Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:16257

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
27-12-2016
Datum publicatie
30-12-2016
Zaaknummer
AWB - 16 _22605
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

- Homoseksueel

- Nigeria

- bewustwordingsproces

- Wekinstructie 2015/9

- ongeloofwaardig

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 16/22605

V-nummer: [nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 27 december 2016 in de zaak tussen

[eiser], eiser,

gemachtigde mr. M. Spapens,

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

gemachtigde mr. D. Berben.

Procesverloop

Bij besluit van 8 september 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 november 2016. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was aanwezig J.J. van Ravesteijn, tolk in de Engelse taal. Ter zitting is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en bezit de Nigeriaanse nationaliteit. Op 23 oktober 2014 heeft eiser een aanvraag ingediend tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

2. Eiser heeft het volgende aangevoerd ter toelichting op zijn aanvraag. Hij is uit Nigeria vertrokken omdat hij homoseksueel is. Eiser en zijn vriend, genaamd [naam], zijn door de vader van eiser betrapt in diens appartement. Vervolgens is eiser naar het huis van [naam] gegaan. Op 21 juni 2014 zijn eiser en [naam] daar aangehouden, naar een gebouw in aanbouw meegenomen en daar vastgebonden en mishandeld door eisers vader, zijn oom die politieagent was, en nog twee mannen, waarschijnlijk politie in burger. De volgende dag hebben eiser en [naam] avonds kunnen ontsnappen. [naam] is tijdens de vlucht doodgeschoten, eiser werd geraakt in zijn been. Eiser heeft zich daarop schuilgehouden. Na een uur ontmoette hij [naam 2], die hem heeft geholpen en hem naar een natuurgenezer, genaamd [naam 3], heeft gebracht. Daar heeft eiser enkele maanden verbleven tot aan zijn vertrek. Bij terugkeer naar Nigeria vreest eiser problemen van de politie, zijn vader en zijn broer.

3. Verweerder heeft de aanvraag van eiser afgewezen op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), zoals dat luidde vóór 20 juli 2015. Verweerder acht de nationaliteit van eiser geloofwaardig. Eisers homoseksuele gerichtheid en de daarmee verband houdende problemen worden echter niet geloofwaardig geacht. Eiser heeft nagenoeg niets over zijn proces van bewustwording kunnen verklaren en vage, summiere en tegenstrijdige, althans wisselende verklaringen afgelegd, aldus verweerder.

4.
In beroep heeft eiser aangevoerd dat hij duidelijk en consistent verklaard heeft. Zijn proces van bewustwording was een langdurig proces en niet een kwestie van een specifiek moment. Eiser heeft eerst getracht zijn gevoelens te verdringen. Pas na de ontmoeting met [naam] was hij zeker van zijn geaardheid. Eiser is een timide persoon en heeft moeite om over zijn gevoelens te praten, maar heeft wel degelijk zo’n gevoelsleven, getuige ook zijn deelname aan de Gaypride in Amsterdam dit jaar.

De rechtbank overweegt als volgt.

5. Tussen partijen is niet langer in geschil dat in deze zaak toetsing conform Werkinstructie 2015/9 (de Werkinstructie) heeft plaatsgevonden. Bij de beoordeling van de geloofwaardigheid ligt het zwaartepunt - in zijn algemeenheid - op de antwoorden op vragen over de eigen ervaringen (onder andere bewustwording en zelfacceptatie) van de vreemdeling met betrekking tot zijn seksuele gerichtheid, wat dit voor hem en zijn omgeving heeft betekend, wat de situatie is voor personen met die gerichtheid in het land van herkomst van de vreemdeling en hoe diens ervaringen, ook volgens zijn asielrelaas, in het algemene beeld passen. Bij beoordeling van de geloofwaardigheid van de LHBT-gerichtheid zal gewicht worden toegekend aan het proces van ontdekking van de gerichtheid en de wijze waarop de vreemdeling stelt daarmee te zijn omgegaan. Deze elementen wegen zwaarder als de vreemdeling uit een land afkomstig is waar LHBT-gerichtheid niet geaccepteerd wordt. De rechtbank acht zich, gelet op de Werkinstructie, in staat effectief te toetsen hoe verweerder het onderzoek naar en de beoordeling van de seksuele gerichtheid van eiser heeft verricht.

6.
Verweerder heeft beoordeeld of bij eiser sprake is geweest van een proces van bewustwording en acceptatie. Blijkens de rapporten van gehoor zijn tijdens het eerste gehoor, het nader gehoor en het aanvullend gehoor open vragen gesteld inzake alle in de Werkinstructie genoemde elementen en, voor zover nodig, zijn verhelderende of aanvullende vragen gesteld.

7. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat de verklaringen van eiser er geen blijk van geven dat eiser een dergelijk proces van bewustwording heeft ondergaan, nu eiser in dit verband zeer vage, summiere en wisselende antwoorden heeft gegeven. Eisers uitleg dat dit zou zijn toe te schrijven aan zijn timide aard volgt de rechtbank niet. Immers, eiser is er tijdens de gehoren (o.a. rapport nader gehoor pp. 2 en 3; rapport aanvullend gehoor, p. 5) expliciet op gewezen dat het voor zijn aanvraag heel belangrijk was dat hij duidelijke antwoorden zou geven. Ook heeft eiser niet gezegd dat hij moeite had om te antwoorden op een bepaalde vraag, hoewel hem verzocht is dit aan te geven in voorkomende gevallen (rapport nader gehoor, p. 3). Verder is dit evenmin een afdoende verklaring voor het feit dat eiser wisselende verklaringen heeft afgelegd.

8. Eiser heeft, zoals verweerder opmerkt, verschillende momenten genoemd waarop hij zich bewust werd van zijn homoseksuele geaardheid. Zo heeft hij enerzijds verklaard zich voor de aanvang van de relatie met [naam] (2012) nooit aangetrokken te hebben gevoeld tot mannen en zich niet te hebben gerealiseerd dat hij homoseksueel is (rapport nader gehoor, p.7), maar anderzijds dat hij zich bewust was van zijn homoseksualiteit vanaf het moment dat zijn moeder is overleden (2009/2010). Weliswaar heeft eiser gesteld dat zijn proces van bewustwording een langdurig proces was, maar dit is geen afdoende verklaring hiervoor. Eisers verklaring dat hij niet veel heeft nagedacht over zijn homoseksualiteit en de gevolgen ervan wijst evenmin op een proces van bewustwording.

9. Verder heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat het bevreemding wekt dat eiser vrijwel niets, zelfs geen achternaam, weet te vertellen over [naam], terwijl dit zijn allereerste vriend was en terwijl eiser stelt twee jaar een relatie met hem te hebben gehad. Dit doet af aan de geloofwaardigheid van eisers gestelde nauwe en intieme relatie met [naam]. Ook de verklaringen met betrekking tot de betrapping van eiser en [naam] heeft verweerder niet ten onrechte als ongeloofwaardig aangemerkt. Niet aannemelijk is dat eiser het risico zou hebben genomen om uitgerekend in het huis van zijn vader de liefde met zijn vriend te bedrijven, terwijl zijn vader hem expliciet had verboden met [naam] om te gaan. Dat eiser, nadat zijn vader had aangebeld, direct de deur zou hebben opengedaan terwijl [naam] zich nog in ontklede toestand bevond en eiser niet wist wie er voor de deur stond, draagt evenmin bij aan de geloofwaardigheid van zijn relaas.

10. De verklaringen omtrent de redding door [naam 2] ten slotte, heeft verweerder eveneens niet ten onrechte als ongeloofwaardig aangemerkt. Zoals verweerder opmerkt, is het vreemd dat [naam 2], een volstrekte onbekende, eiser zou hebben geholpen en alle kosten van diens maandenlange medische behandeling zou hebben betaald. Nog vreemder is het dat deze [naam 2] vervolgens hiervoor schadeloos zou zijn gesteld door zelf geld te stelen bij de vader van eiser, met alle risico’s van dien.

11. Gelet op het vorenstaande concludeert de rechtbank dat verweerder de door eiser gestelde homoseksuele gerichtheid en de daarmee verband houdende problemen niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. De in beroep overgelegde foto’s van eisers bezoek aan de Gaypride zijn onvoldoende om tot een ander oordeel te kunnen leiden. Het zwaartepunt van de beoordeling ligt immers bij eisers verklaringen over zijn bewustwording en zelfacceptatie. Ook eisers littekens kunnen aan vorenstaande conclusie niet afdoen, nog daargelaten dat een medisch rapport ontbreekt. Immers, zelfs als deze littekens volgens een medisch rapport veroorzaakt zouden kunnen zijn door een kogel, bevestigt dit nog niet dat deze tijdens de door eiser gestelde ontsnapping zijn opgelopen.

12. De slotsom is dat verweerder de asielaanvraag van eiser terecht heeft afgewezen op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vw, zoals dat luidde vóór 20 juli 2015.

13. Het beroep is ongegrond.

14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S. van der Hell, griffier, op 27 december 2016.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.