Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:17163

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
08-11-2016
Datum publicatie
15-12-2017
Zaaknummer
C/09/520614
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voorlopige ots en machtiging tot uithuisplaatsing

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd & Bopz

Zaaksgegevens: C/09/520614 / JE RK 16-2194

Datum uitspraak: 8 november 2016

Beschikking van de kinderrechter

Voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak naar aanleiding van het op 26 oktober 2016 ingekomen verzoekschrift van:

het Hoog Risico en Expertiseteam van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad),

betreffende:

- [Minderjarige sub. 1]geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] ,

hierna ook te noemen: [Minderjarige sub. 1] ,

- [Minderjarige sub. 2]geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] ,

hierna ook te noemen: [Minderjarige sub. 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

thans geregistreerd als wonende te [woonplaats] ,

doch feitelijk verblijvende in de [verblijfplaats] ,

advocaat, mr. B.J. de Groot te [vestigingsplaats] .

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Het procesverloop

Bij beschikking d.d. 26 oktober 2016 van de kinderrechter in deze rechtbank zijn [Minderjarige sub. 1] en [Minderjarige sub. 2] van 26 oktober 2016 tot 10 november 2016 voorlopig onder toezicht gesteld en is machtiging verleend om [Minderjarige sub. 1] en [Minderjarige sub. 2] voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling uit huis te plaatsen in een crisispleeggezin. De behandeling van het verzoek is voor het overige aangehouden tot de terechtzitting van heden, teneinde de belanghebbende(n) te horen omtrent het verzoek.

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder thans ook:

- voornoemde beschikking d.d. 26 oktober 2016 waarvan de inhoud als hier overgenomen

dient te worden beschouwd;

- de door mr. S. Akkas namens de grootmoeder vaderszijde ingediende brieven met bijlagen,

gedateerd 7 november 2016.

Op 8 november 2016 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen:

- [x] en [y] namens het landelijk expertiseteam van de Raad

voor de Kinderbescherming,

- [a] en [b] namens het landelijk expertise team

van Stichting Jeugdbescherming,

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat.

- de grootmoeder vaderszijde (als informant), bijgestaan door de [c] , tolk

Turks, en

- [d] , de zus van de vader, en

- de partner van de vader.

Opgeroepen en niet verschenen is:

- de moeder.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van [Minderjarige sub. 1] en [Minderjarige sub. 2] , met toepassing van artikel 1:257 van het Burgerlijk Wetboek en tot machtiging [Minderjarige sub. 1] en [Minderjarige sub. 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor crisispleegzorg.

Reden hiervoor is dat de moeder na de scheiding van de ouders in 2013 met de kinderen naar Turkije is geëmigreerd. De kinderen hebben in Turkije bij de grootmoeder vaderszijde gewoond. Zij heeft de kinderen jongstleden augustus naar Nederland gebracht. De vader heeft geen vaste woon- of verblijfplaats en heeft de kinderen ondergebracht bij zijn vriendin in [woonplaats] . Er zijn ernstige zorgen over het huiselijk geweld tussen de vader en diens huidige vriendin en van de vader richting de kinderen. De kinderen vertonen gedragsproblemen. Zij hebben in korte tijd veel meegemaakt en hebben verschillende opvoeders en opvoedsituaties gekend. Zowel de vader als de moeder kunnen onvoldoende tot geen zorg bieden aan de kinderen. De vader vertoont extreem gewelddadig en bedreigend gedrag en er hebben zich verschillende geweldsincidenten voorgedaan. Continuering van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing is noodzakelijk, om de veiligheid van de kinderen te garanderen en te kunnen onderzoeken welk vervolgtraject nodig is.

In toelichting hierop is ter zitting verklaard dat de Raad het niet verantwoord vond om de vader nadat hij door de politie was aangehouden met de kinderen heen te zenden. Vanuit Veilig Thuis werden zorgen geuit over de agressieregulatie van de vader. De kinderen vertonen zorgelijk gedrag op school en in de korte periode dat zij in Nederland verblijven, hebben zij te maken gehad met huiselijk geweld binnen het gezin. Nadat de vader was aangehouden heeft hij een paar suïcidepogingen gedaan. Verder is onbekend waar de moeder verblijft en onder welke omstandigheden. Dit alles maakt dat de Raad het noodzakelijk achtte een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoed machtiging uithuisplaatsing in een crisispleeggezin te vragen en voorts dat er nader onderzoek wordt gedaan naar hetgeen de kinderen hebben meegemaakt, of zij specifieke hulpverlening nodig hebben en of dat ingezet kan worden. Tevens moet bekeken worden of het mogelijk is dat de kinderen naar Turkije terug kunnen keren.

[x] van het Landelijk Expertiseteam Jeugdbescherming heeft verklaard dat in het pleeggezin wordt waargenomen dat de kinderen erg aanhankelijk zijn. Ondanks de taalbarrière kunnen zij goed duidelijk maken wat zij willen. Zij hebben het echter nooit over hun moeder. Omdat de kinderen zonder enige aanleiding vertellen dat zij door de grootmoeder zijn geslagen wordt een gedegen onderzoek noodzakelijk geacht. De vader is na zijn aanhouding door de crisisdienst van de GGZ beoordeeld, doch er is geen rechterlijke machtiging verleend reden waarom hij thans in [verblijfplaats] verblijft.

De advocaat van de vader heeft aangevoerd dat de vader, die nu niet in staat is om voor zijn kinderen te zorgen, het liefst samen met zijn kinderen begeleid wil gaan wonen. De vader ziet evenwel in dat hij eerst moet zorgen dat hij zijn eigen leven op de rit krijgt, voordat hij voor zijn kinderen kan zorgen. De vader zou het liefst willen dat zijn kinderen in een Turks pleeggezin worden geplaatst, zodat zij zich makkelijker kunnen uiten.

De vader heeft verklaard dat hij het ten zeerste betreurt wat er allemaal is voorgevallen, maar hij geen moordenaar of verkrachter is. Evenmin heeft hij ooit iemand iets aangedaan. Wel erkent de vader ruiten te hebben ingegooid bij de woningbouwvereniging en dat hij zichzelf heeft beschadigd. De vader heeft geen vertrouwen in de Jeugdbescherming.

De grootmoeder heeft verklaard dat als het niet mogelijk is dat zij de kinderen mee naar Turkije kan nemen, zij samen met haar kleinkinderen bij haar dochter in [woonplaats] wil gaan wonen, zodat de kinderen contact met hun vader kunnen blijven onderhouden. De grootmoeder meent dat er geen beter pleeggezin is dan zijzelf. Zij heeft de kinderen immers altijd verzorgd en wil de kinderen in hun eigen taal opvoeden en naar een Turkse school sturen. De grootmoeder heeft de kinderen naar Nederland gebracht om te kijken of zij bij de vader konden opgroeien.

Beoordeling

Op grond van de informatie, zoals gebleken uit het verzoekschrift en de daarbij gevoegde bijlagen en uit de verklaringen van de gehoorde personen, komt de kinderrechter tot het oordeel dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is dat [Minderjarige sub. 1] en [Minderjarige sub. 2] , hangend een nader in te stellen onderzoek naar de vraag of de ondertoezichtstelling geboden is, voorlopig onder toezicht worden gesteld.

Voorts is de kinderrechter van oordeel dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is dat de machtiging tot uithuisplaatsing, hangend een nader in te stellen onderzoek naar de vraag of de uithuisplaatsing geboden is, wordt verleend. Daartoe wordt in aanmerking genomen dat thans voldoende gebleken is dat de in artikel 1:265b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden aanwezig zijn. De gecertificeerde instelling zal dan ook voorlopig worden gemachtigd – zulks in afwachting van het rapport en advies van de Raad – om [Minderjarige sub. 1] en [Minderjarige sub. 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een crisispleeggezin.

Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder dat uit onderzoek van de Raad moet blijken bij welke plaatsing [Minderjarige sub. 1] en [Minderjarige sub. 2] het meest zijn gebaat. Ter zitting is naar voren gekomen dat zowel de grootmoeder als de tante vaderszijde bereid zijn om de kinderen op te nemen, te verzorgen en op te voeden. Weliswaar is de beste plek voor de kinderen om te verblijven binnen het eigen netwerk, maar dit moet wel mogelijk en verantwoord zijn. Of dit zo is, zal ook moeten worden onderzocht. Gelet hierop verzoekt de kinderrechter de Raad om hier met voorrang naar te kijken en indien mogelijk de kinderen binnen het eigen netwerk te plaatsen. In de tussentijd moet bezien worden of contact tussen de grootmoeder, tante en de kinderen vorm gegeven kan worden.

Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:

stelt van 10 november 2016 tot 24 januari 2017 voorlopig onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland;

en

machtigt Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland [Minderjarige sub. 1] en [Minderjarige sub. 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor crisispleegzorg voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling;

verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen terechtzitting, gelegen vóór 24 januari 2017;

verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming tijdig voor voormelde zitting rapport en advies uit te brengen;

gelast de griffier tegen voormelde zitting op te roepen:

- het Hoog risico en expertiseteam van de Raad voor de Kinderbescherming;

- het landelijk expertiseteam van de Stichting Jeugdbescherminghierna te noemen: het

LET),

- de vader,

- de advocaat van de vader, mr. B.J. de Groot,

- de grootmoeder vaderszijde (als informant) op [woonplaats] ,

en

- de moeder.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.G.J. Brink, kinderrechter, in tegenwoordigheid van P.A. Kok als griffier en in het openbaar uitgesproken op 8 november 2016.

Voor zover deze beschikking betrekking heeft op de machtiging tot uithuisplaatsing, kan hoger beroep worden ingesteld:

- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van

het gerechtshof Den Haag.