Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:16763

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17-10-2016
Datum publicatie
07-02-2017
Zaaknummer
C/09/518489 / KG RK 16-1641
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Wraking
Inhoudsindicatie

Verzoek niet onverwijld gedaan, verzoekster niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beslissing

WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG

Meervoudige wrakingskamer

Wrakingnummer 2016/52

zaak-/rekestnummer: 518489 / KG RK 16-1641

zaaknummers: SGR 15/4902, 15/4904 en 15/4907

datum beschikking: 17 oktober 2016

BESLISSING

op het schriftelijke verzoek tot wraking ingevolge artikel 8:16 van de Algemene wet bestuursrecht, in de zaak van:

[verzoekster]

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster;

strekkende tot wraking van:

mr. D.G.J. Dop

rechter in de rechtbank Den Haag,

hierna te noemen: de rechter.

Belanghebbende in deze zaak is het college van burgemeester en wethouders van Katwijk (B&W).

1 De voorgeschiedenis en het procesverloop

1.1

Bij de rechtbank Den Haag is een drietal bestuursrechtelijke procedures aanhangig tussen verzoekster en B&W. Bij brief van 8 augustus 2016 heeft de rechtbank aan verzoekster meegedeeld dat de zaken op de zitting van 15 september 2016 zullen worden behandeld door de rechter.

1.2

Op 14 september 2016 heeft verzoekster een verzoekschrift strekkend tot wraking van de rechter ingediend.

1.3

De wrakingskamer heeft kennisgenomen van de schriftelijke reactie van de rechter van 27 september 2016.

2 De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek

Op 3 oktober 2016 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. Verzoekster is verschenen. De rechter heeft schriftelijk te kennen gegeven niet bij de zitting aanwezig te zijn.

3 Het standpunt van verzoekster

Aan het wrakingsverzoek is - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende ten grondslag gelegd. De rechter is per april 2016 bestuurslid van de vereniging Ambtenaar en Recht (VAR). De VAR stelt blijkens haar statuten tot doel het vergaren en overdragen van kennis en het bevorderen van het ambtenarenrecht in brede zin, alsmede het opbouwen en bevorderen van een netwerk van personen die zich bezighouden met de beoefening van of betrokken zijn bij het ambtenarenrecht. De rechter netwerkt in de VAR met advocaten die zich met name bezighouden met de belangenbehartiging van overheden. Bij de VAR heeft zich ook een lid van de VNG aangemeld. De VNG behartigt de belangen van gemeenten. In onderhavige procedure procedeert verzoekster tegen een gemeente. Door het lidmaatschap van het bestuur van de VAR wekt de rechter de indruk niet onpartijdig en onafhankelijk te zijn.

4 Het standpunt van mr. D.G.J. Dop

De rechter berust niet in de wraking. De rechter stelt dat haar bestuurslidmaatschap bij de VAR al in mei 2016 is opgenomen in het register nevenbetrekkingen. Verzoekster heeft pas daags voor de zitting een wrakingsverzoek ingediend, terwijl genoemde wrakingsgrond al geruime tijd bekend was en verzoekster ervan op de hoogte had kunnen zijn. Voorts is de VAR een kennisvereniging. De rechter ziet niet in waarom het bestuurslidmaatschap van de VAR (schijn van) partijdigheid zou kunnen opleveren.

5 De beoordeling

5.1.

Op grond van artikelen 8:15 en artikel 8:16, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt een verzoek tot wraking gedaan zodra er feiten of omstandigheden aan verzoeker bekend zijn geworden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

5.2.

De wrakingskamer stelt vast dat tussen het moment van verzending van de uitnodiging voor het onderzoek ter zitting op 8 augustus 2016 en het op 14 september 2016 bij de rechtbank binnengekomen schriftelijke wrakingsverzoek vijf weken zijn verstreken. Nu verzoekster met de brief van 8 augustus 2016 ervan op de hoogte was wie de behandelend rechter zou zijn, maar zij desondanks nog vijf weken heeft gewacht met het indienen van het wrakingsverzoek, is niet voldaan aan de onder 5.1 genoemde wettelijke vereisten. De wrakingskamer is dan ook van oordeel dat het verzoek tot wraking niet tijdig is gedaan.

5.3.

Weliswaar zijn er omstandigheden denkbaar, die er toe zouden kunnen leiden dat een wrakingsverzoek niet direct na ontvangst van de uitnodiging voor de zitting (met naamsvermelding van de rechter) wordt ingediend. Daarbij valt in dit geval te denken aan een situatie waarbij verzoekster nog niet op de hoogte zou kunnen zijn van de betreffende nevenbetrekking van de rechter. In dit geval geldt echter dat de nevenbetrekking van de rechter reeds sinds mei 2016 in het register van nevenbetrekkingen is opgenomen, zodat van een dergelijke situatie geen sprake is. Dat verzoekster naar eigen zeggen pas daags voor de zitting het register van nevenbetrekkingen heeft geraadpleegd en daarom pas laat op de hoogte was van het feit dat de rechter een nevenbetrekking als bestuurslid bij de VAR heeft, komt voor haar eigen rekening en risico.

5.4.

Verzoekster zal gelet op het bovenstaande niet-ontvankelijk worden verklaard.

6 De beslissing

De wrakingskamer:

- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking;

- bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;

- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 8:18, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt toegezonden aan:

• de verzoekster;

• de belanghebbende in de hoofdzaak, B&W Katwijk t.a.v. [gemachtigde] ;

• de rechter mr. D.G.J. Dop.

Deze beslissing is gegeven door mr. I.D. Bellaart, mr. E.F. Brinkman en mr. H.W. Vogels, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.M. Bijvank als griffier en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2016.