A3. (4.1.3.11)

een digitaal formulier “Aanvragen Kinderopvangtoeslag”

betreffende de aanvrager en/of ouder

[Medeverdachte 3]

Datum ontvangst 18-03-2009;

(Bijlage D/382-D/388)

en/of

A4. (4.1.3.15)

een digitaal formulier “Aanvragen Kinderopvangtoeslag”

betreffende de aanvrager en/of ouder

[medeverdachte 14]

Datum ontvangst 10-04-2007;

(Bijlage D/448-D/454)

en/of

B.

(een) vals(e) en/of vervalst(e) “antwoordformulier(en)” voor de kinderopvangtoeslag

te weten

B1. (4.1.3.2)

een antwoordformulier gericht aan [Medeverdachte 6] (kenmerk TKG 07)

datum ondertekening 24-11-2008

waarop ingevuld en/of vermeld

gegevens van de gastouders

te weten [Medeverdachte 7] en/of [Medeverdachte 8]

en/of

gegevens van de kinderen en/of de uren opvang

te weten [medeverdachte 29] (636 uren) en/of [medeverdachte 26] (400 uren) en/of

[Betrokkene 7] (400 uren)

(bijlage D/183-D/184)

en/of

B3. (4.1.3.9)

een antwoordformulier kinderopvangtoeslag 2008

gericht aan [medeverdachte 16]

datum ondertekening 17 -07-2009

waarop ingevuld en/of vermeld

gegevens van de gastouders

te weten [medeverdachte 17] en/of [medeverdachte 13]

en/of

gegevens van het kind en/of de uren opvang

te weten [Betrokkene 10] (1280 uur)

(bijlage D/356-D/358)

en/of

C.

(een) vals(e) en/of vervalst(e) brief/brieven jaaroverzicht kinderopvang

te weten

C1. (4.1.3.8)

een brief jaaroverzicht 2007 kinderopvang gedateerd 18 november 2008

gericht aan [medeverdachte 17]

waarop ingevuld en/of vermeld als gastouder(s)

[Medeverdachte 20] en/of [Medeverdachte 5]

(bijlage D/346)

en/of

C4. (4.1.3.11)

een brief jaaroverzicht 2008 kinderopvang gedateerd 3 juli 2009

gericht aan [Familienaam Medeverdachte]

waarop ingevuld en/of vermeld als gastouder(s)

[Medeverdachte 1] en/of [Medeverdachte 2]

en/of als gegevens kinderen

[betrokkene 2] (1200 uren) en/of [betrokkene 3] (1200 uren) en/of

[betrokkene 4] (1200 uren)

(bijlage D/392)

en/of

C6. (4.1.3.18)

een brief jaaroverzicht 2008 kinderopvang gedateerd 3 juli 2009

gericht aan [familienaam 2]

waarop ingevuld en/of vermeld als gastouder(s)

[Medeverdachte 18] en/of [Medeverdachte 5]

(bijlage D/522)

en/of

D.

(een) vals(e) en/of vervalst(e) geschrift(en) “Jaaropgaaf Kosten Kinderopvang”

te weten

D1 (4.1.3.7)

een geschrift jaaropgaaf 2009 Kosten Kinderopvang

gericht aan Heer [medeverdachte 21]

waarop vermeld aantal opvanguren gastouderopvang 1760,00 uren en/of

als gastouder [medeverdachte 13]

(bijlage D/335)

en/of

D3 (4.1.3.14)

een geschrift jaaropgaaf 2009 Kosten Kinderopvang

gericht aan mevrouw [medeverdachte 22]

waarop vermeld aantal opvanguren gastouderopvang 960,00 uren en/of

als gastouder [medeverdachte 13]

(bijlage D/441)

zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

als ware dat/die geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst,

bestaande dat (doen) gebruikmaken (telkens) hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s) die/dat genoemde geschrift(en) heeft/hebben overgelegd en/of toegezonden en/of doen toekomen aan de Belastingdienst Toeslagen voor de aanvraag van kinderopvangtoeslag en/of de beoordeling van het recht op en/of de aanspraak op (een) kinderopvangtoeslag(en) en/of de voortzetting daarvan

en

bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

-zakelijk weergegeven-

(A.)

op/in die/dat onder A1. en/of A3. en/of A4. genoemde formulier(en) (telkens) een onjuiste (geantedateerde) ingangsdatum aanvraag was/waren vermeld en/of geschreven en/of opgenomen,

immers

was [bedrijf 1] op/per 26 januari 2006 aangemeld als gastouderbemiddelingsbureau en/of opgenomen in het Kinderopvangregister en/of

was met terugwerkende kracht kinderopvangtoeslag gevraagd zonder dat in die (gehele) periode en/of in een gedeelte van die periode voorafgaand aan de datum (van) ontvangst door de Belastingdienst Toeslagen bemiddeling en/of begeleiding had plaatsgevonden door en/of door tussenkomst van het [bedrijf 1]

en/of

in werkelijkheid geen kinderopvang zou gaan plaatsvinden

en/of

op/in het onder A1. genoemde formulier

bij de vraag (element 26) “partner.werktGeheelOfGedeeltelijkInD(ienstbetrekking)” “J” en/of

bij de vraag (element 27) partner.jaarinkomen “6000”

was vermeld en/of geschreven en/of opgenomen,

terwijl [medeverdachte 13] geen dienstbetrekking had en/of die [medeverdachte 13] een fictieve (gecreëerde) dienstbetrekking had bij de [bedrijf 1] en/of geen inkomen (uit werk) had,

en/of

(B.)

op/in het onder B1. genoemde antwoordformulier als gastouder(s)

[Medeverdachte 7] en/of [Medeverdachte 8] ,

en/of

op/in het onder B3. genoemde antwoordformulier als gastouder(s)

[medeverdachte 17] en/of [medeverdachte 13] ,

was/waren vermeld en/of geschreven en/of opgenomen,

terwijl de op/in het/de onder B1. en/of B3. genoemde antwoordformulier(en) opgenomen gastouder(s) in werkelijkheid niet als gastouder(s) voor deze vraagouder(s) heeft/hebben gewerkt,

en/of

op/in het/de onder B1. en/of B3. genoemde antwoordformulier(en)

een fictief en/of te hoog aantal uren opvang en/of opvanguren,

was/waren vermeld en/of geschreven en/of opgenomen,

en/of

(C.)

op/in de onder C1. genoemde brief als gastouder(s)

[Medeverdachte 20] en/of [Medeverdachte 5]

en/of

op/in de onder C4. genoemde brief als gastouder(s)

[Medeverdachte 1] en/of [Medeverdachte 2]

en/of

op/in de onder C6. genoemde brief als gastouder(s)

[Medeverdachte 18] en/of [Medeverdachte 5]

was/waren vermeld en/of geschreven en/of opgenomen,

terwijl de op/in de onder C1. en/of C4. en/of C6. genoemde brief/brieven jaaroverzicht kinderopvang opgenomen gastouder(s) in werkelijkheid niet als gastouder(s) voor deze vraagouder(s) heeft/hebben gewerkt,

en/of

op/in de onder C1. en/of C4. en/of C6. genoemde brief/brieven jaaroverzicht kinderopvang een fictief en/of te hoog aantal uren opvang en/of opvanguren,

was/waren vermeld en/of geschreven en/of opgenomen,

en/of

(D.)

op/in het onder D1. genoemde geschrift als gastouder [medeverdachte 13]

en/of

op/in het onder D3. genoemde geschrift als gastouder [medeverdachte 13]

was/waren vermeld en/of geschreven en/of opgenomen,

terwijl de op/in het/de onder D1 en/of D3. genoemde geschrift(en) “Jaaropgaaf Kosten Kinderopvang” opgenomen gastouder in werkelijkheid niet als gastouder voor deze vraagouder(s) heeft gewerkt,

en/of

op/in het/de onder D1 en/of D3. genoemde geschrift(en) “Jaaropgaaf Kosten Kinderopvang” een fictief en/of te hoog aantal uren opvang en/of opvanguren,

was/waren vermeld en/of geschreven en/of opgenomen,

en/of

(telkens) opzettelijk bovenbedoelde/genoemde vals(e) of vervalst(e) geschrift(en) voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben afgeleverd en/of heeft/hebben doen afleveren bij de Belastingdienst Toeslagen

terwijl hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) wist(en) en/of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dit/deze geschrift(en) bestemd was/waren voor gebruik als ware het echt en onvervalst;

Subsidiair, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij -al dan niet handelend onder de handelsnaam (eenmanszaak) [bedrijf 1] - op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 februari 2006 tot 31 januari 2011, te ‘s-Gravenhage en/of Dordrecht en/of Zwijndrecht en/of Bergen op Zoom en/of Goes en/of Vlissingen en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) (en/of met de rechtspersoon [bedrijf 1] (vanaf 16 maart 2009)), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

A.

(een) (digita(a)l(e) formulier(en) “Aanvragen Kinderopvangtoeslag”

te weten

A1.(4.1.3.3)

een digitaal formulier “Aanvragen Kinderopvangtoeslag”

betreffende de aanvrager en/of ouder

[medeverdachte 12]

Datum ontvangst 05-04-2006;

(Bijlage D/190-D/197)

en/of

A3. (4.1.3.11)

een digitaal formulier “Aanvragen Kinderopvangtoeslag”

betreffende de aanvrager en/of ouder

[Medeverdachte 3]

Datum ontvangst 18-03-2009;

(Bijlage D/382-D/388)

en/of

A4. (4.1.3.15)

een digitaal formulier “Aanvragen Kinderopvangtoeslag”

betreffende de aanvrager en/of ouder

[medeverdachte 14]

Datum ontvangst 10-04-2007;

(Bijlage D/448-D/454)

en/of

B.

(een) “antwoordformulier(en)” voor de kinderopvangtoeslag

te weten

B1. (4.1.3.2)

een antwoordformulier gericht aan [Medeverdachte 6] (kenmerk TKG 07)

datum ondertekening 24-11-2008

waarop ingevuld en/of vermeld

gegevens van de gastouders

te weten [Medeverdachte 7] en/of [Medeverdachte 8]

en/of

gegevens van de kinderen en/of de uren opvang

te weten [medeverdachte 29] (636 uren) en/of [medeverdachte 26] (400 uren) en/of

[Betrokkene 7] (400 uren)

(bijlage D/183-D/184)

en/of

B3. (4.1.3.9)

een antwoordformulier kinderopvangtoeslag 2008

gericht aan [medeverdachte 16]

datum ondertekening 17 -07-2009

waarop ingevuld en/of vermeld

gegevens van de gastouders

te weten [medeverdachte 17] en/of [medeverdachte 13]

en/of

gegevens van het kind en/of de uren opvang

te weten [Betrokkene 10] (1280 uur)

(bijlage D/356-D/358)

en/of

C.

(een) brief/brieven jaaroverzicht kinderopvang

te weten

C1. (4.1.3.8)

een brief jaaroverzicht 2007 kinderopvang gedateerd 18 november 2008

gericht aan [familienaam 3]

waarop ingevuld en/of vermeld als gastouder(s)

[Medeverdachte 20] en/of [Medeverdachte 5]

(bijlage D/346)

en/of

C4. (4.1.3.11)

een brief jaaroverzicht 2008 kinderopvang gedateerd 3 juli 2009

gericht aan [Familienaam Medeverdachte]

waarop ingevuld en/of vermeld als gastouder(s)

[Medeverdachte 1] en/of [Medeverdachte 2]

en/of als gegevens kinderen

[betrokkene 2] (1200 uren) en/of [betrokkene 3] (1200 uren) en/of

[betrokkene 4] (1200 uren)

(bijlage D/392)

en/of

C6. (4.1.3.18)

een brief jaaroverzicht 2008 kinderopvang gedateerd 3 juli 2009

gericht aan [familienaam 2]

waarop ingevuld en/of vermeld als gastouder(s)

[Medeverdachte 18] en/of [Medeverdachte 5]

(bijlage D/522)

en/of

D.

(een) geschrift(en) “Jaaropgaaf Kosten Kinderopvang”

te weten

D1. (4.1.3.7)

een geschrift jaaropgaaf 2009 Kosten Kinderopvang

gericht aan Heer [medeverdachte 21]

waarop vermeld aantal opvanguren gastouderopvang 1760,00 uren en/of

als gastouder [medeverdachte 13]

(bijlage D/335)

en/of

D3. (4.1.3.14)

een geschrift jaaropgaaf 2009 Kosten Kinderopvang

gericht aan [medeverdachte 17]

waarop vermeld aantal opvanguren gastouderopvang 960,00 uren en/of

als gastouder [medeverdachte 13]

(bijlage D/441)

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

(telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk heeft/hebben doen en/of laten opmaken en/of doen en/of laten vervalsen door (een) ander(en),

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s)

toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

-zakelijk weergegeven-

(A.)

op/in die/dat onder A1. en/of A3. en/of A4. genoemde formulier(en) (telkens) een onjuiste (geantedateerde) ingangsdatum aanvraag vermeld en/of geschreven en/of opgenomen, althans door die ander(en) doen en/of laten vermelden en/of schrijven en/of opnemen,

immers

was [bedrijf 1] op/per 26 januari 2006 aangemeld als gastouderbemiddelingsbureau en/of opgenomen in het Kinderopvangregister en/of

was met terugwerkende kracht kinderopvangtoeslag gevraagd zonder dat in die (gehele) periode en/of in een gedeelte van die periode voorafgaand aan de datum (van) ontvangst door de Belastingdienst Toeslagen bemiddeling en/of begeleiding had plaatsgevonden door en/of door tussenkomst van het [bedrijf 1]

en/of

in werkelijkheid geen kinderopvang zou gaan plaatsvinden

en/of

op/in het onder A1. genoemde formulier bij de vraag

(element 26) “partner.werktGeheelOfGedeeltelijkInD(ienstbetrekking)” “J” en/of

bij de vraag (element 27) partner.jaarinkomen “6000”

was vermeld en/of geschreven en/of opgenomen,

terwijl [medeverdachte 13] geen dienstbetrekking had en/of die [medeverdachte 13] een fictieve (gecreëerde) dienstbetrekking had bij de [bedrijf 1] en/of geen inkomen (uit werk) had,

en/of

(B.)

op/in het onder B1. genoemde antwoordformulier als gastouder(s)

[Medeverdachte 7] en/of [Medeverdachte 8] ,

en/of

op/in het onder B3. genoemde antwoordformulier als gastouder(s)

[medeverdachte 17] en/of [medeverdachte 13] ,

vermeld en/of geschreven en/of opgenomen, althans door die ander(en) doen en/of laten vermelden en/of schrijven en/of opnemen,

terwijl de op/in het/de onder B1. en/of B3. genoemde antwoordformulier(en) opgenomen gastouder(s) in werkelijkheid niet als gastouder(s) voor deze vraagouder(s) heeft/hebben gewerkt,

en/of

op/in het/de onder B1. en/of B3. genoemde antwoordformulier(en)

een fictief en/of te hoog aantal uren opvang en/of opvanguren,

vermeld en/of geschreven en/of opgenomen, althans door die ander(en) doen en/of laten vermelden en/of schrijven en/of opnemen,

en/of

(C.)

op/in de onder C1. genoemde brief als gastouder(s)

[Medeverdachte 20] en/of [Medeverdachte 5]

en/of

op/in de onder C4. genoemde brief als gastouder(s)

[Medeverdachte 1] en/of [Medeverdachte 2]

en/of

op/in de onder C6. genoemde brief als gastouder(s)

[Medeverdachte 18] en/of [Medeverdachte 5]

vermeld en/of geschreven en/of opgenomen, althans door die ander(en) doen en/of laten vermelden en/of schrijven en/of opnemen,

terwijl de op/in de onder C1. en/of C4. en/of C6. genoemde brief/brieven jaaroverzicht kinderopvang opgenomen gastouder(s) in werkelijkheid niet als gastouder(s) voor deze vraagouder(s) heeft/hebben gewerkt,

en/of

op/in de onder C1. en/of C4. en/of C6. genoemde brief/brieven jaaroverzicht kinderopvang een fictief en/of te hoog aantal uren opvang en/of opvanguren,

vermeld en/of geschreven en/of opgenomen, althans door die ander(en) doen en/of laten vermelden en/of schrijven en/of opnemen,

en/of

(D.)

op/in het onder D1. genoemde geschrift als gastouder [medeverdachte 13]

en/of

op/in het onder D3. genoemde geschrift als gastouder [medeverdachte 13]

vermeld en/of geschreven en/of opgenomen, althans door die ander(en) doen en/of laten vermelden en/of schrijven en/of opnemen,

terwijl de op/in het/de onder D1 en/of D3. genoemde geschrift(en) “Jaaropgaaf Kosten Kinderopvang” opgenomen gastouder in werkelijkheid niet als gastouder voor deze vraagouder(s) heeft gewerkt,

en/of

op/in het/de onder D1 en/of D3. genoemde geschrift(en) “Jaaropgaaf Kosten Kinderopvang” een fictief en/of te hoog aantal uren opvang en/of opvanguren,

vermeld en/of geschreven en/of opgenomen, althans door die ander(en) doen en/of laten vermelden en/of schrijven en/of opnemen,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Feit 3

Hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 februari 2006 tot en met 11 februari 2011,

te ‘s-Gravenhage en/of Dordrecht en/of Kerkrade en/of Krabbendijke en/of elders in Nederland en/of in Duitsland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

een of meer voorwerpen, te weten een of meer geldbedrag(en) (totaal) euro 2.306.541,--

(euro 2.241.721 en/of euro 15.278 en/of euro 21.390 en/of euro 28.152)),

althans euro 968.014 (euro 490.774 en/of euro 105.005 en/o euro 349.310 en/of euro 22.925) of daaromtrent, in elk geval een of meer geldbedrag(en), heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, althans

van een of meer voorwerpen, te weten een of meer geldbedrag(en) (totaal) euro 2.306.541,--

(euro 2.241.721 en/of euro 15.278 en/of euro 21.390 en/of euro 28.152)),

althans euro 968.014 (euro 490.774 en/of euro 105.005 en/o euro 349.310 en/of euro 22.925) of daaromtrent, in elk geval een of meer geldbedrag(en), heeft gebruik gemaakt,

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en)/geldbedrag(en)

- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) van het plegen van witwassen een gewoonte gemaakt;

Feit 4

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 november 2008 tot en/met 19 oktober 2009,

te ‘s-Gravenhage en/of Dordrecht en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

een antwoordformulier gericht aan [medeverdachte 4] gedateerd 28.11.2008

(bijlage D/250-D/25 1)

en/of

een brief gericht aan [Familienaam verdachte] gedateerd 18 november 2008 betreffende een jaaroverzicht kinderopvang 2007

(bijlage D/252)

en/of

een antwoordformulier kinderopvangtoeslag 2008 gericht aan [medeverdachte 4] gedateerd 14.10.2009

(bijlage D/253-D/255)

en/of

een brief gericht aan [Familienaam verdachte] gedateerd 3 juli 2009 betreffende een jaaroverzicht kinderopvang 2008

(bijlage D/256)

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

(telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk heeft/hebben doen en/of laten opmaken en/of doen en/of laten vervalsen door (een) ander(en),

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) toen en daar (telkens) valseljk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven- op/in dat/die geschriften als gastouder(s) van de/het kind(eren) [Familienaam verdachte] de perso(o)n(en) [verdachte] /of [Betrokkene 9] en/of [Medeverdachte 8] en/of als het aantal oppasuren (telkens) 1200 uren per jaar vermeld en/of geschreven en/of opgenomen, en/althans door die ander(en) doen en/of laten vermelden en/of schrijven en/of opnemen, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Subsidiair, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 november 2008 tot 19 oktober 2009,

in elk geval in of omstreeks de periode van 18 november 2008 tot en met 10 december 2010, te ‘s-Gravenhage en/of Dordrecht en/of Heerlen en/of Utrecht en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van en/of ((een) medewerk(st)er(s) van) de Belastingdienst Toeslagen gebruik heeft doen maken van

een vals en/of vervalst antwoordformulier gericht aan [medeverdachte 4] gedateerd 28.11.2008

(bijlage D/250-D/25 1)

en/of

een valse en/of vervalste brief gericht aan [Familienaam verdachte] gedateerd 18 november 2008 betreffende een jaaroverzicht kinderopvang 2007

(bijlage D/252)

en/of

een vals en/of vervalst antwoordformulier kinderopvangtoeslag 2008 gericht aan [medeverdachte 4] gedateerd 14.10.2009

(bijlage D/253-D/255)

en/of

een valse en/of vervalste brief gericht aan [Familienaam verdachte] gedateerd 3 juli 2009 betreffende een jaaroverzicht kinderopvang 2008

(bijlage D/256)

zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware dat/die geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, bestaande dat (doen) gebruikmaken (telkens) hierin dat verdachte, en/of zijn mededader(s) die/dat genoemde geschrift(en) heeft/hebben overgelegd en/of toegezonden en/of doen toekomen aan de Belastingdienst Toeslagen voor de aanvraag van kinderopvangtoeslag en/of de beoordeling van het recht op en/of de aanspraak op (een) kinderopvangtoeslag(en) en/of de voortzetting daarvan

en

bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

-zakelijk weergegeven- op/in dat/die geschriften als gastouder(s) van de/het kind(eren) [Familienaam verdachte]

was/waren vermeld de perso(o)n(en) [verdachte] / [Betrokkene 9] en/of [Medeverdachte 8] en/of als het aantal oppasuren (telkens) 1200 uren per jaar

en/of

(telkens) opzettelijk bovenbedoelde/genoemde vals(e) of vervalst(e) geschrift(en) voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben afgeleverd en/of heeft/hebben doen afleveren bij de Belastingdienst Toeslagen

terwijl hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) wist(en) en/of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dit/deze geschrift(en) bestemd was/waren voor gebruik als ware het echt en onvervalst;

meer subsidiair, voorzover het vorenstaande onder 4 niet tot een bewezenverklaring en/of veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 juni 2007 tot en met 18 februari 2011

te Dordrecht en/of ‘s-Gravenhage en/of Krabbendijke en/of (elders) in Nederland en/of in Duitsland,

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) in strijd met

artikel 17 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en/of artikel 5 Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en/of artikel 18 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, in elk geval een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, (telkens) opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, zulks terwijl dit/die feit(en) (telkens) kon(den) strekken tot bevoordeling van zichzelf en/of van (een) ander(en), te weten [medeverdachte 4] (zijn, verdachtes, echtgenote en/of toeslagpartner) en/of (een) ander(en), terwijl hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijze moest(en) vermoeden, dat die gegevens (telkens) van belang waren voor de vaststelling van verdachtes en/of die [medeverdachte 4] zijn/haar/hun recht op een verstrekking en/of tegemoetkoming,

te weten (telkens) (een) (kinderopvang)toeslag op grond van de Wet kinderopvang,

dan wel (telkens) voor de hoogte en/of de duur van die verstrekking en/of tegemoetkoming,

immers heeft verdachte tezamen en in vereniging, althans alleen,

opzettelijk (telkens)

niet opgegeven aan, althans verzwegen, voor de Belastingdienst/Toeslagen en/of de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

dat [medeverdachte 4] en/of [betrokkene 19] 1999) en/of [betrokkene 20] 1996) woonachtig waren in Duitsland, in elk geval niet woonachtig was/waren in Krabbendijke en/of Dordrecht, in elk geval niet in Nederland, en/of

voor het/de kind(eren) [betrokkene 19] en/of [betrokkene 20] in het/de berekeningsja(a)r(en) 2007 en/of 2008 en/of 2009 en/of 2010 geen gebruik was/werd gemaakt van 100 uren kinderopvang per kind en/of [verdachte] / [Betrokkene 9] en/of [Medeverdachte 8] in werkelijkheid niet, in elk geval niet voor 100 uren per maand, als gastouder in de zin van de Wet Kinderopvang (gastouder)opvang boden en/of had(den) geboden aan/voor het/de kind(eren) [betrokkene 19] en/of [betrokkene 20] ;

meest subsidiair, voorzover het vorenstaande onder 4 niet tot een bewezenverklaring en/of veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18juni 2007 tot en met 18 februari 2011 te Dordrecht en/of ‘s-Gravenhage en/of Krabbendijke en/of (elders) in Nederland en/of in Duitsland,

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) in strijd met

artikel 17 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en/of artikel 5 Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en/of artikel 18 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, in elk geval een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting,

(telkens) heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, zulks terwijl deze gegevens (telkens) van belang waren voor de vaststelling van verdachtes en/of [medeverdachte 4] zijn/haar/hun recht op een

verstrekking en/of tegemoetkoming,

te weten (telkens) (een) (kinderopvang)toeslag op grond van de Wet kinderopvang,

dan wel (telkens) voor de hoogte en/of de duur van die verstrekking en/of tegemoetkoming,

immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(telkens)

niet opgegeven aan, althans verzwegen, voor de Belastingdienst/Toeslagen en/of de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap dat [medeverdachte 4] en/of [betrokkene 19] 1999) en/of

[betrokkene 20] 1996) woonachtig waren in Duitsland, in elk geval niet woonachtig was/waren in Krabbendijke en/of Dordrecht, in elk geval niet in Nederland, en/of

voor het/de kind(eren) [betrokkene 19] en/of [betrokkene 20] in het/de berekeningsja(a)r(en) 2007 en/of 2008 en/of 2009 en/of 2010 geen gebruik was/werd gemaakt van 100 uren kinderopvang per kind en/of [verdachte] en/of [Betrokkene 9] en/of [Medeverdachte 8] in werkelijkheid niet, in elk geval niet voor 100 uren per maand, als gastouder in de zin van de Wet Kinderopvang (gastouder)opvang boden en/of had(den) geboden aan/voor het/de kind(eren) [betrokkene 19] en/of [betrokkene 20] ;

09/993002-11

Feit 1

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van september 2009 tot en met 4 januari 2010, in elk geval in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 4 januari 2010, te 's-Gravenhage en/of Bergen op Zoom en/of Breda en/of Goes en/of Zwijndrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

A.

(telkens) (een) "arbeidsovereenkomst(en) voor bepaalde tijd" waarin (telkens) als "werkgever" was vermeld [bedrijf 1] , gevestigd en kantoorhoudende aan de [adres 2] en/of waarin als "werknemer" en/of duur en/of functie was/waren vermeld

a. mevrouw [medeverdachte 13]

in dienst met ingang van 01-06-2008 tot 1 november 2009

in functie van gastouder (blz 480-482) en/of

b. mevrouw [medeverdachte 25]

in dienst met ingang van 24-05-2007 tot 1 november 2009

in functie van gastouder (blz 457-459) en/of

c. mevrouw [Medeverdachte 5]

in dienst met ingang van 24-05-2007 tot 1 november 2009

in functie van gastouder (blz 466-468) en/of

d. de heer [medeverdachte 26]

in dienst met ingang van 24-05-2007 tot 1 november 2009

in functie van chauffeur (blz 058-060) en/of

e. de heer [medeverdachte 11]

in dienst met ingang van 03-10-2007 tot 1 november 2009

in functie van chauffeur (blz 363-365) en/of

f. mevrouw [Medeverdachte 6]

in dienst met ingang van 03-10-2007 tot 1 november 2009

in functie van gastouder (blz 486-488) en/of

g. mevrouw [medeverdachte 30]

in dienst met ingang van 01-02-2009 tot 1 november 2009

in functie van gastouder (blz 055-057) en/of

h. de heer [medeverdachte 28]

in dienst met ingang van 24-05-2007 tot 1 november 2009

in functie van chauffeur (blz 443-445) en/of

i. mevrouw [medeverdachte 29]

in dienst met ingang van 24-05-2007 tot 1 november 2009

in functie van gastouder (blz 460-462),

en/of

B.

(telkens) (een) salarisspecificatie(s) van [bedrijf 1] (waaronder)

I. een salarisspecificatie van [bedrijf 1]

gericht aan [medeverdachte 13]

loon juni 2008 (blz 450)

en/of

II. een salarisspecificatie van [bedrijf 1]

gericht aan de heer [medeverdachte 26]

loon juni 2009

(blz 063),

zijnde (telkens) een "arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd" en/of een "salarisspecificatie" (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, en/althans valselijk heeft doen en/of laten opmaken en/of vervalsen door (een) ander(en),

A.

Immers betroffen de in die arbeidsovereenkomst(en) voorgedane dienstbetrekkingen niet bestaande en/of fictieve dienstbetrekkingen

en/of

heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven-

(telkens) die "arbeidsovereenkomst(en) voor bepaalde tijd" geantedateerd en/of doen antedateren door het (telkens) -in strijd met de waarheid- (doen) vermelden en/of (doen) opnemen in die arbeidsovereenkomst(en) van (een) eerder gelegen en/of onjuiste data/datum van opmaken en/of ondertekenen, te weten met betrekking tot die arbeidsovereenkomst(en) onder

a. (opgemaakt 01-06-2008) en/of

b. (opgemaakt 24-05-2007) en/of

c. (opgemaakt 24-05-2007) en/of

d. (opgemaakt 24-05-2007) en/of

e. (opgemaakt 03-10-2007) en/of

f. (opgemaakt 03-10-2007) en/of

g. (opgemaakt 01-02-2009) en/of

h. (opgemaakt 24-05-2007) en/of

i. (opgemaakt 24-05-2007),

en/of

(telkens) in die arbeidsovereenkomst een fictieve dienstbetrekking en/of arbeidsverhouding en/of een onjuiste arbeidsduur vermeld en/of opgenomen en/of doen vermelden en/of doen opnemen,

immers was/waren de onder a. en/of b. en/of c. en/of d. en/of e. en/of f. en/of g. en/of h. en/of i. genoemde perso(o)n(en) en/of werknemer(s) in werkelijkheid niet (als gastouder en/of chauffeur) in dienstbetrekking bij [bedrijf 1] en/of [bedrijf 1]

en/of

bestond geen arbeidsverhouding (er was in feite geen gezagsverhouding en/of privaatrechtelijke dienstbetrekking) tussen [bedrijf 1] en/of [bedrijf 1] en de onder a. en/of b. en/of c. en/of d. en/of e. en/of f. en/of g. en/of h. en/of i. genoemde perso(o)n(en) en/of werknemer(s),

en/of

werd(en) de werkzaamheden en/of die dienstbetrekking(en) van/als gastouder en/of chauffeur niet verricht op de wijze en/of in de omvang als vermeld in die arbeidsovereenkomst(en),

en/of

B.

Immers bestond tussen [bedrijf 1] en/of [bedrijf 1] en/of die [medeverdachte 13] [medeverdachte 26] geen arbeidsverhouding (er was in feite geen gezagsverhouding en/of privaatrechtelijke dienstbetrekking)

en/of

heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s) toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid -zakelijk weergegeven-

in die onder I. bedoelde salarisspecificatie vermeld en/of opgenomen en/of doen vermelden en/of doen opnemen dat die [medeverdachte 13] als schoonmaakster bij/voor [bedrijf 3] werkzaamheden had verricht en/of 21,83 loondagen en/of 127,51 loonuren heeft gewerkt

en/of

in die onder II. bedoelde salarisspecificatie vermeld en/of opgenomen en/of doen vermelden en/of doen opnemen dat die [medeverdachte 26] als chauffeur 21,74 loondagen en/of 41 loonuren heeft gewerkt

zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

en/of

(telkens) opzettelijk een of meer van bovenbedoelde/genoemde vals(e) of vervalst(e) geschrift(en)

(te weten de/het geschrift(en)

(onder A.) a. en/of b. en/of en/of c. en/of f. en/of i. en/of

(onder B.) II.)

heeft/hebben voorhanden gehad en/of afgeleverd en/of heeft/hebben doen afleveren bij ((een) kanto(o)r(en) van) het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), terwijl hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) wist(en) en/of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dit/deze geschrift(en) bestemd was/waren voor gebruik als ware het echt en onvervalst;

Feit 2

[bedrijf 1] op of omstreeks 04 januari 2010, in elk geval op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de maand januari 2010, te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) (een) (zogenaamd) vragenformulier(en) en/of formulier looninformatie van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), te weten

1. een formulier m.b.t. [medeverdachte 25] (registratienummer [nummer] )

gedateerd 04-01-2010

(blz 097-098)

en/of

2. een formulier m.b.t. [Medeverdachte 20] (registratienummer [nummer] )

gedateerd 04-01-2010

(blz 103-104)

en/of

3. een formulier m.b.t. [medeverdachte 30] (registratienummer [nummer] )

gedateerd 04-01-2010

(blz 095-096)

en/of

4. een formulier m.b.t. [medeverdachte 29] (registratienummer [nummer] )

gedateerd 04-01-2010

(blz 099-100),

en/of

5. een formulier m.b.t. [betrokkene 18] (registratienummer [nummer] )

gedateerd 04-01-2010

(blz 101-102),

zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk heeft doen en/of laten opmaken en/of vervalsen door (een) ander(en), immers heeft/hebben genoemde rechtspersoon en/of haar mededader(s) toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid, -zakelijk weergegeven-

in/op die formulier(en) vermeld en/of opgenomen en/of doen vermelden en/of doen opnemen dat de onder 1. en/of 2. en/of 3. en/of 4. en/of 5. Genoemde perso(o)n(en) tot 31 oktober 2009 een dienstverband bij [bedrijf 1] had(den) gehad

en/of

in/op het onder 1. bedoelde formulier ( [medeverdachte 25] )

ten aanzien van

vraag 3. Zo ja, hoeveel uur per werkt(e) bovengenoemde?

heeft/hebben geantwoord en/of doen antwoorden

en/of heeft geschreven en/of doen schrijven "31,03"

en/of

vraag 4. Wat is/was het vaste bruto loon?

heeft/hebben geantwoord en/of doen antwoorden

en/of heeft geschreven en/of doen schrijven "euro 1.085,12"

en/of

in/op het onder 2. bedoelde formulier ( [Medeverdachte 20] )

ten aanzien van

vraag 3. Zo ja, hoeveel uur per werkt(e) bovengenoemde?

heeft/hebben geantwoord en/of doen antwoorden

en/of heeft geschreven en/of doen schrijven "13,79"

en/of

vraag 4. Wat is/was het vaste bruto loon?

heeft/hebben geantwoord en/of doen antwoorden

en/of heeft geschreven en/of doen schrijven "euro 482,28"

en/of

in/op het onder 3. bedoelde formulier ( [medeverdachte 30] )

ten aanzien van

vraag 3. Zo ja, hoeveel uur per werkt(e) bovengenoemde?

heeft/hebben geantwoord en/of doen antwoorden

en/of heeft geschreven en/of doen schrijven "20,23"

en/of

vraag 4. Wat is/was het vaste bruto loon?

heeft/hebben geantwoord en/of doen antwoorden

en/of heeft geschreven en/of doen schrijven "euro 707,34"

en/of

in/op het onder 4. bedoelde formulier ( [medeverdachte 29] )

ten aanzien van

vraag 3. Zo ja, hoeveel uur per werkt(e) bovengenoemde?

heeft/hebben geantwoord en/of doen antwoorden

en/of heeft geschreven en/of doen schrijven "28,97"

en/of

vraag 4. Wat is/was het vaste bruto loon?

heeft/hebben geantwoord en/of doen antwoorden

en/of heeft geschreven en/of doen schrijven "euro 1.012,78"

en/of

in/op het onder 5. bedoelde formulier ( [betrokkene 18] )

ten aanzien van

vraag 3. Zo ja, hoeveel uur per werkt(e) bovengenoemde?

heeft/hebben geantwoord en/of doen antwoorden

en/of heeft geschreven en/of doen schrijven "40"

en/of

vraag 4. Wat is/was het vaste bruto loon?

heeft/hebben geantwoord en/of doen antwoorden

en/of heeft geschreven en/of doen schrijven "euro 1.398,60",

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, hebbende hij, verdachte, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) tot (het) vorenstaande feit(en) opdracht gegeven en/of feitelijke leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en).

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het dossier van het onderzoek “ [bedrijf 1] ” met het dossiernummer 46996, van de FIOD te Haarlem, met bijlagen (doorgenummerd p. 1 t/m 2870).

2 Een geschrift, te weten een uittreksel KvK d.d. 1 juli 2010, dossiernummer 27284819 (ongenummerd); proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 15] d.d. 7 april 2010 ‘V02-01’, p. 1602.

3 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 21] d.d. 19 februari 2011 ‘V01-06’, p. 1578.

4 Een geschrift, te weten een adresraadpleging met betrekking tot [betrokkene 21] d.d. 21 december 2010 (ongenummerd).

5 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 21] ‘V01-01’ d.d. 15 maart 2010, p. 1550.

6 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 22] ‘G02-01’ d.d. 16 december 2010, p. 1809.

7 Zie bijv. een antwoordformulier, zijnde een geschrift, d.d. 28 november 2008, D-250 en D-251, p. 1175 en 1176.

8 Overzichtsproces-verbaal ‘OPV’, p. 22; een geschrift, te weten een aanvraag KOT, D-175 t/m D-182, p. 1100 t/m 1107.

9 Overzichtsproces-verbaal ‘OPV’, p. 22; een geschrift, te weten een antwoordformulieren KOT 2007 met bijlage, D-183 t/m D-185, p. 1108 t/m 1110.

10 Proces-verbaal van verhoor [Medeverdachte 6] ‘V06-01’ d.d. 15 maart 2010, p. 1635 t/m 1639.

11 Proces-verbaal van verhoor [Medeverdachte 6] ‘V06-02’ d.d. 30 maart 2011, p. 1643.

12 Proces-verbaal van verhoor verdachte [Medeverdachte 6] bij de rechter-commissaris d.d. 8 februari 2012, punten 18, 40, 42, 50 en 52 t/m 54.

13 Proces-verbaal van verhoor [Medeverdachte 7] ‘V15-01’ d.d. 28 februari 2011, p. 1709; proces-verbaal van verhoor [Medeverdachte 8] ‘V19-01’ d.d. 1 maart 2011, p. 1742 derde alinea van onder.

14 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 11] ‘V07-02’ d.d. 15 maart 2010, p. 1652; proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 11] ‘V07-03’ d.d. 30 maart 2011, p. 1657.

15 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 11] bij de rechter-commissaris d.d. 8 februari 2012, punt 3.

16 Overzichtsproces-verbaal ‘OPV’, p. 24; een geschrift, te weten een aanvraag KOT, D-190 t/m D-197, p. 1115 t/m 1122.

17 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 13] ‘V05-01’ d.d. 18 maart 2010, p. 1629 t/m 1633.

18 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 13] bij de rechter-commissaris d.d. 19 juni 2012, punten 26 en 31.

19 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 16] ‘V12-01’ d.d. 25 februari 2011, p. 1688 bovenaan en 1689 bovenaan; proces-verbaal van verhoor [Medeverdachte 1] ‘V13-01’ d.d. 25 februari 2011, p. 1696 bovenaan; proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 17] ‘V17-01’ d.d. 28 februari 2011, p. 1724 bovenaan; proces-verbaal van verhoor [Medeverdachte 2] ‘V25-01’ d.d. 7 maart 2011, p. 1789 bovenaan.

20 Overzichtsproces-verbaal ‘OPV’, p. 61; een geschrift, te weten een aanvraag KOT, D-448 t/m D-454, p. 1377 t/m 1383.

21 Overzichtsproces-verbaal ‘OPV’, p. 61; geschriften, te weten antwoordformulieren KOT met bijlagen, D455 t/m D470, p. 1384 t/m 1399.

22 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 14] ‘V24-01’ d.d. 9 maart 2011, p. 1778 en 1779.

23 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 14] bij de rechter-commissaris d.d. 1 februari 2012, punt 3.

24 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 1 februari 2016.

25 Overzichtsproces-verbaal ‘OPV’, p. 43 en D-356 tot en met D-359, p. 1281 t/m 1284.

26 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 16] ‘V12-01’ d.d. 25 februari 2011, p. 1686 en 1687.

27 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 17] ‘V17-01’ d.d. 28 februari 2011, p. 1722 en 1724.

28 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 13] ‘V05-01’ d.d. 18 maart 2010, p. 1632 bovenaan.

29 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 13] ‘V05-01’ d.d. 18 maart 2010, p. 1633 bovenaan.

30 Overzichtsproces-verbaal ‘OPV’, p. 39; een geschrift, te weten een antwoordformulier KOT met bijlage, D-344 t/m D-346, p. 1269 t/m 1271.

31 Een geschrift, te weten een “Overeenkomst van opdracht tussen gastouder en ouder” d.d. 18 december 2007, bijlage bij het verhoor van [Medeverdachte 18] bij de rechter-commissaris van 7 maart 2012, onder “Artikel 17”.

32 Proces-verbaal van verhoor [Medeverdachte 18] ‘V11-01’ d.d. 24 februari 2011, p. 1679 t/m 1681.

33 Proces-verbaal van verhoor [Medeverdachte 18] bij de rechter-commissaris d.d. 7 maart 2012, punt 3.

34 Proces-verbaal van verhoor [Medeverdachte 20] ‘V26-01’ d.d. 25 maart 2011, p. 1793.

35 Proces-verbaal van verhoor [Medeverdachte 20] bij de rechter-commissaris d.d. 7 maart 2012, vraag 19b en c, 22 en 27.

36 Overzichtsproces-verbaal ‘OPV’, p. 70 en D-519 tot en met D-522, p. 1448 t/m 1451.

37 Proces-verbaal van verhoor [Medeverdachte 20] ‘V26-01’ d.d. 25 maart 2011, p. 1792 en 1793.

38 Proces-verbaal van verhoor [Medeverdachte 20] ‘V26-01’ d.d. 25 maart 2011, p. 1793 en 1795.

39 Proces-verbaal van verhoor [Medeverdachte 20] bij de rechter-commissaris d.d. 7 maart 2012, vraag 19b en c, 22 en 27.

40 Proces-verbaal van verhoor [Medeverdachte 5] ‘V20-01’ d.d. 2 maart 2011, p. 1752 bovenaan.

41 Overzichtsproces-verbaal ‘OPV’, p. 37; geschriften, te weten een antwoordformulier KOT met bijlage, D-332 t/m D-336, p. 1257 t/m 1261.

42 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 21] ‘V09-01’ d.d. 23 februari 2011, p. 1667 en 1668.

43 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 13] ‘V05-01’ d.d. 18 maart 2010, p. 1632 bovenaan.

44 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 13] ‘V05-01’ d.d. 18 maart 2010, p. 1633 bovenaan.

45 Overzichtsproces-verbaal ‘OPV’, p. 59; geschriften, te weten een antwoordformulier KOT met bijlagen, D-437 t/m D-441, p. 1366 t/m 1370.

46 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 17] (echtgenote Karar) ‘V17-01’ d.d. 28 februari 2011, p. 1721 t/m 1723.

47 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 13] ‘V05-01’ d.d. 18 maart 2010, p. 1632 bovenaan.

48 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 13] ‘V05-01’ d.d. 18 maart 2010, p. 1633 bovenaan.

49 Proces-verbaal van ambtshandeling ‘AH-3b’, p. 124 en 125.

50 Proces-verbaal van ambtshandeling ‘AH-3c’, p. 126.

51 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 23] ‘V23-01’ d.d. 22 maart 2011, p. 1773; een geschrift, te weten een bankafschrift van rekeningnummer 1497265 d.d. 6 februari 2009, D-101, p. 1026.

52 Proces-verbaal van verhoor [Medeverdachte 7] ‘V15-01’ d.d. 28 februari 2011, p. 1709; proces-verbaal van ambtshandeling ‘AH-9g’ met bijlagen d.d. 10 december 2010, p. 278.

53 Overzichtsproces-verbaal ‘OPV’, p. 96 e.v.

54 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 9 februari 2016.

55 Overzichtsproces-verbaal ‘OPV’, p. 19; een geschrift, te weten een antwoordformulier KOT met bijlage, D-253 tot en met D-256, p. 1178 t/m 1181.

56 Proces-verbaal van verhoor [Medeverdachte 8] ‘V19-01’ d.d. 1 maart 2011, p. 1742 derde alinea van onder.

57 Proces-verbaal Werkgeversfraude, als bijlage gevoegd bij Proces-verbaal van ambtshandeling ‘AH-21’ d.d. 19 april 2011, p. 431.

58 Proces-verbaal Werkgeversfraude, als bijlage gevoegd bij Proces-verbaal van ambtshandeling ‘AH-21’ d.d. 19 april 2011, p. 433 t/m 439.

59 Proces-verbaal Werkgeversfraude, als bijlage gevoegd bij Proces-verbaal van ambtshandeling ‘AH-21’ d.d. 19 april 2011, p. 439 onderaan.

60 Een geschrift, te weten een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, p. 906.

61 Een geschrift, te weten een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, p. 908.

62 Een geschrift, te weten een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, p. 883.

63 Een geschrift, te weten een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, p. 885.

64 Een geschrift, te weten een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, p. 484.

65 Een geschrift, te weten een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, p. 486.

66 Een geschrift, te weten een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, p. 789.

67 Een geschrift, te weten een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, p. 791.

68 Een geschrift, te weten een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, p. 912.

69 Een geschrift, te weten een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, p. 914.

70 Een geschrift, te weten een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, p. 481.

71 Een geschrift, te weten een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, p. 483.

72 Een geschrift, te weten een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, p. 869.

73 Een geschrift, te weten een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, p. 871.

74 Een geschrift, te weten een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, p. 886.

75 Een geschrift, te weten een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, p. 888.

76 Proces-verbaal Werkgeversfraude, als bijlage gevoegd bij Proces-verbaal van ambtshandeling ‘AH-21’ d.d. 19 april 2011, p. 440 derde alinea van onder.

77 Een geschrift, te weten een salarisspecificatie, p. 876.

78 Een geschrift, te weten een salarisspecificatie, p. 489.

79 Proces-verbaal Werkgeversfraude, als bijlage gevoegd bij Proces-verbaal van ambtshandeling ‘AH-21’ d.d. 19 april 2011, p. 440 onderaan, 441 bovenaan; een geschrift, te weten een brief d.d. 9 december 2009, p. 490-492.

80 Proces-verbaal Werkgeversfraude, als bijlage gevoegd bij Proces-verbaal van ambtshandeling ‘AH-21’ d.d. 19 april 2011, p. 441 derde alinea van onder.

81 Een geschrift, te weten een vragenformulier/formulier looninformatie, p. 523.

82 Een geschrift, te weten een vragenformulier/formulier looninformatie, p. 529.

83 Een geschrift, te weten een vragenformulier/formulier looninformatie, p. 521.

84 Een geschrift, te weten een vragenformulier/formulier looninformatie, p. 525.

85 Een geschrift, te weten een vragenformulier/formulier looninformatie, p. 527.

86 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 13] ‘V05-01’ d.d. 18 maart 2010, p. 1629 t/m 1633.

87 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 13] bij de rechter-commissaris d.d. 19 juni 2012, punten 26 en 31.

88 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 25] d.d. 16 maart 2010, als bijlage gevoegd bij Proces-verbaal van ambtshandeling ‘AH-21’ d.d. 19 april 2011, p. 627 t/m 630.

89 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 25] bij de rechter-commissaris d.d. 4 april 2012, punten 3, 18 en 23.

90 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 26] d.d. 16 maart 2010, als bijlage gevoegd bij Proces-verbaal van ambtshandeling ‘AH-21’ d.d. 19 april 2011, p. 611 t/m 616.

91 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 26] bij de rechter-commissaris d.d. 4 april 2012, punten 3 en 28 t/m 31.

92 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 11] d.d. 15 maart 2010, als bijlage gevoegd bij Proces-verbaal van ambtshandeling ‘AH-21’ d.d. 19 april 2011, p. 596 t/m 599.

93 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 11] ‘V7-03’ d.d. 30 maart 2011, p. 1655 en 1656.

94 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 11] bij de rechter-commissaris d.d. 8 februari 2012, punten 3 en 61.

95 Proces-verbaal van verhoor [Medeverdachte 6] ‘V06-01’ d.d. 15 maart 2010, p. 1635 t/m 1639.

96 Proces-verbaal van verhoor verdachte [Medeverdachte 6] bij de rechter-commissaris d.d. 8 februari 2012, punten 18, 40, 42, 50 en 52 t/m 54.

97 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 30] d.d. 16 maart 2010, als bijlage gevoegd bij Proces-verbaal van ambtshandeling ‘AH-21’ d.d. 19 april 2011, p. 606 t/m 609.

98 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 30] bij de rechter-commissaris d.d. 8 februari 2012, punten 3, 9 t/m 11 en 18.

99 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 28] d.d. 16 maart 2010, als bijlage gevoegd bij Proces-verbaal van ambtshandeling ‘AH-21’ d.d. 19 april 2011, p. 623 t/m 625.

100 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 28] bij de rechter-commissaris d.d. 4 april 2012, punten 3, 21 en 23.

101 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 29] d.d. 16 maart 2010, als bijlage gevoegd bij Proces-verbaal van ambtshandeling ‘AH-21’ d.d. 19 april 2011, p. 617 t/m 622.

102 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 29] bij de rechter-commissaris d.d. 4 april 2012, punt 3.

103 Proces-verbaal van verhoor [Medeverdachte 20] ‘V26-01’ d.d. 25 maart 2011, p. 1792 t/m 1796.

104 Proces-verbaal van verhoor [Medeverdachte 20] bij de rechter-commissaris d.d. 7 maart 2012, vraag 19b en c, 22 en 27.

105 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 18] d.d. 16 maart 2010, als bijlage gevoegd bij Proces-verbaal van ambtshandeling ‘AH-21’ d.d. 19 april 2011, p. 632 t/m 635.

106 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 18] bij de rechter-commissaris d.d. 28 maart 2012, punten 3, 19 en 20.

107 Proces-verbaal Werkgeversfraude, als bijlage gevoegd bij Proces-verbaal van ambtshandeling ‘AH-21’ d.d. 19 april 2011, p. 439 en 440; een geschrift, te weten een brief d.d. 16 oktober 2009, p. 480.

108 Proces-verbaal van verhoor [betrokkene 23] d.d. 17 maart 2010, als bijlage gevoegd bij Proces-verbaal van ambtshandeling ‘AH-21’ d.d. 19 april 2011, p. 640 bovenaan; proces-verbaal van verhoor [betrokkene 24] d.d. 17 maart 2010, als bijlage gevoegd bij Proces-verbaal van ambtshandeling ‘AH-21’ d.d. 19 april 2011, p. 647 midden.

109 Proces-verbaal van verhoor verdachte [betrokkene 21] ‘V01-02’ d.d. 15 maart 2010, p. 1553 onderste regel.

110 Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 1 februari 2016.