Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:16212

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
14-12-2016
Datum publicatie
11-01-2017
Zaaknummer
C-09-506152-HA ZA 16-235
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil over verschuldigdheid facturen. Foutieve aanduiding van requirant in dagvaarding eerste aanleg. Rectificatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2017/123
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/506152 / HA ZA 16-235

Vonnis van 14 december 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TA MONTAGE BEHEER B.V.,

gevestigd te De Lier,

eiseres,

advocaat mr. S.P. Koerselman te Zoetermeer,

tegen

1. de vennootschap onder firma

[gedaagde sub 1] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

3. [gedaagde sub 3],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaat mr. J. Postma te Delft.

Eiseres zal hierna eiseres, TA Montage of TA Montage Beheer B.V. genoemd worden. Gedaagden zullen gezamenlijk [gedaagde sub 1 c.s.] en afzonderlijk [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 18 februari 2016 met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord met producties;

  • -

    het tussenvonnis van 11 mei 2016 waarbij comparitie van partijen is gelast;

  • -

    de akte rectificatie van TA Montage van 17 juni 2016;

  • -

    de brief van mr. S.P. Koerselman van 20 juni 2016 met producties;

  • -

    de brief van mr. S.P. Koerselman van 22 juni 2016 met één productie;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 4 juli 2016.

1.2.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde sub 1 c.s.] is een aannemer actief in de tuinbouwbranche. TA Montage heeft in opdracht van [gedaagde sub 1] werkzaamheden verricht voor een aantal projecten in Frankrijk en voor een project in Zweden.

2.2.

[A] deed de administratie voor TA Montage en was de contactpersoon voor [gedaagde sub 1 c.s.]

2.3.

Partijen hebben samengewerkt van oktober 2014 tot maart 2015, daarna heeft [gedaagde sub 1] geen opdrachten meer verstrekt aan TA Montage.

2.4.

[gedaagde sub 1] heeft door TA Montage gefactureerde bedragen aan TA Montage betaald. Een aantal facturen is onbetaald gebleven.

2.5.

Na indiening van een faillissementsverzoek door TA Montage en telefonisch contact met mr. Koerselman heeft [gedaagde sub 2] bij brief van 6 oktober 2015 gereageerd op verzoeken van TA Montage tot betaling van openstaande facturen. Bij brief van 11 december 2015 heeft mr. Koerselman hierop geantwoord.

3 Het geschil

3.1.

TA Montage vordert – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [gedaagde sub 1 c.s.] tot betaling van € 87.469,04, vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

TA Montage heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij in opdracht en ten behoeve van [gedaagde sub 1 c.s.] werkzaamheden heeft verricht, dat [gedaagde sub 1 c.s.] acht van alle facturen die zij voor deze werkzaamheden heeft gestuurd niet heeft betaald en in verzuim is.

3.3.

[gedaagde sub 1 c.s.] voert verweer. Zij betoogt dat
- geen schriftelijke of mondelinge opdracht is verstrekt;

  • -

    de opgevoerde kosten of werkzaamheden niet verricht zijn;

  • -

    er al betaald is voor hetgeen aan werkzaamheden is verricht;

  • -

    TA Montage facturen heeft gecrediteerd;

  • -

    als er al enige betalingsverplichting is, [gedaagde sub 1] deze heeft opgeschort;

  • -

    de facturen deels bestemd zijn voor eenmanszaak [X] en niet voor [gedaagde sub 1] .

4 De beoordeling

Verzoek om rectificatie

4.1.

De dagvaarding is uitgebracht op verzoek van TA Montage Beheer B.V.. [gedaagde sub 1 c.s.] heeft bij conclusie van antwoord inhoudelijk verweer gevoerd. Nadat voor antwoord is geconcludeerd, heeft TA Montage ter comparitie bij akte houdende rectificatie verzocht om de dagvaarding aldus te lezen dat met “TA Montage Beheer B.V. bedoeld wordt: TA Montage B.V.” Aan de orde is een kennelijke verschrijving, aldus TA Montage. [gedaagde sub 1 c.s.] heeft betoogd dat TA Montage niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Er kan, aldus [gedaagde sub 1 c.s.] , geen vonnis worden gewezen ten aanzien van een niet bestaande partij. TA Montage had ofwel een herstelexploot, ofwel een nieuwe dagvaarding moeten uitbrengen om de fout te herstellen.

4.2.

De rechtbank stelt voorop dat de vermelding van een onjuiste of onvolledige naam in de dagvaarding (TA Montage Beheer B.V. in plaats van TA Montage B.V.) geen nietigheid oplevert in de zin van de artikelen 66 en 120 Rv. Het uitbrengen van een exploot om de gestelde vergissing in de dagvaarding te herstellen, was daarom niet nodig. De vraag wie als partijen in deze procedure hebben te gelden, is een kwestie van uitleg van het dagvaardingsexploot. Op grond van artikel 3:59 BW is op die uitleg de in de artikelen 3:33 en 3:35 BW vervatte wils-vertrouwensleer van overeenkomstige toepassing. Daarbij komt het aan op de beantwoording van de vraag wat [gedaagde sub 1 c.s.] redelijkerwijs uit de dagvaarding heeft kunnen en moeten begrijpen.

4.3.

Aan de orde is een foutieve aanduiding van requirant in een dagvaarding in eerste aanleg en niet, anders dan in de zaken die hebben geleid tot de meeste rechtspraak op dit terrein, om een appel- of cassatiedagvaarding. Het gaat hier verder niet om een fout in verband met rechtsopvolging, noch om een naamswijziging hangende de procedure of een spellingfout. Die omstandigheden leiden naar het oordeel van de rechtbank evenwel niet tot andere maatstaven betreffende de beoordeling of er reden is voor rectificatie, hoogstens tot terughoudendheid bij de uitleg van het exploot.

4.4.

De rechtbank stelt vast dat [gedaagde sub 1 c.s.] eerst nadat verzocht is om rectificatie (mede) vanwege de aanduiding van de naam van requirant heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van TA Montage in haar vorderingen, althans afwijzing daarvan. Bij conclusie van antwoord heeft zij eiseres verkort aangeduid als TA Montage en aangevoerd, kort gezegd, dat TA Montage in de periode van november 2014 tot begin 2015 werkzaamheden voor [gedaagde sub 1] heeft verricht, waarvoor TA Montage heeft gefactureerd en dat die facturen zijn betaald. Zij heeft bestreden dat sprake is geweest van een mondelinge of schriftelijke overeenkomst met TA Montage voor het verrichten van de werkzaamheden waarop de in geschil zijnde facturen zien, terwijl er ook geen bewijs is dat die werkzaamheden zijn verricht. Blijkens de processtukken is geen onderwerp van geschil of [gedaagde sub 1 c.s.] met TA Montage Beheer B.V., dan wel met TA Montage B.V. heeft gecontracteerd, voor zover er is gecontracteerd. Alle facturen staan op naam van TA Montage B.V. Uit niets blijkt enige betrokkenheid van TA Montage Beheer B.V. in deze kwestie, daargelaten of TA Montage Beheer B.V. een bestaande rechtspersoon is. Evident is dat beide partijen met de duiding van “TA Montage” de eventuele contractuele wederpartij van [gedaagde sub 1] B.V. bedoelen. Gelet op de facturen op naam van TA Montage B.V. en het processuele debat is die partij TA Montage B.V.. Voor [gedaagde sub 1 c.s.] is derhalve aanstonds duidelijk geweest dat de vermelding van TA Montage Beheer B.V. in de dagvaarding op een vergissing berustte; dit had TA Montage B.V. moeten zijn. Enig rechtens te respecteren processueel of materieel belang van [gedaagde sub 1 c.s.] bij niet-ontvankelijkverklaring van TA Montage in haar vorderingen of afwijzing daarvan enkel vanwege de foutieve aanduiding van de naam van requirant in de dagvaarding is ook niet gesteld of gebleken. Hier staat tegenover dat ter voorkoming van eventuele executieproblemen van dit vonnis, voor zover de vordering van TA Montage zou worden toegewezen, TA Montage belang heeft bij rectificatie. De rechtbank leest het exploot van dagvaarding dan ook als uitgebracht op naam van TA Montage B.V.

Verschuldigdheid facturen?

4.5.

In geschil is of [gedaagde sub 1 c.s.] verplicht is de door TA Montage bij de dagvaarding gevoegde facturen (productie 4) te betalen. Het gaat om de volgende facturen (hierna gezamenlijk: de facturen):

  • -

    10715 d.d. 20 november 2014 aan [de V.O.F. (2)] van € 2.250. De factuur betreft de berekening van “verrichte werkzaamheden per uur” bij [gedaagde sub 1] , waarbij een wachttijd op 12 en 13 november 2014 van respectievelijk 5 en 10 uur voor 5 man in rekening is gebracht. De btw is blijkens de factuur verlegd. Het btw-nummer van [X] is vermeld.
    - 10733 d.d. 6 januari 2015 aan [X] van € 17.872, verminderd met “betaald factuurnr 10712” van € 6.300, derhalve in totaal € 11.572. De factuur betreft “verrichte werkzaamheden per uur en aangenomen voor [X] (Frankrijk) Instituut de Gensch”. Op de factuur is ook vermeld “Volgens afspraak Frankrijk per uur nacalculatie + uren + uitleg er bij”. De btw is blijkens de factuur verlegd. Het btw-nummer van [X] is vermeld.

  • -

    10728 d.d. 14 januari 2015 aan [X] van € 23.733,75. De factuur betreft de berekening van “verrichte werkzaamheden aangenomen in Akademihus In Zweden” van [X] , voor “66 rolgevels + 24 stuks insectengaas” en 50% “start werkzaamheden heden”, respectievelijk 25% “halverwege installatie”. De btw is blijkens de factuur verlegd. Het btw-nummer van [X] is vermeld.

  • -

    10727 d.d. 16 januari 2015 aan [gedaagde sub 1] van € 25.600. De factuur betreft de berekening van “verrichte werkzaamheden Aangenomen bij [de V.O.F. (2)] Frankrijk”, voor “Project Voltec caterane Frankrijk Aangenomen 4 Kasjes Half december kasjes neergezet opdracht van [gedaagde sub 3] .” De btw is blijkens de factuur verlegd. Het btw-nummer van [gedaagde sub 1] is vermeld.

  • -

    10758 d.d. 19 januari 2015 aan [X] van € 1.355,97. De factuur betreft de berekening van “verrichte per uur werkzaamheden Akademihus In Zweden voor [X] ”, voor “Helft kosten wachttijd, materialen” en “Helft kosten wachttijd en hotelkosten erbij 8 uur x 2 man = 16, materialen erbij”. De btw is blijkens de factuur verlegd. Het btw-nummer van [X] is vermeld.

  • -

    10765 d.d. 21 februari 2015 aan [X] van € 3.355,72. De factuur betreft de berekening van “verrichte werkzaamheden Akademihus In Zweden voor [X] , materialen, uren, kosten” met een specificatie van data, uren, een omschrijving en aantal werknemers per post. De btw is blijkens de factuur verlegd. Het btw-nummer van [X] is vermeld.

  • -

    10774 d.d. 15 maart 2015 aan [gedaagde sub 1] van € 11.802,55. De factuur betreft “in opdracht werkzaamheden per uur bij [de V.O.F. (2)] Project Voltec Perpignan Frankrijk week 11 2015” met een specificatie van de week, het aantal uren, omschrijving, aantal werknemers en uurtarief. De btw is blijkens de factuur verlegd. Het btw-nummer van [gedaagde sub 1] is vermeld.

  • -

    10775 d.d. 22 maart 2015 aan [gedaagde sub 1] van € 10.564,05. De factuur betreft “in opdracht werkzaamheden per uur bij [de V.O.F. (2)] Project Voltec perpignan Frankrijk week 6/11 2015”, met een specificatie van de week, uren, omschrijving, aantal werknemers en uurtarief. De btw is blijkens de factuur verlegd. Het btw-nummer van [gedaagde sub 1] is vermeld.

4.6.

De rechtbank stelt voorop dat ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv op TA Montage de stelplicht rust van feiten die leiden tot het rechtsgevolg dat tussen haar en [gedaagde sub 1 c.s.] sprake is van een overeenkomst die [gedaagde sub 1 c.s.] verplicht tot betaling van bovenstaande facturen. TA Montage dient voldoende feiten te stellen waaruit zowel het bestaan als de inhoud van die overeenkomst kan volgen. Bij gemotiveerde betwisting van de gestelde feiten rust op TA Montage de bewijslast van die feiten.

4.7.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft TA Montage in het licht van de gemotiveerde betwisting door [gedaagde sub 1] haar stellingen onvoldoende feitelijk toegelicht. Aan bewijslevering komt de rechtbank derhalve niet toe, nog daargelaten dat TA Montage ook geen voldoende geconcretiseerd aanbod heeft gedaan om de gestelde feiten te bewijzen. Haar vorderingen zullen daarom worden afgewezen. De rechtbank motiveert haar oordeel als volgt.

4.8.

Anders dan TA Montage stelt, kan uit de reactie van [gedaagde sub 2] van 6 oktober 2015 niet worden afgeleid dat [gedaagde sub 1 c.s.] de verschuldigdheid van de facturen niet heeft betwist. Integendeel, uit die reactie, die [gedaagde sub 1 c.s.] in het geding heeft gebracht, blijkt dat zij zich in het geheel niet kan vinden in de betaling van enige factuur. In die reactie is onder meer opgenomen: “Omdat wij geen contact kunnen krijgen met een postbusnummer was er ook geen kans om langs te gaan bij onder aannemer. Ook van wegen dreigementen van TA Montage vonden het nadien niet meer nodig om verder contact te zoeken. Ik vertelde U al aan de telefoon hoe U mijn poten onder mijn romp vandaan zal trekken dit door […] (achternaam onbekend) verteld aan bestaande klanten van mij die mij hierbij informeerde. Wij hebben meerdere voorbeelden van personen waar TA montage zo gehandeld als bij ons. Vandaar misschien dat TA montage alleen postbus nr. heeft en niet op andere manier te bereiken wil zijn !! Ze waren altijd welkom bij ons in [vestigingsplaats] langs te komen om deze dingen te bespreken en nooit hebben gedaan. Dit Misschien wel om dat van die facturatie niets klopt !!! Ook zijn de bedrijven [gedaagde sub 1] en [X] totaal verschillend. En zie het BTW nr. van [X] op facturen [gedaagde sub 1] staan. Ook gaat alle correspondentie over een adres. Zo zie ik het dat er dus niets van klopt.” Uit de omstandigheid dat de reactie geen commentaar bevat op alle onbetaalde facturen, noch uit het achterwege laten van een reactie op de brief van mr. Koerselman van 11 december 2015 kan een (buitengerechtelijke) erkenning van enige betalingsverplichting ter zake de facturen worden afgeleid.

4.9.

De omstandigheid dat TA Montage in de periode oktober 2014 tot maart 2015 in opdracht van [gedaagde sub 1] werkzaamheden heeft verricht voor een aantal projecten in Frankrijk en voor een project in Zweden én dat [gedaagde sub 1] andere facturen die zij in verband met die projecten in rekening heeft gebracht, heeft voldaan, is onvoldoende om tot een betalingsverplichting van [gedaagde sub 1 c.s.] betreffende de facturen te concluderen. Het had op de weg van TA Montage gelegen in ieder geval bewijsmiddelen in het geding te brengen waaruit blijkt welke afspraken zij, mondeling of schriftelijk, ter zake de projecten in Frankrijk en Zweden met [gedaagde sub 1 c.s.] heeft gemaakt en wat maakt dat de facturen, in aanmerking genomen reeds gedane betalingen, (ook) verschuldigd zijn. Dit (begin van) bewijs ontbreekt.

4.10.

TA Montage heeft verklaringen van [A] en [B] , opgesteld ten behoeve van de onderhavige procedure, overgelegd. Tevens is een ongedateerd overzicht van fouten, werken en missende materialen betreffende het project Institut de Genech overgelegd. Blijkens de verklaringen en het overzicht zijn volgens TA Montage werkzaamheden in Frankrijk en Zweden verricht, is personeel naar de projecten aldaar gegaan, is sprake is geweest van wachttijd en heeft materiaal gekocht moeten worden. TA Montage heeft evenwel geen gegevens in het geding gebracht waaruit enig verband kan worden opgemaakt tussen de facturen en de genoemde verklaringen en het overzicht. Of de in het kader van de genoemde projecten verrichte werkzaamheden aangenomen werk (met een vaste aanneemsom) betreffen, dan wel op regiebasis (op urenbasis) zijn verricht, kan de rechtbank niet vaststellen, terwijl uit de overgelegde stukken, zonder nadere toelichting die ontbreekt, evenmin kan worden gedestilleerd wat partijen hebben afgesproken over de in rekening te brengen prijs en de wijze van declaratie van eventueel meerwerk, voor zover aan de orde. Het overgelegde contract voor het bouwen van +/- 40 serres is ongedateerd, niet ondertekend en bevat geen enkele indicatie ten aanzien van de overeengekomen prijs en biedt derhalve onvoldoende aanknopingspunten voor conclusies terzake van de rechtbank. Mogelijk is ook al hetgeen waarover [A] en [B] verklaren en waarop het overzicht ziet, reeds betaald, nu niet in geschil is dat bepaalde facturen zijn voldaan.

4.11.

Uit de overgelegde whapp-berichten kan voorts in het licht van de betwisting door [gedaagde sub 1 c.s.] , anders dan TA Montage stelt, geen toezegging van betaling, ook niet van de factuur met nummer 10774, worden afgeleid, alleen al omdat onduidelijk is dat [gedaagde sub 3] heeft kunnen en moeten begrijpen op welke facturen en bedragen precies de “dik een ton” die volgens “ […] ” openstond, betrekking had. Daarmee is evenmin duidelijk waarop het antwoord van [gedaagde sub 3] “zsm” ziet. De overgelegde e-mailberichten van [A] van 26 maart 2015 met bijlage bieden ter zake evenzeer onvoldoende duidelijkheid. Denkbaar is ook, gelet op het verweer van [gedaagde sub 1 c.s.] , dat er vervolgens is betaald.

4.12.

Uit de overigens overgelegde e-mailberichten en stukken kan worden opgemaakt dat er tussen partijen gecorrespondeerd is over werkzaamheden in Frankrijk en Zweden en onbetaalde facturen en in dat verband ook over het afmaken van werkzaamheden in Zweden, op kosten van [gedaagde sub 2] en Holland Gaas, zoals blijkt uit het e-mailbericht van 10 februari 2015 van [gedaagde sub 2] . Gelet op het gemotiveerde verweer van [gedaagde sub 1 c.s.] betreffende de inhoud van die berichten, in samenhang met de overigens overgelegde stukken, kan, zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, daaraan evenwel niet de conclusie worden verbonden dat [gedaagde sub 1 c.s.] verplicht is tot betaling van de facturen. De context en de volgorde van de verschillende berichten en stukken en het verband met de facturen waarvan thans betaling wordt gevorderd, bieden daartoe onvoldoende concrete aanknopingspunten voor de rechtbank.

4.13.

Reeds nu niet als vaststaand kan worden aangenomen dat sprake is geweest van een overeenkomst (opdracht) met betrekking tot de (specifieke) werkzaamheden, aankoop van materialen en (de duur van) het verblijf in het buitenland van personeel van TA Montage waarop de facturen zien, zijn de vorderingen van TA Montage niet vatbaar voor toewijzing. De overige verweren van [gedaagde sub 1 c.s.] behoeven derhalve geen bespreking.

Proceskosten

4.14.

TA Montage zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde sub 1 c.s.] , tot op heden gevallen, worden begroot op:

- griffierecht € 1.929,00

- salaris advocaat € 2.842,00 (2 punten × tarief € 1.421,00)

Totaal € 4.771,00

4.15.

Voor veroordeling in de gevorderde nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert (vgl. HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, NJ 2011/237).

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verstaat onder TA Montage Beheer B.V. na rectificatie: TA Montage B.V. en wijst de vordering van TA Montage B.V. af,

5.2.

veroordeelt TA Montage B.V. in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde sub 1 c.s.] tot op heden begroot op € 4.771;

5.3.

verklaart de proceskostenveroordeling in 5.2 uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Ritsema van Eck-van Drempt en in het openbaar uitgesproken op 14 december 2016.