Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2016:15983

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
03-10-2016
Datum publicatie
22-12-2016
Zaaknummer
4926219 \ RL EXPL 16-8585
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige daad, inbreuk auteursrecht, publicatie foto zonder toestemming van maker, ontbreken van naamsvermelding, schade, geleden verlies en gederfde licentievergoeding, tarieven Stichting Foto Anoniem, vergoeding werkelijke proceskosten, artikel 1019 Rv

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats ’s-Gravenhage

WY

Rolnr.: 4926219 \ RL EXPL 16-8585

3 oktober 2016

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiser] ,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. C. Groen,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. A.J.J. Kreutzkamp.

Partijen worden hierna aangeduid als [eiser] en [gedaagde] .

1 Procedure

1.1

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

  • -

    de dagvaarding van 14 maart 2016 met producties;

  • -

    de conclusie van antwoord;

  • -

    de akte van [eiser] inhoudende wijziging van eis en indiening aanvullende producties.

1.2

Op 18 augustus 2016 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden, waarbij zijn verschenen [eiser] , bijgestaan door mr. C. Groen, en [gedaagde] , bijgestaan door mr. A.J.J. Kreutzkamp. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt, die zich in het griffiedossier bevinden. Vervolgens is de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2 Feiten

2.1

[eiser] is een professioneel fotograaf die zijn foto’s door middel van zijn eenmanszaak [x] exploiteert.

2.2

[eiser] heeft de kleurenfoto “[y]” gemaakt.

3 De vordering

3.1

Na wijziging van eis vordert [eiser] de kantonrechter, bij vonnis zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen:

- zich met onmiddellijke ingang na dagtekening van het vonnis te onthouden van iedere inbreuk op de auteursrechten van [eiser] , althans van iedere inbreuk op de auteursrechten van [eiser] op het werk “[y]”;

- tot betaling aan [eiser] van € 2.732,00, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis als schadevergoeding, te vermeerderen met wettelijke rente over dit bedrag vanaf 18 november 2015, althans de dag van betekening van de dagvaarding, dan wel vanaf een in goede justitie door de kantonrechter te bepalen datum, tot aan de dag van betaling;

- tot betaling van de kosten van dit geding ten bedrage van € 3.640,00, overeenkomstig het bepaalde in 1019h Rv, al dan niet mede als vergoeding van kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte, te vermeerderen met het griffierecht van € 223,00, de kosten van betekening van de dagvaarding van € 87,16 en de nakosten van € 100,00 of € 131,- in het geval van betekening van het vonnis, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en- in het geval dat betaling van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na dagtekening van het vonnis tot aan de dag van betaling.

3.2.

[eiser] legt aan zijn vordering het volgende ten grondslag.

3.3

De foto “[y]” is auteursrechtelijk beschermd. Zonder dat hij daarvoor toestemming gevraagd heeft aan of verkregen heeft van [eiser] , heeft [gedaagde] deze foto op 18 november 2015 gepubliceerd op de website www. [q] .com en op zijn facebookpagina: www.facebook.com/ [z].

3.4

Tevens heeft [gedaagde] het werk verminkt met zijn bewerking door de teksten “[F]” en “[qz]” op het werk te plaatsen. [gedaagde] handelt onrechtmatig doordat hij het werk heeft verveelvoudigd en openbaar gemaakt zonder toestemming of een licentie van [eiser] , die maker/rechthebbende is.

3.5

Bovendien heeft [gedaagde] onrechtmatig gehandeld door te verzuimen de naam van [eiser] bij het werk te vermelden en nog eens door het werk onder eigen naam openbaar te maken.

3.6

Na constatering op 18 november 2015 van de inbreuk op het auteursrecht, heeft [eiser] op dezelfde dag een verzoek tot vergoeding van de schade gestuurd voor het onrechtmatig gebruik van de foto. De factuur omvatte een bedrag van € 1.601,00 exclusief BTW. [gedaagde] heeft hierop geen reactie gegeven en heeft de schade niet vergoed.

3.7

[eiser] heeft recht op vergoeding van de door hem geleden schade ten gevolge van de inbreuk door gedaagde. Uit rechtspraak blijkt dat het in ieder geval redelijk is, en ook gebruikelijk, om als professioneel fotograaf tarieven te hanteren die aansluiten bij de tarieven van Stichting Foto Anoniem. Deze tarieven worden zelfs regelmatig gebruikt om de hoogte van de schadevergoeding te bepalen. [eiser] heeft voornoemde tarieven gehanteerd welke in het navolgende worden genoemd.

3.8

De schade bestaat onder meer uit geleden verlies en gederfde licentievergoeding en schade wegens het ontbreken van naamsvermelding en wegens het verminken en wijzigen van het werk.

3.9

De gederfde licentievergoeding voor het plaatsen van de foto op de homepage van www. [q] .com bedraagt € 377,00. De gederfde licentievergoeding wegens het plaatsen van de foto 1 niveau diep op www. [q] .com bij “ [q] deals” bedraagt € 282,00. De gederfde licentievergoeding wegens het plaatsen van de foto 2 niveaus diep op de website van “ [qz] ” bedraagt € 188,00. De gederfde licentievergoeding wegens het plaatsen van de foto op de Facebookpagina van [gedaagde] bedraagt € 377,00. Tot slot bedraagt de gederfde licentievergoeding wegens gebruik van de foto voor een advertentie op Facebook € 377,00, komend op een totaal van € 1.601,00 exclusief BTW aan gederfde licentievergoedingen.

3.10

De schade wegens het ontbreken van naamsvermelding bij de foto op Facebook bedraagt € 377,00. De schade wegens het ontbreken van naamsvermelding op de website bedraagt € 377,00. De schade wegens verminking van het werk op de Facebookpagina- en website van [gedaagde] gezamenlijk is € 377,00, komend op een totaal van € 1.131,00 exclusief BTW aan schadevergoeding vanwege inbreuk op de persoonlijkheidsrechten die [eiser] als maker conform artikel 25 lid 1 sub b Auteurswet toekomen.

3.9

Daarnaast wordt vergoeding van de volledige proceskosten ex artikel 1019h Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) met name redelijk geacht indien [eiser] een professioneel fotograaf is en aldus een groot belang heeft bij het beschermen van zijn auteurs- en persoonlijkheidsrechten, zoals voor [eiser] het geval is. Deze kosten betreffen 26 uur rechtsbijstand tegen een uurtarief van € 140,00 exclusief BTW komend op een totaal van € 3.640,00 exclusief BTW, de kosten van betekening van de dagvaarding van € 87,16, en het griffierecht van € 223,00.

4 Verweer

4.1

[gedaagde] voert, zakelijk weergegeven, het volgende aan.

4.2

[gedaagde] heeft geen inbreuk gepleegd op de auteursrechten van [eiser] . [gedaagde] mocht er vanuit gaan dat het model zelf rechthebbende was van het fotomateriaal dat zij, in natura, van [eiser] heeft gekocht. Het model heeft uitdrukkelijk aan [gedaagde] uitgelegd dat zij haar tijd als model ter beschikking heeft gesteld aan [eiser] , die de foto’s van haar heeft gemaakt. Dit is een marktgebruikelijk concept, genaamd time for pictures. Daar [gedaagde] te goeder trouw heeft gehandeld, heeft [gedaagde] jegens [eiser] niet onrechtmatig gehandeld en is hij jegens [eiser] evenmin schadeplichtig.

4.2

[gedaagde] heeft op eerste verzoek van [eiser] de foto verwijderd van zowel zijn website als van de Facebookpagina. Nadien is gebleken dat het model zelf, die als beheerster was aangesteld op de genoemde Facebookpagina van [gedaagde] , de foto weer terugplaatste. Dat kan [gedaagde] niet worden verweten, aangezien dat een handeling was van het model. [gedaagde] kan hooguit worden verweten dat hij zeer korte tijd, mogelijk slechts enkele dagen, het fotomateriaal openbaar heeft gemaakt.

4.3

[gedaagde] heeft de naam van [eiser] vermeld op alle foto’s die geplaatst zijn, zoals op sommige door [eiser] overgelegde foto’s te zien is. [gedaagde] heeft aldus geen inbreuk gepleegd op de persoonlijkheidsrechten in het kader van de Auteurswet.

4.4

[gedaagde] kan zich niet vinden in de op 18 november 2015 door [eiser] verzonden factuur ad € 1.601,00. De daarop vermelde factuurbedragen acht [gedaagde] buitenproportioneel. [eiser] verzuimt om zijn daadwerkelijke schade aan te tonen. [eiser] kan niet zomaar uitgaan van de tarieven van de stichting Foto Anoniem. [gedaagde] heeft nog wel aangeboden om de foto te kopen, maar tegen een lagere prijs.

4.5

De billijkheid verzet zich er in onderhavig geval tegen om de volledige proceskosten toe te wijzen. Het aantal opgegeven uren aan rechtsbijstand dat de gemachtigde van [eiser] in deze zaak zou hebben gestoken, is buitenproportioneel. Daarnaast is de door de gemachtigde opgemaakte urenspecificatie onvoldoende inzichtelijk.

5 Beoordeling

5.1

Als meest verstrekkende verweer voert [gedaagde] aan dat hij geen inbreuk heeft gepleegd op de auteursrechten van [eiser] . Dit verweer zal worden gepasseerd. Het auteursrecht op de foto berust in dit geval bij [eiser] , omdat [eiser] de maker is van de foto. [eiser] heeft, hoezeer [gedaagde] ook enige tijd in een andere veronderstelling heeft verkeerd, dit recht niet overgedragen aan een derde, bijvoorbeeld het model. Het aan het model toekomende portretrecht is niet de grondslag van de vordering. [eiser] heeft erkend de foto’s enige tijd op zijn website als op zijn Facebookpagina te hebben getoond.

5.2

Onweersproken vaststaat dat [gedaagde] het werk, althans sommige versies daarvan, heeft bewerkt door de teksten “[F]” en “[qz]” op het werk te plaatsen ( [eiser] spreekt van “verminking” van de foto). Het staat daarom vast dat ook een inbreuk op de persoonlijkheidsrechten van [eiser] is gemaakt.

5.3

[gedaagde] heeft - gelet op hetgeen in alinea 5.1 en 5.2 overwogen is - onrechtmatig gehandeld jegens [eiser] . Geoordeeld wordt dat dit bij herhaling gepleegde onrechtmatige handelen [gedaagde] ook toegerekend kan worden. Het had namelijk op de weg van [gedaagde] gelegen om zich ervan te overtuigen dat op de bewuste foto’s géén auteursrecht rustte, voordat hij daarvan gebruik maakte. [gedaagde] kan zich er niet op beroepen dat hij ervan uit mocht gaan dat het model rechthebbende is van het fotomateriaal. Voorts lag het op de weg van [gedaagde] erop toe te zien dat de foto’s niet opnieuw op zijn website c.q. facebookpagina zouden worden geplaatst door een beheerder. [gedaagde] is daarom gehouden de schade die [eiser] geleden heeft, te vergoeden.

5.4

[eiser] heeft de schade gebaseerd op het aantal keren dat de foto’s gepubliceerd zijn en de gebruikelijke vergoeding die hij voor dat gebruik hanteert, een en ander conform de tarieven van Stichting Foto Anoniem. De kantonrechter acht, in navolging van vaste jurisprudentie, aansluiting bij evenvermelde tarieven, aangewezen. De juistheid van de berekeningen van [eiser] staat, als niet (voldoende gemotiveerd) weersproken, vast.

5.5

[gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld worden tot betaling van de kosten van deze procedure.

5.6

In onderhavige omstandigheden ziet de kantonrechter aanleiding om [gedaagde] te veroordelen in de werkelijke proceskosten op de voet van artikel 1019h Rv.

5.7Verweij heeft gesteld dat de advocaatkosten (dus met inbegrip van de buitengerechtelijke kosten) € 3.640,00 bedragen. Hij heeft ter zake een voldoende inzichtelijke specificatie overgelegd, die door [gedaagde] als onvoldoende weersproken vaststaat en die de kantonrechter alleszins redelijk voorkomt.

Daarmee rekening houdend worden de gezamenlijke proceskosten en andere kosten in de zin van art. 1019h Rv tot op heden vastgesteld op:

- exploot € 87,16

- griffierecht € 223,00

- salaris gemachtigde in deze procedure € 350,00

- advocaatkosten ex art. 1019 Rv € 3.640,00

totaal -------------

€ 3.990,00

5.8

De vorderingen ter zake van nakosten en wettelijke rente zullen op de hierna in het dictum weergegeven wijze toegewezen worden.

6 Beslissing

De kantonrechter:

6.1

veroordeelt [gedaagde] zich met onmiddellijke ingang na dagtekening van het vonnis te onthouden van iedere inbreuk op de auteursrechten van [eiser] , althans van iedere inbreuk op de auteursrechten van [eiser] op het werk “[y]”;

6.2

veroordeelt [gedaagde] tegen behoorlijk bewijs van kwijting tot betaling aan [eiser] van:

- een bedrag van € 2.732,00 als schadevergoeding binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, te vermeerderen met wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag vanaf 18 november 2015 tot aan de dag der voldoening;

- een bedrag van € 3.990,00 als vergoeding voor de proceskosten waarvan € 350,00 als het aan de gemachtigde van [eiser] toekomende salaris, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW vanaf de vijftiende dag na dagtekening van het vonnis tot aan de dag der voldoening;

- een bedrag van € 100,00 ter zake van nakosten, zulks onder de voorwaarde dat [gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving door [eiser] volledig aan dit vonnis voldoet, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de dag der voldoening;

6.3

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.4

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. Y.E. Kastein en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 oktober 2016.