Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:16810

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
05-12-2016
Datum publicatie
20-02-2017
Zaaknummer
C/09/522148 / KG RK 16-2067
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Wraking
Inhoudsindicatie

De gronden van het wrakingsverzoek komen er op neer dat verzoeker van de kantonrechter eist dat hij voorafgaand aan de zitting preprocessuele vragen beantwoordt. De wrakingskamer overweegt dat noch de wet, noch het recht een grond biedt waarop de kantonrechter gehouden was aan de eisen van verzoeker tegemoet te komen. Het enkel weigeren een inhoudelijke reactie te geven op de door verzoeker aan hem gestelde vragen, kan dan ook geen grond voor wraking met zich brengen. Van enige vooringenomenheid, dan wel de schijn daarvan, is de wrakingskamer niet gebleken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG

Meervoudige wrakingskamer

Wrakingnummer 2016/67

zaak-/rekestnummer: C/09/522148/KG RK 16/2067

rolnummer hoofdzaak: 5126948/16-16145

datum beschikking: 5 december 2016 (bij vervroeging)

BESLISSING

op het schriftelijke verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), in de zaak van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] , verzoeker,

strekkende tot wraking van:

mr. R.J. ter Kuile,

kantonrechter in de rechtbank Den Haag,

hierna te noemen: de kantonrechter

Belanghebbende is de naamloze vernootschap VGZ Zorgverzekeraar NV,

gevestigd en kantoorhoudende te Arnhem,

gemachtigde: Van Arkel Gerechtsdeurwaarders & Incasso,

hierna te noemen: VGZ,

1 De voorgeschiedenis en het procesverloop

1.1

In de hoofdzaak heeft VGZ verzoeker gedagvaard aangaande een vordering ten aanzien van de achterstallige premies zorgverzekering ter hoogte van € 874,03. Verzoeker ontkent verzekerd te zijn geweest via VGZ. Deze zaak, waarin mr. R. J. ter Kuile de behandelend kantonrechter is, stond op de rolzitting van mr. M.T. Nijhuis van 1 november 2016.

1.2

Bij brief van 22 oktober 2016 heeft verzoeker de kantonrechter verzocht voorafgaande aan de zitting van 1 november 2016 inhoudelijk te reageren op een door hem gestelde vraag betreffende de Detectiv-Computer. Daarnaast heeft hij de kantonrechter verzocht aan hem een stuk te overleggen dat verband houdt met een eerder afgedane strafzaak. Dit stuk zou voor hem ontlastend zijn en zou destijds door het Openbaar Ministerie (OM) bewust buiten het dossier zijn gehouden. Indien de kantonrechter niet aan zijn verzoeken zal voldoen, kondigt verzoeker aan hem te wraken.

1.3.

Op de rolzitting van 1 november 2016 heeft verzoeker de kantonrechter gewraakt, met verwijzing naar de brief van 22 oktober 2016 voor de wrakingsgronden. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt.

2 De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek

Op 28 november 2016 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. De kantonrechter en de belanghebbende zijn niet verschenen. Verzoeker heeft zijn standpunt mondeling ter zitting toegelicht.

3 Het standpunt van verzoeker

Aan het wrakingsverzoek is naar de wrakingskamer begrijpt ten grondslag gelegd dat de kantonrechter niet (inhoudelijk) heeft gereageerd op de verzoeken door verzoeker gedaan bij brief van 22 oktober 2016. Daarmee heeft de kantonrechter geen gebruik gemaakt van de door verzoeker geboden mogelijkheid de wraking te voorkomen. Door niet te reageren heeft de kantonrechter vooringenomenheid getoond, aldus verzoeker.

4 Het standpunt van de kantonrechter

De kantonrechter heeft niet schriftelijk gereageerd voorafgaande aan de wrakingszitting. Kort voor de zitting heeft het bericht de wrakingskamer bereikt dat de kantonrechter niet in de gelegenheid is geweest schriftelijk te reageren, nu hij van de aankondiging van de behandeling van het wrakingsverzoek eerst op de dag van de wrakingszitting heeft kennis genomen. De wrakingskamer begrijpt uit het feit dat de kantonrechter kort voor de wrakingszitting contact heeft gezocht, dat hij niet in de wraking berust.

5 De beoordeling

5.1

Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van art. 6, eerste lid, EVRM dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

5.2

Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Alsdan dient de rechter zich van een beslissing in de hoofdzaak te onthouden, want rechtzoekenden moeten in het rechterlijk apparaat vertrouwen kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn.

5.3.

De gronden van het wrakingsverzoek komen er op neer dat verzoeker van de kantonrechter eist dat hij voorafgaand aan de zitting preprocessuele vragen beantwoordt. De wrakingskamer overweegt dat noch de wet, noch het recht een grond biedt waarop de kantonrechter gehouden was aan de eisen van verzoeker tegemoet te komen. Het enkel weigeren een inhoudelijke reactie te geven op de door verzoeker aan hem gestelde vragen, kan dan ook geen grond voor wraking met zich brengen. Van enige vooringenomenheid, dan wel de schijn daarvan, is de wrakingskamer niet gebleken.

5.4.

Het wrakingsverzoek wordt afgewezen.

5.5.

Nu verzoeker in zijn wrakingsverzoek impliciet laat weten elke rechter die de door hem gestelde vragen niet beantwoordt te zullen wraken, en hij dit ter zitting van de wrakingskamer ook expliciet heeft bevestigd, ziet de wrakingskamer aanleiding om ter bewaking van de voortgang van de procedure in de hoofdzaak te bepalen dat een volgend verzoek om wraking, betrekking hebbende op de onderliggende hoofdprocedure, niet in behandeling zal worden genomen.

6 De beslissing

De wrakingskamer:

- wijst het verzoek tot wraking af;

- bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;

- bepaalt dat een volgend verzoek om wraking betrekking hebbend op de onderliggende hoofdzaak niet in behandeling wordt genomen;

- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:

 de verzoeker,

 de belanghebbende en

 de kantonrechter

Deze beslissing is gegeven door mr. S.J. Hoekstra-van Vliet, mr. H.M.D. de Jong en

mr. J.A. van Steen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Demoed-van Dongen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2016.